Geneesmiddelenreclame en gunstbetoon

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op de naleving van de regels voor geneesmiddelenreclame. Het doel is ongewenste beïnvloeding voorkomen. Een patiënt moet erop kunnen vertrouwen dat hij een goed geneesmiddel krijgt waar hij beter van wordt. En niet de arts of de fabrikant.

Per 1 januari 2018 houdt de inspectie ook toezicht op gunstbetoon in de medische hulpmiddelensector.

Wat houden reclame en gunstbetoon in de praktijk in? Inspecteur reclametoezicht Bas van der Heide licht dit kort toe:

Als je iemand iets geeft, dan verwacht je van die ander wat terug. Bijvoorbeeld een farmaceutisch bedrijf dat een arts mee uit eten neemt, verwacht misschien dat die arts het geneesmiddel van dat bedrijf meer gaat voorschrijven. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Wij kijken of de arts én het bedrijf zich aan de regels houden. Als dat niet het geval is, dan volgt een waarschuwing of misschien een boete.

Een cadeautje geven mag, als het niet te duur is en als de arts het voor zijn werk kan gebruiken. Dus een wijnkoeler mag niet, een handboek mag wel. Wij kijken of het door de beugel kan.

Soms betalen bedrijven voor advies of voor onderzoek. Dat is ook nodig, want onderzoek is nodig voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Maar die bedrijven mogen artsen niet te veel betalen. Dan beïnvloeden ze die arts in zijn oordeel, en dat is niet gewenst.

Wij kijken als inspectie ook op congressen waar mensen in de zorg komen. Het vergoeden van reis- en verblijfkosten van sprekers is prima. Maar het aanbieden van een snoepreisje aan de deelnemers, dat mag niet. Zo letten we als inspectie goed op gunstbetoon in de zorg.