Wet BIG

De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) moet de kwaliteit bevorderen van de zorg die beroepsbeoefenaren leveren. De wet is ook bedoeld om patiënten of cliënten te beschermen tegen ondeskundig of onzorgvuldig handelen van individuele zorgverleners.

  • Apothekers, artsen, fysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, physician assistants, psychotherapeuten, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundigen zijn verplicht zich te registreren in het BIG-register. Alleen zorgverleners die in het register staan, mogen een beschermde titel voeren zoals die in de wet staat genoemd (artikel 4 Wet BIG).
  • Specialistentitels zijn eveneens beschermde titels en mogen pas gevoerd worden na inschrijving in het desbetreffende specialistenregister (artikel 14 en 17 Wet BIG). Bijvoorbeeld de titels chirurg, klinisch psycholoog en kaakchirurg.
  • Verder zijn er nog de beschermde opleidingstitels op grond van artikel 34 Wet BIG. Deze titels mogen pas gevoerd worden na het afronden van de opleiding. Bijvoorbeeld diëtist, oefentherapeut en logopedist.
  • Ten slotte zijn er de experimenteerberoepen waarvoor tijdens de experimenteerperiode de titel eveneens beschermd is en niet gevoerd mag worden door daartoe onbevoegden (artikel 36 Wet BIG).

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op titelgebruik in de zorg. Hoe we hierop toezicht houden kunt u lezen per zorgsector.

Een beschermde titel gebruiken na uitschrijving BIG-register

Veel zorgverleners willen ook na uitschrijving uit het BIG-register hun voormalige titel blijven gebruiken. In sommige gevallen mag dat (artikel 2 Besluit periodieke registratie Wet BIG).

De voorwaarde die aan het gebruiken van een voormalige titel wordt gesteld, is dat aan de voormalige titel de term niet praktiserend wordt toegevoegd. De term niet praktiserend dient altijd voluit te worden geschreven. Dit is wettelijk verplicht. Een voorbeeld van het juiste gebruik van een voormalige titel is: de heer X, arts niet praktiserend.

Alleen zoals hierboven is beschreven mag een voormalige titel worden gebruikt. In de praktijk wordt de term niet praktiserend door voormalige zorgverleners echter vaak afgekort naar np of n.p.. Deze afkortingen van de term niet praktiserend zijn wettelijk gezien niet toegestaan. Het gebruik van een voormalige titel met toevoeging van deze afkortingen is titelmisbruik.

Bij titelmisbruik kan de inspectie direct een bestuurlijke boete opleggen. Wees er als voormalig zorgverlener dus van bewust hoe u uw voormalige titel wettelijk gezien mag gebruiken.

Afspraken over titelvoering van de titels ‘tandarts’, ‘orthodontist’ etc

Alleen iemand die is ingeschreven in het specialistenregister RTS als orthodontist, mag deze titel voeren. Tandartsen die (vooral) orthodontie bedrijven, maar die niet als orthodontist staan ingeschreven in het specialistenregister, mogen zichzelf uitsluitend aanduiden als: ‘tandarts voor orthodontie’ (Convenant titelgebruik orthodontie). Bekijk ook onze informatie  over toezicht op de mondzorg.

Een beschermde titel gebruiken tijdens de opleiding

De IGJ ziet in haar toezicht regelmatig dat zorgverleners een beschermde titel gebruiken terwijl ze nog in opleiding zijn. Daarbij vermelden zorgverleners dan vaak wel dat zij nog in opleiding zijn door de toevoeging ‘in opleiding’ of ‘i.o.’. Dit is op basis van de Wet BIG niet toegestaan.

Wanneer een zorgverlener een opleiding nog niet heeft afgerond, mag diegene de beschermde titel nog niet voeren. Ook niet met de toevoeging ‘in opleiding’ of ‘i.o.’. Zo mag een student geneeskunde niet de titel ‘arts in opleiding’ of ‘arts i.o.’ voeren. Dit is pas toegestaan na inschrijving in het BIG-register als arts. Ook het gebruik van specialistentitels of opleidingstitels is tijdens de opleiding niet toegestaan. Zo mag een basisarts zich geen ‘chirurg in opleiding’ of ‘chirurg i.o.’ noemen en een student mondzorgkunde geen ‘mondhygiënist in opleiding’ of ‘mondhygiënist i.o.’. Het door een basisarts voeren van de functieaanduiding ‘arts in opleiding tot specialist’ levert geen overtreding op omdat geen specialistentitel wordt gevoerd.

Bij titelmisbruik kan de inspectie direct een bestuurlijke boete opleggen.