De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling helpt professionals om huiselijk geweld of kindermishandeling te signaleren en om te beslissen wat zij moeten doen. De meldcode is bedoeld voor alle (vermoedens van) fysiek, psychisch of seksueel geweld en verwaarlozing.
Hoe werkt de meldcode?
Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling op rijksoverheid.nl
Meldcode en afwegingskader: wettelijk verplicht
Twee wetten verplichten alle zorgaanbieders en jeugdhulpaanbieders om een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vast te stellen. Dat zijn de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en de Jeugdwet.
De meldcode bevat een afwegingskader, dat een beroepskracht ondersteunt die vermoedt dat er sprake is van kindermishandeling, huiselijk geweld en/of ouderenmishandeling.
IGJ houdt toezicht op het gebruik van de meldcode
Als de IGJ op inspectiebezoek komt dan onderzoeken de inspecteurs of de zorgaanbieder genoeg moeite doet om kindermishandeling, huiselijk geweld en/of ouderenmishandeling te voorkomen. In het toezicht let de IGJ vooral op een goed gebruik van:
- de 5 stappen uit de meldcode
- de kindcheck
- de mantelzorgverleningscheck
- de afwegingskaders
- handelen volgens het doel van de meldcode
Het is belangrijk dat beroepskrachten weten waar ze op moeten letten. Daarom blijft de inspectie het onderwerp en het gebruik van de meldcode steeds opnieuw bespreken.
Bewustwording van huiselijk geweld en kindermishandeling belangrijk
De IGJ toetst in het toezicht actief of het gebruik van de meldcode bekend is bij jeugdhulpaanbieders en zorgverleners. Ook onderzoekt de IGJ hoe de meldcode gebruikt wordt en hoe jeugdhulpaanbieders en zorgverleners omgaan met tekenen van mishandeling.
De inspectie deelt de resultaten van het toezicht met zorgaanbieders en jeugdhulpaanbieders. Dat draagt bij aan de bewustwording over huiselijk geweld en mishandeling en de ontwikkeling van de meldcode.
Signalering kindermishandeling bij toezicht van de IGJ
Uit het toezicht blijkt dat hulpverleners die te maken krijgen met signalen van kindermishandeling die signalen niet altijd goed inschatten. Zij geloven nog te vaak (of te lang) in andere verklaringen die zij krijgen voor die signalen. De inspectie vindt dat de signalering van kindermishandeling beter kan en moet en blijft daarom aandacht vragen voor:
- voldoende kennis bij hulpverleners voor deze problematiek
- voldoende waakzaamheid om te signaleren