Bestuurders zijn eindverantwoordelijk voor de kwaliteit, veiligheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg. De meeste bestuurders zijn hiervoor goed toegerust, kijken vooruit bij veranderingen en nemen hun verantwoordelijkheid.

Door goed bestuur, toezicht en samenwerking zorgen we voor goede en veilige zorg

Patiënten en cliënten hebben recht op goede en veilige zorg. Goede zorg vraagt om goed bestuur en een goede bedrijfsvoering. Daarom hebben IGJ en de NZa het kader ‘Toezicht op Goed Bestuur’ opgesteld.

Goed bestuur is een breed begrip. Twee belangrijke aspecten zijn de aandacht voor het werk- en leefklimaat en het zicht op het functioneren van zorgverleners. IGJ ziet hierop toe.

Goed bestuur zorgt voor een open werkklimaat, waarin signalen van mogelijk verminderd functioneren tijdig worden herkend. En zorgverleners zich vrij voelen om zich kwetsbaar op te stellen en hun dilemma’s en ervaringen van goede en minder goede zorgverlening bespreekbaar te maken. Zo hebben zorgverleners de kans om ervan te leren. En heeft de Raad van Bestuur aandacht voor de cultuur binnen hun organisatie.

IGJ kijkt naar meldingen van verminderd functioneren en ontslag door disfunctioneren. Maar het signaleren en voorkomen van verminderd functioneren is de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur en de zorgverlener zelf. Bijvoorbeeld als de zorgverlener een ernstige verslaving heeft en de veiligheid van de patiënt of cliënt direct in gevaar is.

Als een zorgverlener in een EU land een beroepsbeperking of verbod krijgt, dan waarschuwen EU landen elkaar.

Kortom, door goed bestuur, toezicht en samenwerking zorgen we voor goede en veilige zorg.

Als er problemen zijn met het besturen van een zorginstelling kan dit ten koste gaan van de kwaliteit van zorg. Bijvoorbeeld omdat:

  • er gedwongen ontslagen vallen;
  • de bestuurder en toezichthouder niet in staat zijn om samen een koers uit te zetten;
  • er onvoldoende focus is voor goede zorg.

Als Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en/of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) signalen krijgen dat het niet goed gaat dan:

  •  toetst IGJ of er risico's zijn voor de kwaliteit en veiligheid van de zorg;
  •  toetst de NZa of de zorg nog betaalbaar en toegankelijk is.

Als een van deze zaken in gevaar is spreken zij de bestuurder en zo nodig de interne toezichthouder hierop aan.

Gezamenlijk kader Goed Bestuur

IGJ en de NZa hebben allebei de ervaring dat een goed financieel beleid en goede zorg vaak samen op gaan. Het is daarom niet alleen effectief, maar ook logisch dat deze externe toezichthouders elkaar informeren over relevante signalen. Daar waar dat nodig zetten zij gezamenlijk een strategie uit voor het toezicht. Ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid. In een gezamenlijk kader Goed Bestuur staat voor bestuurders duidelijk uitgelegd waar bij toezicht op bestuur de focus ligt. En wat we van bestuurders en intern toezichthouders verwachten.

Vragen en antwoorden

Toezicht op Goed Bestuur

Taken van de inspectie over naar NZa

Door veranderende wetgeving gaan een aantal toezichttaken van de inspectie naar de NZa.  

De inspectie blijft toezicht houden op bestuurlijke en bedrijfsmatige randvoorwaarden voor het leveren van kwalitatief goede en veilige zorg. Ook na de wetswijziging blijven beide toezichthouders  nauw samenwerken..

Toezicht integere bedrijfsvoering

De inspectie heeft een driejarig programma toezicht op integere bedrijfsvoering:

  • We breiden onze kennis uit over accountancy en ondernemingsrecht. Zodat we beter toezicht kunnen houden op de bedrijfsvoering van een zorginstelling.
  •  We ontwikkelen indicatoren voor toezicht op financieën en integriteit.
  •  We willen inzichtelijk maken wat het effect van ons toezicht op goed bestuur is.