Inspecteur op bezoek

Inspecteurs kijken of cliënten in een verpleeghuis goede en veilige zorg krijgen. De inspecteurs kijken ook of de zorg persoonsgericht is.

Inspecteurs komen meestal met zijn tweeën op bezoek. Vaak laten ze van tevoren niet weten dat ze komen. Bij binnenkomst legitimeren ze zich eerst, zodat de instelling weet dat het echt om inspecteurs van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd gaat. Daarna vragen ze naar de verantwoordelijke manager. Het kan zijn dat de locatiemanager of een teamleider op dat moment niet aanwezig is. Dan wordt gesproken met een medewerker die op dat moment de verantwoordelijkheid heeft.

Vragen stellen

De inspecteurs bezoeken een aantal woningen of afdelingen zoveel mogelijk zonder de zorgverlening te verstoren. Ze stellen vragen aan medewerkers, cliënten en/of familieleden, artsen, bestuurders en de cliëntenraad. Omgekeerd kunnen natuurlijk ook vragen aan de inspecteurs worden gesteld. De inspecteurs proberen een beeld te krijgen hoe op een locatie of binnen een afdeling geleefd en gewerkt wordt. De inspecteurs zijn daarom voor een groot deel van de dag op de afdelingen of in de woningen aanwezig. In verschillende situaties observeren de inspecteurs cliënten en medewerkers. Er wordt bijvoorbeeld in de huiskamer gekeken hoe cliënten worden aangesproken en hoe het contact tussen de cliënten en zorgmedewerkers is. Ook kijken inspecteurs naar de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen en de reden daarvoor. Daarnaast praten de inspecteurs met de medewerkers.

Slotgesprek

Voordat de inspecteurs vertrekken, vertellen ze in het slotgesprek hun eerste indrukken. Binnen 4 weken krijgt de instelling het eerste rapport van de inspecteurs. De instelling kan hierop reageren als ze vindt dat feiten niet kloppen. De inspectie kijkt hiernaar en maakt daarna een definitief rapport. Tussen het bezoek en het definitieve rapport zitten maximaal 8 weken.

Aandachtspunten tijdens bezoek

De inspecteurs letten tijdens het bezoek op de volgende onderwerpen:               

Is de zorg persoonsgericht? 

Heeft de cliënt de regie en wordt hij daarbij ondersteund door zijn naasten en de zorgmedewerkers? Is het startpunt: wat wil de cliënt? Kent de zorgverlener de cliënt, kent hij zijn geschiedenis, weet hij wat de cliënt belangrijk vindt en wat de cliënt niet wil? Hoe is de relatie tussen cliënt en zorgverlener? Wordt er goed geluisterd naar de cliënt en zijn naasten? 

Is de zorgverlener deskundig? En worden zorgverleners goed ingezet? 

Hebben de zorgverleners voldoende kennis en vaardigheden om de juiste zorg te bieden die nodig is? Krijgen ze voldoende scholing? Werken ze volgens de juiste richtlijnen? Past de samenstelling van het personeel bij de cliënten voor wie wordt gezorgd?

Is er een veilig werkklimaat?

Daarnaast is een belangrijk punt voor de inspectie: een veilig werkklimaat. De inspectie onderzoekt of de zorgmedewerkers zich voldoende veilig voelen om open te kijken op de manier waarop ze zorg leveren. Wat is de kwaliteit van de geleverde zorg? Is de zorg persoonsgericht of kan dat nog beter? Ondersteunt de zorgaanbieder de medewerkers zodat ze kunnen leren van successen, (bijna)incidenten, (bijna)fouten en klachten? 

Wordt er goed op kwaliteit en veiligheid gestuurd? 

Voor goede zorg is goed management een belangrijke voorwaarde. Het management stuurt op alle voorwaarden die bijdragen aan de kwaliteit van zorg. Onvoldoende sturing door het management betekent dat er in de dagelijkse zorg dingen mis kunnen gaan die zorgmedewerkers niet altijd kunnen voorkomen. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat er methodisch wordt gewerkt. Methodisch werken houdt in dat er wordt gewerkt volgens de Plan-Do-Check-Act -cyclus: een terugkerend patroon van planning, uitvoering, controle en bijstelling van werkzaamheden.

Cultuur in de organisatie

Ook kijken de inspecteurs of de zorgaanbieder voldoende aandacht heeft voor de cultuur binnen de organisatie. Hoe open is de cultuur? Mogen medewerkers fouten maken en krijgen ze de kans daarvan te leren? En te verbeteren?

Specifieke onderwerpen

Soms vindt de inspecteur het belangrijk een onderwerp uitgebreider te onderzoeken. Bijvoorbeeld: medicatieveiligheid, vrijheidsbeperking, of infectiepreventie. Daarnaast houdt de inspectie extra toezicht op hoe verpleeghuizen omgaan met mensen met dementie.