Toezicht op ambulante ggz

Steeds meer zorg voor cliënten in de ggz verplaatst zich van verblijf in een instelling naar zorg thuis. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) geeft extra aandacht aan deze ambulante ggz in het toezicht. Op deze pagina leest u waar de inspectie naar kijkt in het toezicht op de ambulante ggz en hoe zij deze vorm van toezicht heeft ontwikkeld.

Werkplan 2018: GGZ

De doelgroep bij het toezicht op de ambulante ggz is een hele kwetsbare doelgroep. Het gaat om mensen met chronische, vaak ernstige psychische aandoeningen die thuis wonen. Het uitgangspunt is eigenlijk altijd: herstellen doe je thuis. En waar we wel op letten is of mensen ook voldoende aandacht kunnen hebben voor hun eigen regie, dat ze zelf kunnen bepalen dat de manier wordt ingericht zoals zij het nodig hebben.

Als mensen thuis wonen en ze krijgen zorg, dan hebben ze zorg nodig van veel meer verschillende partijen. Die moeten met elkaar samenwerken en dat gaat niet altijd even goed. Over die samenwerking: dan hebben we het vooral over de samenwerking tussen de ggz en de huisarts, maar ook bijvoorbeeld de gemeente, die aandacht besteedt aan de dagbesteding.

In de ambulante ggz houden we op twee onderwerpen toezicht. In eerste instantie zetten wij de cliënt centraal. We kijken of hij de informatie die hij nodig heeft ook voldoende krijgt. We letten ook op de naasten. Wordt daar voldoende aandacht aan besteed? We vinden het bijvoorbeeld ook heel belangrijk te weten of iedereen weet wat er moet gebeuren als de cliënt in crisis raakt.

Bij het tweede onderwerp kijken we veel meer naar de samenwerking binnen de zorgnetwerken. Wordt er voldoende informatie uitgewisseld? Bijvoorbeeld over medicatie. En we kijken ook ernaar of alle partijen goed met elkaar hebben afgestemd in een bepaald gebied wat ze willen bereiken. Zijn er doelen, en hoe worden die ingevuld?

Ons optreden doen we op verschillende manieren. We gaan altijd uit van een minimumniveau wat er moet zijn. Als de zorg daaronder is, en ook de samenwerking tussen de partijen, dan ontstaan er risico’s voor de cliënten en dat willen we niet. Dat betekent dat we druk uitoefenen daar waar nodig is, soms vragen we verbetermaatregelen. Ja, en bij echte misstanden treden we op.

Het uitgangspunt is echter natuurlijk dat we uitgaan van de goeie intenties van de zorgaanbieders. We weten dat er tijd en ruimte nodig is om de ambulante ggz goed in te vullen. Dat respecteren we en dat stimuleren we ook graag. Dat heeft ook echt onze voorkeur. 

Ontwikkelingen toezicht op de ambulante ggzAmbulante ggz en wachttijden: op naar de juiste zorg op de juiste plek

Waar kijkt de inspectie naar en hoe gaat dit toezicht in zijn werk?

In het gebiedsgericht toezicht op de ambulante ggz en wachttijden spreekt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd eerst met verschillende regionale partijen in een gebied. Dat gebeurt tijdens een startbijeenkomst in de betreffende regio. De partijen vertellen hier welke afspraken zij hebben gemaakt op het gebied van samenwerking rond thuiswonende cliënten met chronisch psychische aandoeningen. Zo krijgt de inspectie een eerste indruk van de situatie in de regio. Vervolgens gaat de inspectie in gesprek met een aantal cliënten, hun naasten en hun zorgverleners. Voorafgaand aan de gesprekken met cliënten ziet de inspectie de betreffende cliëntendossiers bij de ggz in.

Bij dit toezicht maakt de inspectie gebruik van het  een toetsingskaderToezicht op de ambulante ggz voor cliënten met chronisch psychische aandoeningen’. Daarin staan de normen en criteria waarop de inspectie toetst. Deze normen en criteria zijn gebaseerd op wet- en regelgeving, richtlijnen en veldnormen. De inspectie gebruikt dit toetsingskader om de kwaliteit van de zorg voor mensen met een chronische psychische aandoening te toetsen. De belangrijkste thema’s waar de inspectie naar kijkt zijn:

  • De cliënt centraal: krijgt de cliënt bijvoorbeeld begrijpelijke informatie, die past bij zijn hulpvraag? Hebben de zorgverleners een visie op het herstel van de cliënt?  Heeft de cliënt zelf regie over zijn zorg of eigen zeggenschap/inspraak in de zorgverlening?
  • Integrale zorg: wisselen zorgverleners belangrijke informatie met elkaar uit over de cliënt? Hebben de zorgverleners ook aandacht voor de naasten? Op welke manier gaan samenwerkingspartners om met wachttijden? Als er sprake is van wachttijden, zorgen zij dan voor alternatieven? Bekijk het toetsingskader.

Aan de hand van de startbijeenkomst, de cliëntendossiers en de gesprekken in de regio’s krijgt de inspectie inzicht in de wijze waarop de netwerkpartners omgaan met ambulantisering en mogelijke risico’s die naar voren komen. Vervolgens analyseert de inspectie alle bevindingen en bespreekt deze met de regionale partijen in een slotbijeenkomst. Op die manier willen we teruggeven wat goed gaat, welke verbeterpunten nodig zijn en toetsen we of de regio de bevindingen van de inspectie herkent.

Per regio maakt de inspectie een rapportage en publiceert deze op www.igj.nl. Waar nodig vraagt de inspectie verbeterplannen van de samenwerkende partijen. We zien erop toe dat deze plannen ook worden uitgevoerd. In 2020 brengt de inspectie een landelijk overzicht uit van de belangrijkste bevindingen en interventies uit de zes regio’s.

Informatie voor cliënten

Voor mensen die zelf te maken krijgen met wachttijden heeft MIND een informatiepagina.