weblogberichten

Dilemma’s rond vrijheidsbeperking in de open jeugdzorg

Half mei publiceerden we een rapport over het beperken van de vrijheid van kinderen en jongeren in de open jeugdzorg. Daar is vrijwel nooit een wettelijke basis voor, maar het gebeurt toch. Ons bericht leidde tot veel reacties op Twitter en LinkedIn. Begrijpelijke reacties van mensen die – net als wij – betrokken zijn bij kinderen en jongeren in de jeugdzorg. Ook voor ons staan die kinderen en jongeren centraal.

Angela van der Putten

We vinden dat zorgaanbieders zich aan de bestaande wetten en regels moeten houden. Dus geen vrijheidsbeperkende maatregelen mogen toepassen in de open jeugdzorg. Dat hoort niet, dat mag niet. Dat is duidelijk.

Tegelijkertijd hebben we ook begrip voor bijzondere situaties.

Bijvoorbeeld, niet volledig:

  • Als een kind of jongere beschermd moet worden tegen bedreigingen van buiten. Van familie of anderen, bijvoorbeeld ‘loverboys’ (of beter gezegd: pooiers).
  • Als een kind of jongere uit de gesloten jeugdzorg naar de open jeugdzorg komt. Die stap is soms heel groot. Dan zijn er soms regels nodig over wat er al wel en nog niet kan (maar later wel).
  • Als er sprake is van (huis)regels. Net als voor kinderen of jongeren die gewoon thuis wonen, gelden er ook in jeugdzorginstellingen regels. Over naar school gaan, eten, slapen, uitgaan, hoe laat je thuis bent. Wat je op Instagram zet over anderen. Over alcohol-, drugs- en lachgasgebruik. Het versturen van ongewenste appjes met nare plaatjes. Niet elke regel is gelijk een beperking van vrijheid. Al is het soms onduidelijk wat wel en wat niet. Het moet duidelijker worden wat er wettelijk wel en niet mag.
  • Als een kind of jongere agressief wordt, met gevaar voor zichzelf of anderen. Dan moet er toch acuut ingegrepen worden. Dat doen ouders thuis ook. De vraag is dan wat er acuut nodig is. Een vrijheidsbeperkende maatregel in een noodsituatie (dat mag), of passende hulp en de-escalatie.
  • Als overplaatsing naar gesloten jeugdzorg de enige andere optie lijkt. Dat wil toch niemand als het niet echt nodig is. Soms is gesloten jeugdzorg te voorkomen door een regel of afspraak in de open jeugdzorg.

Kortom: dilemma’s genoeg in individuele situaties.

Als inspectie vinden we dat de wetten nu te weinig ruimte bieden in zulke bijzondere, individuele situaties. Die wetten zeggen alleen: vrijheidsbeperkende maatregelen mogen niet in de open jeugdzorg. Dan zijn er drie mogelijkheden:

  • Stoppen met alle beperkingen van vrijheden in de open jeugdzorg. Zoals het nu in de wet staat. Het gevolg is dan wel dat er waarschijnlijk meer kinderen en jongeren in de gesloten jeugdzorg zullen komen.
  • Duidelijker maken wat binnen de huidige wetten wel en niet mag. 
  • Mogelijkheden in de wet opnemen om af en toe wel regels en beperkingen toe te passen. Om uit dilemma’s te komen, erger te voorkomen. Wel onder strikte voorwaarden natuurlijk. Want we schreven het meermaals in ons rapport: echt alléén als dat in het belang van het kind of de jongere zelf is. En zo min mogelijk. 

En wat altijd voorop staat: ook wij zijn voor zo min mogelijk beperkingen of dwang.

Angela van der Putten
hoofdinspecteur jeugd en maatschappelijke zorg

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.