Off-label voorschrijven

Bij voorkeur schrijven artsen een geneesmiddel voor dat geregistreerd is voor specifieke klachten. Daarnaast is het mogelijk om voor individuele patiënten een geneesmiddel voor te schrijven dat niet geregistreerd is voor de betreffende klachten. Dit is off-label gebruik.

Daar zitten wel voorwaarden aan:

  • De arts moet de behandelrichtlijn van de beroepsgroep volgen. Hierin zijn actuele wetenschappelijke en klinische inzichten opgenomen.
  • Is er geen behandelrichtlijn of is deze nog in ontwikkeling? Dan moet de arts overleggen met de apotheker over het off-label voorschrijven van het geneesmiddel. Pas daarna kan de apotheker dit middel afleveren.
  • De arts moet nagaan of er een andere acceptabele behandeling mogelijk is met een geneesmiddel dat geregistreerd is voor de specifieke klachten.
  • De arts maakt een goede afweging tussen eventuele risico’s en het nut van het off-label geneesmiddel.
  • De arts moet de patiënt informeren dat hij een off-label behandeling krijgt voorgeschreven. De patiënt moet zelf ook instemmen met deze behandeling.
  • De voorschrijvend arts dient te overleggen met de hoofdbehandelaar voordat hij off-label voorschrijft.

Daarnaast kunnen artsen geneesmiddelen voor andere klachten dan waarvoor het geneesmiddel is bedoeld, binnen een klinisch onderzoek voorschrijven. Ook daar zitten wel regels aan vast. Een dergelijk onderzoek mag bijvoorbeeld pas starten na een positief oordeel van een medisch-ethische toetsingscommissie. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) handhaaft als de regels niet worden nageleefd.

Zie voor meer informatie over off-label gebruik:

In de geneesmiddeleninformatiebank van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen kunt u vinden welke geneesmiddelen waarvoor geregistreerd zijn.