Steeds meer zorgaanbieders en organisaties nemen verantwoordelijkheid om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Ook zetten ze concrete stappen. Die zijn hard nodig, want ook in 2025 ontving de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) 340 meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners richting patiënten en cliënten. Eerder onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum liet zien dat het aantal meldingen een fractie is van het werkelijke aantal getroffen mensen.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorg blijft een ernstig en structureel risico. Tegelijk ziet de inspectie dat steeds meer zorgaanbieders verantwoordelijkheid nemen om dit te voorkomen – een belangrijke en noodzakelijke ontwikkeling. De meldingen die wij in 2025 als inspectie kregen, laten zien waar extra risico’s zitten. Problemen in de zorg, zoals personeelstekorten, fraude en weinig controle van het arbeidsverleden, maken de kans op grensoverschrijdend gedrag groter. Daarnaast blijkt dat zorgverleners niet altijd weten wat ze moeten doen als zij grensoverschrijdend gedrag als omstander signaleren. 

We zien dat de zorgsector stappen zet, onder andere via samenwerking binnen het zorgmanifest. Tegelijk blijft structurele en gezamenlijke inzet nodig om risico’s verder te verkleinen en veilige zorgrelaties beter te beschermen. Daarom roepen we zorgaanbieders op om samen verantwoordelijkheid te nemen: door preventie te versterken, signalen zorgvuldig op te volgen en waar nodig zelf meer gebruik te maken van beschikbare instrumenten zoals tuchtklachten en aangifte.

Positieve ontwikkelingen zichtbaar

Veilige zorgrelaties zijn een onmiskenbaar onderdeel van goede zorg en een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We zien dat steeds meer zorgaanbieders in actie komen. Zo werken zorgaanbieders en branche- en beroepsorganisaties vaker samen, passen zorgopleidingen hun beleid en onderwijs aan, en bespreken organisaties preventie actief binnen hun teams. En sinds 2025 ondertekenden meer dan 40 veldpartijen het zorgmanifest, waarin zij uitspreken zich in te zetten voor een gezamenlijke aanpak.

Aantal meldingen bleef gelijk, stijging in enkele sectoren

We kregen vorig jaar 340 meldingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners richting cliënten. Dit is ongeveer evenveel als in 2023 en 2024. In dat laatste jaar bleek uit cijfers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) dat onze meldingen slechts een deel van het totaal laten zien.

Het WODC gebruikt hiervoor de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag. In dat onderzoek vullen mensen zelf een vragenlijst in (zelfrapportage) over hun ervaringen. Op basis daarvan maakt het WODC een schatting van hoe vaak dit probleem in de samenleving voorkomt.

Daaruit komt dat ongeveer 0,7% van de slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag (boven de 16 jaar oud) zegt dat een arts of zorgverlener de pleger was. Dat komt neer op 11.000 mensen in 2024.

We zien dat in een klein deel van de meldingen er al eerder melding over iemand is gedaan of dat er meerdere cliënten melden over dezelfde zorgverlener.

Aantal meldingen seksueel grensoverschrijdend gedrag richting patiënten en cliënten in de zorg en jeugdhulp, per sector 2023-2025
202320242025
Eerstelijnszorg604050
Geestelijke gezondheidszorg (inclusief zorg aan justitiabelen)8010080
Gehandicaptenzorg10090100
Jeugdhulp506070
Medisch-specialistische zorg102010
Publieke gezondheidszorg< 50< 5
Verpleging en verzorging403030
Totaal330330340

Wat opvalt in de meldingen die wij ontvangen

Veilige zorgrelatie kwetsbaar door beperkte controle

Problemen zoals diploma- en zorgfraude, beperkte controle van het arbeidsverleden en personeelstekorten hebben invloed op de kwaliteit van de zorg. Dit kan het risico op seksueel grensoverschrijdend gedrag vergroten. Voor sommige instellingen is het verplicht om de nieuwe medewerker om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) te vragen. De controle hierop is in de zorg – net als in de kinderopvang – een belangrijke maatregel, want draagt bij aan het weren van risicovolle zorgverleners uit de zorg voor mensen in een afhankelijkheidspositie.  

Vergewissen van het arbeidsverleden en de controle op de VOG zijn ondersteunende schakels in het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Maar er is meer nodig. Want zorgverleners die eerder over de grens gingen, maar tegen wie geen aangifte is gedaan of bij wie een veroordeling uitbleef, kunnen nu doorwerken in de zorg. Bovendien is de VOG momenteel niet voor elke zorgsector verplicht. Hierdoor kúnnen risicovolle situaties voortduren. Ook in 2025 kwam het regelmatig voor dat een zorgverlener – zonder aanvullende voorzorgsmaatregelen om herhaling te voorkomen – weer bij een andere zorgaanbieder aan de slag kon. 

Gevoelens vaak niet besproken

Vanwege het enorme taboe bespreken zorgverleners die gevoelens ontwikkelen voor hun cliënt dit vaak niet met andere professionals. Het risico op grensoverschrijdend gedrag ontstaat echter niet direct bij de gevoelens, maar bij het niet bespreken ervan. 

Omstanders weten niet wat te doen bij signalen

Zorgverleners zijn vaak (in)direct getuige van de aanloop naar grensoverschrijdend gedrag door collega’s. Zij spelen een belangrijke rol bij signalering en ingrijpen. Uit meldingen blijkt dat zorgverleners in deze situaties niet altijd weten wat te doen. Zo herkennen ze signalen vaak pas achteraf en delen deze niet. Daarnaast worstelen ze – vaak alleen – met een dilemma als een cliënt hen in vertrouwen neemt over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ze weten niet waar ze dit ethische dilemma op vertrouwelijke wijze kunnen bespreken binnen of buiten de organisatie. Doordat ze niet weten hoe te handelen, kan het gebeuren dat ingrijpen uitblijft en een zorgwekkende situatie voortduurt. 

Wat we verder zien in 2025

Zorgverleners werken soms door na seksueel grensoverschrijdend gedrag

In 2025 werd 64 keer gemeld over het ontslag van een zorgverlener na seksueel grensoverschrijdend gedrag. Een deel van de zorgverleners werkt door omdat ze bijvoorbeeld als zzp’er werken. Soms worden zorgverleners – na aanvullend onderzoek – alsnog ontslagen. Deze meldingen bereiken ons niet altijd.

Soms ontslaat een zorgaanbieder een zorgverlener na seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ontslag alleen is echter niet altijd voldoende om herhaling te voorkomen. Het bewaken van professionele normen en het voorkomen van nieuwe slachtoffers vraagt om verantwoordelijkheid van zowel zorgverleners als zorgaanbieders. Wanneer een zorgverlener zich seksueel grensoverschrijdend gedraagt, kán deze persoon opnieuw een risico vormen voor cliënten en de zorg. 

Tuchtklachten nauwelijks afkomstig van zorgaanbieders

In 2025 dienden we als inspectie opnieuw meerdere (14) tuchtklachten in over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De tuchtcolleges legden maatregelen op die varieerden van (voorwaardelijke) schorsingen tot doorhalingen in het BIG- of SKJ-register.

Uit de jaarverslagen van de tuchtcolleges voor de gezondheidszorg blijkt dat het aantal tuchtklachten over (seksueel) grensoverschrijdend gedrag al enkele jaren rond de 30 per jaar ligt. Meestal dienen cliënten of wij de tuchtklacht in; tot nu toe doen de zorginstellingen dit zelden zelf, terwijl dit wel mogelijk is.

Voor cliënten kan het belastend zijn om zelf een tuchtklacht in te dienen. Tegelijk kan een tuchtklacht nodig zijn om professionele normen te bevestigen en risico’s voor de kwaliteit en veiligheid van zorg te beperken. 

Uitdagingen bij aangifte doen 

Na een melding vragen we altijd of er aangifte is gedaan of dat dit nog wordt overwogen. Op het moment van melden is dit vaak nog niet duidelijk. Zorgaanbieders geven meestal wel aan of zij van plan zijn aangifte te doen.
We horen van zorgaanbieders dat zij herhaling willen voorkomen, maar dat het niet altijd eenvoudig is om te bepalen of aangifte passend of mogelijk is. Zo kan

  • het nog onduidelijk zijn of het gedrag strafbaar is; 
  • een cliënt om begrijpelijke redenen afzien van aangifte; 
  • bewijs ontbreken of onvoldoende zijn; 
  • het horen van cliënten, bijvoorbeeld bij dementie of een ernstige verstandelijke beperking, niet altijd mogelijk zijn. 

In zaken die vallen onder de Wet seksuele misdrijven gaat het vaak om een-op-eensituaties zonder getuigen. Wanneer een zorgverlener de beschuldiging ontkent en er geen getuigen zijn, is in het strafrecht aanvullend steunbewijs vaak noodzakelijk.

Verbetering nodig ondanks positieve ontwikkelingen

De verantwoordelijkheid voor een verbeterde aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorg ligt bij de hele sector. Alleen door gezamenlijke inspanning en het benutten van de krachten binnen de sector kunnen grensoverschrijdend gedrag en schade voor cliënten vaker worden voorkomen. 

We roepen zorgaanbieders en beroeps- en brancheverenigingen dan ook op het onderwerp actief te blijven agenderen en samen te investeren in preventie en systematisch te werken aan een veilige cultuur. De afspraken in het zorgmanifest vormen een belangrijke basis, maar dit aanhoudende risico op seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners vraagt nu vooral om concrete actie van de zorgaanbieders.

Neem verantwoordelijkheid als zorgaanbieder door:

Onderneem actie na seksueel grensoverschrijdend gedrag

Zorg voor professionele ondersteuning bij de weging van aangifte 

Een deel van de grensoverschrijdingen is mogelijk strafbaar en kan zelfs onder aanranding of verkrachting vallen. Overweeg als zorgaanbieder daarom om naast melding bij ons ook aangifte te doen bij de politie. Houd hierbij de waarde van het stellen van een grens én de patiëntveiligheid in brede zin in gedachten. De keuze om aangifte te doen is uiteindelijk een persoonlijke afweging van de cliënt. Zorgaanbieders kunnen cliënten goed ondersteunen door professionele hulp van bijvoorbeeld Slachtofferhulp of het Centrum Seksueel Geweld in te schakelen bij deze afweging.

Cliënten, hun naasten of andere betrokkenen die twijfelen over de stappen die ze willen nemen, vinden meer informatie op de pagina Wat te doen na seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Hoe nu verder

De afgelopen jaren lag de focus voor zorgaanbieders op hoe adequaat te reageren na een melding. Dit blijft nodig, net als verbetering van dat proces. Maar alleen achteraf handelen heeft natuurlijk beperkingen: de schade bij de cliënt is al aangericht, veel situaties worden niet gemeld en handhavend optreden volgt maar in een klein deel van de meldingen. Hierdoor blijven preventiekansen onvoldoende benut en risico’s bestaan.

Daarom werken we samen met de sector aan een proactieve aanpak: doel is het vaker voorkómen van grensoverschrijdend gedrag en zorgvuldig reageren als het gebeurt. Deze aanpak sluit aan bij ons toezicht, waarin een veilige en voor cliënten betrouwbare zorgrelatie centraal staat. 

In deze fase is het passend dat de zorgsector zelf een grotere rol neemt in het agenderen en verder brengen van dit onderwerp. Meer dan 40 branche-, beroeps- en cliëntverenigingen zagen dit al in, waarna ze het zorgmanifest ondertekenden. Concrete stappen door zorgprofessionals en binnen organisaties zijn het logische vervolg. Als inspectie stimuleren we zorgaanbieders, zorgverleners en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om zich samen te blijven inzetten. 

We houden toezicht en blijven ontwikkelingen monitoren en trends en ervaringen delen. We grijpen in waar nodig en mogelijk binnen de wettelijke mogelijkheden. Zo dragen we bij aan het versterken van veilige en betrouwbare zorg, maar dat kan alleen slagen als de sector en toezicht hierin de krachten bundelen en gezamenlijk optrekken.