De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ontvangt opvallend weinig meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag van zorgverleners richting patiënten in ziekenhuizen en particuliere klinieken. De meldingen die wel binnenkomen, schetsen een beeld van gemiste signalen. Zorgverleners gingen meerdere keren de grens over en maakten meerdere slachtoffers. Om patiënten beter te beschermen is het nodig dat de medisch specialistische zorg het risico op dit gedrag erkent – en er structureel meer actie op onderneemt.
Aantal meldingen in ziekenhuizen en klinieken blijft achter
Naar schatting bezoeken jaarlijks 8 tot 10 miljoen mensen de medisch specialistische zorg. Al jaren komen er – zeker afgezet tegen de omvang van deze sector – opvallend weinig meldingen binnen over seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners richting patiënten. Het aantal meldingen blijft achter, net als gerichte maatregelen om patiënten te beschermen. In tegenstelling tot andere zorgsectoren waar al jaren een stijgende lijn is te zien in het aantal meldingen (zie de grafiek hieronder).
Het aantal meldingen dat jaarlijks bij de inspectie binnenkomt over seksueel grensoverschrijdend gedrag richting patiënten in de zorg is bovendien een fractie van het aantal gevallen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat veel gevallen onbekend blijven en niet worden gemeld. Zo gaven in 2025 ruim 11.000 personen van 16 jaar en ouder in een onderzoek van het WODC aan dat zij in de afgelopen 12 maanden slachtoffer zijn geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag door een zorgverlener.
Binnen de medisch specialistische zorg zijn ook juist meerdere risicofactoren aanwezig waardoor grensoverschrijdend gedrag kan ontstaan. Zo zijn er vaker een-op-eencontact achter gesloten deuren, intieme onderzoeken, intensieve zorgrelaties, hiërarchische verhoudingen, afhankelijkheidsrelaties, een hoge werkdruk en fysiek contact. De meldingen die wij als inspectie wel ontvangen, laten een verontrustend beeld zien dat de noodzaak voor een structurele, preventieve aanpak onderstreept.
Voorbeelden van meldingen uit de medisch specialistische zorg:
Door de IGJ ontvangen meldingen per zorgsector 2016-2024
Hou de cursor boven een sector om deze uit te lichten
Het aantal meldingen per jaar over (vermoedens van) seksueel grensoverschrijdend gedrag van zorgverleners richting patiënten per zorgsector, afgerond naar tientallen.
| Periode | ggz | verpleging en verzorging | gehandicaptenzorg | jeugdhulp | eerstelijnszorg | ziekenhuizen en klinieken |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | 30 | 10 | 40 | 0 | 10 | 0 |
| 2017 | 30 | 10 | 50 | 10 | 30 | 10 |
| 2018 | 30 | 20 | 30 | 20 | 20 | 10 |
| 2019 | 40 | 20 | 40 | 10 | 20 | 10 |
| 2020 | 40 | 10 | 40 | 20 | 20 | 10 |
| 2021 | 40 | 20 | 50 | 40 | 20 | 10 |
| 2022 | 50 | 30 | 50 | 40 | 40 | 20 |
| 2023 | 70 | 40 | 100 | 50 | 60 | 10 |
| 2024 | 80 | 30 | 90 | 60 | 40 | 20 |
Aantal door de IGJ ontvangen meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, per sector 2016-2024 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
Gemiste signalen en meerdere slachtoffers
De meldingen die wel binnen komen gaan vaak over indringend seksueel grensoverschrijdend gedrag van zorgverleners richting patiënten. Er zijn zorgverleners met meerdere slachtoffers en regelmatig zijn er zorgverleners betrokken over wie er eerdere signalen waren, zoals eerdere meldingen of bekentenissen. Ziekenhuizen reageren nog overwegend reactief op de individuele zorgverlener. Door gebrekkige aandacht voor een brede preventieve aanpak missen ze mogelijk kansen om grensoverschrijdend gedrag te signaleren en (herhaling) te voorkomen.
In 9 jaar tijd deden patiënten en zorgaanbieders 105 meldingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag van zorgverlener richting patiënt in de medisch specialistische zorg. In 31% van de gevallen waren er al signalen over eerder seksueel grensoverschrijdend gedrag van de betrokken zorgverlener. Zo bleek bijvoorbeeld dat er al eerder incidenten met collega’s of patiënten hadden plaatsgevonden. Soms waren die incidenten ook bevestigd. Bijvoorbeeld door een bekentenis van de zorgverlener of door meldingen binnen (zoals bij een klachtenfunctionaris) of buiten de organisatie (zoals bij de inspectie of politie).
In 23% van het totaal aantal meldingen was er al een officiële melding gedaan bij het ziekenhuis of de inspectie. Deze meldingen gingen over eerder seksueel en ander grensoverschrijdend gedrag of er was sprake van ontslag wegens disfunctioneren bij een vorige werkgever. In 24% van de meldingen werd er door meerdere patiënten over dezelfde zorgverlener gemeld. In de helft van de meldingen vond het seksueel grensoverschrijdende gedrag eenmalig plaats. In de andere helft ging het om herhaald gedrag en liep de duur ervan uiteen van kortstondig tot jarenlang.
Voornamelijk fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag
De meeste meldingen (85%) gaan over fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag. Een deel van dit gedrag is – indien bewezen – mogelijk strafrechtelijk in te delen als aanranding of verkrachting. Patiënten kregen vooral te maken met onnodige aanrakingen (37%) en onnodige in- of uitwendige onderzoeken (14%). Naast fysiek grensoverschrijdend gedrag kregen patiënten ook te maken met seksueel getinte opmerkingen of berichten (20%).
De betrokken patiënten waren meestal vrouwen (82%) en vaak jonger dan 29 jaar. Enkele patiënten waren minderjarig. Bij de 9 meldingen over de jongste slachtoffers (6 tot 19 jaar) ging het 5 keer om onnodige onderzoeken of ongepaste aanrakingen, zoals van borsten, billen of geslachtsdelen.
De meldingen gingen vooral over poliklinische zorg (64%) en klinische zorg (22%). In 93% van de meldingen vond het seksueel grensoverschrijdende gedrag plaats gedurende de behandelrelatie en in 7% na de behandelrelatie, maar binnen de afkoelingsperiode.
Na het beëindigen van de zorgrelatie met een cliënt moeten zorgverleners zich houden aan een afkoelingsperiode. Deze periode geldt ook als een zorgverlener gevoelens heeft ontwikkeld voor een cliënt (of de gevoelens wederzijds zijn) en de zorgrelatie daarom is beëindigd. In de afkoelingsperiode moet de zorgverlener volledig afstand nemen van de cliënt om de zorgrelatie expliciet te beëindigen. De bedoeling is dat er zo afstand komt om zo de ongelijke verhouding van de zorgrelatie op te heffen.
Beeld: IGJ
Vooral meldingen over zorgverleners met BIG-registratie
In 85% van de meldingen had de zorgverlener een BIG-registratie: artsen (44%), verpleegkundigen (36%) en fysiotherapeuten (4%). De overige meldingen gingen over diverse disciplines zoals (operatie)assistenten of laboranten. Over medisch specialisten binnen de interne geneeskunde, plastische chirurgie, urologie en gynaecologie werd het meest gemeld. De meeste meldingen gingen over mannelijke zorgverleners (93%), meestal in de leeftijd tussen de 50–59 jaar.
Bij de (meestal jongere verpleegkundige) vrouwelijke zorgverleners ging het grensoverschrijdend gedrag vaak om een relatie met een patiënt, niet om ongewenste aanraking of onderzoek. Ook een ‘relatie’ valt volgens de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz) onder ‘geweld in de zorgrelatie’. Bij vrouwelijke zorgverleners duurde het gedrag langer en waren er in geen enkel geval eerdere meldingen bekend.
Maatregelen die ziekenhuizen namen
De onderzoeksrapporten en de getroffen maatregelen uit de periode 2016-2024 laten zien dat ziekenhuizen op meerdere manieren omgaan met dit onderwerp. In deze publicatie onderscheiden we reactieve en preventieve maatregelen. Een werkgever kan na een gebeurtenis op korte termijn een reactieve maatregel nemen. Voorbeelden zijn een onafhankelijk (intern of extern) onderzoek, schorsing, overplaatsing of ontslag van de beschuldigde medewerker.
Reactieve maatregelen:
- Bijna alle ziekenhuizen grepen direct in na een melding. Meestal met een maatregel gericht op de betrokken zorgverlener. In 22% van de gevallen volgde ontslag. In 17% mocht de zorgverlener onder voorwaarden blijven werken. In een klein deel van de meldingen was de zorgverlener al niet meer in dienst van het ziekenhuis.
- Opvallend is dat artsen, ondanks meestal ernstigere beschuldigingen en vaker eerdere meldingen, minder vaak ontslag kregen dan verpleegkundigen.
- De ziekenhuizen zelf dienden geen tuchtklacht in. In 22% van de meldingen werd aangifte bij de politie gedaan door de patiënt of de zorgaanbieder.
- De meldingen over onnodige onderzoeken, waaronder vaginale, rectale of genitale, leidden duidelijk vaker tot een strafrechtelijk of tuchtrechtelijk vervolg: in 38% van deze meldingen werd aangifte gedaan en in 38% een tuchtklacht ingediend door de inspectie.
Preventieve maatregelen:
- Uit de rapporten van de zorgaanbieders blijkt bereidheid om te leren van de gebeurtenis en te werken aan verbetering.
- In de helft van de meldingen troffen ziekenhuizen ook maatregelen voor de langere termijn. Het ging dan vooral om het aanpassen van beleid of protocollen (30%), het organiseren van voorlichting of bewustwording (24%) en het aanbieden van training of scholing (9%). Ook werden vertrouwenspersonen en veiligheidsfunctionarissen aangesteld.
- In de andere helft werden geen maatregelen genomen. Als reden om geen aanvullende maatregelen te treffen, noemden ziekenhuizen bijvoorbeeld dat het seksueel grensoverschrijdend gedrag niet werd aangetoond.
- Langetermijnmaatregelen zoals verbeterde voorlichting, signalering en cultuurverandering, worden ook ingezet, maar blijven zeldzaam.
- In de laatste jaren rapporteerden zorgaanbieders die een melding deden wel vaker over een organisatiebrede aanpak. Hierin werden beleid, inwerkprocessen en cultuurmaatregelen gecombineerd.
Veel maatregelen bleven beperkt tot losstaande initiatieven die niet altijd organisatiebreed werden ingevoerd. Termen als cultuurverandering en bewustwording werden regelmatig genoemd, maar vaak niet verder uitgewerkt in het onderzoeksrapport. Hoewel er een verbetering zichtbaar is, reageren bestuurders in de medisch specialistische zorg na seksueel grensoverschrijdend gedrag richting een patiënt nog vooral met een reactieve maatregel naar de individuele zorgverlener. Daarmee blijft de structurele dimensie van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorgrelatie onderbelicht en blijft preventie achter.
Aanbevelingen van de inspectie
De meest scheve machtsverhouding in de zorg is die tussen de patiënt en de zorgverlener. Ondanks de groeiende aandacht voor (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de hiërarchische relaties, blijft de aandacht voor preventief beleid ter bescherming van patiënten tot nu toe achter. Hierdoor worden patiënten onvoldoende beschermd en blijft het gedrag vermoedelijk (te) vaak verborgen.
We doen de volgende aanbevelingen aan zorgaanbieders:
Het is belangrijk om passend te reageren op de zorgverlener die over de grens gaat. Daarnaast is er ook gerichte, preventieve en structurele aandacht nodig voor seksueel grensoverschrijdend gedrag van zorgverleners richting patiënten.
Als een ziekenhuis verschil wil maken door middel van preventie, dan moet het structureel en expliciet beleid invoeren. Met aandacht voor het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag richting patiënten en voor signalen en risico’s zoals (seksueel) grensoverschrijdend gedrag tussen zorgverleners. Als inspectie ontwikkelden we op basis van meldingen en goede voorbeelden de zelfscan voor zorgprofessionals. Deze helpt zorgaanbieders om hun beleid te toetsen en verbeteringen door te voeren.
Signalen van eerder grensoverschrijdend gedrag worden niet altijd passend opgevolgd, gemist of meegewogen in de risico-inschatting. Hierdoor is de kans op herhaling groter. Zorgaanbieders gaan nu vaak over tot ontslag van de zorgverlener. In veel gevallen gaan deze zorgverleners opnieuw aan het werk in de zorg. Met het ontslaan lijkt dan de kans op herhaling voor het betreffende ziekenhuis verkleind. Maar er zijn dan juist risico’s voor zowel patiënten als collega’s van andere zorginstellingen. Let daarom op onderstaande:
- Neem een signaal over seksueel grensoverschrijdend gedrag serieus.
- Controleer altijd het arbeidsverleden van nieuwe medewerkers. Zie ook Arbeidsverleden zorgverlener controleren.
- Leg ook kleine of informele signalen over grensoverschrijdend gedrag vast. Monitor en bespreek ze bij het beoordelen van iemands functioneren.
- Zorg voor duidelijke afspraken over het sturen op functioneren.
Bespreek eens per jaar binnen teams wat professioneel gedrag is. Wat zijn ‘grijze’ gebieden, hoe ontstaat de glijdende schaal en welke invloed kunnen macht of rolverdeling hebben? Gebruik praktijkvoorbeelden en hulpmiddelen om dit gesprek op gang te brengen. Opleidingen en beroepsverenigingen kunnen hier ook meer structureel aandacht aan besteden.
- Maak het bewustzijn en preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag richting patiënten vaste onderdelen van het beleid.
- Zorg voor samenhang tussen de verschillende maatregelen. Werk met een duidelijke planning en doelen voor de korte en lange termijn. Evalueer regelmatig of de aanpak werkt.
Zorgaanbieders kunnen onderzoeken welke drempels patiënten ervaren om te melden. En hoe deze drempels zoveel mogelijk kunnen worden weggenomen. Zorg dat patiënten maar ook zorgverleners de weg weten naar vertrouwenspersonen en steun-, advies- en meldpunten.
Informeer patiënten over hun rechten, over wat ze kunnen verwachten tijdens een in- of uitwendig onderzoek en wat wel en niet past bij een veilige zorgrelatie.
In de meldingen zien we dat verbetering mogelijk is op het gebied van informed consent en afstemming tussen zorgverlener en patiënt. Als zorgverlener onderzoek en behandel je dagelijks mensen die iets naars of iets verwarrends hebben meegemaakt op seksueel gebied, vaak zonder dat jij je daar bewust van bent. Een bezoek aan het ziekenhuis kan dan voor de patiënt extra beladen zijn. Het is belangrijk om dan traumasensitieve zorg te bieden. Dit betekent dat je hier rekening mee houdt in de uitvoering van je vak. Het Centrum Seksueel Geweld stelde een brief voor zorgprofessionals op die kan helpen om de afspraak zo prettig mogelijk te laten verlopen.
Doorontwikkeling van traumasensitieve zorg kan eraan bijdragen dat patiënten ervaren dat zorgverleners rekening houden met hun lichamelijke integriteit en negatieve ervaringen uit het verleden. Zo wordt vaker voorkomen dat ze een gebeurtenis als seksueel grensoverschrijdend ervaren. We moedigen het veld aan om hierover in gesprek te gaan.
Melden is verplicht voor zorgaanbieders
Het lage aantal meldingen kan samenhangen met onvoldoende bekendheid met de regels en/of de meldplicht. Zorgaanbieders moeten seksueel geweld in de zorgrelatie door zorgverleners richting patiënten altijd verplicht bij ons melden, ook als de zorgverlener al uit dienst is. Vergroot het bewustzijn door de gedragscode ook elk jaar in een teamoverleg ter sprake te brengen. Zie onze brochure Het mag niet, het mag nooit.
Overweeg ook aangifte of een tuchtklacht
Een deel van de grensoverschrijdingen is mogelijk strafbaar en zelfs aanranding of verkrachting. Overweeg als zorgaanbieder daarom altijd, in goed overleg met de patiënt, om behalve een melding bij de inspectie ook aangifte te doen bij de politie. Denk hierbij na over de behoefte van de patiënt, de waarde van het stellen van een grens én de patiëntveiligheid in brede zin. Als het gaat om een BIG-geregistreerde zorgverlener kan ook het ziekenhuis zelf een tuchtklacht indienen om de patiëntveiligheid in brede zin te beschermen.
Patiënten, hun naasten of andere betrokkenen die twijfelen over de stappen die ze willen nemen, vinden meer informatie op de pagina Wat te doen na seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Hoe nu verder?
Als inspectie leren we uit dit onderzoek dat ook wij tijdens het toezicht in de medisch specialistische zorg structureler aandacht moeten besteden aan het thema seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners richting patiënten. Dit doen we al door meldingen zorgvuldig te beoordelen, maar het wordt ook een belangrijker onderdeel van onze gesprekken met zorgaanbieders in deze sector.