Signalen Jeugdbeschermingsketen juni 2023

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV) publiceren vanaf 2023 de resultaten van hun toezicht en signalen binnen de Jeugdbeschermingsketen in ‘Signalen Jeugdbeschermingsketen’. Zij doen dit zolang de crisis in de jeugdbeschermingsketen voortduurt. De gevolgen voor kinderen en hun ouders van de crisis in de jeugdbeschermingsketen staan hierin centraal. 
Op deze pagina geven de inspecties weer hoe zij deze signalerende rol invullen. Daarnaast publiceren de inspecties de signalen over de jeugdbeschermingsketen. 

Achtergrondinformatie

De inspecties hebben in een signaalbrief minister Weerwind (JenV) en staatssecretaris van Ooijen (VWS) in september 2022 aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor het stelsel van jeugdbescherming. De inspecties deden dit omdat hun instrumentarium om te interveniëren in de jeugdbeschermingsketen is uitgeput. Gevolg hiervan is dat de meest kwetsbare kinderen verder in de knel komen. De inspecties vroegen met klem om op korte termijn (crisis)beleid te formuleren voor bescherming van kinderen die nu ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De minister en de staatssecretaris hebben hierop maatregelen benoemd om de problemen in de jeugdbescherming aan te pakken in de kamerbrief van november 2022 en de verzamelbrief van januari 2023.

De inspecties hebben aangekondigd niet te handhaven als de oorzaak van het niet naleven van wet- en regelgeving in stelselproblematiek ligt. Wel blijven zij de ontwikkelingen in het jeugdbeschermingsveld signaleren. Op deze pagina geven de inspecties weer hoe zij deze signalerende rol invullen. Daarnaast publiceren de inspecties de signalen over de jeugdbeschermingsketen. 

De informatie en signalen krijgen de inspecties via gesprekken met bestuurders, jeugdzorgprofessionals, via jeugdigen en ouders, uit meldingen van calamiteiten en geweldsmeldingen, via onze inspectiebezoeken en uit andere openbare bronnen. De inspecties analyseren periodiek de meldingen. Ook in dit signalement worden meldingen en signalen geanonimiseerd getoond, die illustreren wat de gevolgen zijn van het ontbreken van tijdige en passende hulp voor kinderen. De signalen in deze editie komen voort uit toezichtactiviteiten in de periode van februari 2023 tot en met mei 2023. 

Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) ontwikkelt in 2023 een monitor met als doel inzicht te krijgen in onder andere wachtlijsten, wachttijden, verloop en verzuim in de jeugdbeschermingsketen, en hierop te handelen. De inspecties zijn beiden aangesloten bij en in gesprek over monitoring van stelselverantwoordelijke en jeugdbeschermingsketen. De IJenV zal deze gesprekken over de verwachtingen omtrent een kwalitatief gedegen en transparante monitoring intensiever vormgeven.

Zolang het de stelselverantwoordelijke en jeugdbeschermingsketen nog niet voldoende lukt een kwalitatief en transparante monitoring tot stand te brengen zal de IGJ op de huidige wijze blijven monitoren en signaleren. Daarnaast ziet de IGJ een rol om signalen uit haar toezicht over de gevolgen van de crisis in de jeugdbeschermingsketen voor kinderen en gezinnen te blijven communiceren zolang deze voortduurt. 

Hervormingsagenda in relatie tot jeugdbeschermingsketen

Half mei 2023 hebben het rijk, de VNG, vertegenwoordigers van cliëntorganisaties, professionals en aanbieders een principeakkoord bereikt over de inhoud van de Hervormingsagenda. De komende weken wordt deze Hervormingsagenda voorgelegd aan de achterban van deze vijfhoek. 

De inspecties hebben vanaf 2020 de ontwikkelingen in de jeugdbeschermingsketen voor de middellange en lange termijn gevolgd. De inspecties stelden in 2020: “Het is hard nodig dat de positieve beweging naar een duurzame jeugdbescherming en jeugdreclassering, die voor de langere termijn is ingezet, verder wordt uitgewerkt, gefaciliteerd en geïmplementeerd.” De huidige totstandkoming van de Hervormingsagenda past in deze beweging. Een eerste uitwerking is nu gereed. De facilitering en implementatie zijn de vervolgstappen die nog moeten plaatsvinden. De inspecties zien dan ook in de Hervormingsagenda een positieve ontwikkeling voor de middellange of lange termijn, maar geen antwoord op de huidige crisissituatie in de jeugdbeschermingsketen. 

Aard en omvang van wacht- en doorstroomlijsten in de jeugdbescherming

Om personeelsuitstroom terug te dringen, werken jeugdbeschermingsorganisaties met het ‘Handelingsperspectief en veldnorm bij onderbezetting Gecertificeerde Instellingen’. Onderdeel van deze aanpak is het werken met een wachtlijst en/of doorstroomlijst. 

De inspecties houden zicht op de aard en de omvang van het werken met het handelingsperspectief, zolang dit wordt gebruikt. Daarnaast beoordelen zij de impact van wacht- en doorstroomlijsten op kwetsbare kinderen. 

Bevindingen mei 2023

De inspecties hebben zorgen dat het werken met het handelingsperspectief bij jeugdbeschermingsorganisaties het ‘nieuwe normaal’ wordt. Het werken met het handelingsperspectief betekent feitelijk dat kinderen geen jeugdbeschermer hebben terwijl een beschermingsmaatregel over hen is uitgesproken. Dit gaat in tegen de Jeugdwet, rechtelijke uitspraken worden niet uitgevoerd en de inspecties vinden het niet acceptabel dat deze kinderen niet de bescherming krijgen waar zij recht op hebben. 

Signalen bij de IGJ over het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer

De IGJ ontvangt veelvuldig signalen van jeugdigen en ouders dat zij geen contact krijgen met de jeugdbescherming, geen vaste jeugdbeschermer hebben of begeleid worden door een (tijdelijk) coördinatieteam in plaats van één contactpersoon.

In het verkennend toezicht rond de ombouw van de JeugdzorgPlus (in mei 2023) benoemen jeugdigen herhaaldelijk dat hun jeugdbeschermer niet beschikbaar is of zelfs afwezig is. De jeugdbeschermer is onder andere verantwoordelijk voor het organiseren van vervolghulp of een vervolgplek. Dit stagneert dan. 

“Signaal ouder via Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ): Een moeder belt met het LMZ en maakt zich zorgen om haar 12 jarige dochter Rianne. Een aantal weken geleden is er een voorlopige ondertoezichtstelling (VOTS) uitgesproken voor drie maanden. Een VOTS spreekt een jeugdrechter uit als sprake is van een zeer urgente situatie. De verantwoordelijke jeugdbeschermingsorganisatie zou zorgen voor de passende hulp. Volgens de moeder van Rianne zouden er afspraken gemaakt worden met de jeugdbescherming, maar dit is tot op heden niet gebeurd. Het lukt niet om in contact te komen met de jeugdbeschermer van Rianne. Ondertussen gaat het slechter met Rianne: ze verbleef eerst in een instelling en is nu overgeplaatst naar een crisisgroep

“Signaal ouder via Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ): Moeder Gaby belt met het LMZ. Het lukt niet om de passende hulp in te zetten voor haar zoon Sam. Gaby heeft een brief ontvangen dat er sinds vorig jaar april geen jeugdbeschermer beschikbaar is. Sindsdien is er een coördinatieteam ingezet en heeft moeder geen vast contactpersoon of telefoonnummer bij de jeugdbescherming. Het lukt niet om tot goede afstemming te komen met elkaar over de passende hulp. Er is volgens Gaby geen reactie vanuit de jeugdbescherming gekomen op meerdere mails over het inzetten van therapie. Vervolgens werd aangegeven dat Gaby dit zelf moet uitzoeken. Volgens de rechter en de advocaat van Gaby is zij hier niet verantwoordelijk voor en moet de jeugdbescherming Sam aanmelden voor therapie. De therapie is tot op heden nog niet ingezet.

Crisis klinkt ook door in uitspraken jeugdrechters

Een jeugdrechter bevestigt in gesprek met de IGJ dat rechters steeds vaker zien dat een ondertoezichtstelling (OTS) wordt uitgevoerd door een team vanuit de jeugdbescherming, in plaats van een individuele vaste jeugdbeschermer. Het is voor jeugdigen en ouders niet prettig om geen vaste jeugdbeschermer te hebben, waardoor losse acties of incidenten worden opgepakt door steeds wisselende gezichten.  
Het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer kan ertoe leiden dat een jeugdrechter een ondertoezichtstelling niet uitspreekt of niet verlengt, ondanks de ontwikkelingsbedreiging van het kind. 

Een jeugdrechter besluit de verlenging van een ondertoezichtstelling af te wijzen vanwege het gebrek aan regie van de betrokken jeugdbeschermingsorganisatie. Het ontbreken van regie komt door het uitvallen van de jeugdbeschermer. De jeugdrechter vindt het onacceptabel dat een gezin buiten beeld raakt van de jeugdbescherming. De GI zelf voert in de rechtbank op dat “door de problemen in de jeugdzorg zij haar taak in dit gezin onvoldoende heeft kunnen uitvoeren”.

Een jeugdrechter wijst de verlenging van een ondertoezichtstelling af. Er wordt vanaf 2018 geprobeerd om passende hulpverlening in te zetten, zonder het gewenste resultaat. De jeugdrechter vindt dat de jeugdbescherming onvoldoende de regie neemt om de situatie te verbeteren. Er is tijdens de zitting geen vaste jeugdbeschermer betrokken en er is geen plan om het kind verder te helpen. Ook hier is de jeugdrechter van oordeel dat er geen uitvoering wordt gegeven aan de ondertoezichtstelling.

“Signaal ouder via Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ): Vader Stefan belt met het LMZ en geeft aan dat de rechter een OTS uitgesproken heeft voor één van zijn kinderen, Lisa. Er is een verantwoordelijke GI aangesteld. Er is contact opgenomen met het gezin en hierin heeft de GI aangegeven dat er op dit moment geen jeugdbeschermer beschikbaar is om de casus op te pakken. Ze weten ook niet op welke termijn dit wel kan plaatsvinden. Stefan maakt zich erg veel zorgen en is bang dat er nu helemaal niks gebeurt.

Akkoord caseloadverlaging jeugdbescherming

In de vorige editie van ‘Signalen jeugdbeschermingsketen’ benoemden de inspecties dat jeugdbeschermers werkonderbrekingen houden. De acties hielden in dat bureaudiensten werden afgeschaald, geen huisbezoeken werden afgelegd en dat jeugdbeschermers niet aanwezig zouden zijn bij rechtszittingen van cliënten. Inmiddels is een akkoord bereikt tussen de FNV en de bestuurders van de jeugdbescherming over de caseload. De caseloadverlaging van gemiddeld 22 tot 24 kinderen naar 12 tot 14 kinderen wordt gefaseerd ingevoerd. De inspecties houden de komende maanden in de gaten welk effect de caseloadverlaging heeft op de jeugdigen en gezinnen. In het bijzonder voor de jeugdigen en gezinnen die vanwege de caseloadverlaging op de wachtlijst komen voor een jeugdbeschermer. 

Bevindingen mei 2023

Er is een principeakkoord bereikt tussen de FNV en de bestuurders van de jeugdbeschermingsorganisaties (GI’s) over het verlagen van de werkdruk in de jeugdbescherming. Het aantal cliënten per jeugdbeschermer wordt vanaf 1 mei 2023 stapsgewijs verlaagd, tot uiteindelijk maximaal twaalf kinderen per fulltime medewerker in de loop van 2024. Het terugdringen van de werklast voor jeugdbeschermers staat centraal. 

Door een tekort aan jeugdbeschermers zijn er al forse wacht- en doorstroomlijsten en moeten jeugdigen lang wachten tot ze een vaste jeugdbeschermer toegewezen krijgen. De inspectie vindt het noodzakelijk dat de werkdruk voor jeugdbeschermers verlaagd wordt en daarmee de tijd en aandacht voor de meest kwetsbare gezinnen omhoog gaat. Verlaging van de caseload maakt het werk van de jeugdbeschermer daarnaast aantrekkelijker, waarbij de verwachting is dat dit meer mensen naar de functie trekt.

De inspectie vindt het echter onacceptabel als de verlaging van de caseload leidt tot nog langere wacht- en doorstroomlijsten en wachttijden voor jeugdigen over wie een jeugdbeschermingsmaatregel is uitgesproken. Tot nu toe geeft een aantal jeugdbeschermingsorganisaties aan dat zij geen verdere toename van de wachtlijsten verwachten. Een aantal jeugdbeschermingsorganisaties heeft regionaal al afspraken over de verlaging van de caseload kunnen maken. Zij vertellen dat een structurele hervorming van het werk – zowel op proces als op inhoud - het uitgangspunt is om op de lange termijn een duurzame en toekomstbestendige organisatie te bouwen. Op dit moment ontvangt de IGJ nog veelvuldig signalen van ouders dat zij geen contact krijgen met de jeugdbescherming, geen vaste jeugdbeschermer hebben of begeleid worden door een (tijdelijk) coördinatieteam in plaats van één contactpersoon. 

Vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid wordt gewerkt aan een monitor Jeugdbescherming. Hiermee worden onder andere de caseload en de wachtlijsten bij alle jeugdbeschermingsorganisaties in kaart gebracht. De inspecties houden de komende maanden in de gaten welk effect de caseloadverlaging heeft op de jeugdigen en gezinnen. In het bijzonder voor de jeugdigen en gezinnen die vanwege de caseloadverlaging op de wachtlijst komen voor een jeugdbeschermer. Zij rapporteren hierover in een volgende ‘Signalen jeugdbeschermingsketen’. 

Signaleren aan de hand van meldingen calamiteiten/geweldsincidenten

Instellingen zijn wettelijk verplicht ernstige calamiteiten of geweldsincidenten te melden bij de inspecties. Een calamiteit is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een kind heeft geleid. Onder geweld wordt gerekend, lichamelijk geweld van een hulpverlener tegen een kind of ouder, of bedreiging daarmee, onderling en vice versa. 

In een volgend overzicht ‘Signalen Jeugdbeschermingsketen’ publiceren de inspecties een kwalitatieve analyse van deze meldingen.

Bevindingen mei 2023

Toezicht Veilig Thuis

De IGJ heeft de laatste maanden verschillende calamiteitenmeldingen ontvangen die samenhangen met wachtlijsten bij Veilig thuis organisaties. Daarnaast heeft de inspectie signalen dat de wachtlijsten bij Veilig Thuis in een aantal regio’s verder toenemen. Dit is voor de IGJ aanleiding om in de zomer van 2023 een uitvraag te doen bij de Veilig Thuis organisaties. Vervolgens zal de inspectie bij een aantal van deze organisaties een toezicht uitvoeren. 

Volgen versnelling Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming

In proeftuinen wordt volgens de uitgangspunten van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming gewerkt en geleerd. Hierbij wordt toegewerkt naar een situatie waarin kinderen, gezinnen en huishoudens kunnen rekenen op tijdige en passende hulp, ondersteuning en bescherming wanneer dit nodig is. De versnelling van het Toekomstscenario is ingezet om de druk op de jeugdbeschermingsketen te verminderen. De IGJ volgt de ontwikkelingen in de proeftuinen van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Eind 2022 is het aantal proeftuinen uitgebreid van zes naar elf. Daarnaast zijn er lokaal ook initiatieven bekend met hetzelfde gedachtegoed, die geen deel uitmaken van het Toekomstscenario. 

De inspecties volgen de ontwikkeling in de praktijk vanaf het voorjaar van 2023. 

Bevindingen mei 2023

De IGJ heeft projectleiders en andere medewerkers van acht van de elf proeftuinen van het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming gesproken. De inspectie ziet positieve ontwikkelingen binnen de proeftuinen. Maar de inspectie waarschuwt dat er nog een groot aantal vraagstukken en ontwikkelopgaven ligt om van de proeftuinen te komen tot een landelijke uitrol van het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming. De proeftuinen zijn daarmee geen korte of middellange termijn antwoord op de actuele crisis in de Jeugdbeschermingsketen.  

Niet alleen de IGJ en IJenV constateren herhaaldelijk dat sprake is van crisis in de jeugdbeschermingsketen waarvoor een korte termijn aanpak ontbreekt. Ook andere partijen uiten hun zorgen dat de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming geen oplossing biedt voor de huidige crisis. 

Zo constateert de Algemene Rekenkamer in april 2023: “De bewindspersonen vertrouwen erop dat het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en de Hervormingsagenda Jeugd de problemen zullen oplossen. Wij delen dat vertrouwen vooralsnog niet. Beide plannen zijn nog in ontwikkeling en de concrete uitwerking ontbreekt nog. De plannen bevatten op zichzelf goede ideeën voor verbetering, maar het is nog niet duidelijk of deze daadwerkelijk voldoende zullen zijn om een goede uitvoering van de jeugdbescherming te garanderen. De uitwerking vergt nog een brede probleemanalyse en aandacht voor de uitvoerbaarheid in de praktijk. Het zal hoe dan ook nog jaren duren voordat jeugdbeschermers en kinderen de positieve effecten van de voorgenomen afspraken en wetswijzigingen in de praktijk zullen ervaren.”

De Kinderombudsman roept in een brief voor het jeugddebat (d.d. 20 april 2023) alle partijen op om “voor de noodzakelijke verbeteringen niet af te wachten tot de Hervormingsagenda of het toekomstscenario er zijn, maar te doen wat al wél kan om deze kinderen en gezinnen beter te helpen.”

Omvang proeftuinen beperkt

De omvang van de proeftuinen varieert van vier gezinnen die per proeftuin worden geholpen (met een beoogde uitbreiding naar tien in 2023) tot alle gezinnen in een wijk of stadsdeel. Met name de omvang van de proeftuinen die in januari 2023 zijn gestart is nog beperkt. 

Professionals in de proeftuinen kennen elkaar beter en vinden elkaar sneller

De IGJ constateert dat de grootste winst bij de proeftuinen is behaald doordat de betrokken professionals, afkomstig uit verschillende organisaties, elkaars werk echt goed hebben leren kennen. Ook buiten de proeftuinen vinden professionals elkaar nu sneller. 

Ondanks dat de professionals van bijvoorbeeld Veilig Thuis, de jeugdbeschermingsorganisaties en de Raad voor de Kinderbescherming in de proeftuinen nauw samenwerken, zijn er onderlinge verschillen tussen de wettelijke rechten en plichten. De verschillen zijn nog groter tussen deze organisaties en de lokale teams die in het vrijwillige kader met de gezinnen werken. Deze onderlinge verschillen verklaren deels ieders rol en houding in het werken met het(zelfde) gezin. De verschillende medewerkers hebben allemaal een beeld en verwachting van elkaars werk en dit blijkt in de praktijk anders. Om daaraan voorbij te komen hebben zij tijd nodig gehad. Binnen de proeftuinen begrijpen professionals elkaar steeds beter en lukt het om elkaar onderling te versterken. Dit draagt merkbaar bij aan het gezamenlijk volbrengen van de taak richting de gezinnen. In de gesprekken geven de proeftuinen aan dat het aantal OTS’en bij sommige proeftuinen al aantoonbaar lager ligt sinds de start en de cliënttevredenheid hoog is. 

Medewerkers proeftuin: “We hebben weinig middelen, maar we gaan beginnen in de samenwerking te kijken hoe we anders naar elkaars werk en het gezin kunnen kijken.”

Arbeidsmarktproblematiek ook in de proeftuinen een probleem

In gesprek met de IGJ geven de proeftuinen aan dat stabiliteit en continuïteit in het team binnen een proeftuin van onschatbare waarde zijn. Maar dit kan niet overal gewaarborgd worden, omdat ook in de proeftuinen de arbeidsmarktproblematiek speelt. Ook de proeftuinen hebben te maken met de uitval en het vertrek van medewerkers en dit heeft bij de proeftuinen een grotere impact omdat de schaalgrootte klein is – er is heel weinig ruimte om elkaars werk over te nemen. Ook bij het werven van nieuwe mensen merken de proeftuinen de gevolgen van de krappe arbeidsmarkt. Dit heeft tot gevolg dat proeftuinen al in de start meerdere vertragingen beleven. Een van de proeftuinen moest drie keer opnieuw beginnen. 

Voldoende tijd en (financiële) ruimte ontbreekt

Het beproeven van nieuwe samenwerkingsvormen rondom gezinnen blijkt in tijden van crisis een ingewikkelde opgave. De verschillende organisaties hebben ieder hun eigen kader van waaruit zij werken en professionals zijn ook gewend om op een bepaalde manier hun werk te doen. In de praktijk blijkt het lastig om dit los te laten en te komen tot gezamenlijke, vernieuwde werkwijzen. In het samenwerken ontdekt men elkaars en nieuwe terreinen, maar in het afwegen en besluiten blijven de oorspronkelijke functies nog doorklinken. Vanuit professionals maar ook van bestuurders vraagt dit een lerende houding, samenwerking en lef om te komen tot een echte cultuuromslag. Dit proces kost tijd en vraagt een open blik om anders te durven kijken in casussen.

Ook bij de proeftuinen hoort de IGJ de roep om goed – beter – te gaan zorgen voor de medewerkers. De combinatie met het reguliere werk en het streven naar een kwalitatief hoge doorontwikkeling blijkt lastig. Tijd is hierbij essentieel en daar is structureel te weinig van. Naast tijd is financiering een punt van zorg binnen de proeftuinen. Gezien alle uitdagingen hebben de proeftuinen een lange termijn karakter. De kortlopende financieringen geven dan ook onzekerheid en doen afbreuk aan de ontwikkelingen binnen de proeftuinen. 

Voor gezinsbreed werken is commitment van meer partijen nodig

De proeftuinen geven aan dat ze bij inhoudelijke veranderingen worden begrensd doordat niet het hele zorglandschap in dezelfde beweging zit. Bij het gezinsbreed werken hebben de proeftuinen te maken met ketenpartners die geen deel uitmaken van de proeftuinen, die een andere visie kunnen hebben op het gezin en die anders gefinancierd zijn. De medewerkers van de proeftuinen slagen er hierdoor niet altijd in om integrale hulp voor de verschillende gezinsleden te organiseren en zo een gezinsbrede aanpak neer te zetten. 

Invloed van lokaal beleid 

Daarnaast is lokaal beleid en politieke steun onmisbaar gebleken voor de proeftuinen en dit is iets wat fluctueert door de jaren heen. Dat betekent dat proeftuinen herhaaldelijk te maken hebben gehad met onzekerheid over het wel of niet voortzetten of uitbreiden van de proeftuin. De fluctuatie in lokaal beleid en politieke steun is iets om rekening mee te houden wanneer de brede uitrol van het Toekomstscenario in het land plaats gaat vinden. 

Huidige wet- en regelgeving knelt

Er is geen experimenteer wetgeving die ruimte geeft aan de proeftuinen. De keuze om nieuwe werkwijzen te beproeven binnen de huidige wet- en regelgeving wordt als belemmerend ervaren binnen de proeftuinen. Dit maakt het lastig om echt tot vernieuwende werkwijzen te komen, blijkt uit het gesprek met de proeftuinen. Zo moet de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) zijn toetsende rol ook binnen een proeftuin volgens bestaande wet- en regelgeving uitvoeren. Dat heeft als gevolg dat een deel van het werk toch weer opnieuw gedaan moet worden, ondanks dat er al eerder vanuit de proeftuin een raadsonderzoeker vanuit de RvdK betrokken was.
Daarnaast speelt de angst voor mogelijke consequenties, bijvoorbeeld om voor het tuchtrecht te komen, een rol. De steun en rugdekking van collega’s en leidinggevenden kunnen dit niet geheel wegnemen. Hier wordt in verschillende proeftuinen veel over gesproken. 

Een proeftuin: “Met technische omwegen worden sommige knelpunten opgelost. Dat beperkt de ruimte om echt vanuit het perspectief van de gezinnen iets nieuws te ontwerpen.”

Toezicht bij lokale teams

Zowel in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming als de Hervormingsagenda Jeugd is voor lokale teams een centrale rol weggelegd in de bescherming van kwetsbare kinderen. Bijna elke gemeente heeft één of meerdere lokale teams of wijkteams. Zo’n team bestaat uit professionals die ervoor zorgen dat inwoners vrijwillige zorg en steun krijgen. 

De IGJ is een toezicht gestart naar deze lokale teams. In 16 gemeentes verspreid over Nederland bezoekt de inspectie lokale teams en onderzoekt de kwaliteit van hun triage, probleemanalyse en planvorming, of deze cliëntgericht zijn en of die door vakbekwame professionals worden uitgevoerd. De 15 individuele rapportages  worden gepubliceerd en er volgt in de zomer van 2023 een overkoepelend rapport, waarin de IGJ de relatie legt tussen haar bevindingen en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Het is nu al duidelijk dat ook bij de lokale teams de druk op de jeugdbeschermingsketen merkbaar is. 

Bevindingen mei 2023

Het lokale team heeft ook te maken met wachtlijsten. De inspectie ziet dat in verschillende gemeenten jeugdigen en hun ouders lang moeten wachten nadat zij zijn aangemeld. De inspectie vindt dit extra risicovol bij gezinnen die bij het lokale team zijn aangemeld door Veilig Thuis vanwege (vermoedens van) onveiligheid in het gezin.

Wanneer het lokale team vaststelt dat (meer) inzet van zorg noodzakelijk is, krijgt het gezin in veel gevallen te maken met te lange wachttijden in de beschermingsketen en de specialistische jeugdhulp. Het komt voor dat de Raad voor de Kinderbescherming geen onderzoek start omdat zij nog mogelijkheden in het vrijwillig kader zien terwijl het lokale team geen mogelijkheden ziet om het gezin te ondersteunen. 

De IGJ heeft in meerdere gemeenten gezien en gehoord dat de hoge werkdruk bij de lokale teams ertoe leidt dat een jeugdige en/of zijn ouders snel worden doorverwezen naar specialistische (jeugd)hulp, zodat het gezin zorg ontvangt. De integrale analyse, of de eigen inzet vanuit het lokale team, wordt dan (deels) overgeslagen. 

Een moeder: “Het had de gemeente in ons geval héél veel geld bespaard als er eerst diagnostiek was gedaan en naar ons als ouders was geluisterd in plaats van direct te handelen en als resultaat dan uitblijft het probleem bij ouders terugleggen.”

Niet in alle gemeenten is een dekkend zorgaanbod beschikbaar dat wel nodig is om passende hulp aan jeugdigen te bieden.
 

Toezicht bij de Raad voor de Kinderbescherming

De inspecties hebben op 5 juni 2023 een rapport gepubliceerd over de wachtlijst bij de Raad voor de Kinderbescherming en het zicht op veiligheid van kinderen die op deze wachtlijst staan.

Signalen ontoereikend hulpaanbod

De inspecties hebben sinds 2019 herhaaldelijk hun zorgen uitgesproken over het tekort aan beschikbare (specialistische) jeugdhulp voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. In de publicatie ‘Stand van zaken Jeugdbeschermingsketen’, mei 2022, benoemen de inspecties dat het bieden van passende hulp voor kinderen en hun gezinnen nog altijd ernstig wordt belemmerd door structurele tekorten aan specialistische jeugdhulp.

De inspecties krijgen duidelijke signalen binnen over tekorten aan (specialistische) jeugdhulp tijdens inspectiebezoeken, gesprekken met betrokkenen en andere interactie met het jeugdveld. Deze signalen delen de inspecties hier. 

Bevindingen mei 2023

Zorg voor jeugd in psychische nood

De IGJ is door een aanbieder gewezen op een - vooralsnog regionale - zorgelijke ontwikkeling. Het gaat om minderjarigen in psychische nood, waarvoor de GGZ-crisisdienst betrokken wordt. In toenemende mate betreft het jonge minderjarigen, tussen de 10 en 15 jaar. Medisch specialisten van een crisisdienst werken in de volwassenzorg. Zij voelen zich echter onvoldoende bekwaam op het gebied van het beoordelen van jeugdigen, maar voelen zich wel genoodzaakt deze acute zorg te bieden. Psychiaters overwegen te stoppen met het zien van jongeren onder de 18 vanuit de gedachte ‘onbekwaam is onbevoegd’, terwijl de nood duidelijk hoog is en de crisisdienst op dat moment de enige passende route is. Dit leidt tot het risico dat jongeren in psychische nood niet worden beoordeeld door een psychiater. 

Calamiteit casus Mees: Mees is een jongen van 17 jaar. De instelling waar Mees woont maakt zich steeds meer zorgen over hem. De GGZ kan hem niet beoordelen omdat Mees hun niet toe laat. Er worden veel gesprekken gevoerd met de gemeente en regionale ketenpartners om passende zorg te organiseren. De instelling waar Mees woont voelt zich alleen staan met deze complexe problematiek; Mees wil niet meer in de instelling wonen en er is geen enkele organisatie die de zorg over durft te nemen.

Visieverschillen over passende hulp leiden tot patstelling of tot inzet van niet passende hulp

In (onderzoek naar aanleiding van) meldingen ziet de inspectie dat er mogelijkheden tot passende (vervolg)hulp missen bij jeugdigen met ernstige psychische problematiek. De wachttijden nemen toe en zorgaanbieders verschillen van visie over welke problematiek voorliggend is.  Het wordt hierdoor een enorme puzzel om de juiste zorg te vinden, als deze al beschikbaar is. Het komt voor dat jeugdigen met psychische problemen bij volwassenzorg verblijven, terwijl eigenlijk gespecialiseerde jeugdzorg nodig is. 
De IGJ ziet dat er in casuïstiek verschil in visie bestaat tussen de professionals die werken in de jeugdzorg en de GGZ over wat passende hulp is voor een jeugdige. Eenzelfde cliëntbeeld wordt door de ene professional geduid als individuele gedragsproblemen in combinatie met systeemproblematiek, terwijl de andere professional GGZ-problematiek op de voorgrond vindt staan. Soms is het dan aan de regievoerder welk advies zij volgt en dus voor welk traject hij of zij kiest. Vaker nog geven praktische zaken de doorslag: welke hulp is relatief snel en in de regio (ingekocht) beschikbaar? De vraag wat de meest pássende hulp is wordt hierbij ondergeschikt in plaats van bepalend. 

Ombouw JeugdzorgPlus

De IGJ is gestart met het toezicht ‘Ombouw JeugdzorgPlus’. Met het toezicht op de ombouw van de JeugdzorgPlus wil de inspectie helder krijgen in hoeverre alle jeugdigen die tot de doelgroep behoren tijdig passende hulp van voldoende kwaliteit ontvangen, afgestemd op wat de jeugdige nodig heeft. Welke alternatieven worden aangeboden aan jongeren die tot de doelgroep horen, en welke factoren spelen een rol bij het niet tijdig bieden van passende hulp van voldoende kwaliteit? Ook kijkt de inspectie naar het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen in open en gesloten setting, het samen plaatsen van jeugdigen met en zonder gesloten machtiging en het gebruik van afzonderingsruimtes. De IGJ volgt de ontwikkelingen rond de ombouw JeugdzorgPlus vanuit het toezicht nauwgezet en publiceert haar bevindingen in 2023 telkens als zij hier aanleiding toe ziet. De bevindingen kunnen door de JeugdzorgPlus-instellingen, het ministerie van VWS, jeugdhulpregio’s en andere betrokkenen gebruikt worden in het realiseren of in stand houden van een passend en toereikend aanbod voor deze jeugdigen. Het toezicht loopt tot het einde van dit jaar.

Een jeugdige (14 jaar) in een gesloten jeugdzorginstelling: “Ik heb in zeven jaar tijd 25 gezinsvoogden gehad. Degene aan wie ik mijn levensverhaal vertelde was na een week weer vertrokken. Nu heb ik een ZZP’er.”

Regionale aanpak voor tijdig passende hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel en/of complexe hulpvraag

Regionaal werkt men op verschillende plekken aan een eigen crisisaanpak. Zutphen gaat vanaf 1 mei 2023 bijvoorbeeld een 'partnerschap' van vier jaar aan tussen de grootste jeugdhulporganisaties en de gemeente. “Dit moet ertoe leiden dat de prikkel van marktwerking uit de jeugdzorg gehaald wordt en zorgt voor rust en duidelijkheid.” 

De gemeenten in de regio Haaglanden zijn begonnen aan een proef die over een aantal maanden wordt geëvalueerd. Zij hebben afspraken gemaakt over een nieuwe werkwijze: “Gezinnen die door de rechter naar jeugdzorg worden gestuurd, komen bovenaan de wachtlijst te staan.” Met één uitzondering: jongeren met complexe problemen die zich vrijwillig melden, en die een 'duidelijk zwaardere urgente hulpvraag' hebben.