Preventie: niet voorbij de grens

Als seksueel grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt in een zorgorganisatie of bij een zelfstandige zorgverlener, zijn de gevolgen groot. Daarom is het belangrijk om het risico op die grensoverschrijding zo klein mogelijk te maken. De inspectie ziet in haar toezicht dat een aantal maatregelen en stappen daarbij kan helpen. 

Zorgaanbieders denken vaak dat de kans klein is dat seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen hun eigen organisatie voorkomt. Net zoals de kans op brand klein is. Maar voor het risico op brand worden wél veel maatregelen genomen om te zorgen dat het niet gebeurt. Dat is ook belangrijk om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. 

Een van de maatregelen om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen is bewustwording. Daarom is het belangrijk dat seksualiteit en intimiteit regelmatig op de agenda van zorgaanbieders staan. Bewustzijn dat het in iedere organisatie kan gebeuren is een belangrijk startpunt voor preventie.

Een goed aanstellingsbeleid

Wanneer een zorgaanbieder nieuwe zorgverleners wil aannemen, is het belangrijk dat er ook aandacht is voor de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Er zijn verschillende mogelijkheden die helpen om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. 

  • Onderzoek het arbeidsverleden
    Een zorginstelling is verplicht om het (werk)verleden van een zorgverlener te onderzoeken. Zie voor meer informatie: Controleren arbeidsverleden (vergewisplicht)   

    Verzamel meer informatie als iemand is veroordeeld voor bijvoorbeeld geweld of diefstal of eerder is ontslagen vanwege disfunctioneren. Vooral actief referenties opvragen bij eerdere werkgevers, geeft een werkgever inzicht in hoe een mogelijk nieuwe medewerker in het verleden functioneerde.

  • Informeer nieuwe medewerkers
    Informeer nieuwe medewerkers actief over de gedragsregels op het gebied van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Die gedragsregels komen van de eigen zorgorganisatie en van de beroepsgroep.
  • Zorg voor scholing over dit onderwerp
    Maak het onderwerp seksualiteit en de visie van de zorgaanbieder onderdeel van de scholing van (nieuwe) zorgmedewerkers. Zeker bij langdurige zorgrelaties zoals in de verpleeghuiszorg of gehandicaptenzorg. 

Instellen van een aandachtsfunctionaris

De leidraad Veilige Zorgrelatie adviseert om een aandachtsfunctionaris aan te stellen. Dat is bijvoorbeeld een contactpersonen of vertrouwenspersoon waar medewerkers naar toe kunnen als zij bang zijn dat er grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt. Of wanneer een medewerker dat zeker weet en het wil melden. 

Cliënten informeren

Het is voor cliënten niet altijd duidelijk wat een zorgaanbieder gaat doen na een vraag, klacht of melding van een cliënt over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het is belangrijk dat zorgaanbieders hierover laagdrempelige informatie geven aan cliënten. Dat kan de drempel om actie te ondernemen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag, verlagen. 

Op tijd ingrijpen bij signalen

Er zijn vaak meerdere momenten waarop de (professionele) omgeving kan ingrijpen om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Bijvoorbeeld door in de professionele setting te spreken over gevoelens en lastige situaties. Ook aandacht voor persoonlijke omstandigheden van zorgverleners kan helpen om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Bijvoorbeeld bij relatieproblemen, verslaving of schulden kunnen zorgverleners privé onder druk staan. Daardoor is er een grotere kans dat zij zich niet meer professioneel gedragen.

Gedragsregels en beroepscodes regelmatig bespreken

De gedragsregels en beroepscodes die moeten worden gevolgd, moeten bekend zijn bij de zorgverleners. Maar het is ook belangrijk om daar regelmatig over te spreken. Zodat medewerkers begrijpen waarom die regels zo zijn vastgesteld. 

Op papier kunnen de regels duidelijk zijn. Maar wij zien dat de regels in de dagelijkse praktijk niet altijd als duidelijk worden ervaren. Daarom is het belangrijk vaker aandacht te geven aan bijvoorbeeld de regels over privécontact of een liefdesrelatie tijdens of na een behandelrelatie. Dat mag een zorgverlener niet doen tot een bepaalde periode is verstreken nadat de behandelrelatie is gestopt. Dit is de zogenoemde ‘afkoelperiode’. In gedrags- en beroepscodes staat hierover meer informatie.

Inzicht in risicofactoren: herken de gevaren 

Bepaalde kenmerken bij sectoren, organisaties en individuele zorgverleners kunnen wijzen op een hoger risico op mogelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wanneer zorgorganisaties deze risicofactoren kennen, kunnen zij dat risico verkleinen door hun beleid daarop aan te passen. Ook voor solistische zorgverleners is het belangrijk om te herkennen wat seksueel grensoverschrijdend gedrag is en hoe het kan ontstaan. Zodat zij bij hun zorgverlening professioneel blijven werken.

Kenmerken die de inspectie vaker terugziet in meldingen zijn:

Risicofactoren van de werkplek

  • Weinig collegiale toetsing en toezicht.
  • Scheve man-vrouw verhoudingen.
  • Sterk hiërarchische cultuur.
  • Onveiligheid binnen de organisatie.
  • Collega’s die elkaar niet aanspreken.
  • Onvoldoende sturing op functioneren.
  • Onvoldoende leren van eerdere incidenten.
  • Gebrekkige dialoog over integriteit en professioneel gedrag.

Risicofactoren van de zorgverlener

  • Solist.
  • Afwijzen of ontkennen van de ratio achter de gedrags- en beroepscodes.
  • Eerdere klachten.
  • Eerder (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.
  • Eerder disfunctioneren.
  • Instabiele stressvolle privésituatie door bijvoorbeeld relatieproblemen of andere privéproblemen.
  • Eigen onverwerkte trauma’s.
  • Impulsiviteit.
  • Ontoereikende probleemoplossende vaardigheden.