Hoe zorgaanbieders met dwang in de zorg om moeten gaan staat beschreven in de Wet verplichte ggz (Wvggz), de Wet zorg en dwang (Wzd) en de Jeugdwet. Deze wetten beschermen de rechten van cliënten en hebben het doel om de inzet van gedwongen zorg te verminderen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) onderzocht hoe zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg, de verpleeghuiszorg, de geestelijke gezondheidszorg en de (open) jeugdhulp in 2024 gedwongen zorg toepasten.
Dwang alleen als het écht nodig is
We beschrijven hoe wij zagen dat zorgaanbieders omgaan met gedwongen zorg aan de hand van de 3 belangrijkste punten van aandacht uit onze toezichtstrategie:
- Is de rechtspositie van de cliënt beschermd?
- Zijn er voldoende en deskundige zorgverleners?
- Sturen zorgaanbieders op terugdringen gedwongen zorg?
Het uitgangspunt is altijd: géén dwang in de zorg, tenzij het echt niet anders kan. De IGJ verwacht dat zorgverleners samen met de cliënt en andere betrokkenen blijven zoeken naar manieren om zorg op vrijwillige basis te bieden. Is dwang echt nodig? Dan moet het zorgvuldig, persoonsgericht, veilig en kort zijn.
Is de rechtspositie van de cliënt beschermd?
We zien dat dat nog niet overal goed gaat:
- Zorgaanbieders zijn zich nog regelmatig onvoldoende bewust dat zij zorg verlenen die onder de Wzd valt. Vooral bij zorg waarbij er geen sprake is van verzet van een wilsonbekwame cliënt en bij toestemming van een clientvertegenwoordiger.
- Er is vaak geen actieve verwijzing naar de cliëntenvertrouwenspersoon waar een cliënt recht op heeft.
- Dan moet men ook het stappenplan volgen, maar dat ontbreekt vaak. En te vaak is er ook geen individuele afweging voor het leveren van gedwongen zorg zonder verzet.
- Bij verplichte zorg die valt onder de Wvggz maakt men weinig gebruik van de zorgkaart, het plan van aanpak en de zelfbindingsverklaring die juist bedoeld zijn om de cliënt regie laten houden over de eigen behandeling.
- In de open jeugdhulp zien we dat zorgaanbieders gedwongen zorg toepassen zonder wettelijke grondslag. Ook bij jongeren in een Wzd- en Wvggz-locatie wordt niet voldaan aan alle randvoorwaarden van de wetgeving. Er is bijvoorbeeld niet altijd een stappenplan voor de behandeling, een Wzd-verklaring of een Wzd-functionaris.
- Tot slot lazen we in de huisregels vaak algemene regels over beperkingen in bijvoorbeeld telefoongebruik. Huisregels mogen niet gaan over vormen van gedwongen zorg. Die moeten voor iedere cliënt individueel bepaald en vastgelegd worden.
Wat gaat goed?
Aanzeggingsbrieven
Verplichte zorg wordt officieel bekend gemaakt met een zogenaamde 8:9 brief. Deze brief voor de cliënt moet in begrijpelijke taal zijn geschreven en op tijd aan de cliënt worden gegeven. De inspectie zag dat zorgaanbieders de aanzegging en vastlegging van verplichte zorg grotendeels goed uitvoerden. De brieven waren goed gemotiveerd en bevatten alleen vormen van verplichte zorg die op dat moment bij de cliënt werden toegepast.
Patiëntvertrouwenspersoon
De cliënt die verplichte zorg ontvangt heeft recht op ondersteuning door een patiëntvertrouwenspersoon (PVP). In alle bezochte afdelingen was de PVP goed zichtbaar, de contactgegevens zijn te vinden op prikborden, posters en in de separeerruimte.
Zorgverleners wijzen cliënten actief op de mogelijkheid op advies en bijstand door de PVP. Cliënten kennen de PVP en weten hoe ze hen kunnen benaderen. De PVP is regelmatig aanwezig op een afdeling. Zorgverleners vertelden dat laagdrempelig contact met de PVP helpt om klachten vroegtijdig te signaleren en bespreekbaar te maken.
Wat kan beter?
Evaluaties van het zorgplan
Bij cliënten die verplichte zorg ontvangen moet er een zorgplan aanwezig zijn en desgewenst een zorgkaart. Er waren actuele zorgplannen die aan de meeste wettelijke vereisten voldoen. Maar concrete termijnen voor evaluatie en actualisatie van het zorgplan ontbraken in de meeste gevallen.
Eigen regie documenten
Een zorgkaart, een eigen plan van aanpak en een zelfbindingsverklaring omvatten de wensen van de cliënt met betrekking tot verplichte zorg en kunnen bijdragen aan het voorkomen daarvan.
De inspecteurs zagen dat de meeste zorgkaarten minimaal waren ingevuld en vaak niet werden aangepast na veranderingen. Ook stond in de cliëntdossiers niet duidelijk genoteerd of de cliënt meewerkte aan het opstellen van de zorgkaart. Een enkele keer stond beschreven dat de cliënt weigerde mee te werken.
Ook een eigen plan van aanpak en de zelfbindingsverklaring worden nog weinig gebruikt. Enkele zorgverleners vertelden dat cliënten het opstellen van deze documenten ingewikkeld en belastend vinden. Om die reden gaven zorgverleners aan het opstellen van deze documenten niet actief te stimuleren. Volgens hen zou het goed zijn om deze documenten zo vroeg mogelijk op te stellen. Als een cliënt nog stabiel is, want dan kan hij daar beter over nadenken.
Huisregels
In de huisregels mogen alleen regels staan die zorgen voor een orde en veiligheid. De inspectie zag ook individuele beperkingen staan als huisregels. Zoals het verbieden van energiedrank of het gebruik van mobiele telefoons. Maar dit zijn regels waarvoor zorgverleners per cliënt een afweging moeten maken. Die afweging moet worden vastgelegd in het zorgplan van de cliënt.
Wat gaat goed?
Persoonsgerichte zorg
Goede persoonsgerichte zorg is de basis om de inzet van onvrijwillige zorg te voorkomen. In de meeste bezoekrapporten (in 84%) was er sprake van voldoende persoonsgerichte zorg. Bij persoonsgerichte zorg staan de zorgbehoeften van cliënten centraal. Zorgverleners kennen de cliënten en weten wat zij belangrijk vinden. Cliënten hebben zelf de regie en de zorgverleners ondersteunen hen hierbij.
Een cliënt zegt dat hij nooit van zichzelf had gedacht dat het nog zo goed met hem zou gaan. In het verleden had de cliënt, vanwege zijn gedrag, weinig vrijheden. Veel van de onvrijwillige zorg is in de laatste periode afgebouwd vertellen de cliënt, zorgverleners en de gedragswetenschapper. De cliënt ervaart nu een grote mate van eigen regie en dat doet hem goed, zegt hij. Hij voelt zich vrijer en blijer nu hij meer zeggenschap heeft over de beslissingen in zijn leven.
Wat moet beter?
Bewustwording onvrijwillige zorg
Bij de zorgaanbieders die dachten dat zij geen onvrijwillige zorg toepasten, zag de inspectie in 40% dat er wel sprake was van onvrijwillige zorg.
Dit ging dan bijvoorbeeld op fysieke fixatie, afgesloten deuren voor cliënten, beperkingen in het ontvangen van bezoek en kamercontroles. Zorgverleners zijn zich nog vaak niet bewust dat er sprake is van onvrijwillige zorg. Ook herkennen zij niet altijd verzet bij cliënten. Ook zag de inspectie bij meer dan de helft van de bezochte zorgaanbieders dat zorgverleners onvrijwillige zorg of zorg op grond van artikel 2 lid 2 toepasten.
Stappenplan
Vaak zag de inspectie dat het stappenplan niet was doorlopen. Bij maar 25% van de zorgaanbieders die onvrijwillige zorg toepasten, werd het stappenplan wél gebruikt. Het stappenplan voldeed ook vaak niet aan de wettelijke eisen. Zo vonden de evaluaties over de toepassing van gedwongen zorg niet op tijd plaats. Ook was er niet altijd een arts en/of Wzd-functionaris betrokken, wanneer dit wel vereist was. Bij 25% van de zorgaanbieders die gedwongen zorg toepasten, waren alle relevante functionarissen actief betrokken.
Cliëntenvertrouwenspersoon
Cliënten weten de CVP steeds beter te vinden. Maar we zien ook dat op veel locaties geen informatie over de CVP beschikbaar is.
Een cliëntenvertrouwenspersoon vertelt dat zij 3 keer per jaar overlegt met de Wzd-functionaris en 4 keer per jaar met de raad van bestuur. Ook de samenwerking met de klachtencommissie is goed. Ze weten elkaar te vinden.
Huisregels
In huisregels mogen alleen regels staan die zorgen voor een ordelijke gang van zaken en veiligheid. Bij één derde van de bezoeken zag de inspectie dat de huisregels niet op de juiste manier werden gebruikt. Want er stonden ook regels in waarvoor zorgverleners per cliënt een individuele afweging moeten maken. Die afweging moet dan terug te vinden zijn in het zorgplan van de cliënt.
Een voorbeeld van zo’n huisregel is dat cliënten in de nacht niet in de woonkamer mogen komen of hun telefoon moeten inleveren. Verzet hiertegen is er niet altijd omdat cliënten dit vaak als ‘normaal’ beschouwen.
Een bestuurder vertelde dat hij met cliënten sprak over de huisregels. De cliënten vonden het belangrijk dat zorgverleners eerst op de deur kloppen voordat zij hun appartement betreden. Dat is nu opgenomen in de huisregels.
Open jeugdhulp
De inspectie zag bij de zorgaanbieders die gedwongen zorg toepasten in 80% van die gevallen geen wettelijke grondslag hiervoor. 37 van de 46 zorgaanbieders paste gedwongen zorg toe in de ‘open jeugdhulp’ zonder dat er sprake was een Wzd of Wvggz locatie. De inspectie beschreef al eerder haar zorgen hierover: Zorgen over jongeren met een complexe hulpvraag buiten de gesloten jeugdhulp. Deze jongeren krijgen te maken met vrijheidsbeperkende maatregelen, zonder rechtsbescherming.
De inspectie zag tijdens de bezoeken dat met name de onderstaande vrijheidsbeperkende maatregelen werden toegepast:
- Algemene huisregels die (generieke) vrijheidsbeperkende maatregelen bevatten
- Beperken van communicatiemiddelen
- Camera toezicht
- Doorzoeken van slaapkamers
- Insluiten op de slaapkamer of overige ruimte
De inspectie zag ook dat zorgaanbieders van verschillende vormen van ambulante en residentiële hulp ervaren dat de complexiteit in problematiek van jeugdigen toeneemt met de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp. Zij hebben te maken met jeugdigen die zonder behandeling een gevaar voor zichzelf of voor anderen vormen en die niet direct open staan voor hulp. Zorgaanbieders binnen de open jeugdhulp slagen er over het algemeen niet in deze jeugdigen tijdig passende hulp te bieden zonder inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Wzd en/of Wvggz locaties
De inspectie constateerde tijdens de bezoeken aan 7 Wzd- en 3 Wvggz-locaties voor jeugd dat de rechtspositie van sommigen jeugdigen onvoldoende beschermd is. In de bezochte Wzd-locaties werd het stappenplan niet voor alle jongeren waar gedwongen zorg werd toegepast gevolgd.
Daarnaast was er bij een aantal locaties géén Wzd-functionaris. Ook werd in verschillende gevallen gedwongen zorg toegepast bij jeugdigen waar géén Wzd-verklaring voor was. In sommige van deze gevallen werd gedwongen zorg toegepast bij jeugdigen die niet alleen geen Wzd-verklaring hadden, maar waarvan ook bekend was dat deze niet onder de Wzd konden vallen.
Ook binnen de Wvggz-locaties was er sprake van gedwongen zorg waarbij de rechtspositie van de jeugdigen onvoldoende was beschermd. De inspectie zag dat er sprake was van gedwongen zorg bij jeugdigen die géén machtiging op basis van de Wvggz hadden. Ook waren er algemene (vrijheidsbeperkende) afspraken die voor alle jeugdigen gelden.
Voorbeelden die de inspecteurs tijdens de bezoeken zagen: cameratoezicht op de afdeling, gesloten deur op de afdeling en vastpakken of vasthouden.
Wat gaat goed?
Beschikbaarheid cliëntenvertrouwenspersoon
Alle zorgaanbieders die de Wzd uitvoeren zijn verplicht om ervoor te zorgen dat iedere cliënt en/of de cliëntvertegenwoordiger ondersteuning kan krijgen van een cliëntenvertrouwenspersoon (CVP). Tijdens alle themabezoeken was er een CVP beschikbaar.
Verplicht aanwezige betrokkenen
Wanneer zorgverleners onvrijwillige zorg toepassen, is de betrokkenheid van een zorgverantwoordelijke, een Wzd-functionaris en onafhankelijk deskundige een eis. Bij zorgaanbieders die onvrijwillige zorg toepasten, waren de relevante functionarissen toegewezen en grotendeels betrokken.
Wat kan beter?
Verwijzing naar de cliëntenvertrouwenspersonen
Ondanks de beschikbaarheid van de CVP verwijzen zorgaanbieders de cliënten en/of de cliëntvertegenwoordigers hier meestal niet actief naar. Cliënten en/of cliëntvertegenwoordigers weten niet altijd dat er een CVP is en wat die voor hen kan doen. De cliëntenvertrouwenspersonen vertelden dat zij weinig tot geen vragen van cliënten en/of cliëntvertegenwoordigers ontvangen.
Inzet Wzd-functionaris
Niet in alle situaties waarbij zorgaanbieders onvrijwillige zorg toepassen is een Wzd-functionaris betrokken. In het bijzonder gaat het hierbij om onvrijwillige zorg die valt onder artikel 2 lid 2 van de wet. Dit is zorg waarbij er geen sprake is van verzet bij cliënten die wilsonbekwaam zijn en bij toestemming van de cliëntvertegenwoordiger. Voor deze categorie zorg moet men ook het stappenplan volgen.
De Wzd-functionaris vertelt dat er nu geen onvrijwillige zorg plaatsvindt. Daarentegen vertellen zorgverleners dat zij wel psychofarmaca buiten de richtlijn toedienen aan een cliënt die wilsonbekwaam is. Zorgverleners vertellen dat de Wzd-functionaris hiervoor niet om toestemming is gevraagd.
Wat moet beter?
Stappenplan en individuele afwegingen artikel 2 lid 2
Zorgaanbieders zijn zich er niet van bewust dat de zorg die valt onder artikel 2 lid 2 ook een vorm van onvrijwillige zorg is. Zo worden bijvoorbeeld gesloten deuren vaak niet gezien als zorg die in deze categorie valt. De inspectie zag dat de zorgaanbieders dan vaak geen stappenplan invulden. De individuele afwegingen bij gesloten deuren waren vaak niet goed vastgelegd in de cliëntendossiers.
Zorgverleners vertellen dat zij wel individuele afwegingen maken over gesloten deuren, maar dat ze deze niet vastleggen in de cliëntendossiers omdat dat te veel tijd kost.
Wils(on)bekwaamheid vastleggen in dossier
De wils(on)bekwaamheid van cliënten was in bijna alle themabezoeken en reguliere bezoeken onvoldoende vastgelegd in de cliëntendossiers.
Zijn er voldoende deskundige zorgverleners?
Er moet meer aandacht komen voor de deskundigheid van de zorgverleners:
- Het gaat dan bijvoorbeeld over passende scholing voor alle zorgverleners. En over beseffen wat gedwongen zorg is, ook wanneer er geen verzet is van wilsonbekwame cliënten en bij toestemming van clientvertegenwoordigers.
- In de (open) jeugdhulp moet de kennis en bewustwording van de wettelijke eisen bij de toepassing van gedwongen zorg verbeteren.
- Verder ziet de inspectie risico’s bij de inzet van tijdelijke zorgverleners. Zij kennen de cliënten vaak niet goed genoeg en hebben te weinig kennis over en ervaring met gedwongen zorg.
Wat gaat goed?
Bewustzijn zorgverleners
Zorgverleners zijn zich ervan bewust dat ze verplichte zorg toepassen.
Er wordt dagelijks tijdens de artsenvisite op de medisch psychiatrische unit (MPU) gekeken of de inzet van verplichte zorg nog proportioneel is.
Scholing
Zorgverleners zijn goed geschoold over verplichte zorg. Scholing is vaak verplicht voor alle zorgverleners, inclusief (vaste) invalkrachten, en soms ook voor stagiairs. Er zijn e-learnings die gaan over wetgeving en trainingen over vroegtijdige signalering, de-escaleren en agressiehantering. Aandachtfunctionarissen verplichte zorg bieden periodiek coaching en scholing aan teams. Er zijn structurele overleggen over dilemma’s en casuïstiek rondom verplichte zorg. Afdelingen die nauwelijks gebruikmaken van een separeerruimte bieden scholing over hoe insluiting veilig uit te voeren, voor het geval dat dit toch noodzakelijk blijkt. Zorgverleners geven aan dat voortdurende scholing, mede vanwege personeelsverloop, wel noodzakelijk is.
Volgens zorgverleners ontstaat bekwaamheid niet alleen door scholing. Ook een open gesprek over verplichte zorg, reflectie, intervisie en coaching-on-the job vinden zij belangrijk. Zorgverleners voelen zich zekerder bij het verlenen van (verplichte) zorg wanneer er een goede balans is tussen ervaren en minder ervaren collega’s op de werkvloer.
Medewerkers van de medisch psychiatrische unit (MPU) geven regelmatig scholing aan andere (somatische) afdelingen van het ziekenhuis over de wettelijke kaders (Wgbo/Wvggz) en hoe verplichte zorg te voorkomen en indien nodig veilig toe te passen.
Wat kan beter?
Scholing
Bij enkele zorgaanbieders zag de inspectie dat de scholing beperkt was tot (eenmalige) basistrainingen en scholing voor artsen.
Deskundigheid invalkrachten
Zorgaanbieders zetten regelmatig invalkrachten in. Zij hebben niet altijd kennis en ervaring met verplichte zorg. Sommige afdelingen ondervangen dit door te werken met ervaren vaste invalkrachten. Deze zorgen voor continuïteit en kennen de cliënten beter dan de niet-vaste invalkrachten. En ze kunnen sneller reageren op spanningen en op het risico van mogelijke inzet van verplichte zorg.
Wat gaat goed?
De inspectie sprak met gemotiveerde zorgverleners die met persoonsgerichte zorg zo min mogelijk onvrijwillige zorg proberen in te zetten. Zorgverleners vinden creatieve oplossingen om onvrijwillige zorg te voorkomen. Ook zijn er mooie voorbeelden in de scholing over gedwongen zorg. Zoals een Wzd-commissie die met voorlichtingsmateriaal meerdere locaties van een zorgaanbieder bezocht. Of het voeren van casusbesprekingen tijdens het teamoverleg door de zorgverleners.
Een zorgverlener vertelt over afbouw van de onvrijwillige zorg. Zo heeft een cliënt zijn telefoon langer in eigen beheer, gaat hij sinds kort zelfstandig naar zijn werk en heeft hij nu een eigen koelkast. Dit is gelukt omdat de zorgverleners samen met de cliënt zochten naar oplossingen en in stapjes de onvrijwillige zorg hebben afgebouwd.
Wat moet beter?
Scholing
Bij maar een kwart van de bezochte zorgaanbieders waren zorgverleners passend geschoold in gedwongen zorg. Bij de overige zorgaanbieders volgde de helft van de zorgverleners helemaal geen scholing. Ook volgden zorgverleners soms jaren geleden een scholing of alleen een e-learning. En deze e-learning werd niet altijd verplicht gesteld.
Tijdelijke zorgverleners
De inspectie zag risico’s bij de inzet van tijdelijke zorgverleners zoals zzp’ers en uitzendkrachten. Zij kennen de cliënten niet altijd voldoende. Ook hebben zij soms geen toegang tot de cliëntendossiers. Of zijn ze niet goed bekend met het zorg- en signaleringsplan van een cliënt. Daarnaast krijgen ze onvoldoende informatie over de cliënten voordat hun dienst begint. Tot slot zijn de tijdelijke zorgverleners niet altijd goed geschoold op het gebied van gedwongen zorg. Dit kan betekenen dat de tijdelijke zorgverleners onterecht onvrijwillige zorg inzetten, of dat dit juist niet gebeurt terwijl het wel zou moeten.
De zorgverleners en manager vertellen dat zowel zorgverleners in vaste dienst als de zzp’ers verplichte trainingen zoals over de Wzd, moeten volgen. Volgens de manager niet alleen vanwege de deskundigheid, maar ook als teambuilding.
Open jeugdhulp
Kennis en bewustzijn van de wettelijke eisen
Bij bijna alle bezochte open jeugdhulpaanbieders die gedwongen zorg toepasten waren de zorgverleners en bestuurders onvoldoende op de hoogte van de wettelijke eisen. Zij beseften vaak niet zij dat gedwongen zorg toepasten zonder dat hiervoor een wettelijke grondslag was.
Ook waren veel zorgaanbieders zich niet bewust dat bijvoorbeeld cameratoezicht niet zomaar is toegestaan. En dat huisregels geen vrijheidsbeperkende maatregelen mogen bevatten.
JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp)
De inspectie constateerde tijdens haar toezicht bij de JeugdzorgPlus dat verschillende zorgaanbieders scholing aanbieden aan de (vaste) zzp’ers. Zoals scholing in de juiste toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen (vastpakken en vasthouden) en een training over de-escalerend werken.
Ook constateerde de inspectie dat medewerkers in de JeugdZorgPlus nu bewuster omgaan met vrijheidsbeperkende maatregelen en de inzet ervan willen verminderen.
Zij pasten minder vrijheidsbeperkende maatregelen toe zoals afzondering in een veilige ruimte en het vastpakken of vasthouden van jongeren bij (dreigende) escalatie. Zie de publicatie Onvoldoende passende hulp in de JeugdzorgPlus.
Wat gaat goed?
Aanbod scholing
Zorgaanbieders bieden scholing over de Wzd aan. Daarbij wordt over het algemeen ook scholing over het omgaan met onbegrepen gedrag aangeboden.
Ook de gastvrouwen werkzaam in de huiskamers krijgen scholing over het gedrag van- en de omgang met cliënten met dementie.
Wat kan beter?
Passend geschoold
De inspectie verwacht dat zorgverleners die zorg bieden aan cliënten met dementie de Wzd kennen en dat zij leren over het omgaan met het gedrag van cliënten met dementie. Dit om de inzet van onvrijwillige zorg te voorkomen. Ondanks dat het scholingsaanbod vanuit de zorgaanbieders beschikbaar is, zag de inspectie dat zorgverleners dit wisselend volgden. Zorgverleners gaven als redenen aan dat zij te weinig tijd hebben, het geen prioriteit geven of niet weten van het bestaan van deze scholingsmogelijkheid.
Tijdens een bezoek hoort de inspectie: “Er is veel kennis over de Wzd en over onvrijwillige zorg binnen de afdeling voor cliënten met onbegrepen gedrag. De kennis bij zorgverleners van afdelingen waar onvrijwillige zorg minder voorkomt blijft nog achter.”
Wat moet beter?
Bewustwording zorg artikel 2 lid 2
Ondanks dat er vaak scholing wordt aangeboden over de Wzd, weten zorgverleners nog niet genoeg over de zorg die valt onder artikel 2 lid 2. Zorgverleners die een scholing volgden, weten dat zij het stappenplan Wzd moeten inzetten bij onvrijwillige zorg. Maar veel zorgverleners weten niet dat bij beperking van bewegingsvrijheid, insluiting en het toedienen van psychofarmaca buiten de richtlijn, het stappenplan Wzd ook van toepassing is bij wilsonbekwame cliënten. Verzet van de cliënt hoeft hierbij niet aanwezig te zijn.
Sturen zorgaanbieders op terugdringen gedwongen zorg?
- We zien dat zorgaanbieders nog te weinig doen om de toepassing van gedwongen zorg te vermijden. Zij maken op organisatieniveau nauwelijks gebruik van hun eigen registraties en kwalitatieve analyses.
Als zij dat wél doen dan delen zij die informatie niet altijd met de zorgverleners die gedwongen zorg toepassen. Die missen daardoor de kans om te leren en te verbeteren. Zodat zij gedwongen zorg vaker kunnen voorkomen en zorgvuldiger kunnen handelen als zij er toch mee te maken krijgen. - We zien ook risico’s bij zorgorganisaties die aangeven dat zij geen gedwongen zorg leveren. Ook dit vraagt van de zorgorganisaties de nodige bewustwording, passend beleid en sturing.
Wat gaat goed?
Beleidsplan
Vrijwel alle zorgaanbieders beschikken over een beleidsplan gericht op het terugdringen van verplichte zorg. Dit beleidsplan is vastgesteld na advies of instemming van de cliëntenraad.
Terugdringen verplichte zorg
Zorgverleners zetten actief in op het voorkomen van verplichte zorg. Ze maken bij opname van een cliënt altijd een zorgvuldige afweging over de inzet van verplichte zorg. Wanneer een vorige zorgaanbieder verplichte zorg toepaste wordt dat niet automatisch overgenomen.
Zorgverleners maken gedragsanalyses van cliënten en schatten het risico op agressie in. Hierdoor herkennen ze sneller risicovolle situaties die kunnen leiden tot de inzet van verplichte zorg.
Zorgverleners zijn veel op de werkvloer aanwezig. Zo werken zij bijvoorbeeld op hun laptop in de huiskamer , wat hen helpt om oplopende spanningen vroegtijdig te signaleren. Dit alles maakt tijdig ingrijpen mogelijk, waarmee verplichte zorg in veel gevallen kan worden voorkomen.
Ook in hun benadering van cliënten staat het voorkomen van verplichte zorg centraal. Zorgverleners kijken niet alleen naar gedrag van een client, maar ook naar de mens erachter. Ze luisteren actief, , tonen begrip en passen de eerste-vijf-minuten-methodiek toe. Het perspectief en herstel van de cliënt vormen daarbij het uitgangspunt.
Aandacht voor het team draagt ook bij aan het voorkomen van verplichte zorg. Eén team stelde bijvoorbeeld een eigen signaleringsplan op dat zich richt op het bewustzijn van risico’s en kwetsbaarheden binnen het team, wat helpt om vroegtijdig in te grijpen bij onderlinge spanningen of stressvolle situaties.
Zorgaanbieders leren van incidenten en wisselen ervaringen uit in lerende netwerken. Eén zorgaanbieder heeft zelf een lerend netwerk opgezet, waaraan inmiddels 25 zorgorganisaties deelnemen.
Enkele zorgaanbieders voeren periodieke onderlinge audits uit op verplichte zorg.
Wat kan beter?
Betrokkenheid decentrale cliëntenraden
We zien dat de centrale cliëntenraden vrijwel altijd betrokken zijn bij kwalitatieve analyses en regelmatig overleggen met diverse partijen. Maar waar decentrale cliëntenraden zijn, zijn die vaak minder betrokken. De decentrale cliëntenraden hebben weinig inzicht in trends en ontwikkelingen rond verplichte zorg. Zij gaven aan dat ze hier wel graag cijfers over willen inzien. Omdat decentrale cliëntenraden dichter bij de afdelingen staan, kunnen zij juist een belangrijke rol spelen in het voorkomen van verplichte zorg, gaven ze aan.
Trends en cijfers delen met teams
Niet bij alle bezochte afdelingen worden de trends en cijfers over verplichte zorg structureel gedeeld met de teams. Deze informatie blijft dan binnen het management of bij de geneesheer-directeur. Zo vertelden enkele zorgverleners niet bekend te zijn met de stijgende trend over het toepassen van bepaalde vormen van verplichte zorg. Bij enkele afdelingen, met name op de psychiatrische units binnen ziekenhuizen wordt verplichte zorg zo weinig toegepast dat de zorgaanbieders het niet zinvol vinden dit op overkoepelend niveau met de teams te delen en te bespreken.
Wat moet beter?
Gebouw
De verouderde separeerruimtes en de bouwkundige staat van sommige afdelingen dragen niet bij aan herstel en vormen een aandachtspunt.
Wat gaat goed?
De inspectie sprak tijdens enkele bezoeken met een vertegenwoordiging van de cliëntenraad, een Wzd-functionaris en een cliëntenvertrouwenspersoon. Zij zagen allen het belang in van een goede uitvoering van de Wzd en hun toezichthoudende en stimulerende rol daarbij. Bij al deze bezoeken was ‘Nee, tenzij’ het uitgangspunt. Zorgaanbieders informeren de (centrale) cliëntenraad actief over beleid op gedwongen zorg en de jaarlijkse kwalitatieve analyse.
Een zorgaanbieder heeft als visie om cliënten zo weinig mogelijk te beperken in hun vrijheid. Daarover heeft de zorgaanbieder een boekje voor cliënten gemaakt ‘Onvrijwillige zorg, wat is dat eigenlijk? En hoe denken wij hierover’. De zorgaanbieder sluit hiermee aan op haar visie op persoonsgerichte zorg waarin staat dat de cliënt zoveel mogelijk de regie heeft over het eigen leven.
Wat moet beter?
Kwalitatieve analyse
Zorgaanbieders die onvrijwillige zorg toepassen moeten jaarlijks een kwalitatieve analyse aanleveren. De inspectie bekeek de analyses bij de 10 Wzd-bezoeken. Het valt op dat de aangeleverde informatie vaak niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Zo stond in de informatie geen toelichting op de stijging of daling van de toegepaste onvrijwillige zorg ten opzichte van vorig jaar. Ook informatie over doelstellingen en acties om onvrijwillige zorg af te bouwen ontbrak vaak in deze analyses.
Gegevensaanlevering
Zorgaanbieders geven vaak aan de verplichte gegevensaanlevering als een administratieve last te ervaren. Het ECD ondersteunt de registratie niet genoeg en ze registeren vooral omdat de inspectie hierom vraagt. De inspectie benadrukt dat deze verplichte gegevens vooral van belang zijn voor de zorgaanbieder zelf. Met deze gegevens kan de zorgaanbieder sturen op de afbouw van onvrijwillige zorg of het goed uitvoeren van onvrijwillige zorg.
Open jeugdhulp
In 2024 publiceerde het Nederlands Jeugd Instituut (NJi) de handreiking: Omgaan met dilemma's rond vrijheidsbeperking in open jeugdhulp met verblijf.
Sinds deze handreiking ziet de inspectie dat er meer bewustzijn komt bij bestuurders en hulpverleners in de ‘open jeugdhulp’ over de wettelijke kaders van vrijheidsbeperking/gedwongen zorg. Tegelijkertijd ziet de inspectie, zoals ook beschreven bij Jeugd: rechtspositie cliënten, dat jeugdigen met een complexe hulpvraag, dat aanbieders binnen de open jeugdhulp er over het algemeen niet in slagen deze jeugdigen tijdig passende hulp te bieden zonder inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen. Zij hebben soms te maken met jeugdigen die zonder behandeling een gevaar voor zichzelf of voor anderen vormen en die niet direct open staan voor hulp.
JeugdzorgPlus
De inspectie constateerde tijdens het toezicht bij de JeugdzorgPlus-instellingen dat gedwongen zorg of vrijheidsbeperkende maatregelen steeds beter op maat, volgens het ‘Nee, tenzij’-principe’ werden ingezet.
Meer informatie: Ombouw JeugdzorgPlus
Gegevensaanlevering over gedwongen zorg in de JeugdzorgPlus
Na een wijziging in de Jeugdwet moeten JeugdzorgPlus-instellingen sinds 2024 gegevens over de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen aanleveren bij de inspectie. Het doel hiervan is dat zowel de instelling zelf als de inspectie inzicht krijgt in de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen. Met dit inzicht kan er beter gestuurd worden op het voorkomen en verminderen van de inzet van gedwongen zorg.
Meer informatie: Gegevensaanlevering JeugdzorgPlus
Wat gaat goed?
Visie over onvrijwillige zorg
De inspectie zag tijdens de themabezoeken en reguliere bezoeken dat alle bezochte zorgaanbieders de visie hebben om onvrijwillige zorg zo min mogelijk of niet toe te passen.
Zorgaanbieders treffen voorbereidingen om cliënten meer vrijheid te geven. Bijvoorbeeld door de deuren te open, leefcirkels in te zetten of het oefenen van vaste wandelroutes met cliënten.
Beleidsplan aanwezig
Als een zorgaanbieder onvrijwillige zorg levert, is er meestal een beleidsplan over de onvrijwillige zorg aanwezig. Dit beleidsplan is in de meeste gevallen besproken met de cliëntenraad en de raad van toezicht.
Wat kan beter?
Beleidsplan kan completer
Ondanks de aanwezigheid van een beleidsplan leest de inspectie maar bij de helft van de zorgaanbieders in dit beleid hoe zij sturen op het terugdringen van de onvrijwillige zorg. Ook mist de inspectie informatie hoe de zorgaanbieder met bijvoorbeeld registraties of een analyse stuurt op het terugdringen van de onvrijwillige zorg. Daarbij valt het op dat de zorg die valt onder artikel 2 lid 2 vaak mist in het beleidsplan.
Ontbreken registratie onvrijwillige zorg en analyse
De inspectie merkt op dat een aantal zorgaanbieders wel onvrijwillige zorg leverden maar hiervan geen kwantitatieve registraties en kwalitatieve analyses aanleverden.
De inspectie zag dat een zorgaanbieder wel in het locatieregister stond, maar geen registratie en analyse over de onvrijwillige zorg aanleverde. Tijdens het inspectiebezoek hoorde de inspectie over het toepassen van onvrijwillige zorg bij deze zorgaanbieder. Dit was weliswaar kort van duur, maar de Wzd-functionaris beoordeelde dit als onvrijwillige zorg, hoorde de inspectie.
Wat moet beter?
Het valt op dat zorgaanbieders die zeggen dat zij geen onvrijwillige zorg (willen) leveren geen beleid hebben vastgesteld op dit thema. Ook niet als het gaat om het voorkomen van onvrijwillige zorg of zorg die valt onder artikel 2 lid 2. Vorig jaar merkte de inspectie dit ook op. Dit moet beter omdat ook het niet willen leveren van onvrijwillige zorg bewustzijn, beleid en sturing vanuit de organisatie vraagt.
Toezicht in 2025: themabezoeken gesloten deuren en gegevensaanlevering
We zien dat organisaties, zorgverleners en jeugdhulpverleners nog steeds verschillend omgaan met de toepassing van gedwongen zorg en dat er nog veel beter kan. In 2025 houden wij daarom vaker toezicht op gedwongen zorg. We zetten de koers van agenderen en stimuleren voort en treden handhavend op als dit nodig is.
We blijven letten op de inzet van gedwongen zorg tijdens de reguliere bezoeken bij zorgaanbieders in verpleeghuizen, thuiszorg, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en de jeugdhulp. Daarnaast besteden we in 2025 extra aandacht aan het thema gesloten deuren in de zorg.
Gegevens uit digitale overzichten
Naast de informatie uit bezoeken, meldingen en kwalitatieve analyses, krijgen we ook andere gegevens over gedwongen zorg. Zoals de informatie over gedwongen zorg die zorgaanbieders registreren en delen met de inspectie (Gegevensaanlevering Wzd, Wvggz en gegevensaanlevering JeugdzorgPlus). Wij publiceren later dit jaar opnieuw over de trends die wij zien in deze gegevens.
Meer informatie
Het toezicht op gedwongen zorg is in 2024 uitgevoerd bij een beperkte groep. Die groep is niet representatief voor het hele zorgveld. Tegelijkertijd zijn de resultaten eenduidig genoeg om een duidelijk beeld te geven van de toerpassing van gedwongen zorg. De bevindingen van 2024 zijn gebaseerd op de volgende informatie:
Gegevens geestelijke gezondheidszorg
In 2024 bezocht de inspectie in totaal 10 grote geïntegreerde ggz-aanbieders en medisch psychiatrische units (MPU’s) of psychiatrische afdelingen algemeen ziekenhuis (PAAZ).
Gegevens gehandicaptenzorg
In 2024 bezocht de inspectie onaangekondigd 128 zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg.
Bij 10 van deze bezoeken sprak de inspectie ook met een vertegenwoordiger van de cliëntenraad, een Wzd-functionaris en een cliëntenvertrouwenspersoon.
Gegevens jeugd
De inspectie bezocht in 2024 56 aanbieders van 24-uurs jeugdhulp. Het ging om 7 Wzd-locaties, 3 Wvggz-locaties en 46 open jeugdhulpaanbieders.
Daarnaast beschrijft de inspectie de belangrijkste resultaten die zij al eerder publiceerde door alle JeugdzorgPlus instellingen te bezoeken in 2023 en 2024.
Gegevens verpleeghuiszorg
In 2024 onderzocht de inspectie 60 rapporten van reguliere inspectiebezoeken bij zorgaanbieders in de verpleeghuissector.
Ook bracht de inspectie 9 inspectiebezoeken met het thema onvrijwillige zorg in de verpleeghuissector. Tijdens deze themabezoeken sprak de inspectie aanvullend met een vertegenwoordiger van de cliëntenraad, een Wzd-functionaris en een cliëntenvertrouwenspersoon. Daarna onderzocht de inspectie de rapporten van deze themabezoeken.
Wetten die genoemd zijn
- Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
In de Wvggz staat hoe zorgaanbieders in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) met verplichte zorg om moeten gaan. - Wet zorg en dwang (Wzd)
In de Wzd staat hoe zorgaanbieders met onvrijwillige zorg om moeten gaan bij cliënten met een verstandelijke beperking en cliënten met een psychogeriatrische aandoening of een hieraan gelijkgestelde aandoening. - Toelichting Wzd artikel 2 lid 2
Voor zowel onvrijwillige zorg als zorg op grond van artikel 2 lid 2 Wzd gebruikt de inspectie hierna de term ‘onvrijwillige zorg’. Met artikel 2 lid 2 zorg bedoelt de inspectie de toepassing van psychofarmaca buiten de richtlijn, beperking van de bewegingsvrijheid en/of insluiting bij een ter zake wilsonbekwame cliënt die zich hiertegen niet verzet, evenmin als zijn/haar wettelijk vertegenwoordiger. In de Wzd wordt deze zorg gelijkgesteld aan onvrijwillige zorg.
Uitgebreide informatie over deze wetten: dwangindezorg.nl