De inspecteurs van de afdeling gehandicaptenzorg zien toe dat zorgaanbieders goede zorg leveren aan mensen met een lichamelijke, zintuiglijke en verstandelijke beperking. Onderdeel van dit toezicht richt zich ook op de meest kwetsbare groepen.
Het meest kwetsbaar zijn de mensen met een beperking die naast de gangbare zorg- en ondersteuning nog extra en bijzondere zorg en aandacht nodig hebben voor hun gedrag, zoals EVB+ en LVB+ cliënten.
EVB+ cliënten
Bij EVB+ gaat het om cliënten met een Ernstige Verstandelijke Beperking (EVB) én moeilijk verstaanbaar gedrag. Dat zijn bijvoorbeeld de mensen die moeilijk of niet met woorden kunnen communiceren. Zij laten vaak via hun lichaamstaal en gedrag zien wat zij willen en hoe zij zich voelen. Ook hebben mensen met EVB+ vaak een laag IQ en ontwikkelingsniveau. Hun gedrag past niet bij hun leeftijd.
Dat maakt de zorg en begeleiding die deze cliënten nodig hebben soms extra ingewikkeld. Het is belangrijk dat de mensen in hun omgeving, zoals zorgverleners, betekenis geven aan dit gedrag door goed te kijken, te luisteren en hiernaar te handelen.
LVB+ cliënten
Bij LVB+ gaat het om cliënten met een Licht Verstandelijke Beperking (LVB) én bijkomende problematiek, zoals gedragsproblemen, psychiatrische problemen of een verslaving. Mensen met LVB+ hebben vaak een verminderd sociaal aanpassingsvermogen en kunnen overvraagd worden in de maatschappij.
Zij hebben vaak extra ondersteuning nodig bij wonen, werken, dagbesteding en in hun sociale leven. De begeleiding die zij krijgen moet passen bij wat de cliënt nodig heeft in diens situatie. Deze doelgroep krijgt steeds meer aandacht en het aantal organisaties dat gespecialiseerde zorg en ondersteuning biedt groeit.
Toezicht op complexe zorg
De zorg voor deze mensen vraagt veel van zorgaanbieders. Het is ook vaak moeilijk voor hen om de passende zorg op tijd te bieden. Ons toezicht richt zich op de moeilijkste situaties en knelpunten. Tegelijkertijd zien we zorgaanbieders die kansen én mogelijkheden benutten om passende zorg te kunnen bieden.
We brengen toezichtbezoeken aan locaties waar mensen met een complexe zorgvraag wonen. Daarnaast hebben we ook aandacht voor thema’s die bij deze groepen een rol spelen. Bijvoorbeeld in het toezicht op gedwongen zorg (Wzd) en de zorg voor mensen met een meervoudige zorgvraag (gehandicaptenzorg, ggz en verslaving).
Onderzoek: wat werkt in complexe zorg?
We maken in ons toezicht gebruik van de uitkomsten van het onderzoeksrapport Hoe het lukt over wat werkt in complexe zorg. De Erasmus School of Health Policy & Management voerde dit onderzoek uit in 2023 in opdracht van de IGJ. De gebruikte onderzoeksmethode Safety-II legt de nadruk op dat wat goed gaat. De inspectie stimuleert daarom zorgaanbieders om te onderzoeken wat goed gaat en wat werkt. Zodat ook de meest kwetsbare cliënten kwaliteit en veiligheid van de zorg kunnen ervaren.
De inspectie bracht in 2021 en 2022 12 bezoeken aan zorgaanbieders die zorg bieden aan cliënten met EVB+. Tijdens die inspectiebezoeken zagen we mooie voorbeelden van goede zorg. Daarom gaven wij in 2023 de Erasmus School of Health Policy & Management de opdracht om te onderzoeken welke factoren bijdragen aan goede zorg aan mensen met een EVB+.
Ook onderzoek naar zorg voor mensen met EMB
De inspectie heeft ook onderzoek gedaan naar wat belangrijk is in de zorg aan mensen met een Ernstige Meervoudige Beperking (EMB). Mensen met een EMB hebben naast hun verstandelijke beperking, ook meerdere chronische aandoeningen. Ze zijn voor zorg en begeleiding meestal compleet afhankelijk van hun omgeving. Uitkomsten van dit onderzoek in 2016-2017 zijn ondertussen verwerkt in het huidige toetsingskader dat de inspectie nu gebruikt voor dit toezicht.
Uit het onderzoek kwamen 7 belangrijke punten in de zorg voor mensen met EMB. Ondertussen zijn deze punten opgenomen in het algemene toezicht op de gehandicaptenzorg en in het Toetsingskader gehandicaptenzorg.
1. De cliënt is een uniek persoon en ontvangt zorg op maat
Zorginstelling en cliënt hebben afspraken gemaakt over de ondersteuning die de cliënt nodig heeft. Deze afspraken gaan over het functioneren, de ondersteuningsbehoeften en de cliëntgebonden risico’s. De gezondheidsrisico’s zijn in beeld en deze worden zo klein mogelijk gehouden of gemotiveerd geaccepteerd.
2. De cliënt heeft zelf de regie als dit mogelijk is. Hij krijgt hierbij ondersteuning als dit nodig is
De cliënt krijgt persoonlijke aandacht. Hierbij krijgt hij passende mogelijkheden om te kiezen en ruimte voor eigen beslissingen. Ouders of cliëntvertegenwoordigers zijn actief en betrokken bij de keuze, besluitvorming en overleg.
3. Cliënten mogen rekenen op professionals die methodisch en multidisciplinair werken
Professionals werken methodisch in een proces van observeren, interpreteren, doelen stellen, interventies toepassen en evalueren. Zij stemmen de afspraken over de zorg af op de wensen en behoeften van de cliënt. De cliëntvertegenwoordiger is hierbij betrokken.
4. Cliënten mogen rekenen op professionals met voldoende actuele kennis en vaardigheden voor de zorg aan mensen met EMB
Professionals hebben actuele kennis en vaardigheden om zorg te kunnen bieden aan cliënten met EMB.
5. Medewerkers werken met relevante, actuele richtlijnen, protocollen en/of werkinstructies
Professionals werken volgens beroepsstandaarden, protocollen en richtlijnen. Afwijken hiervan mag alleen als dit is besproken en op cliëntniveau is vastgelegd.
6. Medewerkers werken cliëntgericht
Medewerkers geven betekenis aan lichaamstaal en stemmingen. De cliënt krijgt de zorg en ondersteuning die past bij zijn wensen en behoeften.
7. De zorgorganisatie werkt met en volgens een visie op zorg aan cliënten met EMB
De organisatie gebruikt een visie op zorg aan cliënten met EMB die in de praktijk uitgevoerd wordt. De zorgorganisatie voldoet aan de randvoorwaarden voor het leveren van goede zorg.