De Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) bracht in 2024 en 2025 bezoeken aan 17 kleinschalige zorgaanbieders in de provincie Groningen. Deze zorgaanbieders bieden 24 uur per dag zorg aan cliënten met een verstandelijke beperking, die ook gedrags- of psychiatrische problemen hebben. Deze cliënten krijgen zorg via een persoonsgebonden budget (pgb). De inspectie ging op bezoek om een beeld te krijgen van de kwaliteit en veiligheid van deze zorg.
In Nederland neemt het aantal kleinschalige woonzorgaanbieders voor mensen met een complexe zorgvraag toe. Ze bieden zorg aan mensen bij wie onbegrepen gedrag kan voorkomen. Deze mensen kunnen meestal niet goed duidelijk maken wat zij willen en nodig hebben. En wat ze vinden van de zorg die ze krijgen. Het is belangrijk dat zij toch gehoord worden.
"Inzicht in de emotionele ontwikkeling van cliënten helpt zorgverleners probleemgedrag te begrijpen en vooral te voorkomen.”
Wat viel op bij de bezoeken
De inspectie zag bij deze bezoeken dat de zorgverleners de cliënten goed kennen. Zij weten wat hun wensen zijn en wat bewoners nodig hebben. Ook zijn alle woonlocaties huiselijk ingericht en er is bij bijna alle zorgaanbieders veel leefruimte. Dit sluit aan op de zorgvragen, behoeften en wensen van de cliënten. Zij krijgen zorg van een stabiel team van zorgverleners. Met voor hen vertrouwde gezichten. De zorgaanbieders werken weinig met zzp’ers.
De inspectie concludeerde dat er goede intenties zijn om warme zorg te leveren en tegelijkertijd ziet de inspectie dat de zorgaanbieders nog verder moeten professionaliseren. Niet alle zorgaanbieders zijn voldoende bekend met de Wet zorg en dwang (Wzd). Het onjuist toepassen van onvrijwillige zorg schaadt de rechten van de cliënten. Daarnaast voldoet een groot deel van de zorgaanbieders niet aan de bestaande richtlijnen en handreikingen voor medicatieveiligheid. Vooral het bewaren van de medicatie gaat vaak nog niet goed. Dit vergroot het risico op fouten tijdens het verstrekken. Daarom werkt een aantal aanbieders nu aan een verbetertraject.
Hieronder werken we twee belangrijke inzichten voor verdere professionalisering uit:
1. Samenwerking met gedragsdeskundigen heeft positief effect
Vanwege de complexiteit van de zorg is het nodig om een goed beeld te hebben van de oorzaak van het probleemgedrag van de cliënten. De inspectie ziet positieve resultaten bij zorgaanbieders waar een gedragswetenschapper betrokken is bij de zorg. Dit geldt zowel voor zorgaanbieders die zelf een gedragswetenschapper in dienst hebben, als zorgaanbieders die nauw samenwerken met externe deskundigen.
De inspectie ziet dat bij deze zorgaanbieders:
- zorgverleners op de hoogte zijn van de beeldvorming (diagnostiek, het sociaal ontwikkelingsniveau en de achtergrond) van de cliënten. De zorgverleners weten dit te vertalen naar een passende begeleidingsstijl.
- zorgverleners beter kijken naar de oorzaak en de context van het probleemgedrag. Bij de zorgaanbieders waar geen gedragswetenschapper is betrokken wordt nauwelijks gezocht naar de oorzaak van het probleemgedrag.
- zorgverleners een actueel beeld hebben van de risico’s rondom de cliënten.
- zorgverleners meer aandacht hebben voor het verbeteren van kennis en vaardigheden.
- zorgverleners vaker scholing krijgen.
De betrokkenheid van een gedragswetenschapper heeft een positief effect op de kwaliteit van de complexe zorg. In de complexe zorg komt probleemgedrag vaak voor. Dit gedrag kan verschillende oorzaken hebben, zoals onrust, pijn of angst. Het is niet altijd duidelijk wat de reden is. Een gedragswetenschapper helpt om het probleemgedrag beter te begrijpen. Als zorgverleners weten wat de oorzaak en de context van het probleemgedrag is, kunnen zij beter inspelen op wat de cliënt nodig heeft. Daarnaast is het belangrijk dat zorgverleners mogelijke risico’s bij een cliënt herkennen. Door vroegtijdig te zien wat er fout kan gaan, kunnen zij waar mogelijk risico’s voorkomen. Complexe zorg vraagt om kennis en deskundigheid van de zorgverleners. We zien dat scholing hieraan bijdraagt.
2. De Wet zorg en dwang beschermt de rechten van cliënten
Veel zorgaanbieders kennen de bedoeling en de regels van de Wet zorg en dwang niet. Dit leidt mogelijk tot veelvuldiger inzet van onvrijwillige zorg bij cliënten. En zonder dat hierbij de juiste stappen worden doorlopen. Hiermee worden de rechten van de cliënten die onvrijwillige zorg krijgen geschaad. De inspectie bezocht 17 zorgaanbieders en zag dat:
- maar 5 zorgaanbieders weten wat onvrijwillige zorg is.
- maar 1 zorgaanbieder staat geregistreerd in het locatieregister voor onvrijwillige zorg. Dit terwijl bijna de helft van de zorgaanbieders, bewust dan wel onbewust, onvrijwillige zorg inzet en daarbij niet voldoet aan de voorwaarden. Als je onvrijwillige zorg biedt, is het verplicht om je te registreren in het locatieregister.
- zorgverleners die scholing hebben gekregen over de Wet zorg en dwang (Wzd) zetten minder vaak onvrijwillige zorg in. Als ze dat wel doen, doorlopen ze vaker de juiste stappen daarvoor.
We zien dat geen of beperkte kennis over de Wet zorg en dwang kan leiden tot het onbewust inzetten van (vormen van) onvrijwillige zorg. Dan betekent dit vaak dat er niet zorgvuldig genoeg is onderzocht waar het gedrag van de cliënt vandaan komt, wat het ernstig nadeel voor de cliënt of zijn omgeving is en welke (vrijwillige) alternatieven er zijn om dit te voorkomen of op te lossen. Ook betrekken de zorgverleners dan niet de juiste deskundigen en zijn er geen afspraken over wanneer er opnieuw wordt gekeken of de onvrijwillige zorg nog steeds nodig is. Scholing helpt om meer kennis te krijgen over het onderwerp. Maar praten met collega’s is net zo belangrijk om onvrijwillige zorg en verzet te herkennen. Het uiteindelijke doel hiervan is dat zorgaanbieders zich inspannen om de inzet van onvrijwillige zorg zoveel mogelijk te voorkomen.
Vervolg: verbetertrajecten en doorontwikkeling
De inspectie zag goede, warme zorg in een huiselijke omgeving. Bij een aantal zorgaanbieders is het toch nodig om de zorg te verbeteren om te gaan voldoen aan wet- en regelgeving in de gehandicaptenzorg. Vooral hun kennis over de Wzd bij het toepassen van onvrijwillige zorg moet beter zodat zij het zorgvuldig kunnen afwegen en toepassen.
Bij 10 van de 17 zorgaanbieders volgt de inspectie het verbetertraject dat is ingezet na het bezoek. Dit doet de inspectie door bij 8 zorgaanbieders een resultaatverslag op te vragen, bij één zorgaanbieder bracht de inspectie later in 2025 opnieuw een bezoek en aan één zorgaanbieder heeft de inspectie om een plan van aanpak gevraagd en bezoekt deze zorgaanbieder opnieuw om de verbeteringen te toetsen.
De inspectie blijft de komende tijd aandacht houden voor complexe zorg.