IGJ interventiebeleid

Als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet dat de kwaliteit van zorgverlening onvoldoende is of dat door zwakke plekken in het zorgproces de kans op vermijdbare schade te groot is, dan grijpen wij in. Wij hebben daarvoor verschillende interventies, zoals een bevel of een bestuurlijke boete. Dit interventiebeleid beschrijft de maatregelen die we kunnen nemen nadat we een normafwijking hebben geconstateerd. En hoe we deze toepassen. Wij houden daarbij rekening met het risico voor de volksgezondheid en het vertrouwen in de verbeterkracht.

Bij dit Algemene interventiebeleid hoort een appendix met een overzicht van de wetten waarop wij toezicht houden. Hierin staan de bevoegdheden opgenomen, die wij op basis van die wetten hebben.  Naast dit Algemene interventiebeleid is er ook specifiek interventiebeleid opgesteld voor netwerkzorg, medische hulpmiddelen en medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen. Deze drie documenten zijn grotendeels in lijn met elkaar.

Inleiding

Iedereen in Nederland moet kunnen vertrouwen op goede gezondheidszorg en jeugdhulp. Dat willen we graag zo houden, ook voor volgende generaties. Daarom houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd  (IGJ) toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg  en jeugdhulp in Nederland. Daarnaast waakt IGJ, samen met andere Europese landen, over de internationale markt van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. We handelen vanuit het publieke belang en streven naar toezicht met effect.

Zorgaanbieders en bedrijven zijn verantwoordelijk voor goede zorg, dus ook voor verdere ontwikkeling daarvan, vanuit de verwachtingen en behoeften van patiënten en cliënten. Fouten en ongelukken zijn helaas onvermijdelijk, ook in de zorg. Van belang is dat daarvan wordt geleerd, zodat de veiligheid wordt gewaarborgd en de kwaliteit verbetert. Ook belangrijk is om over fouten te durven praten. Ons toezicht is gebaseerd op een aantal wetten en op veldnormen. Veldnormen zijn afspraken over wat goede zorg is, beschreven en vastgelegd door partijen uit de zorg.

Kaders voor ons handelen

Wat willen we bereiken bij normafwijking

Bij constatering van normafwijking volgt altijd een interventie  
Hieronder volgt het interventiebeleid dat wij toepassen indien we één of meerdere normafwijkingen hebben geconstateerd. Wanneer we een normafwijking constateren, dan volgt altijd een interventie die in het interventiebeleid staat.  

Interventiedoelen
Eerst bepalen wij het doel dat we met ons optreden willen bereiken. De interventies bij normafwijkingen zijn afhankelijk van het doel dat we willen bereiken. Hieronder volgt een opsomming van deze interventie-doelen.  Meestal zal ons doel het herstel van naleving van normen zijn. Maar er zijn ook drie andere doelen. Hieronder zetten we de doelen op een rijtje. Deze kunnen we nastreven wanneer wij een normafwijking zien:

Soorten interventies

Hieronder volgt een opsomming van de soorten interventies die wij kunnen inzetten bij geconstateerde normafwijkingen.

Informele interventies: gedragsbeinvloeding om tot gewenst gedrag te komen
Met informele interventies proberen wij te bereiken dat een aanbieder zelf actie onderneemt. Hieronder staan de informele interventies beschreven, oplopend van licht naar zwaar.

Advies- en stimuleringsinterventies

Het inzichtelijk maken van redenen van normafwijking is een belangrijk onderdeel van het kiezen van welke advies- of stimuleringsinterventie passend is. Deze interventies kunnen gericht zijn op een hele sector of beroepsgroep. Een advies- of stimuleringsinterventie kan ook gericht zijn op een specifieke aanbieder. Wanneer een interventie gericht is op een sector of beroepsgroep bestaat de interventie bijvoorbeeld uit het verspreiden van informatie. Zo kunnen we brochures of circulaires uitbrengen over een bepaald onderwerp, zoals bijvoorbeeld over handhygiëne. Of een artikel publiceren in een medisch tijdschrift. Een ander voorbeeld is het verspreiden van goede voorbeelden. Ook kunnen we een zogeheten ‘invitational conference’ organiseren of in gesprek gaan met een brancheorganisatie.

Wanneer een interventie gericht is op een specifieke aanbieder sturen wij bijvoorbeeld een aanbieder informatie toe of hebben we een gesprek met een bestuurder. Ook hier is van belang om inzichtelijk te krijgen wat redenen van niet-naleven (non-compliance) zijn, zodat er maatwerk in informatie en communicatie geleverd kan worden.

Bestuursrechtelijke interventies
De meeste bestuursrechtelijke interventies zijn gericht op het bereiken van normnaleving. Hieronder staan de meest voorkomende bestuursrechtelijke interventies. Van deze interventies is niet te zeggen welke lichter is en welke zwaarder. Het zijn vooral verschillende soorten interventies.

Tuchtrecht
Wij kunnen tegen een BIG- of SKJ-geregistreerde zorgverlener een tuchtklacht indienen. Het doel van het tuchtrecht is de kwaliteit van de BIG- en SKJ-geregistreerde beroepsbeoefening op peil te houden.

Dienen wij een tuchtklacht in tegen een zorgverlener die normoverschrijdend gedrag vertoont? Dan kan een uitspraak van de tuchtrechter hem bijsturen of (gedeeltelijk) verbieden zijn beroep uit te oefenen. Soms dienen wij een tuchtklacht in omdat het naleefniveau in een sector laag is. Ook kan een uitspraak van de tuchtrechter de normen voor professioneel handelen herbevestigen, verduidelijken of verscherpen.

Is een zorgverlener zowel BIG- als SKJ-geregistreerd? Dan beoordelen wij per situatie of wij een tuchtklacht indienen bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (bij BIG-ers) of bij het College van Toezicht Jeugd (bij SKJ-ers).

Strafrecht

In het strafrecht kunnen we te maken hebben met de volgende twee situaties.

Bepalen van de interventie

Hoe wij de interventie bepalen als er sprake is van normoverschrijding.