Jaarlijks worden ruim 60.000 mensen behandeld voor een verslaving, zoals een alcohol-, drugs-, gok- of medicatieverslaving. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) maakt zich zorgen om de kwaliteit van het aanbod van vooral kleine en middelgrote verslavingszorgaanbieders. Uit toezicht op deze instellingen blijkt dat de verslavingszorg in het algemeen onder de maat is. Slechts een klein deel van de bezochte aanbieders voldoet grotendeels aan de vereiste randvoorwaarden voor goede zorg. Maar het merendeel van deze aanbieders voldoet op belangrijke punten niet aan de normen.
Nieuwe aanbieders veranderen zorglandschap
Regelmatig melden zich nieuwe organisaties (in het kader van de meldplicht Wet toetreding zorgaanbieders) bij de inspectie met het plan om verslavingszorg te bieden. Dit zijn vaak kleine aanbieders die een deel van de behandeling verzorgen, zoals een detoxbehandeling of vervolgbehandeling na een klinische behandeling.
Opvallend is dat veel van deze nieuwe aanbieders zelf ervaringskennis hebben opgedaan binnen de verslavingszorg. Zij willen zorg bieden vanuit de overtuiging dat zij dit beter kunnen organiseren dan de zorg die zij zelf eerder hebben ontvangen.
Veel van deze aanbieders besteden (een deel van) de zorg uit aan instellingen in het buitenland, zowel binnen Europa als daarbuiten.
Hoewel er aanbieders zijn die het complete behandeltraject aanbieden zijn er opvallend veel aanbieders die zich alleen richten op de vervolgbehandeling na een klinische opname elders. De meeste aanbieders noemen dit: nazorg. Deze vorm van behandeling gaat vrijwel alleen om ondersteuning en voortzetting van het stoppen met middelengebruik. Zonder af te stemmen wat nog meer nodig is: een behandeling gericht op de samenhangende mentale, sociale en lichamelijke problemen.
Door deze ontwikkelingen bestaat het aanbod van verslavingszorg uit steeds meer verschillende uitvoerende partijen, die soms slechts onderdelen van een behandeling leveren. Deze fragmentatie maakt het zorglandschap in de verslavingszorg complexer en minder transparant.
Inspectie onderzoekt kwaliteit van geboden verslavingszorg
De inspectie vraagt zich af in hoeverre deze ontwikkelingen risico’s opleveren voor de kwaliteit en veiligheid van de verslavingszorg. Daarom besloot de inspectie om in 2025 een brede ronde van toezichtbezoeken uit te voeren bij kleine en middelgrote aanbieders van verslavingszorg.
Met deze bezoeken brengt de inspectie de kwaliteit van de geboden zorg beter in beeld en draagt waar nodig bij aan verbetering. De inspectie heeft geen bevoegdheid om te oordelen over zorg die in het buitenland wordt geleverd. Daarom blijft dit deel van het aanbod buiten beschouwing. De inspectie sprak wel met aanbieders over de procedures rondom verwijzing naar het buitenland en over de inrichting van de vervolgbehandeling in Nederland.
Zie ook: Hoe is dit toezicht uitgevoerd?
Wat opvalt in alle rapporten
Van elk bezoek is een rapport gepubliceerd. In deze rapporten komen verschillende thema’s terug. Wanneer wij de belangrijkste uitkomsten naast elkaar leggen, valt op dat een aantal zaken in vrijwel alle bezoeken terugkomen:
Het Minnesota-behandelmodel domineert in het zorgaanbod, maar is vaak onvoldoende concreet uitgewerkt en vastgelegd. Behandelingen bestaan soms uit enkele onderdelen uit het Minnesota-model. Er is weinig afwisseling in het aanbod en men maakt zelden gebruik van alternatieven die wetenschappelijk zijn onderbouwd. Persoonlijke behandeldoelen ontbreken vaak of zijn heel algemeen geformuleerd.
Er is een breed besef dat gelijktijdig voorkomende mentale problemen veel invloed hebben op de verslavingsproblematiek. Maar in de praktijk ontbreekt vaak de specialistische ggz-behandeling of integrale aanpak die nodig is. Bij veel aanbieders ontbreekt het aan de professionele deskundigheid om deze problemen te behandelen. Of men verwijst naar deskundigheid bij de zorginstellingen in het buitenland of andere ggz-aanbieders in eigen land.
Veel van deze zorgaanbieders worden geleid door bestuurders en behandelaars die zelf ervaringsdeskundig zijn. In de meeste gevallen vanuit ontevredenheid over de eigen behandeling bij een andere zorgaanbieder. Hun bevlogenheid draagt bij aan herkenning en motivatie, maar kan ook leiden tot eenzijdige behandelmodellen en onvoldoende aansluiting bij professionele standaarden.
Het aanbod in de verslavingszorg is divers en gefragmenteerd. Sommige aanbieders bieden het volledige traject aan, terwijl anderen zich uitsluitend richten op één onderdeel van de behandeling. Onderlinge afstemming over de behandeling van een cliënt met andere aanbieders en regievoering ontbreekt bij de meeste zorgaanbieders. Men beperkt zich tot het eigen aanbod.
Wat gaat goed bij deze aanbieders?
- De meeste cliënten die de inspecteurs spraken zijn tevreden over de zorg die zij ontvangen. Zij waarderen vooral de relatief korte wachttijden voor intake en behandeling.
- Bij de zorgaanbieders ziet de inspectie veel betrokkenheid en motivatie. Bestuurders en medewerkers tonen een duidelijke inzet om goede verslavingszorg te bieden.
- Daarnaast vormt ervaringsdeskundigheid een belangrijk onderdeel van het zorgaanbod. Veel aanbieders maken hier actief gebruik van. Wanneer dit zorgvuldig en volgens de kwaliteitsstandaarden wordt ingezet, kan dit van grote meerwaarde zijn.
Wat is nodig om de kwaliteit van zorg te verbeteren?
Veel aanbieders voldoen maar gedeeltelijk aan de geldende wet- en regelgeving, belangrijke veldnormen en behandelrichtlijnen. Opvallend is dat kennis ontbreekt of de eigen visie op goede zorg voorrang heeft. De belangrijkste uitkomsten van het toezicht zijn hieronder samengevat. De inspectie is van oordeel dat op deze punten verbetering nodig is:
Betrekken van naasten bij behandeling
Naasten zijn lang niet altijd actief betrokken bij de intake en de behandeling, zelfs niet wanneer zowel de patiënt als de naaste hier behoefte aan hebben.
- De behandelaar moet, wanneer de patiënt en diens naasten dat willen en wanneer dit passend is binnen de behandeling, de naasten actief betrekken bij het behandelproces.
Risicotaxatie en signalering
Aanbieders inventariseren risico’s voor de cliënt en zijn omgeving niet voldoende.
- De zorgaanbieder moet systematisch risico’s voor de cliënt en zijn omgeving inventariseren en beoordelen. Zoals risico’s op suïcidaliteit, terugval, huiselijk geweld en kindermishandeling.
Behandelplannen en -doelen
Doelen en voortgang zijn vaak heel algemeen beschreven in plaats van persoonsgericht. Het stoppen met het gebruik van een verslavend middel is voor de meeste aanbieders het hoogste doel: daar moet de cliënt aan voldoen. Maar dat is niet voor iedereen mogelijk.
- Behandeldoelen moeten altijd persoonsgericht zijn.
Behandelmethode en uitvoering
Veel behandelaren beschrijven in het behandelplan niet welke behandelmethode zij precies gebruiken om doelen te behalen. Het aanbod is vaak een standaard (groeps)aanbod van de instelling en voor alle cliënten gelijk, meestal wel aangevuld met individuele gesprekken. De behandelvormen worden zelden uitgevoerd zoals beschreven in de behandelrichtlijnen.
De inzet van het type beroep in de behandeling verschilt sterk per aanbieder. De inzet van BIG-geregistreerde behandelaren is vaak beperkt.
- Bij het kiezen van de juiste behandeling moet de regiebehandelaar 3 dingen meewegen:
- De behandeling moet zoveel mogelijk gebaseerd zijn op actuele kennis uit onderzoek
- De behandelaar gebruikt zijn of haar professionele kennis en werkt volgens de richtlijnen en standaarden van het vakgebied.
- De behandeling moet aansluiten bij de hulpvraag, wensen, voorkeuren en ervaringen van de cliënt
Behandelduur vaststellen
De behandelduur is bij de meeste instellingen van tevoren bepaald en voor iedereen gelijk. De inspectie treft aanbieders aan die alle cliënten bijna hetzelfde behandelprogramma aanbieden, maar met een sterk wisselende behandelduur: uiteenlopend van 14 dagen tot 8 weken klinische behandeling. Niet zelden noemen aanbieders de financiering door verzekeraars als bepalende factor voor de duur.
- Inhoudelijke overwegingen moeten leidend te zijn voor het bepalen van een behandelduur.
Behandelen van gelijktijdig voorkomende mentale problemen
Overige mentale problemen worden wel in kaart gebracht tijdens de intake, maar bijna niet of niet concreet opgenomen in de behandelplannen. De inspectie constateerde meerdere keren dat een toegewezen individuele behandelaar niet over de competenties beschikte die noodzakelijk zijn om deze problemen te behandelen.
- Behandelingen horen uitgevoerd te worden volgens de geldende behandelrichtlijnen. De expertise van de behandelaar moet hierop aansluiten. De regiebehandelaar heeft in deze afstemming zowel een indicerende als een coördinerende rol.
Kwaliteitsmeting en evaluatie
De aanbieders doen weinig aan evaluatie en kwaliteitsmeting. Onderzoek naar de resultaten van de zelf vormgegeven behandeling vindt nauwelijks plaats, net als een structurele ROM-meting (Routine Outcome Monitoring). Tussentijdse evaluaties worden zelden met vragenlijsten onderbouwd. Aanpassing van het behandelprogramma vindt eerder plaats op basis van eigen opvattingen van de regiebehandelaar dan op (nieuwe) wetenschappelijke inzichten en richtlijnen.
- De regiebehandelaar moet periodiek de voortgang en effectiviteit van de behandeling evalueren. Op basis van deze evaluatie, de behandeldoelen, de ervaren klachten, de voortgang van de patiënt en de beschikbare uitkomstinformatie bepaalt de regiebehandelaar of voortzetting van de huidige interventie passend is of dat een aanpassing van de behandeling nodig is.
Besluiten over het wijzigen van een interventie worden gemotiveerd en vastgelegd in het patiëntendossier.
Verantwoordelijkheid voor medicatieveiligheid
Bij een aantal klinieken was de medicatieveiligheid niet op orde. Dit varieerde van onduidelijke protocollen of een onoverzichtelijke medicatiekast tot een voorraad medicatie die over de datum was.
- Aanbieders zijn verantwoordelijk voor een sluitend en veilig medicatieproces. Dit houdt onder meer in het opstellen en naleven van duidelijke en actuele protocollen met betrekking tot het voorschrijven, verstrekken, bewaren en veilige retour sturen van medicatie.
Overgangsmomenten goed regelen
De inspectie hoort van vrijwel alle aanbieders dat de overgang tussen zorgaanbieders of locaties cruciaal is. Aanbieders weten dat dit vaak een moment is waarop cliënten uit beeld kunnen raken of tijdelijk geen passende zorg ontvangen. Desondanks ziet de inspectie dat de overgang niet altijd goed geregeld is: afstemming is onvoldoende of ontbreekt, er is onduidelijkheid over de regievoering of er ontstaan wachttijden tussen de verschillende aanbieders.
- De regiebehandelaar moet vanuit zijn coördinerende rol zorgdragen voor een goede overdracht.
Huisregels en disciplinerende maatregelen
In meerdere instellingen trof de inspectie huisregels aan met een dwingend karakter zoals: beperking van contact met de buitenwereld, afnemen van persoonlijke telefoons en verplichte bedtijden. Bij overtreding volgen soms zware maatregelen, zoals eenzijdige beëindiging van de behandeling.
- Opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen en eenzijdig opzeggen van de behandelrelatie is in strijd met wet -en regelgeving. Aanbieders moeten een helder onderscheid te maken tussen regels die bijdragen aan een veilige behandelsfeer- die worden vastgelegd in huisregels- en regels die daadwerkelijk noodzakelijk zijn voor het slagen van de behandeling- die worden vastgelegd in het behandelplan van de cliënt.
Aanbevelingen aan alle betrokken partijen
De inspectie vindt het belangrijk dat aanbieders, veldpartijen, financiers en stelselverantwoordelijken met elkaar verantwoordelijkheid nemen om de kwaliteit van de verslavingszorg te verbeteren.
Dit vraagt in de eerste plaats van de aanbieders dat zij bestaande normenkaders en professionele standaarden volgen.
Tegelijkertijd moeten zorgaanbieders investeren in het inzetten van de juiste ggz-professionals, waarbij de deskundigheid van de betrokken zorgverleners aansluit bij de doelgroep en de ingezette interventies. De inzet van ervaringskennis moet voldoen aan de professionele standaarden.
Daarnaast is meer samenwerking tussen kleine, middelgrote en grote verslavingszorgaanbieders nodig. Niet alleen om verdere versnippering tegen te gaan, maar vooral om de kwaliteit van zorg in de sector te verbeteren.
Wanneer aanbieders zich actief verenigen in lerende netwerken, koepelorganisaties en bestaande overlegtafels kunnen zij hun kennis delen en met elkaar werken aan de ontwikkeling van uniforme kwaliteitsstandaarden en de naleving daarvan. De inspectie verwijst in dit verband ook naar de uitvoering van de IZA- en AZWA-afspraken over regionale samenwerking. Zie het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).
Ook zorgverzekeraars kunnen een bijdrage leveren om de kwaliteit te verbeteren. Door de toezichtresultaten van de inspectie te gebruiken bij de beoordeling van passend zorgaanbod, kunnen zij beter sturen op de kwaliteit en continuïteit van de zorg bij kleine en middelgrote verslavingszorginstellingen.
Het is nodig dat stelselpartijen duidelijk positie innemen over de kansen en risico’s van zorg in het buitenland. Het is nodig de kwaliteit en de meerwaarde van die zorg in het buitenland beter te onderzoeken. Ook moet duidelijk zijn wie het aanspreekpunt is voor een cliënt bij de overdacht naar een instelling in het buitenland en bij terugkeer in Nederland en wat de rol van de regiebehandelaar hierin is.