De verslavingszorg die kleine en middelgrote instellingen bieden is onder de maat. De meeste voldoen op belangrijke punten niet aan de normen. Zij volgen niet of maar beperkt de algemeen erkende behandelrichtlijnen, maar varen hun eigen koers. Of ze bieden alleen onderdelen van een behandeling, niet het hele traject.

Dat blijkt uit onderzoek door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bij zorgaanbieders die zich specifiek op verslavingszorg richten. De inspectie stuurde vragenlijsten naar kleine en middelgrote zorgaanbieders in de verslavingszorg en legde daarna 25 bezoeken af. Om goed te kunnen vergelijken spraken inspecteurs ook met grote instellingen in de verslavingszorg, met de Nationaal Rapporteur Verslavingen en met de patiëntenvereniging. 

Elk jaar krijgen ruim 60.000 mensen een behandeling tegen verslaving aan alcohol, drugs, gokken of medicijnen. 

Gebrek aan kwaliteit

De inspectie signaleert een gebrek aan kwaliteit van de zorg die kleine en middelgrote instellingen bieden. Een greep uit de conclusies:

  • Veel nieuwe aanbieders van verslavingszorg werken op basis van hun eigen ervaringen. Zij menen dat zij het beter kunnen dan de zorg die zij eerder zelf kregen. Maar daarbij volgen zij niet of zeer beperkt de algemeen erkende en wetenschappelijk bewezen behandelrichtlijnen.
  • Verder besteden veel zorgaanbieders een deel van de zorg uit aan klinieken in het buitenland. Zij bieden dan alleen een vervolgtraject als ‘nazorg’ op een detoxbehandeling ergens anders.
    Ook komt het voor dat een zorgaanbieder juist alleen een kortdurende detoxbehandeling biedt, maar niet het noodzakelijke vervolg. Onderling contact met andere (eerdere of latere) behandelaars over een cliënt ontbreekt dan meestal.
  • Veel zorgaanbieders hebben geen of te weinig aandacht voor de behandeling van andere mentale problemen van hun cliënten en hebben daar ook geen verstand van. Zij richten zich alleen op het stoppen van de verslaving. Terwijl onderliggende mentale problemen vaak een grote rol spelen bij een verslaving.
  • Veel instellingen bieden al hun cliënten dezelfde standaardbehandeling, los van de persoon. Hoe lang een klinische behandeling duurt varieert sterk, van 2 tot 8 weken. Voor de lengte van de behandeling is vaak de financiering door zorgverzekeraars bepalend. 
  • Bij sommige instellingen is de medicatieveiligheid niet in orde: onduidelijke protocollen over het verstrekken van medicijnen, een onoverzichtelijke medicijnkast, medicijnen die over de datum zijn.

Aanbevelingen

Naast de noodzaak dat zorginstellingen zelf het nodige verbeteren, heeft de inspectie ook aanbevelingen aan andere partijen.

  • Kleine, middelgrote en grote instellingen in de verslavingszorg moeten veel meer samenwerken om de kwaliteit van de zorg in de hele sector op een hoger niveau te brengen. Dat kan in netwerken en via koepelorganisaties, landelijk maar ook regionaal. 
  • Verschillende partijen (de geestelijke gezondheidszorg, zorgverzekeraars) moeten onderzoek doen naar de kansen en risico’s van verslavingszorg in het buitenland. En naar het vervolg van de zorg aan een cliënt bij terugkeer in Nederland.
  • Zorgverzekeraars kunnen beter kijken naar de kwaliteit en de continuïteit van de verslavingszorg bij kleine en middelgrote instellingen.