Zijn de deuren in verpleeghuizen, de jeugdhulp, de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg open of op slot? Welke succesfactoren helpen om deuren te openen en insluiting te voorkomen en welke knelpunten belemmeren dit? Dat onderzocht de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in 2025 tijdens het toezicht op open deuren in zorginstellingen.
In de Wet zorg en dwang (Wzd) en de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) staat dat dwang in de zorg niet mag, behalve als het echt nodig is. En dan nog zo min mogelijk, met maatwerk voor de cliënt of patiënt.
Toch zijn er zorginstellingen waar de deuren in het gebouw of op een afdeling op slot zijn. Of er zijn elektronische leefcirkels, camera’s of deurverklikkers die de bewegingsvrijheid beperken. Ook worden cliënten op hun kamer of in een aparte ruimte ingesloten.
Het toezicht op de open deuren is door de inspectie ingezet om hiervoor aandacht te vragen en het bewustzijn te vergroten.
Het belang van een visie op vrijheid
De inspectie ziet dat veel zorgaanbieders werken aan een opendeurenbeleid. Toch zijn bij een groot deel van de zorgaanbieders de deuren in de praktijk nog altijd gesloten. Daarmee blijft de uitvoering achter bij de beleidsplannen.
De uitvoering van open deuren vraagt om duidelijke keuzes en sturing. Veel zorgverleners ervaren spanning tussen het geven van vrijheid en het verzekeren van veiligheid. Zij voelen zich vaak persoonlijk verantwoordelijk wanneer cliënten tijdens hun dienst iets overkomt. Dit vraagt van zorgaanbieders dat zij heldere kaders stellen voor het handelen van de zorgverleners.
Als een zorgaanbieder een duidelijke visie heeft op vrijheid en medewerkers hierin ondersteunt, ontstaat er ruimte en vertrouwen om de instelling open te stellen en minder in te sluiten. Als deze visie en ondersteuning ontbreken, handelen zorgverleners eerder voorzichtig - uit angst voor mogelijke risico’s - waardoor deuren gesloten blijven.
Deskundig personeel dat de cliënt kent maakt het verschil
Fysieke nabijheid en toezicht van deskundig personeel maakt het mogelijk om de deuren te openen en insluiting te voorkomen. Zorgverleners steunen elkaar hierin en bespreken dilemma’s met elkaar. Tijdens de nachtelijke uren is er minder vast en deskundig personeel aanwezig. Dan zie je dat deuren vaker gesloten blijven en cliënten sneller wordt ingesloten.
Zorgverleners die de cliënt goed kennen maken per cliënt een individuele afweging over de bewegingsvrijheid. Zij gebruiken voor iedere cliënt alternatieven om gesloten deuren te voorkomen. Zo kunnen zij maatregelen voor een hele groep cliënten tegelijk vermijden.
Zij werken hierin nauw samen met andere professionals en naasten. Dit vergroot draagvlak en begrip. Maar zorgverleners ervaren ook de druk en spanning vanuit de maatschappelijke omgeving om deuren dicht te houden.
Een veilige fysieke omgeving, de inzet van domotica en een betrokken sociale omgeving vergroten de mogelijkheden voor het openen van de deuren en het terugdringen van insluiten.
Succesfactoren en knelpunten in beeld
Infographic Open deuren: succesfactoren en knelpunten.
Een open deur is het uitgangspunt. Want cliënten en patiënten hebben het recht om te gaan en staan waar zij willen. Is er écht geen andere oplossing dan insluiten of beperken van de vrijheid? Dan moet dit zo kort mogelijk, zorgvuldig en altijd op basis van een wettelijke grondslag.
Illustratie van een situatie binnenshuis met een deur die naar buiten openslaat.
Succesfactoren: wat bevordert open deuren?
- Visie: vrijheid is het uitgangspunt: die visie is organisatiebreed gedragen, verankerd in beleid en zichtbaar in dagelijks handelen.
- Leiderschap: steunend management geeft ruimte, toont lef en staat achter medewerkers bij lastige keuzes.
- Zorg op maat: zorgverleners kennen de cliënt en bieden nabijheid. De behoefte van de cliënt staat centraal. Maatwerk en zorgvuldige afwegingen zijn leidend.
- Deskundigheid en teamkracht: deskundige zorgverleners zoeken creatief naar alternatieven, leren van elkaar en werken methodisch. Vaste zorgverleners werken samen, bespreken dilemma's en steunen elkaar.
- Samenwerken met naasten & professionals: dialoog met naasten en andere deskundigen vergroot draagvlak en kwaliteit van besluiten.
- Technologie: domotica of andere techniek, afgestemd op de individuele cliënt, kan een hulpmiddel zijn om de deuren te openen.
- Omgeving: een veilige inrichting en betrokken omgeving (buurt, voorzieningen) vergroten de vrijheid.
Knelpunten: wat belemmert open deuren?
- Risicodenken & angst: angst voor incidenten en het willen beheersen van risico’s beperken de vrijheid.
- Complexe zorgvraag: de zorgvraag en het gedrag van cliënten wordt als steeds complexer ervaren. Dit werkt belemmerend in het bieden van meer vrijheid.
- Onvoldoende zorgverleners: onvoldoende vaste of deskundige zorgverleners maakt maatwerk bieden lastiger.
- Druk van buitenaf: zorgen en angst van naasten, de omgeving en ketenpartners bemoeilijkt het bieden van vrijheid.
- Gebrekkige technologie & oudbouw: ontbrekende domotica en bouwkundige beperkingen kunnen een drempel vormen voor open deuren.
Wat verwachten we van zorgaanbieders?
De inspectie zag tijdens het toezicht op de open deuren hele mooie voorbeelden van hoe het wel kan. De inspectie verwacht van zorgaanbieders dat:
- zij handelen volgens het uitgangspunt ‘Nee, tenzij’.
- zij een duidelijke visie hebben op vrijheid van cliënten. Deze visie moet gedragen worden door de gehele organisatie: door het bestuur en het management en ook op de werkvloer.
- zij hun zorgverleners actief ondersteunen zodat zij deze visie in de dagelijkse praktijk kunnen toepassen.
- zij voortgang boeken: het proces om tot open deuren te komen en insluitingen te voorkomen verloopt bij veel instellingen traag. De inspectie vindt dat zorgaanbieders hierin meer tempo kunnen maken en meer van elkaar kunnen leren.
De inspectie zet het toezicht op open deuren voort als onderdeel van het reguliere toezicht op dwang in de zorg.
Hoe zag dit toezicht eruit?
De inspectie voerde van augustus t/m oktober 2025 toezicht uit op het openen van de deuren en op vormen van insluiten in zorginstellingen.
Zij bezocht 113 zorgaanbieders die 24-uurs zorg bieden in de jeugdhulp (Wzd en/of Wvggz), verpleeghuizen, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg. De inspecteurs kondigden het bezoek kort van tevoren aan. Zij spraken met zorgverleners, leidinggevenden, bestuurders en jongeren, cliënten of patiënten(-vertegenwoordigers) over de succesfactoren en knelpunten voor het openen van de deuren en terugdringen van insluitingen. Ook voerden zij observaties uit.
Kennis delen: leren van elkaar
Zowel de betrokken zorgaanbieders als inspecteurs beoordeelden deze manier van toezicht als positief. Want het leverde waardevolle informatie op over wat wel en niet werkt bij het openen van deuren en bij het terugdringen van insluiten. Deze informatie deelt de inspectie tijdens de door haar georganiseerde webinars voor zorgaanbieders en professionals van verpleeghuizen, gehandicaptenzorg, jeugdhulp en geestelijke gezondheidszorg.
U kunt zich aanmelden om een webinar bij te wonen via dwangindezorg@igj.nl.
Voorbeelden van ervaringen in de verschillende sectoren:
Informatie bezoeken
De inspectie bezocht 21 zorginstellingen met 24-uurszorg. De inspecteurs bezochten diverse afdelingen binnen de geestelijke gezondheidszorg, waaronder High Intensive Care (HIC), afdelingen voor langdurige zorg, medisch-psychiatrische units (MPU’s) en psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen (PAAZ). Tevens werden forensische psychiatrische afdelingen (FPA) en een Forensische High Care Unit (FHIC) binnen een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) bezocht.
De bezochte zorgaanbieders staan geregistreerd als accommodatie of locatie waar op grond van de Wvggz gedwongen zorg geleverd mag worden.
De inspecteurs keken vooral naar insluitingen van cliënten op eigen kamers, in de separeer- en afzonderingsruimtes en op Extra Beveiligde Kamers (EBK’s).
Wat valt op?
- Zorgverleners zetten verschillende alternatieven in om insluiting te voorkomen. Zoals één-op-één begeleiding, een gestructureerd dagprogramma en het betrekken van naasten (bijvoorbeeld via rooming-in). Ook het toedienen van medicatie wordt vaak als alternatief gebruikt. Het is niet altijd duidelijk of dit gebeurt in samenspraak met de cliënt.
- Zorgaanbieders hebben beleid om de kamerdeuren open te houden. Insluiting op de eigen kamer van de cliënt en zogenoemde kamerprogramma’s komen nauwelijks voor. In sommige zorginstellingen kan de kamerdeur zelfs niet op slot.
- Wanneer de conditie van een cliënt verslechtert, bijvoorbeeld door psychoses, neemt het risico op incidenten toe voor zowel de cliënt als voor zorgverleners en medebewoners. Dit vergroot de kans tot insluiting, ook bij een hoog risico op suïcidaliteit. Terwijl sommige instellingen beleid hanteren waarbij insluiting bij suïcidaliteit niet plaatsvindt.
Voorbeeld
“Nog voor opname bekijken we of er op onze afdeling een risico bestaat op insluiting. Als dit risico te groot is, kijken we naar een passender afdeling” (zorgverlener geestelijke gezondheidszorg).
Informatie bezoeken
De inspectie bezocht locaties van 40 grotere zorginstellingen met 24-uurszorg.
De bezochte zorgaanbieders staan geregistreerd als accommodatie of locatie waar op grond van de Wzd gedwongen zorg geleverd mag worden.
De inspecteurs keken vooral naar de voordeuren van locaties en naar de kamerdeuren.
Wat valt op?
- Wanneer een zorgaanbieder een duidelijke visie op vrijheid heeft, richten zorgverleners zich vooral op het zo goed mogelijk beperken van de risico’s die die vrijheid voor de cliënt met zich meebrengt.
- Zorgverleners zetten verschillende alternatieven in om insluiting te voorkomen. Voorbeelden zijn het observeren van het slaapgedrag, het inzetten van muziek, het hanteren van vaste slaaprituelen, het bieden van een zinvolle daginvulling en het bieden van nabijheid.
- Op veel locaties worden zorgsloten en tags ingezet, waarmee zorgverleners per cliënt de mate van bewegingsvrijheid kunnen bepalen. Daarnaast hebben cliënten vaak de mogelijkheid om hun eigen kamer van binnenuit af te sluiten en te openen. Vooral ’s nachts vinden cliënten dit prettig.
- In de nacht zijn de voordeur en de kamerdeuren vaak gesloten. Hiervoor kunnen verschillende redenen zijn, zoals de afwezigheid van zorgverleners op de locatie of om te voorkomen dat cliënten gaan dwalen.
Voorbeeld
‘Samen met mijn collega’s heb ik gewerkt aan het afbouwen van een gesloten kamerdeur voor een cliënt. We hebben dit bereikt door meer vertrouwen en nabijheid te bieden. Hierdoor kon de cliënt langer in de huiskamer blijven en zelf naar haar kamer gaan wanneer de drukte te veel werd’’ (zorgverlener gehandicaptenzorg).
Informatie bezoeken
De inspectie bezocht 17 zorgaanbieders van 24-uurs jeugdhulp. Het ging om 8 Wzd-locaties en 9 Wvggz-locaties.
De bezochte zorgaanbieders staan geregistreerd als accommodatie of locatie waar op grond van de Wzd en/of de Wvggz gedwongen zorg geleverd mag worden.
De inspecteurs keken vooral naar voordeuren, woonkamerdeuren, slaapkamerdeuren en indien aanwezig de Extra Beveiligde Kamers (EBK’s).
Wat valt op?
- Zorgaanbieders zijn zich ervan bewust dat een gesloten slaapkamerdeur of afzondering in een ruimte een ingrijpende maatregel is voor een jongere. Het op slot doen van de kamerdeur van een jongere gebeurt slechts bij hoge uitzondering. Zorgverleners zetten eerst alternatieven in, zoals extra personele inzet of het gebruik van een deurverklikker.
- Het openen houden van deuren leidt tot dilemma’s, vooral in de avond en in de nacht. Daarbij spelen verwachtingen van ouders en andere ketenpartners zoals politie ook een rol. Dit zorgt voor extra spanningen en uitdagingen. Het is dan belangrijk dat personeel zich gesteund voelt en onder de juiste voorwaarden kan werken.
- Fysieke aanwezigheid en toezicht door vast en deskundig personeel maakt het mogelijk de deuren open te houden en insluiting te voorkomen. Zij kennen de jongere goed en kunnen gedragsproblemen tijdig signaleren. Door nabijheid te bieden en de-escalerend te werken, proberen zij spanningen en escalaties, zoals insluiting, te voorkomen.
- Inspecteurs constateerden verschillen tussen de Wzd en Wvggz-locaties. Zo beschikten alle bezochte Wvggz-locaties over een aparte ruimte om een jongere in te sluiten, terwijl deze voorziening bij de meeste bezochte Wzd-locaties ontbrak.
Voorbeeld
‘Een gesloten deur zorgt voor een niet-thuis gevoel’ (jongere van een Wzd-locatie).
Informatie bezoeken
De inspectie bezocht 35 verpleeghuizen met 24-uurszorg. De inspecteurs bezochten zowel grotere verpleeghuizen met meerdere verpleegafdelingen als kleinschalige woonvormen waar cliënten met dementie wonen.
De bezochte zorgaanbieders staan geregistreerd als accommodatie of locatie waar op grond van de Wzd gedwongen zorg geleverd mag worden.
De inspecteurs keken vooral naar de voordeuren van locaties en op de verpleegafdelingen naar de afdelingsdeuren.
Wat valt op?
- Het is belangrijk om cliënten en hun naasten vanaf het begin actief te betrekken bij het gesprek over visie op vrijheid en eigen regie. De betrokkenheid van alle medewerkers en passende scholing is onmisbaar, ook voor bijvoorbeeld de receptionist en facilitair medewerker. Het is belangrijk om ook andere partijen zoals omwonenden en gemeenten deel uit te laten maken van dit proces.
- Het openen van de deuren verloopt nog langzaam. Zorgaanbieders leren nog te weinig van elkaar, kennis en goede voorbeelden worden nauwelijks gedeeld.
Als de deuren open zijn, ziet de inspectie dat er een breed gedragen visie en beleid is en dat medewerkers zich gesteund voelen door het management. - Domotica, zoals leefcirkels, wordt vaak gezien als voorwaarde voor het openen van deuren. Wanneer dit het uitgangspunt is, vervangt de leefcirkel de gesloten deur en wordt de bewegingsvrijheid en eigen regie van cliënten toch nog beperkt.
Voorbeeld
‘Ik vertrouw op wat een cliënt nog zelf kan. Ik observeer eerst wat een cliënt doet bij het verlaten van de afdeling, zonder direct in te grijpen’ (zorgverlener verpleeghuiszorg).