De activiteiten in het toezicht verschillen. We kijken steeds welke activiteit het meest effectief is voor ons toezicht op zorg, jeugdhulp, geneesmiddelen en medische hulpmiddelen.
Toezicht bestaat uit meer dan inspecties
Inspectiebezoeken zijn het meest bekend. Dit zijn fysieke of digitale bezoeken. Tijdens deze bezoeken controleren we of een zorgaanbieder voldoet aan wetten, regels en veldnormen. Ook doen we desk-inspecties op basis van schriftelijke en digitale informatie. Na ieder inspectiebezoek geven we een oordeel en schrijven we een rapport. Deze rapporten publiceren we op IGJ | Toezichtdocumenten.
Gesprekken in het zorgveld zijn een belangrijk instrument in ons toezicht. Dit zijn niet alleen gesprekken met individuele zorgaanbieders, maar ook met zorgnetwerken en andere betrokkenen bij de zorg. Het kunnen ook rondetafelgesprekken zijn of belrondes binnen het toezicht. Ook geven we wettelijk verplichte adviezen.
Sommige toezichtactiviteiten registreren wij. Andere toezichtactiviteiten zijn minder makkelijk in cijfers te vangen. Bijvoorbeeld bestuurlijke gesprekken die wij voeren of als wij in een webinar vertellen over (de resultaten van) ons toezicht. Ze horen bij onze agenderende en stimulerende rol.
Dit is een fysiek of digitaal bezoek waarbij de IGJ een zorgaanbieder toetst. Inspecteurs voeren dan bijvoorbeeld gesprekken met zorgprofessionals, cliënten(raden), het bestuur en interne toezichthouders. Daarnaast kunnen inspecteurs meekijken met zorgprofessionals bij hun dagelijkse werk. Ook bekijken inspecteurs documenten en patiënten- of cliëntendossiers. Met deze informatie vormen zij een oordeel en schrijven zij een inspectierapport. Inspectiebezoeken kunnen vooraf aangekondigd zijn of (gedeeltelijk) onaangekondigd.
Dit is een inspectie op basis van schriftelijke en digitale informatie. Het doel is om te toetsen of de zorgaanbieder voldoet aan wetten en regels. Met deze informatie vormen de inspecteurs een oordeel en schrijven zij een inspectierapport.
We voeren beoordelende gesprekken met zorgaanbieders en zorgverleners als we risico’s zien voor de kwaliteit en veiligheid van de zorg of jeugdhulp. Dit is een gesprek met een zwaarwegend karakter. Doel van het gesprek is om te komen tot een oordeel over de betrokkene(n), om zo te bepalen of een handhavende interventie nodig is.
Een gesprek zonder oordeel is een gesprek dat we voeren met mensen of organisaties die niet onder ons toezicht vallen. Deze gesprekken kunnen wel informatie opleveren voor onze toezichtactiviteiten. Denk aan gesprekken met cliënten of cliëntvertegenwoordigers. En gesprekken met andere (gemeentelijke) toezichthouders of met regionale organisaties van zorgaanbieders.
Dit is een schriftelijk advies aan de minister, onder meer over het verlenen van vergunningen en ontheffingen. Bij geneesmiddelen gaat het bijvoorbeeld om een fabrikantenvergunning en groothandelsvergunning. Ontheffingen zijn er voor het uitvoeren van handelingen met middelen uit de Opiumwet. Of voor het gebruik van bepaalde medische hulpmiddelen. Ook heeft de IGJ een wettelijke taak bij het verstrekken van certificaten over kwaliteitsnormen voor bijvoorbeeld onderzoek, productie en distributie van geneesmiddelen. Vaak moeten we eerst een inspectiebezoek uitvoeren om een advies of certificaat te kunnen geven. Bij geneesmiddelen gaat het hierbij voor een deel om inspecties in het buitenland.
Handhavende interventies
Als we zien dat er risico’s zijn voor de kwaliteit en veiligheid van de zorg of de jeugdhulp, grijpen wij in.
Voor een aantal zorggebieden is toezicht een voorwaarde om toegelaten te worden tot de zorgmarkt. Bijvoorbeeld voor zorginstellingen en voor fabrikanten van medische hulpmiddelen en geneesmiddelen. Wij inspecteren of aan alle wettelijke eisen wordt voldaan, voordat een instelling zorg levert of een bedrijf een zorgproduct op de markt brengt. Afhankelijk van het product is dit toezicht eenmalig of wordt het 2- of 3-jaarlijks herhaald. In diverse wetten staat wat hiervoor de vereisten zijn.