Medische hulpmiddelen en ook het gebruik hiervan moeten veilig zijn. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vraagt bestuurders, kwaliteitsmedewerkers en zorgprofessionals in de verpleeghuiszorg om hier werk van te blijven maken. Uit een analyse van incidentmeldingen blijkt bijvoorbeeld dat incidenten met tilliften kunnen leiden tot ernstig letsel. Soms zelfs met het overlijden van de cliënt tot gevolg. Reden voor de inspectie om een aantal verpleeghuizen te bezoeken en te kijken hoe de veilige toepassing van medische hulpmiddelen is geborgd.
Uit deze bezoeken volgen 4 aanbevelingen om het gebruik van medische hulpmiddelen veiliger te maken. Lees hier meer over.
Het aantal ouderen dat afhankelijk is van zorg groeit. Vergeleken met vroeger blijven ouderen steeds langer thuis wonen. Als een verhuizing naar een verpleeghuis noodzakelijk is, dan is intensieve zorg vaak onmisbaar. Hierbij gebruiken zorgverleners vaak medische hulpmiddelen. Bijvoorbeeld ter ondersteuning bij het tillen van de cliënt of bij de algemene dagelijkse zorg. Deze hulpmiddelen zijn belangrijk voor goede zorg, maar bij het gebruik hiervan kunnen ook risico’s ontstaan voor de cliënt. Dit ziet de inspectie bijvoorbeeld terug in de meldingen over tilliften.
Houd ook met minder personeel de veilige toepassing van medische hulpmiddelen voor ogen.
Wat onderzocht de inspectie?
Zorgverleners in verpleeghuizen gebruiken verschillende medische hulpmiddelen. Bloeddrukmeters, rolstoelen, rollators en tilliften zijn hier voorbeelden van. Het kan voorkomen dat bij de inzet van een medisch hulpmiddel een incident plaatsvindt. Volgens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) moeten zorgaanbieders incidenten die tot een ernstig schadelijk gevolg voor de cliënt of tot de dood van een cliënt hebben geleid bij de inspectie melden.
De inspectie onderzocht verschillende incidentmeldingen vanuit de verpleeghuiszorg waar een medisch hulpmiddel bij betrokken was. Uit deze analyse bleek dat voornamelijk incidenten met tilliften vaak leiden tot ernstig letsel. Soms zelfs met het overlijden van de cliënt tot gevolg. Uit de meldingenanalyse bleek verder dat vooral gebruikersfouten en mankementen aan een tillift de oorzaak van een incident waren.
Deze uitkomsten waren voor de inspectie reden om gerichter te kijken hoe het veilig toepassen van medische hulpmiddelen in verpleeghuizen is georganiseerd en geborgd. Onze inspecteurs bezochten elf verpleeghuizen. Het ging om een steekproef van kleine, middelgrote en grote verpleeghuizen verspreid over Nederland. De inspecteurs voerden gesprekken met bestuurders, zorgverleners, facilitair medewerkers en cliënten. Hierbij bekeken de inspecteurs alle processen rondom medische hulpmiddelen: de aanschaf, gebruikerstraining, toepassing, bevoegd- en bekwaamheid, onderhoud, gevaarmeldingen en incidenten en de afstoting.
Hieronder leest u hun bevindingen: wat gaat goed en wat kan helpen om het veilig gebruik van medische hulpmiddelen te verbeteren?
4 aanbevelingen voor veiliger gebruik
- Maak de inzet van medische hulpmiddelen een vast onderdeel van het kwaliteitsmanagementsysteem.
- Werk met bekwaam personeel.
- Geef passende begeleiding aan informele zorgverleners.
- Regel het onderhoud van de medische hulpmiddelen goed.
1. Maak de inzet van medische hulpmiddelen een vast onderdeel van het kwaliteitsmanagementsysteem
Het veilig werken met medische hulpmiddelen in de zorg vraagt om duidelijke werkafspraken en procedures. Als deze onderdeel zijn van een kwaliteitsmanagementsysteem (KMS) helpt dit een zorgaanbieder om de kwaliteit van zorg te bewaken en te verbeteren. Een KMS is gericht op een doorlopende verbetercyclus en ondersteunt de organisatie om goede en veilige zorg te leveren en fouten te voorkomen.
De inspectie ziet dat de bezochte verpleeghuizen beschikken over procedures voor veilige toepassing van medische hulpmiddelen. Deze procedures zijn bekend bij de medewerkers, maar niet altijd volledig opgenomen in een KMS. Hierdoor zijn de procedures geen onderdeel van de verbetercyclus van het KMS.
Een voorbeeld is de procedure voor het (tijdig) buiten gebruik stellen van hulpmiddelen. Een dergelijke procedure voorkomt dat een defect hulpmiddel in gebruik blijft en tot grote risico’s leidt. Een versleten tilband kan tijdens het gebruik bijvoorbeeld scheuren, waardoor de cliënt uit de tillift kan vallen.
De inspectie ziet tussen de verpleeghuizen verschillen in de criteria voor het buiten gebruik stellen van bijvoorbeeld tilbanden. In een aantal gevallen trof de inspectie tilbanden aan die volgens de afkeurcriteria van het verpleeghuis niet meer in gebruik hadden mogen zijn, maar dat nog wel waren. Als procedures onderdeel zijn van het KMS vindt in de verbetercyclus regelmatige controle op doelmatigheid van deze procedures plaats. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat niet passende afkeurcriteria voor tilbanden worden gehanteerd.
2. Werk met bekwaam personeel
Om medische hulpmiddelen veilig toe te passen, is het belangrijk dat zorgverleners goed op de hoogte zijn van hoe deze gebruikt moeten worden. Voor zorgaanbieders gelden wettelijke verplichtingen voor het veilig toepassen van medische technologie. Zie ook artikel 4.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. Zorgaanbieders scheppen voorwaarden voor de zorgverleners voor het bieden van goede en veilige zorg. Ook moeten zij aandacht hebben voor en een actueel beeld van de bekwaamheid van de zorgverleners die worden ingezet.
De inspectie zag tijdens de bezoeken dat alle zorgaanbieders een leermanagementsysteem gebruiken. Dit is een systeem waarin de bekwaamheden van zorgverleners door de zorgaanbieder gemonitord kan worden. De inspectie ziet dat dit systeem vaak door de zorgverlener zelf wordt bijgehouden. Verschillende zorgaanbieders hebben daarnaast een procedure voor het bekwaam kunnen werken met bijvoorbeeld tilliften. Dit is vaak een onderdeel van een til- en transfertraining (in het kader van het verplaatsen van cliënten).
De inspectie ziet dat zorgaanbieders verschillend omgaan met het bekwaam houden van zorgverleners. Bij sommige zorgaanbieders is scholing een jaarlijkse of tweejaarlijkse verplichting. Bij anderen wordt dit meer overgelaten aan de eigen verantwoordelijkheid van de zorgverlener. Bij de introductie van nieuwe medische hulpmiddelen wordt de training en scholing meestal georganiseerd door de leverancier van het hulpmiddel. Belangrijk zijn heldere afspraken over hoe de zorgverleners weten hoe medische hulpmiddelen veilig worden toegepast en de opvolging hiervan plaatsvindt.
Een toename van eventuele risico’s ziet de inspectie in haar meldingenanalyse vooral bij de inzet van externe medewerkers, zoals uitzendkrachten en ZZP’ers. Bij de inzet van externe medewerkers vertrouwen sommige zorgaanbieders erop dat zij op de hoogte zijn van hoe medische hulpmiddelen gebruikt moeten worden. Externe medewerkers worden over het algemeen niet meegenomen in het scholingsbeleid. Wel draagt de zorgaanbieder de verantwoordelijkheid om ook bij de inzet van een externe kracht diens vaardigheden rondom het gebruik van medische hulpmiddelen te borgen.
Sommige zorgaanbieders geven aan dat zij hierover afspraken maken met bemiddelingsbureaus. Een enkele zorgaanbieder heeft de afspraak dat de externe zorgverleners geen medische hulpmiddelen mogen toepassen. Andere aanbieders werken externe medewerkers eerst hierop in of koppelen de externe medewerker tijdens een dienst aan een vaste zorgverlener.
3. Geef passende begeleiding aan informele zorgverleners
De ouderenzorg is in transitie. Steeds vaker worden familieleden, vrienden en vrijwilligers (informele zorgverleners) betrokken bij de zorg in verpleeghuizen. Dit is een belangrijke ontwikkeling, omdat de vraag naar de zorg voor bewoners toeneemt en het tekort aan professionele zorgverleners blijft stijgen. Zorgaanbieders vragen bijvoorbeeld aan familie om te helpen bij de algemene dagelijkse zorg, zoals wassen en aankleden. Ook cliënten hebben vaker de wens dat informele zorgverleners hen blijven ondersteunen. Een tillift kan binnen deze zorgverlening toegepast worden. Nog niet alle zorgaanbieders hebben een duidelijk visie of beleid op de toepassing van medische hulpmiddelen door informele zorgverleners.
De inspectie vindt het belangrijk dat informele zorgverleners goed begeleid en geschoold worden en dat de zorgaanbieder zicht heeft op de bekwaamheid van deze doelgroep met wie zij samenwerkt. Ook moeten afspraken over de inzet van de informele zorgverleners navolgbaar zijn. Zo kunnen informele zorgverleners veilige zorg en ondersteuning bieden en worden risico’s voorkomen.
De IGJ publiceerde hier eerder over in het webdossier https://www.igj.nl/onderwerpen/inzet-personeel-in-de-zorg.
Tijdens een van de inspectiebezoeken sprak de inspectie een cliënt van een verpleeghuis. De man van deze cliënt nam een deel van de zorg voor zijn rekening. Hij hielp zijn vrouw onder andere bij naar het toilet gaan. Hij was gewend een hulpmiddel te gebruiken voor het verplaatsen van zijn vrouw. Dit hulpmiddel werd door het verpleeghuis vervangen door een ander type. De man heeft zijn vrouw daarmee geholpen, maar omdat hij niet goed wist hoe hij het moest bedienen, kwam zijn vrouw ten val. Gelukkig zonder letsel.
4. Regel het onderhoud van de medische hulpmiddelen goed
Medische hulpmiddelen kunnen tijdens hun levensduur stuk gaan. Een bloeddrukmeter doet het bijvoorbeeld niet meer en wordt dan gerepareerd of vervangen. Ernstiger wordt het als de bloeddrukmeter de juiste meetwaarden niet meer aangeeft of wanneer een onderdeel van een tillift door slijtage afbreekt. Regelmatig onderhoud en controle op goede werking zijn daarom belangrijk. Dit kan worden uitgevoerd door de fabrikant of de leverancier van het hulpmiddel. Ook zijn er speciale onderhoudsbedrijven die op contractbasis het onderhoud verzorgen van medische hulpmiddelen binnen een verpleeghuis.
Alle verpleeghuizen die de inspectie bezocht, hadden een overeenkomst gesloten met één of meerdere onderhoudsbedrijven. Zo’n bedrijf doet periodiek een ronde door het verpleeghuis en beoordeelt de staat van de hulpmiddelen. Daarbij wordt ook advies gegeven over welke hulpmiddelen vervangen moeten worden. In sommige gevallen is het onderhoudsbedrijf ook de leverancier van nieuwe hulpmiddelen.
De inspectie ziet dat zorgaanbieders erop vertrouwen dat de onderhoudsbedrijven de werkzaamheden op de juiste manier uitvoeren. De zorgaanbieders weten vaak niet welke werkzaamheden het onderhoudsbedrijf precies uitvoert. Om dit te kunnen beoordelen, is niet altijd de juiste kennis bij de zorgaanbieder aanwezig. Toch is de inspectie van mening dat zorgaanbieders kritisch moeten blijven op welke werkzaamheden het onderhoudsbedrijf precies uitvoert.
Dit kan door hier vragen over te stellen bij het onderhoudsbedrijf. Dit is essentieel bij het aangaan van een overeenkomst, maar ook tijdens de looptijd. Denk hierbij aan de volgende vragen:
- Zijn technici van het onderhoudsbedrijf aantoonbaar bekwaam om onderhoud en reparaties uit te voeren aan de medische hulpmiddelen die binnen de overeenkomst vallen?
- Worden de onderhoudsprotocollen van de fabrikant gevolgd?
- Worden de originele onderdelen gebruikt?
- Levert het onderhoudsbedrijf periodiek een verantwoordingsrapportage aan de zorgaanbieder?
Ook zag de inspectie tijdens de bezoeken dat cliënten in sommige gevallen medische hulpmiddelen gebruiken die zij zelf hebben aangeschaft. Deze hulpmiddelen zijn niet altijd goed in beeld of geregistreerd binnen het systeem van de zorgaanbieder. Hierdoor worden ze vaak niet in het onderhoudsschema van de zorgaanbieder meegenomen, terwijl ze wel door de zorgverleners worden gebruikt. Hierdoor is het veilig inzetten van deze medische hulpmiddelen onvoldoende geborgd.
Wat kan helpen?
Een lokale leverancier van medische hulpmiddelen organiseert jaarlijks een gezellige middag voor de cliënten. Tijdens deze middag kunnen cliënten hun eigen hulpmiddelen gratis laten nakijken waarbij kleine reparaties meteen worden uitgevoerd. Een dergelijke middag borgt niet dat alle eigen hulpmiddelen worden onderhouden, maar het kan wel helpen. Ook hier is een goede leverancier van belang.