Fouten met medicijnen voor kwetsbare ouderen die thuis wonen, zijn te voorkomen of te verminderen. Dat kan als huisartsen, apotheken en de wijkverpleging nog meer investeren in samenwerking en afspraken maken over hun taken en verantwoordelijkheden. Dat schrijft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) na onderzoek. De inspecteurs interviewden 8 huisartsen, 8 apothekers en 8 wijkverpleegkundigen. Ook spraken zij ouderen thuis over hun medicijngebruik.

Beeld: © ANP | Uwe Umstätter
Veel gaat goed
Huisartsen, apothekers en de wijkverpleging geven zoveel mogelijk de regie over hun medicijnen aan de ouderen zelf (of hun mantelzorgers). Met goede instructies of door de medicijnen in een baxterrol te doen.
De verschillende zorgverleners weten elkaar goed te vinden, ze hebben korte en snelle lijnen in hun onderlinge communicatie.
De wijkverpleging, de praktijkondersteuner van de huisarts, soms een casemanager dementie en mantelzorgers hebben een belangrijk signalerende rol. Zij zijn de ogen en oren van de huisarts bij de oudere thuis.
Maar het kan nog beter
De inspectie komt met aanbevelingen over dingen die nog beter kunnen. Een greep daaruit:
- Het gebruik van digitale systemen vermindert fouten in het medicatieproces. Dan heeft iedereen dezelfde actuele informatie. Maar vaak zijn de systemen verschillend, zodat ze niet goed op elkaar aansluiten. Alle zorgverleners moeten hun eigen en elkaars systemen kennen om te voorkomen dat ze met de verkeerde gegevens werken.
- Bij de overdracht van een patiënt van de ene naar de andere zorgverlener kan het soms mis gaan. Bijvoorbeeld als een vervangend arts tijdens een avond- of nachtdienst de medicijnen moet veranderen. Of als een patiënt vanuit een ziekenhuis terug naar huis gaat. Nieuwe medicatiegegevens moeten dan onmiddellijk bij iedereen bekend zijn.
- Naast receptmedicijnen gebruiken veel ouderen ook zelfzorgmedicijnen. Alleen als die ook op de toedienlijst staan, kan de wijkverpleging helpen bij het toedienen of innemen. Goede afspraken met alle betrokken zorgverleners zijn daarvoor nodig.
- Van fouten en bijna-fouten valt te leren. Maar daarvoor moeten alle betrokken zorgverleners de incidenten wel structureel met elkaar bespreken. Sowieso is het belangrijk dat de verschillende zorgverleners goed en structureel overleg met elkaar hebben over hun taken, verantwoordelijkheden en samenwerking.