Het gaat niet altijd goed bij het toedienen en gebruiken van medicijnen door kwetsbare ouderen die thuis wonen. Dit ziet de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), onder andere in meldingen van incidenten en calamiteiten. Daarom onderzocht de IGJ hoe het is gesteld met de medicatieveiligheid in het netwerk rondom de kwetsbare oudere thuis. Goede samenwerking tussen artsen, apothekers en wijkverpleging is essentieel om fouten en calamiteiten te voorkomen. We gingen hierover in gesprek met cliënten en het zorgnetwerk om hen heen. In deze publicatie doen we aanbevelingen om de medicatieveiligheid te vergroten.
Omdat kwetsbare ouderen meestal veel verschillende medicijnen gebruiken, raken zij vaak het overzicht kwijt. Zeker als er iets wijzigt in de dosering of het aantal medicijnen. Bij wijzigingen in de medicatie wordt voor de cliënt wijkverpleging ingeschakeld om de medicatiezorg te ondersteunen. De wijkverpleging speelt een belangrijke rol bij het signaleren van effecten en (bij)werkingen van de medicijnen. Dit betekent dat huisarts, apotheek en wijkverpleging met elkaar moeten samenwerken om te zorgen voor veilig en verantwoord voorschrijven, controleren, uitzetten en toedienen van medicijnen bij de cliënt.
Bevindingen
We hebben gekeken naar 3 thema’s: cliënt centraal, samenwerking & communicatie, en (digitale) medicatieoverdracht.
Cliënt centraal
Wat gaat goed?
- De wijkverpleging en de huisartsen stimuleren dat de cliënt zoveel mogelijk zelf doet. Bijvoorbeeld door een baxterrol (medicijnrol) te starten, of door instructie te geven over het gebruik van oogdruppels.
- De wijkverpleging, praktijkondersteuner huisarts (POH), casemanager dementie en mantelzorgers hebben een belangrijk signalerende rol. Zij zijn ‘de ogen en oren’ van de huisarts bij de cliënt thuis.
- Huisartsen en apothekers voeren medicatiebeoordelingen uit. Samen bekijken zij de medicatie die een cliënt gebruikt en of alle medicatie nog passend is. Als dat nodig is passen zij de medicatie in overleg met de cliënt aan.
Een cliënt vertelt: ik ben tevreden over de medicatiezorg van de wijkverpleging. Ik vind het moeilijk om zelf het overzicht te houden. Vooral wanneer de huisarts iets verandert in mijn medicijnen. Als ik vragen heb over mijn medicijnen, of als er iets niet klopt, dan neemt de wijkverpleging contact op met de huisarts en/of de apotheek.
Samenwerking & communicatie
Wat gaat goed?
- Huisartsen, apothekers en wijkverpleegkundigen weten elkaar snel en goed te vinden.
Wat gaat nog niet goed?
- Niet alle netwerken leggen de taken en verantwoordelijkheden rondom de medicatiezorg vast.
- De wijkverpleging dient zelfzorgmedicatie, zoals paracetamol, alleen toe als dit op de toedienlijst staat. Uit de gesprekken met zorgverleners en cliënten blijkt dat zelfzorgmedicatie niet altijd op de toedienlijst staat. Het netwerk rondom de cliënt praat onvoldoende met elkaar over deze knelpunten bij zelfzorgmedicatie.
- Huisartsen en apothekers informeren de cliënt of de mantelzorger over de werking en het gebruik van nieuwe medicijnen. De wijkverpleging wordt onvoldoende betrokken bij de voorlichting over de medicijnen op het moment dat zij de medicatiezorg overnemen van een cliënt.
- Huisartsen, apothekers en wijkverpleging bespreken incidenten en (bijna-)fouten nog niet structureel met elkaar. In één van de bezochte netwerken gebeurde dit wel. Daar zag men het aantal fouten dalen en werden afspraken verder aangescherpt.
(digitale) Medicatieoverdracht
Wat gaat goed?
- Het gebruik van digitale systemen vermindert fouten in het medicatieproces. Bijvoorbeeld door het gebruik van digitale toedienlijsten door de wijkverpleging.
- Een gekoppeld digitaal systeem tussen huisarts en apotheek zorgt ervoor dat zij met actuele informatie werken.
Wat gaat nog niet goed?
- Zorgverleners gebruiken vaak verschillende digitale systemen die niet altijd goed op elkaar aansluiten.
- Niet alle zorgverleners hebben voldoende informatie over het werken met de systemen. Bijvoorbeeld over de actualiteit van de toedienlijst en de benodigde toestemming van de cliënt voor het uitwisselen van gegevens. Dit kan ervoor zorgen dat zorgverleners met de verkeerde gegevens werken.
Bevindingen buiten het netwerk
Wat gaat nog niet goed?
- Zorgverleners geven aan dat de overdracht van informatie bij terugkomst uit een andere zorginstelling, bijvoorbeeld het ziekenhuis, soms erg laat komt. Dit vergroot de kans op risico’s voor de kwaliteit en veiligheid van de medicatiezorg. En het heeft invloed op de actualiteit en daarmee continuïteit van de zorg.
- Een actuele toedienlijst bij medicatiewijzigingen door dienstdoende huisartsen en apotheken in avond-, nacht- en weekenduren is meestal niet aanwezig.
Aanbevelingen voor huisartsen, apothekers en wijkverpleging
- Investeer in samenwerking en multidisciplinaire afstemming. Plan structurele overleggen in met partners die betrokken zijn bij het medicatieproces rondom de cliënt (apotheker, wijkverpleging en huisarts).
- Leg met elkaar taken en verantwoordelijkheden vast, evalueer deze en pas aan waar nodig.
Voorbeeld: Medicatieveiligheid - Samen in Zorg - Bespreek tijdens vaste overleggen incidenten en bijna-fouten, met het doel om samen te leren en afspraken in het medicatieproces duidelijker te krijgen.
- Bespreek het gebruik van zelfzorgmedicatie en maak afspraken over het vastleggen van het gebruik van zelfzorgmiddelen op de toedienlijst.
- Versterk de samenwerking tussen eerste en tweede lijn in de regio. De grootste risico’s ontstaan bij overdrachtsmomenten. Dit kan bijvoorbeeld door betere digitale ondersteuning/koppeling en door afspraken over het meeleveren van een aanvullende toedienlijst (in avond, nacht en weekenddiensten).
De IGJ keek in dit toezicht naar 8 netwerken rondom medicatiezorg. We interviewden 8 huisartsen, 8 apothekers en 8 wijkverpleegkundigen die betrokken waren bij de medicatiezorg aan kwetsbare ouderen in verschillende steden en dorpen. Ook bezochten onze inspecteurs 4 cliënten thuis. Zij toetsten de medicatiezorg en onderzochten hoe alle zorgverleners in het netwerk samenwerkten en communiceerden. Daarna bespraken de inspecteurs alle bevindingen met de 8 netwerken van huisartsen, apothekers en wijkverpleegkundigen.
