De maatschappij verandert continu. De zorg speelt daarop in en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) sluit daarop aan. Wij gaan voor toezicht met effect. We kiezen die instrumenten waarvan we het meeste effect verwachten. Niet alleen de dingen goed doen dus. Vooral de goede dingen doen.
Uitgangspunten bij de keuzes die we maken
In ons meerjarenbeleidsplan staat onze richting voor een aantal jaar. Daarnaast gebruiken wij de volgende algemene uitgangspunten, om keuzes te maken.
We kijken naar de kwaliteit en veiligheid van de zorg als geheel en waar de risico’s het grootst zijn. Of waar we bredere thema’s in de zorg zien. We kijken naar het belang van mensen die zorg krijgen of nodig hebben. En we kijken naar het belang van samenwerkingsverbanden en het (zorg)stelsel. We kijken dus niet alleen naar zorgverleners, zorgorganisaties en fabrikanten die onder ons toezicht staan.
Wij kunnen niet overal tegelijk zijn en er zijn grenzen aan onze capaciteit. Daarom maken we keuzes over waar ons toezicht het meest effect heeft. We verzamelen, analyseren en interpreteren informatie over de zorg en zorgorganisaties om te besluiten waar we ons toezicht op richten. Data zijn daarmee belangrijk om goed onderbouwde keuzes te maken.
Welke data gebruiken wij?
Wij maken gebruik van data van derden - zoals Kamer van Koophandel en Vektis - voor gegevens over zorgorganisaties. Om de mening van patiënten in te brengen, stellen wij vragen aan patiënten- en cliëntenorganisaties. En wij luisteren naar de klachten die wij ontvangen en registreren bij ons Landelijk Meldpunt Zorg. Ook gebruiken wij op sector- of instellingsniveau de ervaringen die op Zorgkaart Nederland staan. We gebruiken bijvoorbeeld reviewteksten voor het bepalen van thema’s in de zorg. En voor het signaleren van terugkerende punten over een instelling.
Als wij meer informatie nodig hebben, doen wij zelf onderzoek of laten dat uitvoeren door andere organisaties, zoals het RIVM of Nivel. Zie ook: Toezichtvernieuwing.
We maken ook keuzes op basis van het doel. Dit noemen we een gedifferentieerde aanpak. We zitten dicht op de organisaties waar dat nodig is. En geven ruimte waar dat kan. Grote aanbieders hebben bijvoorbeeld vaak goede kwaliteitssystemen en -afdelingen, dus passen wij ons toezicht daarop aan. Bij kleine aanbieders kijken wij met onze kaders naar hun manier van werken om kwaliteit en veiligheid van zorg te borgen. Onze gedifferentieerde aanpak wordt steeds verder uitgewerkt.
Wij baseren onze keuzes ook op het vertrouwen in een zorgaanbieder. Wij gaan uit van ‘gezond vertrouwen’ in zorgprofessionals: veruit de meeste van hen willen goede en veilige zorg verlenen. Als zorgaanbieders geen goede bedoelingen hebben, dan past een andere houding. Het Afwegingskader vertrouwen gebruiken wij om de mate van vertrouwen in de zorgaanbieder te bepalen.
De druk op de zorg blijft onveranderd hoog. Daarin hebben de maatschappij en politiek ook verwachtingen van ons als toezichthouder. Bijvoorbeeld dat wij altijd ingrijpen als de kwaliteit minder goed is. Wij kijken echter naar wat het meeste effect heeft of het beste is voor de patiënt of cliënt. De ondergrens is dat zorg veilig is. Maar onze keuzes zijn soms dilemma’s. Zijn er bijvoorbeeld alternatieven in een regio? Of accepteren we minder kwaliteit, als dat betekent dat de zorg er dan door wel is?