De sector tandheelkundige medische hulpmiddelen is zich te weinig bewust van het belang van transparante financiële relaties. Uit onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) blijkt dat betalingen niet altijd transparant genoeg waren en dat er soms geen schriftelijke overeenkomst was tussen een leverancier van tandheelkundige medische hulpmiddelen en de zorgprofessional. In 1 geval werden geschenken aangeboden. Hiermee hebben zowel leveranciers als zorgprofessionals zich niet gehouden aan de wet- en regelgeving rond gunstbetoon. De IGJ gaf hiervoor een boete. 

Er bestaan financiële relaties tussen leveranciers en zorgprofessionals. Dat vraagt om zorgvuldigheid en transparantie. Financiële relaties kunnen bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Maar ze kunnen ook leiden tot beïnvloeding waardoor een patiënt niet het meest geschikte medisch hulpmiddel krijgt. Wij zien erop toe dat leveranciers en zorgprofessionals zich aan wet- en regelgeving houden. En dat besturen van zorginstellingen hierop sturen.

Het onderzoek van IGJ

De IGJ heeft in 2025, 14 inspecties uitgevoerd bij 3 leveranciers, 2 tandartsketens (samenwerkingsverband tandartspraktijken), 3 zelfstandige tandarts(groeps)praktijken, 1 tandtechnisch laboratorium en 5 zelfstandig werkende tandartsen (ZZP’ers). Inspecteurs spraken met het management en/of de bestuurders van deze (eenmans)organisaties/bedrijven en beoordeelden overeenkomsten tussen diverse organisaties/bedrijven, de bijbehorende documenten en de financiële administratie. De inspecteurs toetsten of deze voldeden aan de wet- en regelgeving en of aangegane financiële relaties voldoende transparant waren.

Deze inspectiebezoeken waren onderdeel van het toezicht op gunstbetoon dat jaarlijks in verschillende vakgebieden wordt gedaan. De 14 bezochte organisaties/bedrijven zijn allemaal actief in de tandheelkundige sector en willekeurig gekozen. De inspectiebezoeken hebben plaatsgevonden in 2025. 

De Wet medische hulpmiddelen (Wmh) art. 6 gunstbetoon ziet toe op leveranciers en toepassers van medische hulpmiddelen (zorgprofessionals). Andere partijen (bijv. congresorganisatiebureau of onderwijsinstellingen) vallen buiten het toezichtveld van de Wmh. Documenten die niet binnen ons  toezichtveld vielen, zijn echter wel door de inspectie bekeken. Hierdoor is een goed beeld ontstaan hoe wet- en regelgeving in de tandheelkundige sector wordt toegepast.  

Wat zagen we?

In het onderzoek kwamen de volgende aandachtsgebieden naar voren:

Grote lijn 

Onbekendheid met wet- en regelgeving

Uit de inspectiegesprekken bleek dat leveranciers en zorgprofessionals niet of slechts deels bekend waren met geldende wet- en regelgeving rond van gunstbetoon (Wmh art.6). Dit is een duidelijk aandachtspunt voor zowel leveranciers als zorgprofessionals, branche- en beroepsverenigingen. 
Daarbij is het belangrijk te melden dat de regels wederkerig zijn: wat een gever niet mag geven, mag een ontvanger niet aannemen. Ofwel: bij een overtreding van de wet treedt de IGJ naar beide partijen handhavend op. 

Gesprekken met belangenorganisaties

Voor en tijdens de inspectiebezoeken sprak de IGJ over het verbod op gunstbetoon met verschillende leveranciers-, branche- en beroepsverenigingen (o.a. Indent, VGT en de KNMT). 
De IGJ heeft deze partijen gevraagd hun leden nader te informeren over de wet- en regelgeving en de werkwijze van de inspectie. De sector - en de daarin werkzame zorgprofessionals – bleek namelijk maar beperkt op de hoogte van recente ontwikkelingen over gunstbetoon en van beoordelingen van adviesaanvragen door de codecommissie GMH in dit kader (zelfregulering).
Daarnaast was het opvallend dat de branche- en beroepsverenigingen niet aangesloten waren bij de GMH, maar wel bij de IGJ hadden aangegeven de gedragscode van de GMH te onderschrijven.

Beperkingen reikwijdte Wmh

Tijdens het onderzoek bleek dat het overgrote deel van de afgesloten overeenkomsten buiten het toezichtveld van artikel 6 van de Wmh over gunstbetoon viel. Dit kwam doordat de normadressaten - de (rechts)personen waar de wet zich op richt - niet onder de definitie van deze wet vielen. De overeenkomsten werden afgesloten tussen zorgprofessionals en niet- medische hulpmiddelen leveranciers, zoals onderwijsinstellingen, wetenschappelijke verenigingen en congresorganisatiebureaus en in het buitenland gevestigde leveranciers. Dit gold voor overeenkomsten over dienstverlening, bijeenkomsten en sponsoring.

Welke maatregelen heeft IGJ genomen? 

Samenvattend is er in een aantal gevallen niet volgens de geldende wettelijke kaders gehandeld, namelijk op het gebied van geschenken en dienstverlening. De IGJ heeft daarom bestuursrechtelijke maatregelen opgelegd in de vorm van waarschuwingen en boetes aan zowel de betrokken leveranciers als zorgprofessionals.
Daarnaast heeft de IGJ aan een aantal rechtspersonen aangegeven welke onderdelen beter ingericht moeten worden. Dit ging over zaken die volgens de wet, beleidsregels en de GMH moeten worden vastgelegd en geborgd op het gebied van sponsoring en governance. 

Het is belangrijk dat financiële relaties in de zorg transparant zijn

Hoe gaan we verder?

In gesprek blijven

De IGJ verwacht van leveranciers, zorginstellingen en zorgprofessionals in de tandheelkundige sector dat zij de genoemde aandachtsgebieden en implementeren. Om de bekendheid van wet- en regelgeving over gunstbetoon te vergroten, zal de IGJ verder in gesprek gaan met leveranciers- en branche- en beroepsverenigingen over hoe de bewustwording van het tandheelkundige veld vergroot kan worden.

Toezicht op gunstbetoon in 2026

Gunstbetoon in de sector medische hulpmiddelen behoudt onze aandacht. In 2026 bezoekt de IGJ o.a. een aantal afdelingen Cardiologie en afdelingen Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie in verschillende Nederlandse ziekenhuizen en privéklinieken. Daarbij onderzoeken we de aard van  financiële relaties. Tijdens de bezoeken kijken de inspecteurs naar de financiële administratie, sponsorcontracten en dienstverleningsovereenkomsten die zijn afgesloten tussen leveranciers, zorgprofessionals en de zorginstellingen. Ook komen de werkafspraken tussen bestuurders en zorgprofessionals aan de orde. 
De IGJ doet dit omdat zorginstellingen en zorgprofessionals alleen mogen kiezen voor een medisch hulpmiddel dat het beste is voor de patiënt. En niet omdat zorginstellingen en zorgprofessionals er zelf geld of cadeaus voor krijgen. Als zij - of leveranciers - de regels overtreden, kan de IGJ bestuursrechtelijke maatregelen treffen.