De Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) sprak met 57 jongeren tijdens hun verblijf in de gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus). Zij vertellen dat zij onvoldoende gehoord en te weinig betrokken worden bij de hulp die zij krijgen. Ook worden vrijheidsbeperkende maatregelen nog te veel toegepast. Positief is dat jongeren zich vaak veilig voelen. Bovendien ervaren zij vaak steun en begrip als zij een vaste mentor hebben, wat voor hen belangrijk is. 

De gesloten jeugdzorg is de enige plek waar volgens de Jeugdwet vrijheidsbeperkende maatregelen mogen worden gebruikt. Dit vraagt om zorgvuldige, veilige en respectvolle hulp. Ook moeten de rechten van jongeren goed worden beschermd. Met het toezicht wilde de IGJ aan jongeren zelf vragen hoe het in de JeugdzorgPlus gaat. De IGJ vindt dat jongeren serieus genomen moeten worden en dat hun stem moet worden gehoord.

De IGJ volgt de om- en afbouw van de JeugdzorgPlus en de bijbehorende verandering van de cultuur naar werken volgens het ‘nee, tenzij-principe’ nauwgezet. Hoewel het proces van de om- en afbouw tijd kost, had de IGJ verwacht dat JeugdzorgPlus-aanbieders verder zouden zijn. Wat de IGJ nu van jongeren hoort, is namelijk niet nieuw. Het is belangrijk dat JeugdzorgPlus-aanbieders en andere betrokkenen hier met urgentie stappen in gaan zetten – er moet nog veel gebeuren. 

JeugdzorgPlus-aanbieders hebben te maken met een complex speelveld: er is een groep jongeren met meerdere problemen voor wie passende hulp ontbreekt en lastig te organiseren is. De om- en afbouw van de JeugdzorgPlus is gaande, maar ‘open’ alternatieven zijn nog niet in alle regio’s voldoende aanwezig. Ook zijn jongeren het niet altijd eens met de hulp die ze krijgen omdat die is opgelegd door de rechter, waardoor het verlenen van hulp extra uitdagend kan zijn. Dat maakt jongeren hier goed bij betrekken, nóg belangrijker. 

De IGJ besprak wat jongeren vertellen met bestuurders van de JeugdzorgPlus-locaties. In reactie hierop geven sommige bestuurders aan dat bepaalde punten als een verrassing komen, maar dat ze er toch mee aan de slag gaan. Bijvoorbeeld dat dat jongeren zich onvoldoende betrokken voelen bij de hulpverlening, dat ze niet altijd vertrouwen hebben in de vertrouwenspersoon van Jeugdstem en dat er algemeen geldende vrijheidsbeperkende maatregelen in de huisregels staan. De aanbieders willen intern gesprekken gaan voeren met onder meer de jongerenraad over hoe ze jongeren beter kunnen betrekken bij hun hulpverleningsproces en over het leefklimaat op de groep. Ook zijn er aanbieders die aangeven extra aandacht te hebben voor het inzetten van alternatieven voor vrijheidsbeperkende maatregelen en dit intern te gaan bespreken.

Quote aanbieder: “Als dit de beleving van jongeren is, dan moeten we er iets mee.”

Jongeren worden onvoldoende gehoord en te weinig betrokken

Veel jongeren geven aan dat zij onvoldoende worden betrokken bij hun hulp: 29 van de 57 jongeren zeggen dat dit soms of nooit gebeurt. Jongeren vertellen dat hulpverleners niet altijd duidelijke uitleg geven of heldere afspraken met hen maken over de hulp die zij krijgen. Hierdoor begrijpen jongeren niet altijd wat er gebeurt en worden zij onvoldoende betrokken bij de hulpverlening. 30 van de 57 jongeren ervaren dat de hulp die zij krijgen niet bijdraagt aan verbetering van hun situatie.

22 van de 57 jongeren vertellen dat ze niet altijd precies weten waarom een vrijheidsbeperkende maatregel wordt toegepast. Soms is dit omdat ze het wel uitgelegd hebben gekregen, maar begeleiders er niet in slagen het voor jongeren in begrijpelijke taal uit te leggen. Ook hoort de IGJ van jongeren dat ze om uitleg vragen, maar deze niet altijd krijgen. Volgens de richtlijn Samen beslissen over hulp vergroot actieve betrokkenheid van jongeren hun motivatie binnen de hulpverlening. 

Luister naar wat jongeren vertellen over hoe ze betrokken worden, en wat hun wel en niet helpt. De uitspraken die je hoort zijn ingesproken door stemacteurs.

Waarschuwing: deze tekst bevat beschrijvingen van ervaringen van jongeren binnen de gesloten jeugdzorg. De inhoud kan confronterend zijn.

Jongeren worden onvoldoende gehoord en te weinig betrokken

0:00
0:00
-0:00

Vertrouwen in Jeugdstem beperkt

Jongeren zijn er niet goed van op de hoogte waar ze terecht kunnen als ze het ergens niet mee eens zijn. Op alle bezochte locaties komt een vertrouwenspersoon van Jeugdstem langs. Een vertrouwenspersoon is belangrijk en kan ervoor zorgen dat jongeren zich gehoord voelen en dat hun rechten worden beschermd, juist op een plek waar ze minder vrijheid hebben. Ook kan de vertrouwenspersoon jongeren ondersteunen bij klachten of als er iets niet goed gaat. En aan jongeren uitleggen wat hun rechten zijn. Toch is de vertrouwenspersoon van Jeugdstem niet altijd iemand aan wie zij hun verhaal kunnen en willen vertellen. Dit hoort de IGJ van jongeren en blijkt uit recent onderzoek van de kinderombudsman.

Quote jongere: “Jeugdstem voelt niet chill, want die gaan het bespreken met de leidinggevende en dan komt het toch terug bij mij: zij krijgen dan altijd gelijk.”

‘Nee, tenzij’ bij vrijheidsbeperking is nog niet overal de standaard

Voor een zo gezond mogelijke ontwikkeling en om te bevorderen dat jongeren zelf invloed hebben op hun ontwikkeling, moeten aanbieders al het mogelijke doen om vrijheidsbeperking van jongeren te voorkomen, volgens het ‘nee, tenzij-principe’ (zie uitleg bij Wat is het ‘nee-tenzij-principe’). In de veldnormen Terugdringen vrijheidsbeperkende maatregelen (2022) staat dat aanbieders de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen moeten proberen te voorkomen door onder meer andere manieren te gebruiken, zoals een rondje lopen. Of het aanbieden van andere activiteiten die passen bij de jongere, zoals boksen. 

Wat jongeren zeggen

De IGJ vroeg jongeren of en zo ja welke vrijheidsbeperkende maatregelen bij hen worden opgelegd. Uit de voorbeelden die zij geven, blijkt dat ze te maken hebben met een omgeving met veel controle, regels en beperkingen. Er lijken weinig vertrouwen, mogelijkheden tot ontwikkeling of eigen inbreng te zijn. Jongeren vertellen dat zij worden gestraft als zij afspraken niet nakomen. Zij worden bijvoorbeeld naar hun kamer gestuurd, er worden persoonlijke spullen ingenomen of hun verlof wordt ingetrokken. 

Quote jongere: “Als je je niet aan regels houdt, wordt alles van je afgepakt voor een paar dagen of een week.”

Jongeren noemen ook voorbeelden van vaste regels die gelden voor alle jongeren en van vrijheidsbeperkende maatregelen die in de huisregels staan. Op deze manier worden vrijheidsbeperkende maatregelen voor een hele groep ingezet en zijn daarmee niet individueel afgewogen. Dit is niet volgens het ‘nee, tenzij-principe’. 

Luister naar wat jongeren vertellen over vrijheidsbeperkende maatregelen.

Nee, tenzij-principe voor vrijheidsbeperking is nog niet overal de standaard

0:00
0:00
-0:00

Jongeren ervaren steun en begrip bij een vaste mentor

De inspectie hoort ook positieve geluiden van jongeren. 41 van de 57 jongeren ervaren dat hulpverleners altijd of vaak op een fijne manier met hen omgaan. Jongeren geven aan dat vaste mentoren het meest ondersteunen en begripvol zijn. Een mentor is de vaste begeleider van een jongere, die ondersteunt in de dagelijkse begeleiding en samen met de jongere werkt aan doelen en plannen voor de toekomst. De mentor is het eerste aanspreekpunt voor de jongere en ouders. Vooral in emotionele of moeilijke situaties spelen zij een belangrijke rol. 

41 jongeren vertellen dat ze op de groep waar ze verblijven mogen zijn wie ze zijn, waarbij ze aangeven dat diversiteit in identiteit, religie en leefstijl worden geaccepteerd. 

Luister naar wat jongeren vertellen over steun, begrip en wat zij goede hulp vinden.

Jongeren ervaren steun en begrip bij een vaste mentor

0:00
0:00
-0:00

Personeelskrapte zorgt voor uitdagingen

Jongeren geven aan dat er vaak wisselingen zijn in personeel en dat sommige hulpverleners volgens hen nog onervaren zijn. Jongeren ervaren dat dit invloed heeft op de manier waarop ze begeleiding krijgen. Bij veel wisselingen en onervaren hulpverleners ervaren zij de begeleiding als minder goed. Jongeren vertellen dat ze het belangrijk vinden dat begeleiders rustig en respectvol zijn, dat ze niet straffen, dat er met ze gelachen kan worden en dat het helpt als een begeleider weet wat een jongere nodig heeft. Ook geven jongeren aan dat het belangrijk voor hen is dat een begeleider voldoende tijd heeft om een gesprek te voeren en dat begeleiders naar hen luisteren. Daarom is het belangrijk dat er voldoende ervaren begeleiders zijn, die de jongeren kennen en dit kunnen bieden.

Quote jongere: “Soms komen er mensen die geen ervaring hebben, maar op onze groep zitten jongeren met veel problematiek. Daar is ervaring voor nodig.”

Er moet nog veel gebeuren

Hoewel de uitdagingen in de JeugdzorgPlus groot zijn en veranderingen tijd kosten, zijn meer stappen nodig. Het is belangrijk om jongeren daadwerkelijk te zien, horen en betrekken. De IGJ sprak met de bestuurders van de bezochte locaties over wat jongeren vertelden en wat er beter kan of moet. 

JeugdzorgPlus-aanbieders, brancheorganisatie en gemeenten moeten onderstaande punten met spoed oppakken. De IGJ blijft de ontwikkelingen van de om- en afbouw van de JeugdzorgPlus met veel aandacht volgen. Ook gaat de IGJ met de jongerenraad van JeugdzorgPlus-aanbieders in gesprek om hen te betrekken bij de vervolgstappen.

Dit is nodig:

Aanbevelingen aan JeugdzorgPlus-aanbieders

Aanbevelingen aan andere partijen