De Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) sprak met 57 jongeren tijdens hun verblijf in de gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus). Zij vertellen dat zij onvoldoende gehoord en te weinig betrokken worden bij de hulp die zij krijgen. Ook worden vrijheidsbeperkende maatregelen nog te veel toegepast. Positief is dat jongeren zich vaak veilig voelen. Bovendien ervaren zij vaak steun en begrip als zij een vaste mentor hebben, wat voor hen belangrijk is.
Binnen de JeugdzorgPlus verblijven jongeren voor wie de rechter een ‘machtiging gesloten jeugdhulp’ heeft afgegeven. De jongeren hebben vaak meerdere ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die hun ontwikkeling bedreigen. Een jongere moet naar de JeugdzorgPlus als de rechter wil voorkomen dat de jongere jeugdhulp mijdt of als de jongere door anderen wordt weggehouden bij jeugdhulp.
De jongere verblijft tijdens de behandeling in een instelling en kan niet zomaar weg. Daarom wordt JeugdzorgPlus ook ‘gesloten jeugdzorg’ genoemd. De JeugdzorgPlus is de enige plek waar volgens de Jeugdwet (artikel 6.3.1.2) vrijheidsbeperkende maatregelen mogen worden gebruikt. Hulpverleners kunnen deze maatregelen toepassen om de plaatsing en behandeling van de jongere mogelijk te maken. Voorbeelden zijn vastpakken, vasthouden, fouilleren en het innemen van iemands telefoon.
Sinds 2022 werken de landelijke overheid, gemeenten en aanbieders aan de om- en afbouw van de JeugdzorgPlus, met als doel zo dichtbij 0 als mogelijk gesloten plaatsingen in 2030. Tijdens het toezicht verblijven er 405 jongeren in de JeugdzorgPlus (bron: Jeugdautoriteit).
Vanaf januari 2024 is het ‘nee, tenzij-principe’ opgenomen in de Jeugdwet: hulpverleners in de JeugdzorgPlus mogen vrijheidsbeperkende maatregelen in de JeugdzorgPlus niet toepassen, tenzij:
- er geen minder zware alternatieven zijn.
- de maatregel evenredig is.
- redelijkerwijs te verwachten is dat de maatregel effectief is.
De gesloten jeugdzorg is de enige plek waar volgens de Jeugdwet vrijheidsbeperkende maatregelen mogen worden gebruikt. Dit vraagt om zorgvuldige, veilige en respectvolle hulp. Ook moeten de rechten van jongeren goed worden beschermd. Met het toezicht wilde de IGJ aan jongeren zelf vragen hoe het in de JeugdzorgPlus gaat. De IGJ vindt dat jongeren serieus genomen moeten worden en dat hun stem moet worden gehoord.
De IGJ volgt de om- en afbouw van de JeugdzorgPlus en de bijbehorende verandering van de cultuur naar werken volgens het ‘nee, tenzij-principe’ nauwgezet. Hoewel het proces van de om- en afbouw tijd kost, had de IGJ verwacht dat JeugdzorgPlus-aanbieders verder zouden zijn. Wat de IGJ nu van jongeren hoort, is namelijk niet nieuw. Het is belangrijk dat JeugdzorgPlus-aanbieders en andere betrokkenen hier met urgentie stappen in gaan zetten – er moet nog veel gebeuren.
JeugdzorgPlus-aanbieders hebben te maken met een complex speelveld: er is een groep jongeren met meerdere problemen voor wie passende hulp ontbreekt en lastig te organiseren is. De om- en afbouw van de JeugdzorgPlus is gaande, maar ‘open’ alternatieven zijn nog niet in alle regio’s voldoende aanwezig. Ook zijn jongeren het niet altijd eens met de hulp die ze krijgen omdat die is opgelegd door de rechter, waardoor het verlenen van hulp extra uitdagend kan zijn. Dat maakt jongeren hier goed bij betrekken, nóg belangrijker.
De IGJ besprak wat jongeren vertellen met bestuurders van de JeugdzorgPlus-locaties. In reactie hierop geven sommige bestuurders aan dat bepaalde punten als een verrassing komen, maar dat ze er toch mee aan de slag gaan. Bijvoorbeeld dat dat jongeren zich onvoldoende betrokken voelen bij de hulpverlening, dat ze niet altijd vertrouwen hebben in de vertrouwenspersoon van Jeugdstem en dat er algemeen geldende vrijheidsbeperkende maatregelen in de huisregels staan. De aanbieders willen intern gesprekken gaan voeren met onder meer de jongerenraad over hoe ze jongeren beter kunnen betrekken bij hun hulpverleningsproces en over het leefklimaat op de groep. Ook zijn er aanbieders die aangeven extra aandacht te hebben voor het inzetten van alternatieven voor vrijheidsbeperkende maatregelen en dit intern te gaan bespreken.
Quote aanbieder: “Als dit de beleving van jongeren is, dan moeten we er iets mee.”
Jongeren worden onvoldoende gehoord en te weinig betrokken
Veel jongeren geven aan dat zij onvoldoende worden betrokken bij hun hulp: 29 van de 57 jongeren zeggen dat dit soms of nooit gebeurt. Jongeren vertellen dat hulpverleners niet altijd duidelijke uitleg geven of heldere afspraken met hen maken over de hulp die zij krijgen. Hierdoor begrijpen jongeren niet altijd wat er gebeurt en worden zij onvoldoende betrokken bij de hulpverlening. 30 van de 57 jongeren ervaren dat de hulp die zij krijgen niet bijdraagt aan verbetering van hun situatie.
22 van de 57 jongeren vertellen dat ze niet altijd precies weten waarom een vrijheidsbeperkende maatregel wordt toegepast. Soms is dit omdat ze het wel uitgelegd hebben gekregen, maar begeleiders er niet in slagen het voor jongeren in begrijpelijke taal uit te leggen. Ook hoort de IGJ van jongeren dat ze om uitleg vragen, maar deze niet altijd krijgen. Volgens de richtlijn Samen beslissen over hulp vergroot actieve betrokkenheid van jongeren hun motivatie binnen de hulpverlening.
Luister naar wat jongeren vertellen over hoe ze betrokken worden, en wat hun wel en niet helpt. De uitspraken die je hoort zijn ingesproken door stemacteurs.
Waarschuwing: deze tekst bevat beschrijvingen van ervaringen van jongeren binnen de gesloten jeugdzorg. De inhoud kan confronterend zijn.
Jongeren worden onvoldoende gehoord en te weinig betrokken
Jongeren worden onvoldoende gehoord en te weinig betrokken
DownloadVraag: word jij betrokken bij besluiten over de zorg die je krijgt?
Jongere: ik krijg te weinig duidelijkheid over de hulp: afspraken over behandelingen worden niet duidelijk met mij gecommuniceerd, dat irriteert me. Ik hoor het vaak last-minute en daardoor kan ik er niet goed aan meedoen. Dat kan zeker beter.
Jongere: je kunt soms meepraten, maar meestal is dat niet zo. Over de rechterlijke machtiging en zo beslis je niet zelf. Bij therapie heb je wel invloed. En als ik iets goed heb gedaan kan ik wel vragen of ik iets mag, maar uiteindelijk bepalen zij het toch.
Jongere: ik word nooit bij gesprekken betrokken en hoor altijd de uitkomst later. Vooraf wordt mijn mening ook niet gevraagd. Ik weet niet waarom. Dat heb ik ook niet gevraagd.
Jongere: de behandel coördinator is altijd op kantoor en ze besluit alles. Ze zei 3 weken geleden dat ze vaker met mij zou praten, maar dat is nog niet gebeurd. Ze leest allemaal dingen, maar ze luistert niet naar ons.
Vraag: zorgt de hulp die jij hier krijgt, dat het beter met je gaat?
Jongere: soms gaat het niet heel goed hier en soms wel. Ze proberen me te begrijpen maar dat lukt ze niet altijd. Ze moeten mij meer los durven laten, niet zo erg controleren. Want dat zorgt voor opstandigheid.
Jongere: er is geen behandelplan voor mij. Ik had 2 weken geleden een behandeloverleg maar daar is geen plan uit gekomen. Ik zit te wachten tot ik therapie krijg en dat ze ergens mee komen.
Jongere: soms wel en soms niet. De begeleiders praten wel echt met me. Ze geven uitleg en helpen je hoe je het beter kan doen.
Jongere: het is echt kuthulp. Ik heb niets waarvan ik denk: ik word hier beter van. Ze gaan niet veel in overleg met je en proberen je iets te leren met straffen.
Vraag: wat vind jij goede hulp? Wat vind jij belangrijk?
Jongere: ik vind het moeilijk om mijn emoties uit mezelf te uiten. Ik wil graag dat groepsleiding naar mij toe komt en vragen stelt.
Jongere: ik wil graag dat ze meer luisteren naar wat wij nodig hebben. Dat als wij wat aangeven, dat ze er iets mee doen.
Jongere: ik denk dat het zou helpen om meer groepsgesprekken te houden met de leiding erbij. Iedere dag even met ons praten over wat er is gebeurd, ook als dingen niet goed lopen in de groep.
Jongere: ik vind het belangrijk dat er betere voorwaarden zijn voor je hier naartoe komt: dat er een hele concrete beschrijving is van waarom je hier gesloten moet zitten en wat dit voor je moet betekenen.
Vertrouwen in Jeugdstem beperkt
Jongeren zijn er niet goed van op de hoogte waar ze terecht kunnen als ze het ergens niet mee eens zijn. Op alle bezochte locaties komt een vertrouwenspersoon van Jeugdstem langs. Een vertrouwenspersoon is belangrijk en kan ervoor zorgen dat jongeren zich gehoord voelen en dat hun rechten worden beschermd, juist op een plek waar ze minder vrijheid hebben. Ook kan de vertrouwenspersoon jongeren ondersteunen bij klachten of als er iets niet goed gaat. En aan jongeren uitleggen wat hun rechten zijn. Toch is de vertrouwenspersoon van Jeugdstem niet altijd iemand aan wie zij hun verhaal kunnen en willen vertellen. Dit hoort de IGJ van jongeren en blijkt uit recent onderzoek van de kinderombudsman.
Quote jongere: “Jeugdstem voelt niet chill, want die gaan het bespreken met de leidinggevende en dan komt het toch terug bij mij: zij krijgen dan altijd gelijk.”
‘Nee, tenzij’ bij vrijheidsbeperking is nog niet overal de standaard
Voor een zo gezond mogelijke ontwikkeling en om te bevorderen dat jongeren zelf invloed hebben op hun ontwikkeling, moeten aanbieders al het mogelijke doen om vrijheidsbeperking van jongeren te voorkomen, volgens het ‘nee, tenzij-principe’ (zie uitleg bij Wat is het ‘nee-tenzij-principe’). In de veldnormen Terugdringen vrijheidsbeperkende maatregelen (2022) staat dat aanbieders de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen moeten proberen te voorkomen door onder meer andere manieren te gebruiken, zoals een rondje lopen. Of het aanbieden van andere activiteiten die passen bij de jongere, zoals boksen.
Wat jongeren zeggen
De IGJ vroeg jongeren of en zo ja welke vrijheidsbeperkende maatregelen bij hen worden opgelegd. Uit de voorbeelden die zij geven, blijkt dat ze te maken hebben met een omgeving met veel controle, regels en beperkingen. Er lijken weinig vertrouwen, mogelijkheden tot ontwikkeling of eigen inbreng te zijn. Jongeren vertellen dat zij worden gestraft als zij afspraken niet nakomen. Zij worden bijvoorbeeld naar hun kamer gestuurd, er worden persoonlijke spullen ingenomen of hun verlof wordt ingetrokken.
Quote jongere: “Als je je niet aan regels houdt, wordt alles van je afgepakt voor een paar dagen of een week.”
Jongeren noemen ook voorbeelden van vaste regels die gelden voor alle jongeren en van vrijheidsbeperkende maatregelen die in de huisregels staan. Op deze manier worden vrijheidsbeperkende maatregelen voor een hele groep ingezet en zijn daarmee niet individueel afgewogen. Dit is niet volgens het ‘nee, tenzij-principe’.
Luister naar wat jongeren vertellen over vrijheidsbeperkende maatregelen.
Nee, tenzij-principe voor vrijheidsbeperking is nog niet overal de standaard
Nee, tenzij-principe voor vrijheidsbeperking is nog niet overal de standaard
DownloadVraag: welke vrijheidsbeperkende maatregelen gelden voor jou?
Jongere: deurverklikkers omdat van de kamer afgaan niet is toegestaan omdat dit voor onveilige situaties zorgt. En er zijn camera’s – ook voor de veiligheid. We hebben ook een vaste tijd dat we naar onze kamer moeten, kamertijd. Dit is gewoon de afspraak, het is een gesloten groep.
Jongere: ik weet zelf, ik krijg mijn telefoon niet omdat ik weggelopen ben. En als ik mijn telefoon heb mag ik daar maar 30 minuten per dag op, en iemand kijkt mee. Iemand zit dan echt naast me. Ze zeggen dat dit nodig is, maar ik snap dat niet.
Jongere: onderzoek aan lichaam en kleding – dit is vooral als ik weggelopen ben, maar dat is pas 1x geweest. Ik vind het echt onnodig. Ze willen dan checken of ik niets bij me heb, maar dat zijn wel mijn privé spullen, ze gaan uit van wantrouwen in plaats van vertrouwen.
Vraag: vertellen ze jou waarom een maatregel nodig of niet nodig is?
Jongere: wordt wel besproken, maar wordt niet duidelijk uitgelegd waarom dat dan precies is. Bijvoorbeeld wat de verhouding is tussen de straf en de overtreding.
Jongere: in het begin pakten ze mij nog niet zoveel af. Ik zei steeds; ja, het boeit me toch niet. Toen zijn ze steeds meer gaan afpakken. Daardoor denk ik; waar doe ik het dan voor?
Jongere: heel soms, als je het vraagt, maar vaak kunnen ze het niet echt onderbouwen.
Vraag: wat gebeurt er als jij je niet aan afspraken houdt?
Jongere: als ze zich zorgen maken gaan ze van alles doen. Mijn kamer plunderen, spullen wegpakken die gevaarlijk kunnen zijn. Ze zeggen dan dat dat is voor mijn eigen veiligheid is.
Jongere: er wordt gewoon gefouilleerd als ze dat willen.
Jongere: dan moet ik naar m’n kamer, hoe lang hangt af van wat je gedaan hebt.
Jongere: meestal krijg ik dan een waarschuwing, dat gaat op een respectvolle manier. Dan krijg je nog een waarschuwing en zeggen ze wat de gevolgen zijn als je je er niet aan houdt. Daarna krijg je sancties.
Vraag: wat vind jij goede hulp? Wat vind jij belangrijk?
Jongere: begeleiders die weten waarom en het kunnen uitleggen. Aan het begin van de plaatsing werd het mij wel duidelijk uitgelegd, ook de kamercontroles.
Jongere: in gesprek komen en bespreken wat de volgende keer beter kan. Of geef me een werkboekje ofzo, dan kom je er ook achter waarom ik het gedaan heb.
Jongere: dat ze eerst kijken wat de reden is en dan oplossingen vinden daarin. En dus niet gelijk gaan straffen.
Jongeren ervaren steun en begrip bij een vaste mentor
De inspectie hoort ook positieve geluiden van jongeren. 41 van de 57 jongeren ervaren dat hulpverleners altijd of vaak op een fijne manier met hen omgaan. Jongeren geven aan dat vaste mentoren het meest ondersteunen en begripvol zijn. Een mentor is de vaste begeleider van een jongere, die ondersteunt in de dagelijkse begeleiding en samen met de jongere werkt aan doelen en plannen voor de toekomst. De mentor is het eerste aanspreekpunt voor de jongere en ouders. Vooral in emotionele of moeilijke situaties spelen zij een belangrijke rol.
41 jongeren vertellen dat ze op de groep waar ze verblijven mogen zijn wie ze zijn, waarbij ze aangeven dat diversiteit in identiteit, religie en leefstijl worden geaccepteerd.
Luister naar wat jongeren vertellen over steun, begrip en wat zij goede hulp vinden.
Jongeren ervaren steun en begrip bij een vaste mentor
Jongeren ervaren steun en begrip bij een vaste mentor
DownloadVraag: kun je bij begeleiders terecht als je ergens mee zit?
Jongere: ja daar kan ik bij terecht, als ik bijvoorbeeld ruzie heb gehad met m’n moeder, dan wordt dat gelijk opgepakt.
Jongere: ligt eraan wie er werkt, met sommige een betere band. Met mijn mentor heb ik een beetje een goede band, maar ik mocht mijn mentor niet zelf kiezen.
Jongere: ja, de begeleiders praten echt met me. Ze geven uitleg en helpen je hoe je het beter kan doen. Ze laten je in je waarde, zeggen waar het op staat en zijn eerlijk.
Jongere: bij invallers minder, bij het vaste team kun je altijd terecht. Ik moet wel echt een band hebben met mensen.
Jongere: er zijn er 2 of 3 die ik heel erg mag, dus met hun kan ik wel praten. Ik kan mezelf zijn bij hun, meer dan bij andere.
Vraag: wat vind jij goede hulp? Wat vind jij belangrijk?
Jongere: het is belangrijk dat de groepsleiding ervaring heeft, want dan weet je wat je doet. Soms komen er mensen die helemaal geen ervaring hebben. Ja, op onze groep staan jongeren met veel problemen. Daar is ervaring voor nodig.
Jongere: iemand die 1 keer in de week een uur een incheckmoment met mij heeft over hoe ik me voel. Een persoonlijk begeleider die echt met mij en mijn doelen bezig is. Die kijkt wat er wel en niet goed is gegaan die week. En als er iets is, dat ook meteen zegt, en zegt wat er moet gebeuren. Niet doen alsof het allemaal 'regenboog' is.
Jongere: goede hulp is dat ze naar me luisteren, dat ze er wat aan proberen te doen, hun best doen.
Jongere: het is fijn als ze dingen met je doen. Dat ze makkelijk zien waar je behoefte aan hebt, dat begeleiders sociaal zijn. En als de hulp je oprecht helpt.
Personeelskrapte zorgt voor uitdagingen
Jongeren geven aan dat er vaak wisselingen zijn in personeel en dat sommige hulpverleners volgens hen nog onervaren zijn. Jongeren ervaren dat dit invloed heeft op de manier waarop ze begeleiding krijgen. Bij veel wisselingen en onervaren hulpverleners ervaren zij de begeleiding als minder goed. Jongeren vertellen dat ze het belangrijk vinden dat begeleiders rustig en respectvol zijn, dat ze niet straffen, dat er met ze gelachen kan worden en dat het helpt als een begeleider weet wat een jongere nodig heeft. Ook geven jongeren aan dat het belangrijk voor hen is dat een begeleider voldoende tijd heeft om een gesprek te voeren en dat begeleiders naar hen luisteren. Daarom is het belangrijk dat er voldoende ervaren begeleiders zijn, die de jongeren kennen en dit kunnen bieden.
Quote jongere: “Soms komen er mensen die geen ervaring hebben, maar op onze groep zitten jongeren met veel problematiek. Daar is ervaring voor nodig.”
Er moet nog veel gebeuren
Hoewel de uitdagingen in de JeugdzorgPlus groot zijn en veranderingen tijd kosten, zijn meer stappen nodig. Het is belangrijk om jongeren daadwerkelijk te zien, horen en betrekken. De IGJ sprak met de bestuurders van de bezochte locaties over wat jongeren vertelden en wat er beter kan of moet.
JeugdzorgPlus-aanbieders, brancheorganisatie en gemeenten moeten onderstaande punten met spoed oppakken. De IGJ blijft de ontwikkelingen van de om- en afbouw van de JeugdzorgPlus met veel aandacht volgen. Ook gaat de IGJ met de jongerenraad van JeugdzorgPlus-aanbieders in gesprek om hen te betrekken bij de vervolgstappen.
Dit is nodig:
Aanbevelingen aan JeugdzorgPlus-aanbieders
Jongeren geven aan dat zij onvoldoende worden gehoord en betrokken bij de hulpverlening. Dit roept de vraag op of er voldoende wordt nagegaan of jongeren de informatie echt begrijpen, of de hulp goed aansluit bij wat nodig is en of er heldere afspraken met jongeren zijn over de hulp die zij krijgen. De IGJ verwacht dat JeugdzorgPlus-aanbieders intern actie ondernemen om te zorgen dat ze beter aansluiten bij jongeren. Dat ze elke jongere op een voor hen begrijpelijke manier betrekken bij het eigen hulpverleningsproces. Ook als jongeren het niet eens zijn met de hulp. Belangrijk hierbij is jongeren echt te horen en ook te checken of zij informatie begrijpen. Kijk dus niet alleen of het proces op orde is.
Jongeren vertellen dat er huisregels zijn die de vrijheid beperken voor de hele groep en noemen andere voorbeelden van vrijheidsbeperkende maatregelen die niet individueel afgewogen zijn, zoals dezelfde bedtijd voor iedereen. De IGJ verwacht van JeugdzorgPlus-aanbieders dat zij ervoor zorgen dat eerst alternatieven worden geprobeerd om vrijheidsbeperkende maatregelen te voorkomen. Ook verwacht de IGJ dat alle inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen individueel wordt afgewogen, en ze niet in de huisregels staan. Tot slot wil de IGJ dat JeugdzorgPlus-aanbieders als een vrijheidsbeperkende maatregel nodig is, dit goed aan jongeren uitleggen.
De IGJ ziet dat het binnen de JeugdzorgPlus nog niet overal lukt om een positief en stimulerende leefomgeving te bieden, waarbij belonen van goed gedrag vooropstaat in plaats van straffen. Jongeren ervaren nog niet altijd voldoende steun, krijgen niet altijd de juiste structuur en kunnen zich daardoor niet optimaal ontwikkelen. Volgens de richtlijn Jeugdhulp met verblijf (2025) en de richtlijn Ernstige gedragsproblemen (2024) zijn dit juist belangrijke voorwaarden voor een goed leefklimaat.
Zorg ervoor dat jongeren iemand hebben die er voor hen is als ze het ergens niet mee eens zijn of als ze een klacht hebben. Dit kan een vaste mentor of de vertrouwenspersoon zijn. Maar als een jongere geen vertrouwen in deze persoon heeft, zorg dan voor een alternatief, zoals een familielid of iemand uit zijn eigen kring. Zorg dat een jongere een vaste mentor of hulpverlener heeft, die weet wat een jongere nodig heeft omdat dit als positief ervaren wordt door jongeren.
Aanbevelingen aan andere partijen
Door in gesprek te gaan kunnen JeugdzorgPlus-aanbieders onderling ervaringen uitwisselen en leren van elkaars goede voorbeelden. Denk hierbij aan voorbeelden zoals aanbieders waarbij het lukt deskundig personeel in te zetten, die de tijd nemen voor jongeren en jongeren goed kennen. Ook zouden aanbieders onderling kennis en ervaring kunnen delen om een positief en stimulerend opvoedklimaat te bevorderen. Dit helpt in de verandering naar werken volgens het ‘nee, tenzij-principe’.
Zorg ook voor voldoende passende alternatieven bij open jeugdhulporganisaties. Zorg dat voorafgaand aan plaatsing een verklarende analyse beschikbaar is en organiseer tijdig passend perspectief na uitstroom. Zo wordt voorkomen dat jongeren onnodig (lang) in de JeugdzorgPlus verblijven doordat een passende vervolgplek ontbreekt.