Bij wet cupping is de betrokkenheid van een arts een voorwaarde voor cliëntveiligheid. De uitvoering van deze alternatieve behandelmethode brengt risico’s met zich mee. Uit toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) blijkt dat aanbieders hier niet aan voldoen. De inspectie roept alle aanbieders van wet cupping op om dit alsnog te regelen.

Als inspectie monitoren we ontwikkelingen in het veld. Zo kregen we de afgelopen jaren signalen over wet cupping die erop wijzen dat beroepsmatige behandelaars mogelijk niet de juiste bevoegdheid hebben. Daarom deden we proactief onderzoek naar deze alternatieve behandelvorm, waarbij de nadruk is gelegd op de bevoegdheid van zorgverleners om behandelingen met wet cupping uit te voeren. 

We constateerden dat de bezochte aanbieders niet de benodigde bevoegdheid hadden voor het uitvoeren van de voorbehouden handeling die wordt toegepast bij wet cupping. Een belangrijke oorzaak hiervan lijkt onbekendheid met de wet- en regelgeving. Vanwege de risico’s die de voorbehouden handeling bij wet cupping met zich brengt, moeten aanbieders zich beter informeren over de regels die gelden voor het uitvoeren ervan en daar naar handelen. 

Wet cupping: de behandeling en risico’s

Cupping-therapie is een alternatieve behandelvorm die wordt toegepast bij allerlei gezondheidsklachten. Daarbij worden glazen of plastic koppen op de huid gezet en vacuümgetrokken. Bij wet cupping, ook wel hijama genoemd, worden vóór het vacuümtrekken eerst kleine sneetjes of prikjes gemaakt in de huid, met als doel het onttrekken van bloed. In Nederland bieden verschillende typen behandelaars deze behandeling aan, waaronder fysiotherapeuten, huidtherapeuten, masseurs en aanbieders van traditionele Chinese geneeskunde (TCM).

Een ingreep waarbij het lichaamsweefsel zich niet direct herstelt, zoals bij wet cupping, is een voorbehouden handeling. Omdat aan deze handeling risico’s verbonden zijn, mag deze alleen uitgevoerd worden door of in opdracht van een arts. BIG-geregistreerde artsen zijn hiervoor opgeleid en beschikken over de kennis en vaardigheden om de behandeling veilig en verantwoord uit te voeren. De arts die wordt betrokken is daarmee ook eindverantwoordelijk voor de behandeling. Deze arts moet dan, wanneer hij dit met het oog op de risico’s nodig vindt, ook op korte termijn bij de aanbieder kunnen zijn.

Als deze handeling wordt uitgevoerd door iemand die hier niet voor bevoegd is, omdat opleiding en medische kennis ontbreekt, levert dat risico’s op voor de cliënt. Denk aan infecties, littekenvorming of andere schade door onjuist prikken of snijden zoals flauwvallen of bloedingen. Bovendien blijkt uit onderzoek van het RIVM dat er een kans is op bloedoverdraagbare aandoeningen zoals hepatitis B en C voor zowel cliënt als behandelaar als die laatste wet cupping niet hygiënisch uitvoert. Daarbij ziet het RIVM het prikken of snijden van de huid als een potentieel gezondheidsrisico.

Alle aanbieders die we bezochten en spraken, pasten na het contact met ons hun werkwijze of aanbod aan.

Steekproef inspectie: in geen enkel geval arts betrokken

Voor dit onderzoek keken we specifiek naar de bevoegdheid van wet cupping-behandelaars. We zochten via internet naar aanbieders, waarbij we keken of zij deze behandeling beroepsmatig aanboden en of ze de betrokkenheid van een arts vermeldden. We verzamelden op deze manier informatie van 48 aanbieders. Daarna maakten we steekproefsgewijs een selectie voor een inspectiebezoek of telefoongesprek. In het eerste kwartaal van 2026 zijn 13 aanbieders bezocht en is er met 3 aanbieders telefonisch contact geweest. De overige aanbieders stuurden we een brief met informatie over de geldende (wettelijke) voorwaarden voor het aanbieden van wet cupping.

Op basis van de informatie op de websites van de aanbieders bleek in geen enkel geval dat er een arts betrokken was bij de wet cupping-behandelingen. Die informatie bleek overeen te komen met de praktijk, want bij geen van de bezochte en gesproken aanbieders werden de behandelingen door een bevoegde behandelaar uitgevoerd. De behandelaars waren geen arts en er was bij de behandeling ook geen arts betrokken. In alle gevallen gaven ze aan dat ze niet wisten dat een behandeling met wet cupping alleen door een arts of in opdracht van een arts mag worden uitgevoerd.

Wat er verder uit ons onderzoek kwam: 

Verschillende methoden en termen zorgen voor onduidelijkheid

Uit het onderzoek bleek dat bij de uitvoering van wet cupping uiteenlopende methoden en termen worden gebruikt. Behandelaars maken gebruik van verschillende instrumenten voor het prikken of snijden, waaronder een scalpel (zonder handvat), lancetnaald of pennaald. Daarnaast worden er diverse termen gehanteerd voor het doorboren en laten bloeden van de huid, zoals ‘snijden’, ‘prikken’ (ook met scalpel), ‘maken van krasjes’ en ‘schrapen over de huid’. Ondanks deze verschillen in methode en terminologie was het doel in alle gevallen hetzelfde: het laten bloeden van de huid voorafgaand aan het plaatsen van  vacuüm-cup.

In opleiding geen aandacht voor bevoegdheid

Een groot deel van de gesproken behandelaars vertelde dat zij een opleiding hadden gevolgd voor wet cupping, maar dat hen tijdens die opleiding niet is verteld welke bevoegdheid nodig is voor het uitvoeren van de behandeling. 

Wet cupping is voorbehouden handeling, dus voldoe aan voorwaarden

Een behandeling met wet cupping waarbij wordt geprikt of gesneden en bloed vrijkomt is een voorbehouden handeling, ongeacht de methode of termen die de aanbieder gebruikt. Dit omdat naar (het risico van) de behandeling in zijn geheel wordt gekeken en niet alleen op basis van de gebruikte prik- of snijtechniek.

Bezochte praktijken pasten werkwijze of aanbod aan

Alle aanbieders die we bezochten en spraken, pasten na het contact met ons hun werkwijze of aanbod aan:

  • 3 aanbieders zochten samenwerking met een BIG-geregistreerde arts. 
  • De overige aanbieders gaven aan hun behandelingen met wet cupping te stoppen, al dan niet tot zij die behandeling volgens wet- en regelgeving kunnen uitvoeren. De aanbieders die hebben besloten definitief te stoppen hebben het aanbod verwijderd van hun website.
  • Van de aanbieders die van ons een informatiebrief kregen omdat we ze niet bezochten en spraken tijdens dit onderzoek, lieten er 4 proactief aan ons weten dat zij geen behandelingen met wet cupping (meer) aanbieden en dat zij dit aanbod van de website verwijderden.

Hoe nu verder

Met het oog op de resultaten van dit onderzoek blijven we als inspectie aandacht houden voor de risico’s in de alternatieve zorg. Ook brengen wij deze resultaten onder de aandacht van relevante partijen.