De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft de afgelopen vierenhalf jaar alle organisaties bezocht die verpleeghuiszorg bieden. Tussen 2017 en 2021 bezochten wij 649 zorgorganisaties. Hieronder een beeld van de bezoeken met de bijbehorende conclusies. Hoofdinspecteur Angela van der Putten en senior inspecteur Leslie Voerman geven in een interview de bevindingen en kijken vooruit.

Verslaggever: Wat kunt u vertellen over het toezicht op de verpleeghuiszorg van de afgelopen jaren?
Angela van der Putten – Hoofdinspecteur Jeugd en Maatschappelijke zorg: Als inspectie hebben we de afgelopen vier jaar alle verpleeghuizen onderzocht. We wilden daarmee een impuls geven aan de kwaliteit en veiligheid van de zorg.
Inspecteurs gingen daarnaartoe en die bezochten de huiskamers, die spraken met bewoners, ze spraken met professionals, onderzochten dossiers. En natuurlijk ook met het bestuur en de Raad van Toezicht hebben we gesprekken gevoerd. Daardoor hebben we een goed beeld gekregen wat er in de verpleeghuizen speelt. En natuurlijk, we hebben ook situaties gezien waar het echt onder de maat was, en daar hebben we ook maatregelen genomen.
Er was natuurlijk ook corona en dat was een hele heftige periode voor de verpleeghuizen, waar we ook het beeld hebben gezien van schrijnende situaties. We hebben ons toezicht in stand gehouden in eerste instantie op afstand, daarna wanneer het weer kon zijn we op bezoek geweest, om op die manier toch de kwaliteit van zorg, die echt onder druk stond, in de gaten te houden.
Verslaggever: De inspectie kijkt tijdens de inspecties naar persoonsgerichte zorg. Wat viel daarbij op?
Leslie Voerman – Senior Inspecteur Verpleging en Verzorging: We zagen de afgelopen jaren bij zorgorganisaties heel veel aandacht voor persoonsgerichte zorg. We zagen dat zorgverleners echt aandacht hebben voor de cliënt, met respect met ze omgaan, de wensen en behoeften van de cliënt goed kennen en die ook meenemen in de dagelijkse zorgverlening dus dat vonden wij heel fijn om dat te constateren en we zagen ook dat levensgeschiedenis en de historie van cliënten door zorgverleners steeds beter bekend was en dat ze dat ook gebruiken bij de dagelijkse zorg.
En tijdens bezoeken zagen we echt hele mooie voorbeelden: dat een organisatie voor een cliënt die vroeger coupeuse was, een naaihoekje had ingericht, zodat de cliënt daar zelf nog kleding kon maken, of cliënten waarvan bekend was dat ze vroeger graag met de maaltijd bezig waren, dat ze die ook actief elke dag betrokken bij het bereiden van de maaltijd.
Verslaggever: Waarop kunnen zorgorganisaties zich de komende tijd richten?
Leslie Voerman – Senior Inspecteur Verpleging en Verzorging: Zorgorganisaties kunnen zich de komende tijd richten op: zorgverleners helpen om betere professionele afwegingen te maken en die professionele afwegingen dan ook op een goede en zorgvuldige manier vast te leggen in cliëntdossiers, omdat wij denken dat dat zal helpen om de cliënt betere zorg te geven op alle momenten van de dag.
Verslaggever: Welke rol zie je voor de bestuurders van zorgorganisaties?
Leslie Voerman – Senior Inspecteur Verpleging en Verzorging: Zorgbestuurders die goede zorg willen leveren, zouden het belangrijk moeten vinden om constant op zoek te zijn naar verbeteren. Dus dat betekent dat wij van zorgorganisaties verwachten dat ze leren en verbeteren meenemen in hun dagelijks werk. Hoe zorgt een bestuurder ervoor dat een medewerker veilig kan melden? Hoe zorgt een bestuurder ervoor dat vervolgens die meldingen ook op een goede manier gebruikt worden om de kwaliteit van zorg te verbeteren? Dat vinden wij belangrijke zaken die terug moeten komen.
Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat een bestuurder aandacht heeft voor inspraak en tegenspraak. Inspraak en tegenspraak van bijvoorbeeld een cliëntenraad of een Raad van Toezicht, maar ook van een VAR of een personeelsadviesraad.
Verslaggever: Waar kunnen verpleeghuis aanbieders nog meer op inzetten?
Leslie Voerman – Senior Inspecteur Verpleging en Verzorging: Wij denken dat verpleeghuis aanbieders nog meer zouden kunnen inzetten op samenwerken. We hebben gezien ten tijde van corona dat er al heel veel initiatieven rondom samenwerking in regio's ontstaan zijn en tijdens bezoeken horen wij van bestuurders eigenlijk altijd terug dat ze dat echt als succesfactor zien, dat ze daardoor beter in staat zijn om met elkaar knelpunten in de zorg aan te pakken.
Verslaggever: Welke uitdagingen ziet u voor de toekomst?
Angela van der Putten – Hoofdinspecteur Jeugd en Maatschappelijke zorg: De druk op de sector zal blijven. Er is een behoorlijke arbeidsmarktproblematiek, schaarste, en daar zal de sector op moeten anticiperen om mensen te behouden die in de zorg, professioneel en met passie, kunnen blijven werken. En we zien natuurlijk ook allerlei ontwikkelingen om de zorg slimmer te organiseren.
Verslaggever: Hoe ziet het toezicht van de inspectie er de komende jaren uit?
Angela van der Putten – Hoofdinspecteur Jeugd en Maatschappelijke zorg: We hebben de afgelopen jaren heel veel informatie opgehaald. We hebben gezien dat bij heel veel instellingen het heel goed gaat, maar er zijn ook instellingen waar het minder goed gaat. Daar zullen we ons met name op focussen, maar we zien ook een ontwikkeling dat er steeds meer zorg thuis gaat plaatsvinden, dus we zullen ook naar de thuiszorg, wijkverpleging gaan kijken.
We maken ook onderscheid, maatwerk, tussen de kleine en de grote instellingen. En we kunnen natuurlijk ook nog aandacht geven aan bepaalde thema's: bijvoorbeeld medicatieveiligheid en infectieziektepreventie, want dat is natuurlijk na deze coronaperiode heel belangrijk.
Kortom we gaan kijken of we ons toezicht meer met effect kunnen gaan vormgeven zodat de kwaliteit en veiligheid van de zorg nog beter geborgd is.
Logo Inspectie voor de Gezondheidszorg, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verschijnt in beeld.
Beeldtekst: Duidelijk. Onafhankelijk. Eerlijk.
Zorgorganisaties werken hard aan de kwaliteit van zorg
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft in de afgelopen vierenhalf jaar alle organisaties die verpleeghuiszorg bieden bezocht. Op deze pagina brengen wij in beeld waarop wij hebben gelet bij deze bezoeken en wat onze conclusies waren. Daarnaast gaan we in op een ontwikkeling die grote impact had op de verpleeghuiszorg: de coronapandemie.
De coronapandemie heeft grote invloed (gehad) op de zorg en het werk in woonvoorzieningen voor ouderen. Zorgmedewerkers spannen zich voortdurend in om onder deze moeilijke omstandigheden goede zorg te leveren. De inspectie heeft daar grote waardering voor. Inspecteurs hebben gedurende de coronapandemie op verschillende wijzen zicht gehouden op de zorg. Zo zijn er bijvoorbeeld belrondes gedaan, om ervaringen en knelpunten in de verpleeghuiszorg in kaart te brengen.
Toezicht om de zorg te verbeteren
De inspectie brengt een bezoek aan één locatie van een zorgorganisatie. Bij grote zorgorganisaties met 10 of meer locaties, bezoeken wij er 2.
Bij een toezichtbezoek aan een zorgorganisatie, komen 2 inspecteurs op bezoek. Zij kijken hoe een dag in het verpleeghuis verloopt. Zij observeren in de huiskamers en onderzoeken zorgdossiers. Ook luisteren zij naar de verhalen van bewoners en medewerkers.
Als de zorg in een verpleeghuis (deels) niet voldoet, verbeteren zorgorganisaties dit vaak na het toezicht van de inspectie. Als het nodig is, leggen wij een zorgorganisatie een maatregel op, bijvoorbeeld verscherpt toezicht of een aanwijzing.
Toezicht op 3 thema's
De inspectie kijkt tijdens bezoeken naar 3 thema’s. Per thema zijn er normen waarop we toetsen. Deze vind je in het Toetsingskader.
- Aandacht voor persoonsgerichte zorg
- Werken aan voldoende en deskundige zorgverleners
- Sturing op kwaliteit en veiligheid
Thema: aandacht voor persoonsgerichte zorg
De meeste zorgorganisaties hebben grotendeels voldoende aandacht voor de cliënt als persoon.
Wat wij zagen:
- Bij de meeste zorgorganisaties kennen zorgmedewerkers de cliënt en zijn wensen en behoeften.
- Ongeveer drie kwart van de zorgorganisaties laat cliënten waar mogelijk zelf de regie voeren over hun leven en welbevinden.
- In ruim drie kwart van de verpleeghuizen ervaren cliënten nabijheid, geborgenheid, vertrouwen, begrip en respect van zorgmedewerkers.
| Punt |
| Voldoet grotendeels | Voldoet grotendeels niet | Voldoet niet | |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 35,5% | 47,1% | 14,4% | 0% | |
| 2 | 32% | 43,7% | 23,9% | 0,5% | |
| 3 | 49% | 35,4% | 15,4% | 0,2% |
Thema: voldoende en deskundige zorgmedewerkers
Ruim de helft van de zorgorganisaties zet voldoende en deskundig personeel in. Toch maken de toezichtbezoeken ook duidelijk dat in veel zorgorganisaties niet voldoende zorgmedewerkers worden ingezet of niet voldoende deskundigheid beschikbaar is. Hier spelen meer factoren een rol. Het gaat onder andere over het bieden van goede scholing en het waarderen van zorgmedewerkers. De krapte op de arbeidsmarkt speelt hier ook een rol. De arbeidsmarkt in de verpleeghuissector verandert volop. Daardoor krijgen verpleeghuizen te maken met dilemma’s en gevolgen voor de kwaliteit van de zorg. Lees meer over de verkenning van de arbeidsmarkt, dillema’s, opvallende conclusies en aanbevelingen in: Stroomversnelling voor krappe arbeidsmarkt in verpleeghuiszorg.
Wat wij zagen:
- Professionele afweging: bij ongeveer de helft van de zorgorganisaties maken zorgmedewerkers een voldoende professionele afweging over welke zorg nodig is. Zij kijken hierbij naar de wensen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt.
- Methodisch werken: bij ruim een derde van de organisaties werken zorgmedewerkers methodisch, zoals past bij hun functie en wordt dit proces duidelijk vastgelegd in het cliëntdossier.
- Deskundige zorgwedewerkers: ruim de helft van de zorgorganisaties zorgt dat er voldoende deskundige zorgmedewerkers beschikbaar zijn, passend bij de aanwezige cliënten en de zorg die zij nodig hebben.
| Punt |
| Voldoet grotendeels | Voldoet grotendeels niet | Voldoet niet | |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 16% | 36,9% | 44,2% | 2,9% | |
| 2 | 6,5% | 32,5% | 55,2% | 5,9% | |
| 3 | 21,7% | 43,1% | 32% | 2,8% |
Thema: sturing op kwaliteit en veiligheid
Goede kwaliteit en veiligheid van zorg begint met goed bestuur en management. Wie wil dat zorgmedewerkers goede zorg kunnen bieden, moet continu sturen op verbeteringen. Meer dan de helft van de zorgorganisaties werkt aan verbetering van de kwaliteit van zorg. Toch blijkt uit de toezichtsbezoeken wel dat zorgorganisaties niet altijd de kwaliteit van zorg in beeld hebben, niet altijd sturen op de kwaliteit en veiligheid en onvoldoende passend verbeteren.
Daarnaast is het de taak van een bestuurder om te zorgen voor een veilige cultuur. Daarin kunnen zorgmedewerkers open zijn over fouten en twijfels. Alleen zo, kan iedereen binnen de zorgorganisatie van elkaar leren en verbeteren. Bij ongeveer driekwart van de zorgorganisaties voelen zorgmedewerkers zich veilig en kunnen open zijn over fouten en twijfels.
Wat wij zagen:
- Meer dan de helft van de zorgorganisaties bewaakt, beheerst en verbetert systematisch de kwaliteit en veiligheid van de zorg.
- Ongeveer driekwart van de zorgorganisaties schept de voorwaarden voor een cultuur gericht op leren en verbeteren.
| Punt |
| Voldoet grotendeels | Voldoet grotendeels niet | Voldoet niet | |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 18% | 40,7% | 35,5% | 5,8% | |
| 2 | 34,4% | 45,4% | 18% | 2,1% |
Vervolg: toezicht vanaf 2022
Vanaf 2022 wordt het toezicht op de verpleeghuiszorg meer op maat vormgegeven. Dat betekent dat het toezicht zich meer zal richten op de grootste risico’s voor de kwaliteit en veiligheid van de verpleeghuiszorgzorg en dat er daarnaast meer focus komt op belangrijke thema’s in de sector, zoals bijvoorbeeld hygiëne en infectieziektenpreventie, medicatieveiligheid en knelpunten in de arbeidsmarkt. De resultaten van ‘verpleeghuiszorg in beeld’ vormen een belangrijk vertrekpunt voor de invulling van het toezicht.
Methodologische verantwoording Verpleeghuiszorg in beeld
Om de verpleeghuiszorg in beeld te krijgen, heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) de resultaten van de bezoeken aan zorgorganisaties op een rijtje gezet. Hierbij hebben we een aantal methodologische keuzes gemaakt.
De IGJ kondigde het gesprek met de raad van bestuur en raad van toezicht aan. Na dit gesprek besloot de IGJ bij welke locatie(s) zij op bezoek zou gaan. Voor de beoordeling van normen ging de IGJ uit van informatie uit verschillende bronnen. Dit zijn bijvoorbeeld cliëntendossiers, documenten, observaties en gesprekken met cliënten, zorgverleners en bestuurders.
In de analyse hebben we alle eerste bezoeken meegenomen die we afnamen met:
- het Toetsingskader voor zorgaanbieders waar mensen wonen die langdurige zorg nodig hebben of
- de Verkorte versie van het toetsingskader voor instellingen waar mensen verblijven die niet thuis kunnen wonen.
Het gaat om 649 bezoeken sinds 2017, waarvan het vastgestelde rapport op 1 maart 2022 beschikbaar was. De bezoeken zijn afgelegd tot en met december 2021. In de periode van de coronapandemie kondigden we onze locatiebezoeken aan.
Bij een zorgorganisatie met meer dan 10 locaties bezochten we meer locaties om een beeld te krijgen. We hebben dan de scores van alle locaties van die organisatie meegenomen in de resultaten.
Bij sommige bezoeken hebben we 1 of meer normen niet getoetst. Bijvoorbeeld omdat we niet genoeg feitelijke onderbouwing voor een resultaat hebben gevonden. Het kan dus zijn dat de scores op de normen niet over alle locaties gaan. De staafdiagrammen geven de verdeling weer van de scores op de normen die we wél hebben getoetst.
De IGJ legt regelmatig ook andere typen bezoeken af bij verpleeghuizen. Bijvoorbeeld thema-bezoeken over mondzorg of infectiepreventie. De resultaten van deze bezoeken hebben we niet meegenomen.
Ook de resultaten van hertoetsen hebben we niet meegenomen. Een hertoets betekent dat we een verpleeghuis nog een keer hebben bezocht. Dit vanwege resultaten van een eerder bezoek. Bij een hertoets toetsen we meestal niet alle normen, maar alleen de normen die bij het eerdere bezoek (voor het grootste deel) niet voldoende waren.
We hebben alleen normen onderzocht die in beide toetsingskaders voorkomen. Er is nog een overlappend thema, namelijk medicatieveiligheid. Dit is geen standaard onderdeel bij een eerste toets van het toetsingskader ‘voor zorgaanbieders waar mensen wonen die langdurige zorg nodig hebben’. Daarom hebben we medicatieveiligheid niet onderzocht.
De percentages zijn afgerond op 1 decimaal. Daardoor kan het voorkomen dat de percentages op een norm niet optellen tot 100%, maar tot 99,9%.