Hoe vaak is een jongere vastgehouden? Hoe vaak is een kamer afgesloten? Hoe vaak is dwang toegepast? Als inspecteur in het toezicht op gesloten jeugdhulp zoek ik naar objectieve informatie over vrijheidsbeperkende maatregelen, dat hoort bij mijn werk. Maar tegelijkertijd vraag ik me soms af waar ik mee bezig ben.

Beeld: © IGJ

Jeannette Anker-Wiering, inspecteur jeugdhulp

Want wat zeggen cijfers eigenlijk, als we niet kijken naar het verhaal erachter? Een lage score op de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen betekent niet automatisch dat jongeren zich veilig voelen. En een hoge score vertelt me niet waarom medewerkers dachten dat zij tot die maatregelen moesten overgaan. Dat zijn geen verhalen die in een Excel passen.

Daarom spreek ik met de jongeren, hoor en lees hun verhalen. Verhalen over angst, eenzaamheid, onrecht en machteloosheid. Jongeren die vertellen dat ze afhankelijk zijn van medewerkers die hen niet goed kennen en niet weten wat ze moeten doen als de spanning oploopt. Over situaties die voor jongeren normaal leken te zijn, omdat ze niet anders kenden. Pas later beseffen ze hoe ingrijpend die ervaringen eigenlijk waren. En ze dragen de gevolgen nog steeds met zich mee. Niet voor niets zijn eind augustus landelijke excuses aangeboden aan jongeren voor het leed dat ze hebben opgelopen in de gesloten jeugdhulp.

Allemaal hetzelfde doel: goede zorg voor jongeren

Ook in gezamenlijke bijeenkomsten met alle aanbieders van gesloten jeugdhulp praten we over de verhalen achter de cijfers. Ik vind het heel bijzonder en goed dat dit zo open met elkaar gebeurt. Dilemma’s en moeilijkheden bij de inzet en het verminderen van vrijheidsbeperkende maatregelen komen op tafel. Ik hoor mooie voorbeelden van hoe aanbieders de cijfers en de analyse daarvan met jongeren hebben besproken. En wat er volgens hen nodig is om het nog beter te doen voor de jongeren. Ik heb hierbij sterk het gevoel dat we allemaal hetzelfde doel hebben: goede zorg voor de jongeren en de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen verminderen of op z’n minst op een goede en verantwoorde manier toepassen.

Er wordt toegewerkt naar een situatie zonder gesloten jeugdzorgplaatsingen. Tegelijkertijd realiseer ik mij dat jongeren met ernstige problemen dan op andere plekken terechtkomen, in een open setting. Plekken waar vrijheidsbeperkende maatregelen niet zijn toegestaan, maar waar we ze tegenkomen zonder dat jongeren rechtsbescherming hebben. Dat vind ik zorgelijk.

Het verhaal achter de cijfers is wat écht telt

Daarom neem ik de verhalen van jongeren ook mee als ik met bestuurders, managers of medewerkers in de ‘open’ jeugdhulp praat. En ik stel vragen. Doen medewerkers het goede, ook als niemand meekijkt? Is er voldoende personeel om de rust te bewaren zonder dwang? Kennen medewerkers de jongeren echt? Begrijpen zij wat een jongere nodig heeft op het moment dat de spanning oploopt? Wordt een jongere met respect behandeld, óók als het gedrag moeilijk is? Hoe is het écht voor jongeren op deze groep? 

Jongeren vertellen dat ze vaak niet konden zeggen dat iets niet klopte. En soms horen jongeren ook nog eens dat er geen andere plek is waar ze terecht kunnen, dan durf je je echt niet uit te spreken. Dan heb je volwassenen nodig die om je heen staan, je kennen en ervoor zorgen dat je de beste zorg krijgt die mogelijk is. Met vertrouwen en vakmanschap. Dat kan alleen door het gesprek te blijven voeren over de kwaliteit van het leven van de jongeren, iedere dag weer. Het verhaal achter de cijfers is tenslotte dat wat écht telt.

Jeannette Anker-Wiering
Inspecteur jeugdhulp, IGJ