Om beter voorbereid te zijn op een komende pandemie met een infectieziekte, moet het uitwisselen van informatie over virusmonsters tussen medische laboratoria en het RIVM, GGD’en en zorgaanbieders beter. Daarvoor zijn betere ict-systemen nodig. Daarnaast moet er meer duidelijkheid komen in de interpretatie van de privacyregels.
Dat schrijft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). In 2025 bezocht de inspectie 8 representatieve laboratoria en sprak met het RIVM. Inspecteurs spraken onder andere met het laboratoriummanagement, artsen, medisch moleculair microbiologen, ict-specialisten en juristen. Ook keken ze documenten in. Verder kregen 48 laboratoria een digitale vragenlijst waarvan er 40 reageerden (83%).
De medisch-microbiologische laboratoria richten zich primair op de individuele patiëntenzorg. Daarvoor wisselen zij informatie over monsters (vooral uit bloed, urine, slijm en ontlasting) uit met zorgaanbieders, zoals huisartsen en verpleeghuizen. Daarnaast is de microbiologische diagnostiek belangrijk om zicht te houden op de aanwezigheid en verspreiding van infectieziekten. Daarvoor hebben de laboratoria onder andere contacten met het RIVM.
Conclusies
- Slechts enkele laboratoria voerden een risicoanalyse uit over het werken tijdens een pandemie. Ook schreven maar weinig laboratoria een draaiboek naar aanleiding van de coronapandemie. De inspectie vindt risicoanalyses en draaiboeken belangrijk. Zo blijft cruciale kennis vastgelegd en is sneller en effectiever werken bij een nieuwe pandemie mogelijk.
- De inspectie ziet dat gegevens over monsters nog niet voldoende uitgewisseld worden. Een belangrijke oorzaak hiervan ligt in privacywetgeving, die verschillend geïnterpreteerd wordt.
- Er is geen wettelijke verplichting voor het delen van data en monsters met het RIVM. Dit gebeurt op vrijwillige basis, waardoor het systeem kwetsbaar is. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) werkt aan aanpassing van de Wet publieke gezondheid (Wpg) om dit te verbeteren.
- Ict-systemen voor het uitwisselen van gegevens zijn nog niet optimaal voor het zicht houden op de verspreiding van een infectieziekte. Het ontbreekt vooral aan digitale koppelingen tussen de verschillende systemen van laboratoria, GGD’en, zorgaanbieders en het RIVM.
Investeren in pandemische paraatheid laat effect zien
In 2023 concludeerde de inspectie in het rapport GGD’en werken toegewijd aan het herstel van de publieke gezondheidszorg dat er grote tekorten waren aan bevoegd en bekwaam personeel bij de GGD’en, vooral bij de teams die zich bezighouden met infectieziektebestrijding. In 2025 rapporteerde de inspectie in Beheersing pandemie vereist betere samenwerking zorgketen dat de GGD’en dankzij forse investeringen inmiddels konden voldoen aan de randvoorwaarden om goed te werken aan infectieziektebestrijding. In dat rapport pleitte de IGJ onder andere voor structurele financiering voor het bestendigen van de versterking van de teams. De bezuinigingsplannen van het vorige en het huidige kabinet op pandemische paraatheid brengen deze versterking in gevaar. Inmiddels heeft het kabinet laten weten hier dit voorjaar opnieuw naar te kijken.