Op deze pagina vindt u informatie over hoe u geweld kunt melden, wanneer u moet melden en wie de melding behandelt. Jeugdhulporganisaties en gecertificeerde instellingen zijn volgens de Jeugdwet verplicht om geweld bij de inspectie te melden. Veilig Thuis-organisaties zijn dat verplicht volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

Hoe meldt u geweld?

U kunt geweld melden door het Meldformulier Meldingen Jeugd in te vullen. 

Voorbereiden melding
U kunt de melding via het Meldformulier Meldingen Jeugd niet tussentijds opslaan. Daarom adviseren wij u om van tevoren de vragen te bekijken en de informatie te verzamelen die u nodig heeft om de vragen te beantwoorden. De Vragenlijst Meldformulier meldingen Jeugd staat onderaan deze pagina bij Documenten.

Naar het formulier
Dit meldformulier staat in Mijn IGJ. U hoeft niet in te loggen om het formulier in te vullen.

Meldformulier Meldingen jeugd

Wat is geweld volgens de wet?

Jeugdwet, artikel 1.1: ‘Geweld bij de verlening van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering:
Lichamelijk geweld jegens een jeugdige of een ouder, of bedreiging daarmee, door iemand die werkzaam is voor de jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling, of door iemand die werkzaam is voor een rechtspersoon die in opdracht van de aanbieder of gecertificeerde instelling jeugdhulp verleent of door een andere jeugdige of ouder met wie de jeugdige of ouder gedurende het etmaal of een dagdeel bij de aanbieder verblijft.’

Wat betekent dat?

Met lichamelijk geweld wordt niet alleen fysiek geweld bedoeld, maar ook seksueel grensoverschrijdend gedrag of psychisch geweld. Elke vorm van geweld volgens bovenstaande beschrijving moet gemeld worden. Bij het onderdeel 'Wanneer hoeft u geweld niet te melden?' leest u wanneer u geweld tussen jeugdigen onderling niet hoeft te melden.

Geweld door hulpverleners

Jeugdhulpaanbieders horen altijd professioneel te handelen in de zorg. Dat betekent dat zij geen geweld gebruiken in de uitvoering van hun werk tegenover jeugdigen en ouders. Elke vorm van geweld door een hulpverlener tegen jeugdigen (en ouders) moet gemeld worden. 

Wanneer moet u geweld melden?

De wet geeft aan dat u “onverwijld” moet melden. Volgens de Leidraad Meldingen Jeugd is dit binnen 3 werkdagen. 

Waar meerdere instellingen betrokken zijn, kan gezamenlijk gemeld worden of een instelling namens anderen. Daarbij is belangrijk dat de directie van de andere instelling laat weten met de melding in te stemmen. Voor de inspectie is het belangrijk dat duidelijk is dat de inhoud van de melding is goedgekeurd door de directeur/bestuurder van de instelling namens wie gemeld is.

Als u twijfelt kunt u ook besluiten eerst zelf te onderzoeken of de gebeurtenis voldoet aan de definitie van geweld volgens de Jeugdwet. U heeft daar maximaal 6 weken de tijd voor. Ontdekt u tijdens dit onderzoek dat het gaat om geweld, dan moet u dit direct melden aan de inspectie. Weet u na de 6 weken onderzoek nog niet zeker of het geweld was? Dan adviseert de inspectie u de gebeurtenis alsnog te melden.

Wanneer hoeft u geweld niet te melden?

Jeugdhulpverleners moeten ervoor zorgen dat binnen de hulpverleningssituatie jeugdigen en ouders geen geweld gebruiken tegen elkaar. Maar niet alle geweld tussen jeugdigen onderling moet verplicht gemeld worden. Jeugdigen met problemen kunnen onder omstandigheden heftig op elkaar reageren. Dat ze samen hulp krijgen, betekent niet dat hun gedrag onderling onmiddellijk verbetert.

Jeugdhulpaanbieders hoeven dus niet iedere scheldpartij te melden. Hier zijn beleidsregels voor opgesteld. De beleidsregels geven aan wanneer u geweld tussen jeugdigen onderling in een hulpverleningssituatie verplicht moet melden. Het gaat hier om geweld tussen jeugdigen en/of ouders binnen de hulpverleningssituatie. Als een jeugdige op een leefgroep woont en op school vecht met een klasgenoot, hoeft u dat niet verplicht te melden.

Melden seksueel experimenteergedrag en seksueel geweld

Niet elk seksueel experimenteergedrag tussen jeugdigen moet verplicht gemeld worden. Dat hangt af van de aard van het geweld. Het Vlaggensysteem (Kwaliteitskader Voorkomen Seksueel Misbruik, 2013) is een methode om seksueel gedrag te beoordelen. En te bepalen wat gezond seksueel gedrag is en wat grensoverschrijdend gedrag is. Komt het bij de beoordeling tot een rode of zwarte vlag? Dan is volgens de inspectie sprake van seksueel geweld dat u verplicht moet melden.

Twijfelt u over wat er precies gebeurd is? Dan heeft u 6 weken de tijd om zelf te onderzoeken of sprake is van geweld dat gemeld moet worden. Bijvoorbeeld door taxatiegesprekken met de betrokken jeugdigen te voeren.

Onderzoek bij vermoeden van seksueel geweld

Er kan ook sprake zijn van een vermoeden van seksueel geweld. Soms willen melders een melding intrekken wanneer zij niet kunnen bewijzen of hetgeen waarover gemeld is daadwerkelijk gebeurd is. De inspectie vindt dat wanneer het vermoeden blijft bestaan na een taxatiegesprek, er toch een intern onderzoek moet volgen. Namelijk een onderzoek naar de kwaliteit van de hulp aan beide jeugdigen voor, tijdens en na de gemelde gebeurtenis.

Behandeling van de meldingen

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid behandelen de meldingen binnen het jeugddomein. Het kan zijn dat één of beide inspecties betrokken zijn bij de beoordeling en afhandeling van een melding. Deze inspecties werken ook samen met de Inspectie van het Onderwijs, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Wmo-toezichthouder als daar aanleiding voor is.

In hun toezicht moedigen de inspecties organisaties en hulpverleners aan om samen te werken aan de kwaliteit en veiligheid van de hulp, om risico’s te beperken, en vooral samen te leren van de dingen die beter kunnen en moeten. Als u een melding doet bij de inspecties dan stellen wij u in het meldformulier al vragen over het gewenste vervolg op de melding. Stem ook altijd af met eventuele ketenpartners over samen melden, het vervolg en hoe u samen kunt leren van het incident. 

Wij nemen na een melding meestal telefonisch contact op met de melder om het vervolg erop te bespreken. Soms zijn er al afspraken gemaakt tussen de organisatie(s) en de inspectie(s) waardoor dit niet nodig is.  Vervolgens ontvangt u bericht met de vervolgprocedure en wat wij van u verwachten.

Opvolging van meldingen

In de meeste gevallen verwachten de inspecties dat u zelf onderzoek doet. De vorm van het onderzoek is maatwerk. Er zijn verschillende vormen mogelijk zoals een reflectietraject, een evaluatiebijeenkomst of een methodisch onderzoek naar onderliggende oorzaken. Afhankelijk van de context willen de inspecties de uitkomsten van het onderzoek ontvangen en beoordelen. Wij sluiten de melding af als er voldoende zorgvuldig en passend geleerd is. Het kan ook zijn dat wij zelf onderzoek doen. Hier kunnen wij toe besluiten als er sprake is van een situatie die voor de veiligheid van kinderen, jongeren en/of ouders, dan wel voor de kwaliteit van de hulp in de toekomst een ernstige bedreiging kan betekenen, of met het oog op het belang van verantwoorde hulp anderszins noodzaakt tot nader onderzoek.

Familie inspecteurs

Wij merken dat persoonlijk contact met een vertrouwd gezicht vanuit de inspecties belangrijk kan zijn voor betrokken kinderen, jongeren of de familie gedurende de behandeling van een melding. Wij hebben daarom familie-inspecteurs die kunnen worden ingezet als vast contactpersoon voor de jongere en/of de familie tijdens de behandeling van een melding. Dit doen wij meestal wanneer we als inspecties zelf onderzoek doen naar een gebeurtenis. Familie-inspecteurs zijn hiervoor speciaal opgeleid.