We hebben een eigen opsporingsdienst voor onderzoek naar strafbare feiten in de zorg. Opsporingsonderzoek vindt plaats als een zorgorganisatie, een zorgverlener of een andere betrokkene mogelijk een strafbaar feit in de zorg heeft gepleegd. De gevolgen voor de veiligheid van een patiënt kunnen zeer ernstig of fataal zijn: iemand krijgt ernstige gezondheidsschade of overlijdt.
Doelen van opsporingsonderzoek
Met opsporingsonderzoek willen we vaststellen of er sprake is van een strafbaar feit en wat de omstandigheden daarvan waren.
Maar opsporingsonderzoek heeft niet alleen als doel om te bestraffen. Het kan ook signalerend zijn voor anderen. Bijvoorbeeld om knelpunten in wetten, regels of beleid rondom een onderwerp of in het zorgstelsel onder de aandacht te brengen. Daarmee willen wij partijen stimuleren om verantwoordelijkheid te nemen, barrières opwerpen bij problemen en risico’s voor de zorg verkleinen.
Zo dragen we bij aan het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van zorg.

Voorbeeld
Het Openbaar Ministerie stuurde de minister een brief over signalen van mogelijk misbruik van Eerder Verworven Competenties (EVC).
Onderzoek door rechercheurs
Opsporingsonderzoek wordt gedaan door rechercheurs die werken bij de IGJ, onder leiding van een officier van justitie van het Openbaar Ministerie (OM). Rechercheurs hebben andere bevoegdheden dan een inspecteur. Hun doel is om bewijsmateriaal te verzamelen over een mogelijk strafbaar feit. Daarvoor kunnen zij bijvoorbeeld mensen verhoren, administratie of medicijnen in beslag nemen en in het geheim informatie inwinnen. Ook nemen rechercheurs aangiftes op.
Onderzoek naar strafbare feiten in de zorg
We kunnen opsporingsonderzoek doen naar strafbare feiten in alle vormen van zorg. Een strafbaar feit in de zorg kan opzettelijk of doelbewust worden gepleegd. Maar het kan ook onzorgvuldig of onvoorzichtig handelen zijn; zo ernstig dat het strafbaar is.
Voorbeelden opsporingsonderzoek:
- Iemand die onbevoegd heelkundige handelingen verricht in een verpleeghuis of de wijkverpleging, zoals het inspuiten van medicatie.
- Iemand die onbevoegd behandelingen in de alternatieve zorg uitvoert, die alleen mensen met een diploma mogen doen.
- Een apotheker die illegaal handelt in geneesmiddelen.
- Foute medicijntoediening of een fout uitgevoerde operatie, waarbij sprake is van grove nalatigheid.
- Vormen van fraude in de zorg waardoor de kwaliteit en veiligheid van de zorg in gevaar komen, zoals het vervalsen van diploma’s.
Samenwerking met andere opsporingsdiensten
Iemand die een strafbaar feit pleegt, beperkt zich vaak niet tot 1 vakgebied. Dan zijn bij onderzoek meer mensen nodig, of andere kennis. Bij opsporingsonderzoeken werken wij daarom vaak samen met andere (opsporings)diensten. Bijvoorbeeld de politie. Ook werken we samen met bijzondere opsporingsdiensten. Zij hebben naast een algemene opsporingsbevoegdheid meer kennis en expertise van bepaalde strafbare feiten, zoals witwassen.

Voorbeeld
Onderzoek naar een Amsterdamse apotheker. Een overtreding van de Geneesmiddelenwet (een wet in ons toezicht) leverde ook een verdenking op van witwassen. We deden samen met de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) onderzoek.
In Nederland zijn 4 bijzondere opsporingsdiensten:
- FIOD (Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst)
- Opsporingsdienst van de Nederlandse Arbeidsinspectie (Directe Opsporing)
- Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit)
- Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport)
Zo sporen wij strafbare feiten op
Lees hier de stappen in een opsporingsonderzoek, van begin tot eind.
De informatie die wij krijgen kan een melding zijn, waarbij wij ergens van op de hoogte worden gesteld. Het kan ook een formele aangifte zijn, waarbij iemand wil dat de dader gestraft wordt. Rechercheurs van de IGJ ontvangen informatie over mogelijk strafbare feiten in de zorg van verschillende partijen:
- Inspecteurs van de IGJ
Inspecteurs zien tijdens het toezicht soms dat de kwaliteit of veiligheid van de zorg onvoldoende is. Iets wat een zorgverlener wel of juist niet heeft gedaan, kan strafbaar zijn. De inspecteur geeft dit dan door aan de rechercheur. - Landelijk Meldpunt Zorg en zorgprofessionals
Iedereen die denkt dat er een strafbaar feit heeft plaatsgevonden in de zorg kan contact met ons opnemen. Je hoeft zelf geen slachtoffer te zijn om een melding of aangifte te doen. - Politie en andere opsporingsdiensten
De politie en andere opsporingsdiensten kunnen vermoedens van strafbare feiten in de zorg aan ons doorgeven. De politie kan ons bijvoorbeeld informeren als zij een melding krijgen over illegale handel in geneesmiddelen uit een apotheek of huisartsenpraktijk. Ook kan de politie een aangifte aan ons overdragen. - Openbaar Ministerie (OM)
Het OM is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. Als het om medische zaken gaat, vraagt het OM aan rechercheurs van de IGJ om het opsporingsonderzoek uit te voeren.
Informatie over een mogelijk strafbaar feit beoordelen wij. Daarbij kijken wij ook naar informatie uit andere bronnen.
Bij constatering van een strafbaar feit doen inspecteurs aangifte bij rechercheurs van de IGJ. Dit kan zowel tegen mensen (natuurlijke personen) als tegen organisaties (rechtspersonen). Hierbij geldt voor inspecteurs als uitgangspunt het afgeleid medisch beroepsgeheim. Rechercheurs van de IGJ kunnen ook formeel een aangifte opnemen van iemand die eerder een melding deed.
Wij beslissen zelf of we een melding of aangifte in behandeling nemen of niet. Als wij vinden dat de zaak geschikt is voor het strafrecht, leggen wij deze ter beoordeling voor aan een officier van justitie van het OM. Als die besluit dat een opsporingsonderzoek gerechtvaardigd is, dan voeren onze rechercheurs een opsporingsonderzoek uit.
Een opsporingsonderzoek kan uit verschillende onderdelen bestaan. Bijvoorbeeld:
- het verhoren van aangevers, getuigen en verdachten
- doorzoeken van een woning of bedrijfspand
- in beslag nemen van zaken (bijvoorbeeld medische voorwerpen of de administratie)
Van alle opsporingshandelingen maken de rechercheurs een proces-verbaal op. Alle processen-verbaal samen vormen een procesdossier.
De officier van justitie van het OM beoordeelt het procesdossier en neemt een beslissing over het vervolg van het onderzoek:
- Het OM gaat over tot strafrechtelijke vervolging. Dan wordt de zaak voorgelegd aan de rechter. Alleen een rechter kan bepalen of een verdachte daadwerkelijk straf krijgt.
- Het OM legt een strafbeschikking op. Dit gebeurt bij lichtere strafbare feiten. Vaak is dit een geldboete.
- Het OM seponeert de zaak. Dat betekent dat de zaak niet verder wordt vervolgd. Bijvoorbeeld bij gebrek aan bewijs of als beter op een andere manier ingegrepen kan worden. Bijvoorbeeld via het tuchtrecht of door het opleggen van een bestuurlijke maatregel.
De officier van justitie van het OM is leider van het opsporingsonderzoek. De IGJ is niet betrokken bij de beslissing over het vervolg ervan. In principe maken we daarom niets openbaar over ons onderzoek.

Voorbeeld
De FIOD doorzocht samen met rechercheurs van de IGJ een woning, nadat de IGJ aangifte deed van vervalsing van geneesmiddelen. De FIOD hield meerdere verdachten aan.