Landelijk implantatenregister

Zijn er problemen met een implantaat?  Dan moeten de dragers van deze implantaten snel gevonden kunnen worden. Alleen dan kunnen zij op tijd informatie en behandeling krijgen, als die nodig is. Daarom is er sinds 1 januari 2019 een wettelijke verplichting tot het registreren van implantaten. Implantaten worden daarbij opgenomen in het Landelijk Implantaten Register (LIR). Lees hier meer over dit register en ons toezicht op de wettelijke verplichting.

Meer informatie over het implantatenregister zelf kunt u vinden op Rijksoverheid.nl. Deze factsheet geeft een samenvattend overzicht van wat het LIR is en welke verplichtingen daarbij voor zorgaanbieders en zorgverleners gelden.

Op rijksoverheid.nl kunt u verdere informatie vinden, zoals:

  • veel gestelde vragen en antwoorden over het LIR;
  • welke gegevens voor welke implantaten geregistreerd moeten worden;
  • handleidingen en technische informatie over een koppeling tussen het elektronisch patiëntendossier van een zorginstelling en het LIR.

Wat is er geregeld in de wet

De verplichting voor zorgaanbieders om implantaten in het LIR te registreren staat in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz, zie wetswijziging). Daarnaast zijn zorgverleners verplicht bepaalde informatie te verstrekken en vast te leggen.

Het gaat bij elkaar om de volgende drie verplichtingen:

  1. voor zorgverleners: het vastleggen van implantaatgegevens in het dossier van de betrokken patiënt. Dit moeten zij doen op een manier dat ze het implantaat snel kunnen herleiden tot de patiënt;
  2. voor zorgverleners: het schriftelijk verstrekken van deze implantaatgegevens aan de patiënt;
  3. voor zorgaanbieders (de zorginstellingen): het registreren van de implantaatgegevens in het LIR.

In aanvulling op de wet bepaalt een besluit welke implantaten en welke gegevens zorgaanbieders in het LIR moeten registreren. Een ministeriële regeling bepaalt tot slot hoe en binnen welke termijnen zorgaanbieders de gegevens moeten registreren.

Registratie in het LIR

Het vastleggen van de implantaatgegevens in het LIR moet zo makkelijk mogelijk gaan. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wil dat zorgaanbieders daarvoor niet teveel handelingen hoeven te verrichten. Zorgverleners moeten de gegevens vastleggen in het dossier van de betrokken patiënt. Dit is vaak een elektronisch patiëntendossier (EPD). Hiervoor hoeven zij alleen een barcode op de verpakking van het implantaat te scannen. Door een koppeling van het EPD aan het LIR, kunnen de gegevens vervolgens automatisch in het LIR terecht komen. Het kost echter tijd om dit allemaal technisch goed te regelen. Daarom is afgesproken dat zorgaanbieders tot 1 januari 2020 de tijd krijgen om aan alle verplichtingen te gaan voldoen. Dit noemen we de ‘ingroeiperiode’.

Niet elke zorgaanbieder werkt met een EPD of kan een automatische koppeling maken. Zij moeten gegevens van implantaten echter ook in het LIR registreren. Dat kunnen zij via een speciaal webportaal doen. Veel van de vereiste gegevens kunnen zij daarbij invoeren door de barcode op de verpakking van het implantaat te scannen. Dit is nu al mogelijk. Voor hen is er dus geen reden om pas op 1 januari 2020 te kunnen registreren.

Toezicht en handhaving door IGJ

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op het nakomen van de wettelijke verplichtingen. Wij verwachten dat zorgaanbieders zich gedurende de ‘ingroeiperiode’ actief en aantoonbaar inzetten om uiterlijk per 2020 aan alle wettelijk verplichtingen te voldoen. In het toezicht hierop letten we op verschillende punten. Deze staan in een apart overzicht : Informatie voor zorgaanbieders en zorgverleners.

In 2019 krijgen zorgaanbieders de mogelijkheid om hun organisatie in orde te maken om implantaatgegevens te kunnen registreren en patiënten te kunnen informeren. Dat betekent dat als een instelling dit in 2019 nog niet helemaal op orde heeft, de IGJ niet meteen een boete zal opleggen. Wij verwachten wel van zorgaanbieders dat ze zich inzetten om zo snel mogelijk aan de wettelijke eisen te gaan voldoen. Waar nodig nemen wij corrigerende maatregelen. Vanaf 2020 kunnen wij wel gebruikmaken van bestuursrechtelijke maatregelen, zoals het geven van een boete.