Meneer K. leeft op straat. Hij was naar Nederland gekomen om te werken, maar werd ontslagen nadat hij door aanhoudende pijn en darmklachten niet meer kon werken. Hij verloor zijn woning en had geen zorgverzekering, terwijl de pijn steeds erger werd. Hij moest uiteindelijk met de ambulance naar het ziekenhuis. Daar kwamen ze erachter dat hij darmkanker had. Uitgezaaide kanker die ze niet meer konden genezen. Volgens de richtlijn moet meneer P. thuis palliatief behandeld worden, met extra zorg voor de open wond die hij nu heeft. Maar, waar kan meneer naartoe als hij geen huis heeft?
Hoe? Een palliatieve behandeling voor Meneer K. op straat
Hoe? Een palliatieve behandeling voor Meneer K. op straat
DownloadIntroductie luisterverhaal
Dit is het verhaal van meneer K. Hij raakte zijn werk en zijn woning kwijt en had geen zorgverzekering. Hij heeft uitgezaaide darmkanker en is uitbehandeld.
Meneer K.
Twee jaar geleden ben ik naar Nederland gekomen om te werken. Toen ik in Nederland aankwam ben ik meteen aan de slag gegaan. Ik kreeg ook een woning. Mijn werkgever zei dat ik geen zorgverzekering kon krijgen en dat het geen zin had om er eentje af te sluiten. Dus die heb ik daarom nooit gehad. Al vrij snel kreeg ik veel pijn. Ik dacht eerst dat ik aambeien had. Naar een dokter gaan had geen zin, ik kon het toch niet betalen. Al vrij snel werd de pijn zo erg dat pijnstillers niet meer werkte en ik niet meer kon staan. Ik heb mij toen ziekgemeld. Ik ben toen ontslagen en moest uit mijn woning en kreeg geen geld meer en belandde op straat.
De pijn werd zo erg dat ik het niet meer aan kon. Het enige wat ik nog kon was schreeuwen. Een vreemde heeft toen op straat een ambulance voor mij gebeld. In het ziekenhuis keken ze me na, en zagen ze dat ik kanker had. Toen ging het snel. Ik kreeg te horen dat de darmkanker niet meer te behandelen was. Het was uitgezaaid naar mijn longen en lever. In het ziekenhuis kreeg ik wel bestralingen. Maar de artsen vertelde mij ook dat ik ook niet langer dan een paar dagen in het ziekenhuis kon blijven.
Maar waar moest ik naartoe? Ik had geen huis, geen geld. Van de artsen hoorde ik dat er geen plek voor mij was waar iemand mij kon of wilde verzorgen/plaatsen/ hebben. Ze hebben veel voor mij rondgebeld. Het lukte ze niet om een locatie te vinden waar ik de zorg kon krijgen die ik nodig had. Ik ben toen terecht gekomen bij een opvanglocatie voor EU-arbeidsmigranten. Hier hadden ze geen zorg en ik lag met een open wond op een slaapzaal met meerdere andere daklozen. Ik voelde me kwetsbaar en ik was bang. Ik dacht dat dit de plek zou zijn waar ik zou overlijden.
Ik ben gered door een medewerker van een stichting die mensen uit Oost-Europa helpt. Die zag dat ik hier onveilig was. Hij heeft een plek voor mij geregeld waar ik wel verzorgd kon worden en die mij onderdak konden bieden. Dit is de enige reden dat ik nu in rust mijn laatste levensfase in kan.