De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) onderzocht eind 2025 de informatiebeveiliging bij 87 organisaties in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). De vraag was of zij werkten volgens de wettelijk verplichte norm, de NEN 7510. Maar 6 van hen konden dit aantonen. Veel andere organisaties gaven aan wel bezig te zijn om aan de norm te voldoen; slechts 40 organisaties hebben daar daadwerkelijk een streefdatum voor.
Het belang van goede informatiebeveiliging is groot. Zowel voor de bescherming van de privacy van cliënten en medewerkers, als voor de beschikbaarheid van gegevens om zorg te verlenen. De inspectie verwacht dat alle ggz-organisaties zo snel mogelijk werken volgens de norm.
Rol informatiebeveiliging in de ggz
De rol van (digitale) informatie binnen de ggz is van groot belang. Behandelaars en andere zorgverleners leggen digitaal gegevens vast in het Elektronisch Cliënten Dossier (ECD). Denk bijvoorbeeld aan een behandelplan, rapportages of voorgeschreven medicatie. De kwaliteit van de zorg is steeds meer afhankelijk van de beschikbaarheid van informatie. Het gaat vrijwel altijd om zeer gevoelige persoonsgegevens, bijvoorbeeld over de mentale en fysieke toestand van personen. Ggz aanbieders bieden ook steeds meer zorg digitaal aan, bijvoorbeeld via beeldbelgesprekken.
Resultaten
De inspectie onderzocht 87 organisaties van in totaal circa 150 grotere ggz organisaties. Het ging om organisaties met minimaal 50 fte medewerkers waarvan nog niet bekend was in hoeverre zij volgens de norm werken. De organisaties bieden uiteenlopende vormen van zorg, zoals bijvoorbeeld forensische zorg, beschermd wonen of verslavingszorg. Het onderzoek vond plaats via een vragenlijst.
6 organisaties konden aantonen volgens de norm te werken, bijvoorbeeld met een certificaat. De anderen konden dat niet. Van die organisaties hebben er 40 een streefdatum om aan de norm te voldoen. Twee organisaties voldeden nog niet aan de norm, maar lieten wel een onafhankelijke beoordeling uitvoeren. Deze onafhankelijke beoordeling is een eis uit de norm. Een onafhankelijke en deskundige partij toetst hierbij periodiek of een organisatie werkt volgens de norm en welke verbeteringen nog mogelijk zijn.
Opvallend was dat 14 van de 87 organisaties ook na herhaalde oproepen niet reageerden op de gestelde vragen. Zorgaanbieders hebben een plicht om mee te werken aan ons toezicht door informatie te verstrekken. De inspectie gaat er daarom vanuit dat deze aanbieders niet volgens de norm werken.
Hoe gaat het verder?
De inspectie volgt de ggz-organisaties die nog niet voldoen aan de norm, inclusief de organisaties die nog niet reageerden. Dat gebeurt onder meer door gesprekken te voeren en documentatie op te vragen (zoals onafhankelijke beoordelingen en/of verbeterplannen). De inspectie verwacht dat organisaties die nog niet voldoen aan de norm dit jaar minimaal een onafhankelijke en deskundige beoordeling laten uitvoeren. Organisaties moeten zo snel mogelijk aan de norm voldoen.
Dit onderzoek bij ggz-aanbieders is onderdeel van het toezicht van de IGJ op informatiebeveiliging in de zorg. Eerder deed zij onder andere onderzoek bij ziekenhuizen, huisartsenspoedposten, zelfstandige klinieken en organisaties in de ouderenzorg.