Ondanks de inzet van gemotiveerde kraamverzorgenden en de professionele zorg die kraamzorgaanbieders leveren staat de kwaliteit van die zorg onder druk. Door stijgende personeelstekorten krijgen zwangeren en kraamvrouwen steeds minder uren zorg dan zij nodig hebben. Dit brengt risico’s met zich mee. Met name voor kraamvrouwen in een kwetsbare situatie. Een professionele aanpak en inzet van alle betrokken partijen is nodig om de beschikbare kraamverzorgenden zo goed mogelijk in te zetten.  

Kraamverzorgenden gemotiveerd en professioneel

De kwaliteit van de zorg die cliënten ontvangen is over het algemeen goed. Vakinhoudelijk zijn kraamverzorgenden goed opgeleid, ze volgen bijscholingen en voldoen aan de KCKZ-registratie. Het zijn vaak bevlogen zorgverleners, die de zorgbehoefte van de kraamvrouw en haar gezin goed kennen. Zij bieden passende zorg in overleg met de cliënt, ondanks het tekort aan kraamzorgcapaciteit.

Te weinig personeel steeds groter probleem, aanbieders doen wat ze kunnen

In 2023 gaf de inspectie in Goede kraamzorg onder uitdagende omstandigheden aan dat personeelstekorten leiden tot het leveren van minder uren kraamzorg. Met name in de zomerperiode nam het aantal uren af. Ook was er toen al sprake van wijken of regio’s waar weinig tot geen kraamzorgaanbieders actief zijn. In 2025 zien we dat deze problemen  groter zijn geworden. Waar in 2023 slechts enkele regio’s werkten met wachtlijsten, hoort de inspectie dat het aantal regio’s dat hier nu mee te maken heeft groeit. Waar eerder alleen sprake was van een capaciteitstekort in de zomermaanden, wordt deze periode steeds langer. 

Alle bezochte aanbieders zetten in op het werven, behouden en opleiden van personeel. Aanbieders maken steeds meer gebruik van digitale mogelijkheden om de cliënt te ondersteunen, zoals filmpjes met instructies en een digitale intake bij een tweede zwangerschap.

Wachtlijsten worden langer

Als zwangeren op de wachtlijst komen voor kraamzorg, dan is de kans groter dat ze het aantal geïndiceerde uren niet ontvangen. Wanneer kraamzorgaanbieders geen passende zorg kunnen inzetten om de gezinnen genoeg te ondersteunen brengt dit risico’s met zich mee. Het begeleiden bij borstvoeding maar ook het herkennen/signaleren van (mogelijk) onveilige situaties is ingewikkelder als het aantal uren kraamzorg beperkt is. Uit de verschillende gesprekken blijkt dat de minimale 24 uur zorg die kraamvrouwen volgens richtlijnen horen te krijgen, niet voor elke kraamvrouw genoeg is om haar passende zorg te leveren. 

Het Zorginstituut Nederland (ZiN) heeft over de periode 2017-2023 onderzoek gedaan naar het kraamzorggebruik in Nederland. Uit hun rapport Verschillen in kraamzorggebruik in Nederland in 2017-2023 blijkt dat er grote regionale en sociaal-economische verschillen zijn in het kraamzorggebruik. Zij geven aan dat kraamzorg niet altijd geleverd wordt aan de gezinnen waar de zorgbehoefte mogelijk het grootst is. 

Ook de IGJ ziet in haar toezicht dat het capaciteitsprobleem kraamzorggezinnen in een kwetsbare situatie in verhouding harder treft. Zwangeren in een kwetsbare situatie melden zich bijvoorbeeld vaker laat bij een kraamzorgorganisatie en komen dan op de wachtlijst, terwijl juist zij de kraamzorg vaak hard nodig hebben. Zij zijn soms minder goed in staat om de weg naar de zorg te vinden.

KSV’s beheren met toewijding de wachtlijsten

Kraamzorgsamenwerkingsverbanden (KSV’s) zijn op verschillende manieren georganiseerd en de grootte verschilt per regio. Zij beheren de wachtlijsten nu samen om de kraamzorg in te plannen voor de zwangeren die op de wachtlijst staan. Kraamzorgaanbieders binnen KSV’s zijn in de afgelopen jaren beter gaan samenwerken om dit te organiseren.

De omvang van de wachtlijsten verschilt landelijk. Sommige KSV’s hebben in 2025 nog nauwelijks wachtlijsten, terwijl anderen al moeite hadden om het minimaal aantal uren kraamzorg te leveren. Bij meerdere KSV’s kwam het voor dat zij het minimaal aantal uren zorg niet konden leveren. De KSV’s die al langer te maken hebben met capaciteitsproblematiek in de regio hebben hier ondertussen meer ervaring mee en kunnen beter inspelen op de situatie. 

Het is een uitdaging om alle kraamvrouwen te voorzien van (passende) kraamzorg

De KSV’s zetten zich in, maar het beheren van de wachtlijsten is complex: 

  • Geen overkoepelend professioneel systeem voor wachtlijstbeheer
    De kraamzorgaanbieders binnen een KSV stemmen regelmatig af om de capaciteit te verdelen. Het beheren van de wachtlijst kost veel tijd, waar meestal één lid van het KSV zich mee bezig houdt. De samenwerkingsverbanden hebben verschillende werkwijzen om de wachtlijsten te beheren zoals app-groepen, Excel formulieren en een mobiel nummer dat altijd bereikbaar is voor het organiseren van kraamzorg. Die werkwijzen ontwikkelen de KSV’s zelf om inzichtelijk te hebben welke zwangeren op korte termijn kraamzorg nodig hebben. 
    KSV’s geven aan dat er behoefte is aan een overkoepelend professioneel systeem om het aantal uren beschikbare zorg efficiënt te verdelen.
     
  • Geen inzicht in beschikbare capaciteit in een regio
    Binnen een KSV of een regio hebben zorgaanbieders vooral zicht op de eigen beschikbare capaciteit. Er is geen actueel inzicht in de totaal beschikbare capaciteit in de regio en buurtregio’s. Dat maakt het voor de wachtlijstbeheerder extra complex om alle kraamvrouwen te voorzien van (passende) kraamzorg.
     
  • Niet alle kraamzorgaanbieders werken mee aan verdelen van de totale zorgvraag
    Het verdelen van de cliënten van de wachtlijst is afgesproken in het Convenant ZN en Bo Geboortezorg 2024 – 2025 dat gesloten is tussen Bo Geboortezorg en Zorgverzekeraars Nederland. Niet alle kraamzorgaanbieders dragen hieraan bij. Hierdoor ontstaat er verschil in de uren zorg die de kraamzorgaanbieders gemiddeld aan een gezin leveren. Dit verschil leidt tot ongemak en frustraties bij aanbieders die zich wel houden aan de afspraken van het convenant. 

Hoe nu verder?

De inspectie ziet in het veld goede initiatieven die kunnen bijdragen aan passende kraamzorg.  Zoals de versnellingsagenda van de kraamzorg en de visie op toekomstige kraamzorg

Ondanks deze initiatieven en de inzet van de KSV’s ziet de inspectie dat op dit moment passende kraamzorg nog niet altijd haalbaar is.  Wachtlijstbeheer is een complexe en tijdrovende taak, die kraamzorgaanbieders naast hun andere taken moeten uitvoeren. De complexiteit van deze taak vraagt om een efficiënt systeem, dat kraamzorgaanbieders ondersteunt in het geven van passende zorg en het beheersen van de wachtlijsten. 

Het is belangrijk dat er inzicht komt in de vraag naar en het aanbod van kraamzorg, zodat deze zo passend mogelijk kan worden ingezet. Hierbij is het belangrijk dat álle aanbieders van kraamzorg, zowel de solistische werkende als de overige kraamzorgaanbieders, samen de zorg voor de cliënten verdelen.

Als IGJ hebben wij in ons toezicht in het bijzonder aandacht voor zwangeren en kraamvrouwen in een kwetsbare positie. Vooral op het moment dat het systeem onvoldoende rekening met hen houdt. Daarom vragen wij van KSV’s, kraamzorgaanbieders, beleidsmakers en inkopers om bij het verdelen van de beschikbare capaciteit goed te letten op zwangeren die zich in een kwetsbare positie bevinden.

Tegelijkertijd blijven we in gesprek met andere overheidspartijen  om onze bevindingen te delen. En om te kijken hoe we een bijdrage kunnen leveren aan de noodzakelijke veranderingen die nodig zijn voor passende kraamzorg.