In deze publicatie licht de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) haar standpunt over de accreditatie/certificering van kwaliteits- en veiligheidsmanagementsystemen in ziekenhuizen toe. De aanleiding zijn vragen vanuit het veld over dit onderwerp – mede in het licht van gesprekken tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Deze toelichting werd in januari 2026 als brief gestuurd aan de voorzitters van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, UMCNL en Zorgverzekeraars Nederland.
In 2020 en 2022 heeft de IGJ bijdragen geleverd aan de Ronde Tafel Anders Verantwoorden over Kwaliteit en de vervolgbijeenkomst. Er is geen regulier (bestuurlijk) overleg waarin IGJ, zorgaanbieders en zorgverzekeraars hierover nader met elkaar kunnen spreken. Daarom wil de inspectie met deze een vervolg geven aan deze gesprekken en uiteraard haar bereidheid uitspreken om ook bij het vervolg betrokken te blijven.
Juridische status van accreditatie en het toezicht van de inspectie
Er bestaat nadrukkelijk geen wettelijke verplichting tot het accrediteren of certificeren van het kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem in een ziekenhuis.
Wat wel verplicht is, is het zodanig organiseren van de zorg, dat dit redelijkerwijs leidt tot goede zorg (artikel 3 van de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg) en het systematisch bewaken, beheersen en verbeteren van de zorg (artikel 7 van diezelfde wet). Oftewel: zorginstellingen moeten beschikken over een kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem.
Waar een kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem aan moet voldoen kan verder worden omschreven – bij wet of daaraan verbonden regelgeving, of in veldnormen.
Het laten accrediteren/certificeren van het kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem is in de huidige wet- en regelgeving niet verplicht.
De IGJ is zich ervan bewust dat hier een misverstand over bestaat waar zij zelf ook aan heeft bijgedragen. Immers, ziekenhuizen hebben bij de start van het VMS Veiligheidsprogramma onderling afgesproken dat zij allemaal een veiligheidsmanagementsysteem (als onderdeel van hun kwaliteitssysteem) zouden implementeren en dat uiterlijk 2013 zouden laten accrediteren. De IGJ heeft toezicht gehouden op het tijdig implementeren van het veiligheidsmanagementsysteem. Hierdoor is bij een deel van het veld de indruk ontstaan dat het laten accrediteren of certificeren van het veiligheidsmanagementsysteem een verplichting is waar de IGJ op toeziet.
Nogmaals: deze indruk is niet terecht en de IGJ wil zich inspannen om deze weg te nemen.
Continu leren en verbeteren – met behulp van vreemde ogen
Bij kwaliteit van zorg, en ook in het toezicht van de IGJ, staat continu leren en verbeteren voorop. Dat is precies de strekking van het eerder aangehaalde artikel 7 van de Wkkgz. Hoe zorgaanbieders precies leren bepalen zij zelf. Dat is belangrijk omdat zij hierin ook accenten moeten kunnen leggen. Binnen de ene zorginstelling is leren van incidenten in de zorg van belang, bij een andere zorginstelling staat Safety II meer voorop. Sommige zorgaanbieders zijn innovatief en grensverleggend, andere zorgaanbieders zijn meer volgend en leren van collega’s. Dit verschilt lokaal en verschuift ook in de tijd.
Dat vreemde ogen helpen, en soms dwingen, is een constant gegeven. Mede daarom leggen zorgaanbieders verantwoording af – aan patiënten, aan elkaar, aan toezichthouders en zorgverzekeraars – ook om vanuit gelijkgerichtheid samen de publieke waarden kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg te kunnen beschermen.
Voor sommige zorgaanbieders is het laten accrediteren van het kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem een goede manier om ‘vreemde ogen’ te organiseren. Door zich te meten aan (internationale) standaarden of juist, in goed overleg met de accrediterende organisatie, naar de lokale en regionale context te kijken. De IGJ onderschrijft dat dit een waardevol onderdeel van het continu leren en verbeteren kan zijn. Dat is ook de reden waarom de IGJ zich uitspreekt over en inspant voor meer transparantie in de zorg: om van elkaar leren en verbeteren mogelijk te maken.
Maar de IGJ ziet ook dat ziekenhuizen, vaak ook binnen een samenwerkingsverband, afstappen van accreditatie en andere vormen van ‘vreemde ogen’ organiseren – meer in de vorm van collegiale toetsing en/of feedback door patiënten. En ook kan dit kan waardevol zijn. Juist nu onderlinge samenwerkingsverbanden van ziekenhuizen steeds meer gericht zijn op van elkaar leren en verbeteren ligt het voor de hand om die samenwerking te benutten voor de externe blik op het kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem.
Verminderen regeldruk
De IGJ ontvangt signalen van zorgaanbieders (bestuurders en professionals) over de administratieve lasten en financiële kosten van (her)accreditaties. Vooral de administratieve lasten baren de IGJ zorgen; dit is een reëel probleem in de zorg dat niet alleen veroorzaakt wordt door de daadwerkelijke registratielast maar ook het gevoel van wantrouwen dat (bedoeld of onbedoeld) wordt overgedragen en het idee zinloos te moeten registreren. De IGJ benadrukt dat zorgaanbieders een grote mate van vrijheid hebben om administratieve lasten te verminderen en dat er ook een verantwoordelijkheid bij zorgaanbieders ligt om dit te realiseren.
De accreditatie of certificering van het veiligheidsmanagementsysteem is een sprekend voorbeeld van waarom registratielast en regeldruk ingewikkeld te bestrijden fenomenen zijn. Registraties en andere systeemaspecten worden bedacht om de zorg te verbeteren, te kunnen sturen op kwaliteit en hierover verantwoording af te leggen. Zij kunnen daarin ook zeker effectief zijn, bijvoorbeeld bij het ondersteunen van de implementatie of het versnellen van kwaliteitsverbetering. Maar na verloop van tijd zijn zij niet meer effectief en kunnen zelfs een belemmering vormen voor verder leren en verbeteren. Zo ontstaat onnodige registratielast en verliest externe verantwoording ook een deel van haar waarde.
Standpunt van de IGJ
UMCNL heeft verzocht om een toelichting van het standpunt van de IGJ op het accrediteren/certificeren van het kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem. De IGJ wil in dit kader het volgende meegeven:
- De kwaliteit van zorg bewaken, beheersen en verbeteren is een wettelijke verplichting. Dat zorgaanbieders hierover verantwoording moeten afleggen staat niet ter discussie;
- De keuze om het kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem al dan niet te laten accrediteren/certificeren is een bestuurlijke afweging en de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur;
- Deze afweging dient te worden gemaakt in samenspraak met zorgverleners binnen de zorginstelling;
- Een vorm van ‘vreemde ogen’ is weliswaar niet expliciet wettelijk verplicht maar een onlosmakelijk onderdeel van continu leren en verbeteren in de zorg;
- De zorginstelling moet zich kunnen verantwoorden over de gemaakte afweging (waarom wel of geen accreditatie/certificering) en over de werking van het kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem;
- De wijze van verantwoording leidt tot zo min mogelijk administratieve lasten voor professionals – met name als zinloos ervaren registraties;
- Verantwoording afleggen aan de IGJ gaat niet over het hebben van kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem, maar over de werking ervan: kunnen laten zien dat risico’s worden beheerst en verbeteringen worden doorgevoerd;
- Ongeacht de afweging voor hoe ‘vreemde ogen’ worden toegepast dringt de inspectie hier op aan: neem het serieus en benut het om de zorg te verbeteren.
Hopelijk draagt bovenstaande bij aan de verdere gedachtenvorming over dit onderwerp binnen en tussen de ziekenhuizen. De IGJ is uiteraard graag bereid tot nadere gesprek hierover, zowel op landelijk als op regionaal of lokaal niveau.