Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Ook moeten gemeenten het toezicht op de uitvoering van de Wmo organiseren, het Wmo-toezicht. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) onderzoekt elk jaar de kwaliteit van het Wmo-toezicht. Dit is de rapportage over de kwaliteit van het Wmo-toezicht in 2023.
We sluiten in deze rapportage aan bij het beleidskader Wmo-toezicht - kwaliteitstoezicht. De staatssecretaris heeft hierin in 2023 verbetervoorstellen gedaan voor de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Wmo-toezichthouder en gemeenten.
Bijna 70% van de gemeenten in Nederland heeft meegedaan aan het onderzoek. In deze rapportage beschrijven we de meest opvallende resultaten: wat gaat goed, wat gaat beter en wat kan beter.
We gebruiken de IGJ-vragenlijst voor onze doorontwikkeling van het toezicht op de Wmo. We kiezen als samenwerkende gemeenten een paar onderwerpen uit de vragenlijst. Daar gaan we de komende periode mee aan de slag. - Gemeenten Hellendoorn, Hof van Twente, Twenterand, Borne, Wierden, Rijssen-Holten, Losser, Noaberkracht (Dinkelland en Tubbergen), Oldenzaal en Haaksbergen
Conclusies
We zien dat veel gemeenten zich inzetten voor een goede organisatie van het Wmo-toezicht. Dit geldt nog niet voor alle gemeenten. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd blijft extra aandacht vragen van gemeenten voor de onafhankelijkheid en transparantie van het Wmo-toezicht en de samenwerking tussen gemeenten bij de organisatie van het Wmo-toezicht.
De conclusies van dit onderzoek 2023 zijn vergelijkbaar met onze conclusies in de rapportage over 2022. Dat is logisch. Het stimuleringsprogramma om de kwaliteit van het Wmo-toezicht te verbeteren gaat eind 2024 van start. In 2024 is ook het nieuwe model toetsingskader Wmo beschikbaar. Alle betrokken partijen hebben landelijk al flinke stappen gezet. Wij verwachten dat het resultaat hiervan de komende jaren zichtbaar wordt in ons jaarlijkse onderzoek onder gemeenten.
We hebben de uitkomsten van het onderzoek ingedeeld in 3 principes van goed toezicht:
- Onafhankelijkheid
- Transparantie
- Samenwerking.
Onafhankelijkheid

Onafhankelijk toezicht is een belangrijk principe. Belangrijk is dat Wmo-toezichthouders onafhankelijk kunnen werken en dat zij ook onafhankelijk kunnen zijn in hun oordeel. Dit draagt bij aan het vertrouwen van inwoners.
- Veel gemeenten hebben de onafhankelijkheid van het Wmo-toezicht in hun Wmo-toezichtbeleid vastgelegd. Zij hebben dit op verschillende manieren gedaan.
- Het duidelijk vastleggen van onafhankelijkheid in een openbaar document kan beter. Dat geldt ook voor het onafhankelijk maken van een werkplan door de Wmo-toezichthouder.
- In ruim 10% van de gemeenten is nog sprake van functieverstrengeling. Vanuit het belang van onafhankelijkheid is het goed dat er aandacht is voor afbouw hiervan.
Toelichting op onze conclusies over onafhankelijkheid
- Net als in 2022 hebben de meeste gemeenten (92%) de keuzes voor de organisatie en inrichting van het Wmo-toezicht beschreven. Of zij zijn van plan om dit op korte termijn te gaan doen.
- 88% van deze gemeenten heeft dit beleid ook vast laten stellen. Meestal door het college van Burgemeester en Wethouders. In een kleine 30% van de gemeenten heeft de gemeenteraad dit gedaan. In sommige gevallen heeft het bestuur van het samenwerkingsverband het beleid vastgesteld.
De meeste gemeenten hebben de onafhankelijkheid van de Wmo-toezichthouder geregeld. Het is belangrijk dat de toezichthouder onafhankelijk kan werken en onafhankelijk is in het oordeel.
- Ruim 10% van de gemeenten heeft niets vastgelegd over het onafhankelijk kunnen werken van de toezichthouder. Andere gemeenten hebben dit wel gedaan of zijn van plan dit snel te doen.
- Bijna 40% van de gemeenten heeft niet vastgelegd dat Wmo-toezichthouders onafhankelijk zijn in hun oordeel over de kwaliteit van de Wmo-dienstverlening.
- Ruim 40% van de gemeenten heeft geregeld dat de Wmo-toezichthouder zelf het werkprogramma maakt. Dit doen zij op basis van eigen, onafhankelijke inzichten.
- Functieverstrengeling, bijvoorbeeld als de Wmo-toezichthouder op hetzelfde moment de kwaliteitsmanager of juridisch adviseur is, staat recht tegenover onafhankelijkheid. In 29 gemeenten is er sprake van functieverstrengeling. Vanuit het belang van onafhankelijkheid is het goed dat er bij die gemeenten aandacht is voor afbouw hiervan.
Voorbeelden onafhankelijkheid
Als gemeente Utrecht hebben we met de decentralisaties destijds weloverwogen besloten het Wmo-toezicht onder te brengen bij het accounthouderschap vanuit de gemeente. Gemeenten in de regio organiseerden het Wmo-toezicht gezamenlijk en hebben dat neergelegdbelegd bij de GGD-regio Utrecht. Inmiddels kijken we hier als gemeente Utrecht toch anders naar. Onafhankelijkheid en regionale samenhang van het toezicht is belangrijk. We hebben in 2023 besloten om aan te sluiten bij de organisatie en de inrichting van het kwaliteitstoezicht van de gemeenten in onze regio. - Gemeente Utrecht
De gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren hebben een traditie van samenwerken. Zij hebben dit vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek. Wmo-toezicht is hier onderdeel van, net als o.a. de GGD, Veilig Thuis en leerplicht.
De Wmo-toezichthouders spreken elke wethouder ieder jaar over de kwaliteitsonderzoeken bij zorgaanbieders, de aanbevelingen uit het Wmo-toezicht jaarverslag en de ontwikkelingen lokaal. Het jaarverslag van Wmo-toezicht staat ook op de agenda van het regionaal wethoudersoverleg. Hierdoor weten de Wmo-toezichthouders wat in de verschillende gemeenten speelt en is er op bestuurlijk niveau betrokkenheid bij het Wmo-toezicht.
Transparantie

Transparantie is een belangrijk principe voor goed toezicht. Openbaarmaking is een onderdeel van transparantie: de overheid publiceert proactief informatie en maakt deze informatie voor iedereen toegankelijk. Openbaarmaking van uitkomsten van toezicht geeft inwoners, gebruikers van voorzieningen en bestuurders van organisaties en gemeenten inzicht in de kwaliteit en mogelijkheden voor verbetering.
Het openbaar maken van beleid, rapporten, adviezen en meldingen uit het Wmo-toezicht door gemeenten kan veel beter:
- Een derde van de gemeenten maakt het Wmo-toezichtbeleid niet actief openbaar.
- Een klein deel van de gemeenten maakt rapporten over proactief toezicht openbaar.
- In vergelijking met 2022 is het gemiddelde aantal gemelde calamiteiten per gemeente gestegen. Ook het percentage onderzochte calamiteiten is gestegen. Dit is een positieve ontwikkeling. Het betekent dat er extra aandacht is voor het melden door Wmo-aanbieders. En dat er aandacht is voor het belang van het onderzoeken van calamiteiten. Dit bevordert de mogelijkheid te leren en verbeteren, als aanbieders, als Wmo-toezichthouder en als gemeente.
- Een relatief groot aantal gemeenten kan geen informatie geven over het aantal onderzoeken of toezichtrapporten.
- Ruim 40% van de gemeenten heeft een jaarverslag van het Wmo-toezicht en heeft dit verslag ook openbaar gemaakt. Het is nog niet vanzelfsprekend dat de gemeenteraad dit jaarverslag ontvangt.
- Meer dan 50% van de gemeenten gebruikt de bevindingen uit het Wmo-toezicht in beleid, inkoop of het toewijzen van Wmo-voorzieningen aan inwoners.
Toelichting op onze conclusies over transparantie
De meeste gemeenten hebben hun keuze over de organisatie en inrichting van het Wmo-toezicht beschreven. Bijna twee derde van deze gemeenten heeft het beleid voor het Wmo-toezicht openbaar gemaakt. Bijvoorbeeld op de website van de eigen gemeente, het samenwerkingsverband, of via de websites www.officielebekendmakingen.nl of www.overheid.nl. Maar verschillende gemeenten hebben geen formeel vastgesteld Wmo-toezichtbeleid.
Iets meer dan de helft van de gemeenten die de vragenlijst hebben ingevuld geeft aan dat er in 2023 proactieve toezichtactiviteiten hebben plaatsgevonden. Maar 25% van deze gemeenten maakt de rapportages openbaar. In 30% van de gemeenten heeft de Wmo-toezichthouder in 2023 geen proactieve toezichtactiviteiten uitgevoerd. De rest van de gemeenten weten niet of dit is gebeurd.
Gemeenten geven aan dat zij in 2023 in totaal 789 proactieve toezichtbezoeken hebben uitgevoerd. Over 616 bezoeken hebben zij een rapport gemaakt. Ruim 35% van deze rapporten heeft de gemeente openbaar gemaakt. Van 173 bezoeken weten gemeenten niet of daarover een rapport is gemaakt. Meer dan 80 gemeenten geven aan geen informatie te hebben over de openbaarmaking van proactieve toezichtrapporten.
Deze cijfers laten zien dat veel gemeenten al proactief toezicht uitvoeren. Maar ook dat veel meer gemeenten deze toezichtvorm kunnen gebruiken. Er is verbetering mogelijk in de rapportage over deze bezoeken en de openbaarmaking daarvan.
Van de 237 gemeenten die aan dit onderzoek hebben meegedaan heeft bijna 80% het aantal meldingen opgegeven. In totaal gaat het om 539 meldingen en 402 onderzoeken in vervolg op een melding. Hiervan heeft de Wmo-toezichthouder 265 onderzoeken uitgevoerd. De aanbieder zelf heeft 137 onderzoeken uitgevoerd.
Wat valt op in het reactief toezicht in 2023 ten opzichte van 2022?
- In vergelijking met 2022 is het gemiddelde aantal gemelde calamiteiten per gemeente met 50% gestegen. Dat is een forse stijging. Dit kan betekenen dat er meer calamiteiten zijn. Een andere verklaring is dat dit wijst op een toename van de meldingsbereidheid bij Wmo-aanbieders en/of dat Wmo-aanbieders beter weten hoe en waar zij kunnen melden. Gezien de aandacht en inzet die we zien van gemeenten en toezichthouders voor het vergroten van de meldingsbereidheid verwachten wij het laatste.
- Ook het percentage onderzochte calamiteiten is gestegen: van ruim 60% in 2022 naar ruim 70% in 2023. Deze stijging kan wijzen op een intensievere zoektocht naar de oorzaken. En het biedt kansen om er van te leren en gerichte verbeteracties uit te voeren.
Veruit de meeste gemeenten geven aan dat zij rapporten van het reactief toezicht niet openbaar maken. Deze terughoudendheid is begrijpelijk omdat er in deze rapporten vaak persoonlijke informatie staat. Opvallend is dat 19 gemeenten aangeven dat zij rapporten over het reactief toezicht wel openbaar gemaakt hebben.
- Ruim 75% van de gemeenten gebruikt de resultaten uit het Wmo-toezicht bij het maken of aanpassen van het Wmo-beleid. 30 gemeenten geven aan dat niet te doen.
- 85% van de gemeenten gebruikt de bevindingen uit het Wmo-toezicht bij het maken van de inkoopdocumenten, het inkoopproces en het uitvoeren van het contractmanagement.
- Bijna 60% gebruikt de resultaten uit het Wmo-toezicht bij het geven van Wmo-voorzieningen aan inwoners.
Ruim 20% van de gemeenten kan geen kwantitatieve informatie over het Wmo-toezicht geven. Deze gemeenten weten niet hoeveel meldingen er bij hun binnenkomen. Zij hebben ook geen informatie over het aantal uitgevoerde onderzoeken. Of hoeveel toezichtrapporten zij openbaar hebben gemaakt. Dit is een gemiste kans. Deze informatie is niet alleen waardevol vanuit het oogpunt van transparantie. Het helpt ook om de leer- en verbetercyclus van het Wmo-toezicht en het gemeentelijke beleid te versterken.
- 43% van de gemeenten heeft het Wmo-jaarverslag 2023 openbaar gemaakt. De andere gemeenten hebben (nog) geen jaarverslag of hebben dit niet openbaar gemaakt. Dit is ongeveer gelijk aan voorgaande jaren.
- Bij ruim 50% van de gemeenten hebben, naar aanleiding van het jaarverslag 2022, de Wmo-toezichthouder en de eindverantwoordelijke ambtenaar of de wethouder een gesprek gevoerd.
- 47% van de gemeenten heeft het jaarverslag aangeboden aan de gemeenteraad.
- 15 gemeenten hebben het jaarverslag aangeboden aan de adviesraad sociaal domein of een vergelijkbaar ander platform voor burgervertegenwoordiging.
Voorbeelden transparantie
Halverwege 2023 is de GGD Amsterdam gestart met het meldpunt Zorg en Jeugd. Hier kunnen mensen zorgen over de kwaliteit van Wmo-ondersteuning en de rechtmatigheid van pgb’s Wmo en Jeugdwet melden. Voor die tijd kwamen meldingen op verschillende plekken bij de gemeente binnen.
De gemeente heeft in 2023 gewerkt aan de bekendheid van het meldpunt. Dit hebben zij onder andere gedaan door te investeren in de samenwerking met relevante ketenpartners. En zij hebben een afwegingskader gemaakt om in te schatten of een melding moet leiden tot een verdiepend onderzoek. Doel hiervan is om goed overzicht te krijgen van alle meldingen en meldingen op een eenduidige manier behandelen.
GGD regio Utrecht ontdekte dat aanbieders onvoldoende wisten van de afspraken over het melden en onderzoeken van calamiteiten en geweldsincidenten. Zij deden in 2023 een onderzoek. Ze willen er namelijk voor zorgen dat de meldingsbereidheid groter wordt. Inmiddels weet GGD regio Utrecht waarom aanbieders niet altijd een melding doen. En ze weten wat ze er als toezichthouder aan kunnen doen.
Zo worden:
- definities duidelijker beschreven
- kijken ze met gemeenten hoe zij aanbieders beter kunnen informeren
- hebben ze de termijnen voor zelfonderzoek door de aanbieder verruimd
- en wordt het voor aanbieders makkelijker om een melding te doen.
Voor meer informatie over dit onderzoek: mail naar wmotoezicht@ggdru.nl
De gemeente Amsterdam heeft geïnvesteerd in een aanpak voor thematisch toezicht door de toezichthouder. In 2023 hebben zij thematisch onderzoek uitgevoerd naar effectief gebruik van de meldcode in de Wmo-praktijk. Dit onderzoek heeft zich gericht op de 65+doelgroep. Uit gegevens van de gemeente bleek dat huiselijk geweld en mishandeling een probleem is bij de ouderen in Amsterdam. Daarom heeft de gemeente Amsterdam voor deze doelgroep gekozen. Het onderzoek heeft belangrijke informatie opgeleverd over het nog beter onder de aandacht brengen van het belang van het hebben, kennen en gebruiken van een meldcode.
GGD Flevoland heeft in 2023 aan GGD Hart voor Brabant gevraagd om als onafhankelijke partij een onderzoek te doen naar een calamiteit. GGD Flevoland heeft het onderzoek niet zelf uitgevoerd omdat zij inhoudelijk betrokken waren bij de calamiteit. De afdeling Wmo-toezicht van GGD Hart voor Brabant heeft een netwerkonderzoek gedaan. Bij het netwerkonderzoek waren 8 verschillende organisaties betrokken. Zorgaanbieders, 2 afdelingen van GGD Flevoland, partijen in de wijk en de IGJ. De regionale gemeente heeft geholpen om alle betrokken partijen bij elkaar te brengen.
Het netwerkonderzoek liet een constructieve onderlinge samenwerking zien. Desondanks is er verbetering nodig op het gebied van coördinatie, mandaat en contacten met partijen in de wijk. Ook bevestigde het onderzoek dat vanuit beschermd wonen niet altijd de zorg geboden kan worden die nodig is.
Samenwerking

Organisaties die ondersteuning bieden vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, bieden regelmatig ook zorg vanuit de Zorgverzekeringswet, Jeugdwet en/of Wet langdurige zorg. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is de toezichthouder als het gaat om zorg geboden vanuit deze 3 wetten. Als een Wmo-aanbieder zorg biedt vanuit verschillende wetten, dan heeft de aanbieder dus te maken met zowel het Wmo-toezicht als toezicht door de IGJ.
- Het merendeel van de gemeenten werkt met andere gemeenten samen in het Wmo-toezicht. Zij zijn tevreden over deze samenwerking.
- De manier waarop gemeenten met elkaar samenwerken en de omvang van deze samenwerking is verschillend.
- Gemeenten willen graag een betere samenwerking van de Wmo-toezichthouder met de IGJ.
Toelichting op onze conclusies over samenwerking
In de organisatie en inrichting van het Wmo-toezicht werkt 90% van de gemeenten samen. Als voordelen van samenwerking noemen zij:
- eenduidigheid in beleid en aanpak
- gemakkelijke uitwisseling van gegevens
- betere aansluiting bij aanbieders die werken in meerdere gemeenten
- kostenbesparing en minder administratieve lasten.
Er zijn 24 gemeenten die aangeven dat zij niet samenwerken. Het valt op dat dit in verhouding veel grote(re) gemeenten zijn.
De manier waarop gemeenten met elkaar samenwerken is heel verschillend:
- Soms organiseert een groep gemeenten het toezicht regionaal. De samenwerking kan zich ook beperken tot 2 gemeenten.
- De helft van de gemeenten belegt de uitvoering van het toezicht gezamenlijk bij een GGD. Dit is of alleen het reactieve toezicht of zowel het proactieve als het reactieve toezicht.
- Gemeenten tot 50.000 inwoners werken in verhouding vaker samen dan grotere gemeenten.
- Bijna alle gemeenten zijn tevreden over de samenwerking. Gemiddeld waarderen zij de samenwerking met een 7,3.
Gemeenten willen graag een betere samenwerking van de Wmo-toezichthouder en de IGJ. Het biedt aanbieders duidelijkheid en ze hebben geen dubbele belasting vanuit het toezicht. Door inzichten uit Wmo-toezicht en IGJ-toezicht samen te voegen, ontstaat er een optelsom van kennis en ervaring. De IGJ onderschrijft dit belang en deze wens. Door de verschillende stelsels is dit echter makkelijker gezegd dan gedaan.
Wij zien wel mogelijkheden tot betere samenwerking:
- Door het stimuleringsprogramma dat in 2024 start om de kwaliteit van het Wmo-toezicht te verbeteren. Bijvoorbeeld door het bestaande afsprakenkader en het draaiboek toezicht bij te werken.
- Een andere ontwikkeling die een bijdrage gaat leveren is de komst van een gemeenschappelijk toetsingskader voor het Wmo-toezicht.
- Wij gaan als inspectie zelf meer investeren in een meer uniforme benadering van het Wmo-toezicht vanuit onze verschillende afdelingen.
Voorbeelden Samenwerking
Binnen de regio Fryslân hebben we iedere 6 weken een platformoverleg met alle Friese toezichthouders Wmo. Binnen dit overleg bespreken we onder andere casuïstiek en wisselen we kennis uit. - Gezamenlijke toezichthouders in Friesland
De 3 grote gemeenten en 11 kleinere gemeenten in Twente werken constructief samen in het toezicht op de Wmo. Eigenlijk gebeurt alle kwaliteitstoezicht al gezamenlijk of in goed onderling overleg. Tegelijkertijd doen we dat nog wel vanuit ieders eigen mandaat, werkwijze en aansturing. Het lonkende perspectief is dat we onder andere het Wmo-toezicht onder gaan brengen op één gezamenlijke plek. Dat vraagt bestuurlijke keuzes over mandatering, inzet van middelen en aansturing van mensen. De tijd is bijna rijp om daarover in de regio Twente keuzes te maken. - Toezichthouder gemeente Almelo
In de regio Rotterdam-Rijnmond wilden de wethouders graag structurele samenwerking tussen de gemeenten en het Wmo-toezicht. Zij vinden het bijvoorbeeld belangrijk om signalen te bespreken en willen het melden van calamiteiten onder de aandacht brengen bij Wmo-aanbieders. Inmiddels zijn er in de meeste gemeenten in de regio vaste overlegmomenten tussen de gemeenten de toezichthouders. Daarbij zijn ook beleidsadviseurs en contractmanagers aanwezig.
De Wmo-toezichthouders (GGD Rotterdam-Rijnmond) hebben een contactpersoon voor elke regiogemeente. Daardoor zijn zij makkelijker bereikbaar en worden vragen en signalen nu sneller en effectiever opgepakt. De Wmo-toezichthouders hebben daarnaast jaarlijks een gesprek met de wethouders.
In de regio Midden-Holland werken we steeds nauwer samen. Op het gebied van inkoop en contractmanagement doen we dit al geruime tijd en sinds 2020 zetten we steeds meer stappen voor de regionale inzet op toezicht. Per 1 januari 2025 wordt deze regionale samenwerking voortgezet als een gemeenschappelijke regeling.
Door de politieke steun om toezicht goed te organiseren, is het team van toezichthouders sinds maart 2023 gegroeid naar 4 toezichthouders. Momenteel is er nog geen vastgesteld beleidsplan, maar de basis van het regionaal toezicht staat. Het signaal-gestuurd toezicht is doorontwikkeld en er is een start gemaakt met de voorbereiding voor het risico-gestuurd toezicht. Daarmee krijgen we steeds een beter beeld van het Wmo-toezicht (kwaliteit en rechtmatigheid) dat we willen en nodig hebben voor ons zorglandschap. (Gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard Waddinxveen en Zuidplas)
In de regio Fryslân is door de verschillende toezichthouders (van gemeenten en de GGD) in 2023 een gezamenlijk toezichttraject uitgevoerd bij 1 aanbieder in de regio omdat er zorgen waren over deze aanbieder. Vooraf is overlegd op welke manier het haalbaar was om gezamenlijk onderzoek te doen. Er is een gezamenlijk toetsingskader opgesteld. Alle toezichthouders hebben vervolgens op dezelfde ochtend een bezoek gebracht aan de aanbieder. Elke toezichthouder deed dat bij een locatie binnen de eigen gemeente. Op elke locatie is gesproken met verschillende partijen zoals de manager, begeleiders en cliënten. Na deze ochtend zijn de bevindingen gebundeld uitgebracht in 1 rapport.
Op de website van de IGJ staat een pagina met informatie voor gemeenten en voor gemeentelijke toezichthouders. We geven antwoord op de meest gestelde vragen en we hebben op een rij gezet welke toetsingskaders wij zelf gebruiken.
Op deze pagina staat ook de link naar het formulier om calamiteiten bij de IGJ te melden. Gemeenten of Wmo-toezichthouders kunnen via deze pagina contact met de IGJ opnemen als er situaties zijn waar Wmo-toezicht en toezicht door de IGJ elkaar raken.
Samenwerkingsverbanden tussen gemeenten in Nederland
Regio Brabant Noordoost Oost
Gemeenten Bernheze, Boekel, Land van Cuijk, Oss en Maashorst
Meerinzicht
Gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde
Drechtsteden
Gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht, Papendracht, Sliedrecht, Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam en Hendrik-Ido-Ambacht
Maastricht en Valkenburg aan de Geul
Gemeenten Maastricht en Valkenburg aan de Geul
Gemeente Oisterwijk e.o.
Gemeenten Oisterwijk, Goirle en Hilvarenbeek
Regio Zuidoost Utrecht
Gemeenten Zeist, Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede
Gemeente Venlo e.o.
Gemeenten Venlo, Venray, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Bergen (L) en Beesel
De BUCH
Gemeenten Bergen (NH), Uitgeest, Castricum en Heiloo
GR Peelgemeenten
Gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren
Zorgregio Midden IJssel/Oost Veluwe
Gemeenten Apeldoorn, Epe, Brummen, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen
Noardeast-Fryslân en Dantumadiel
Gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel
De Dienst Noardwest Fryslân
Gemeenten Harlingen, Vlieland, Terschelling en Waadhoeke
Gemeente Amersfoort e.o.
Gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg
Gemeente Oirschot e.o.
Gemeenten Oirschot, Bladel, Eersel, Bergeijk en Reusel-De Mierden
Haarlem en Zandvoort
Gemeenten Haarlem en Zandvoort
HLTsamen
Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen
Midden Limburg
Gemeenten Roermond, Weert, Nederweert, Leudal, Echt-Susteren, Maasgouw en Roerdalen
Regio Gooi en Vechtstreek
Gemeenten Hilversum, Laren, Huizen, Blaricum, Eemnes, Gooise Meren en Wijdemeren
Gemeente Alphen ad Rijn e.o.
Gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Kaag en Braassem
Inkoopsdcg (Inkoop sociaal domein centraal Gelderland)
Gemeenten Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Rheden, Westervoort, Wageningen, Zevenaar, Renkum en Rozendaal
Samenwerkingsverband NMD
Gemeenten Assen, Aa en Hunze, Midden-Drenthe, Noordenveld en Tynaarlo
Regio Nijmegen e.o.
Gemeenten Nijmegen, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Berg en Dal, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Mook en Middelaar, Wijchen en Zaltbommel
8 Achterhoekse gemeenten
Gemeenten Doetinchem, Aalten, Winterswijk, Berkelland, Oude IJsselstreek, Montferland, Oost Gelre, Bronckhorst
Gemeente Leiden e.o.
Gemeenten Leiden, Leiderdorp, Voorschoten, Zouterwoude en Oegstgeest
Gemeente Gouda e.o.
Gemeenten Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas
Over-gemeenten
Gemeenten Oostzaan en Wormerland
SWO De Wolden en Hoogeveen
Gemeenten De Wolden en Hoogeveen
Veenendaal en Renswoude
Gemeenten Veenendaal en Renswoude
GGD regio Rotterdam Rijnmond
Gemeenten Rotterdam, Albrandswaard, Barendrecht, Ridderkerk, Schiedam, Maassluis, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Vlaardingen, Nissewaard, Voorne aan Zee, Capelle aan den IJssel en Lansingerland
IJmondgemeenten
Gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen
Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp in Twente (OZJT)
Gemeenten Borne, Dinkelland, Haaksbergen, Hellendoorn, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden
Regio IJssel-Vecht
Gemeenten Zwolle, Dalfsen, Hardenberg, Kampen, Ommen, Steenwijkerland, Staphorst en Zwartewaterland
Eemsdelta en Het Hogeland
Gemeenten Eemsdelta en Het Hogeland
Zorg in Regio Westfriesland
Gemeenten Hoorn, Enkhuizen, Medemblik, Koggenland, Drechterland, Opmeer en Stede Broec
Gemeente Nieuwegein e.o.
Gemeenten Nieuwegein, Houten, IJsselstein, Lopik en Vijfheerenlanden
GGD regio Haaglanden
Gemeenten Den Haag, Delft, Midden Delfland, Rijswijk, Westland, Leidschendam-Voorburg, Wassenaar, Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer
De 6 gemeenten
Gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Rucphen, Roosendaal, Zundert en Moerdijk
Aanbevelingen
Onafhankelijkheid
- Organiseer de uitvoering van het toezicht buiten de directe invloedssfeer van het college van B&W
- Zorg ervoor dat de persoon die de functie van toezichthouder heeft daarnaast geen andere functie namens of in dienst van de gemeente of inkooporganisatie heeft.
Transparantie
- Trek samen op met gemeenten in de regio op het gebied van de beleidsontwikkeling van het Wmo-toezicht.
- Laat de gemeenteraad periodiek het toezichtsbeleid vaststellen. Beschrijf daarin in ieder geval:
- hoe vorm en invulling geven aan het kwaliteitstoezicht. Dit geldt voor zowel het calamiteitentoezicht als het proactieve toezicht.
- een afweging voor de openbaarmaking van toezichtrapportages. Neem als uitgangspunt dat de gemeente rapportages over proactief toezicht openbaar maakt.
- Zorg ervoor dat de gemeenteraad elk jaar een jaarverslag over het Wmo-toezicht krijgt.
- Betrek de inwonervertegenwoordiging bij de ontwikkeling en evaluatie van het Wmo-toezicht. Bijvoorbeeld in de vorm van een adviesraad sociaal domein.
- Zorg voor een cyclus van actief leren en verbeteren op basis van de inzichten uit het Wmo-toezicht.
- Informeer inwoners, gebruikers van Wmo-voorzieningen, zorgprofessionals en -organisaties actief over het doen van meldingen als er twijfels zijn over de kwaliteit van de Wmo-dienstverlening of bij calamiteiten.
Samenwerking
- Trek samen op met gemeenten in de regio bij het beleggen en uitvoeren van het Wmo-toezicht. Kies hiervoor een logische schaal en partij.
Onafhankelijkheid
- Stel onafhankelijk een werkprogramma op.
Transparantie
- Informeer inwoners, gebruikers van Wmo-voorzieningen, zorgprofessionals en -organisaties actief over het doen van meldingen als er twijfels zijn over de kwaliteit van de Wmo-dienstverlening of bij calamiteiten.
Samenwerking
- Zorg dat het implementatieprogramma stimuleert dat Wmo-toezichthouders op een gelijke manier gaan werken. Bijvoorbeeld door het gebruik van het nieuwe model toetsingskader.
- Zorg dat in het implementatieprogramma de afspraken over samenwerking tussen Wmo-toezichthouders, IGJ en andere relevante rijksinspecties geactualiseerd worden.
Samenwerking
- Investeer in de verbetering van de samenwerking met Wmo-toezichthouders.
Meer informatie
Heeft u vragen over deze rapportage? Of wilt u meer weten over de achterliggende gegevens die we daarvoor gebruikt hebben? Neem dan contact met ons op via e-mail of telefoon.