Implementatie van de richtlijn ‘Probleemgedrag bij mensen met dementie’ moet beter

Persoonsgerichte zorg is volgens de richtlijn  ‘Probleemgedrag bij mensen met dementie’ het uitgangspunt in de zorg voor cliënten met probleemgedrag bij dementie. Dat is zorg gericht op de kwaliteit van leven, optimaal functioneren in het dagelijks leven en het bevorderen van het welbevinden. Ofwel: zorg gebaseerd op het kennen van de cliënt. Methodische en multidisciplinaire probleemanalyse van probleemgedrag is vereist. Psychosociale interventies en benaderingsadviezen staan bij de behandeling van probleemgedrag bij dementie voorop.

Drie mensen in cirkel

De inspectie constateert dat de multidisciplinaire probleemanalyse van probleemgedrag in de praktijk nog onvoldoende is geïmplementeerd. Hierdoor worden mogelijke psychosociale interventies niet tijdig ingezet. Onderdeel van methodisch en multidisciplinair werken zijn gezamenlijke behandeldoelen voor behandelaren en zorgverleners. Hiermee kunnen eenduidige observaties worden gedaan en kan op de behandeldoelen worden gerapporteerd. Evaluatie van de effecten van interventies en bijstellen van de behandeling is dan mogelijk. Het elektronisch cliëntendossier (ECD) moet dit ondersteunen.

Verbeteringen uit de praktijk

  • Erken als bestuurder de toename van zeer ernstig probleemgedrag en de noodzakelijke investeringen voor aanpassingen.
  • Implementeer de richtlijn ‘Probleemgedrag bij mensen met dementie’ en voer systematische probleemanalyse en evaluaties uit. Dit ook in relatie tot de inwerkingtreding van de Wet zorg en dwang (per 1 januari 2020), zie ook het Wet zorg en dwang Stappenplan.
  • Kies (ook) in het verpleeghuis bewezen effectieve interventies voor omgaan met probleemgedrag, zoals genoemd op databankinterventies.nl. Zorg voor cyclische scholing en implementeer deze in het ECD. Bijvoorbeeld de stepped care methode of GRIP op probleemgedrag.
  • Ken als behandelaar en zorgverlener de cliënt bij opname en zorg voor inventarisatie van het levensverhaal of levensgeschiedenis, bij voorkeur vóór opname.
  • Organiseer multidisciplinaire probleemanalyse en stel op basis hiervan een persoonsgericht zorgleefplan op bij opname.
  • Bespreek met familie bij opname de wensen, doelen en voorkeuren over de zorg bij het levenseinde en leg dit bij opname vast in het zorgleefplan (advance care planning - ACP)
  • Ken als behandelaar het niveau van deskundigheid op de afdeling en verzorg gerichte scholing in het dagelijks werk, bijvoorbeeld tijdens gedragsspreekuren. Een scholingsonderwerp kan zijn vrijheidsbeperkende maatregelen (VBM).
  • Organiseer continuïteit van zorg in vaste teams, met zorgverleners en behandelaren. Dit levert kwaliteit en continuïteit van zorg op voor cliënten.
  • Organiseer opschaling bij knelpunten in de zorg. Bijvoorbeeld door gezamenlijk leren van Meldingen Incidenten Cliënten (MIC).
  • Organiseer mogelijkheden voor kortdurende deskundige observatie bij opname, zodat de cliënt passende zorg krijgt op de juiste afdeling.
  • Erken dat omgaan met probleemgedrag bij dementie niet voor iedere zorgverlener of zorgteam mogelijk is en organiseer begeleiding en coaching.
  • Betrek en informeer familie en/of cliëntvertegenwoordigers bij de behandeling van probleemgedrag.

Voorbeelden uit de praktijk

1. Stepped care methode bij probleemgedrag bij dementie

Deze methode bestaat uit vier stappen. Een volgende stap wordt pas gezet als dat nodig is:

  • In de eerste stap is de basisbenadering aanwezigheid, empathie en respect. Duidelijk wordt wie de cliënt is en hoe hij benaderd wil worden. Hierbij zijn een woonleef-medewerker, welzijnscoach en gedragscoach betrokken.
  • Stap twee biedt de cliënt specifieke begeleiding op maat: ‘Wat moet er op een dag gebeuren om de cliënt gelukkig te maken?’ Hierbij worden activiteitenbegeleiders en bewegingsagogen betrokken.
  • In stap drie staat belevingsgerichte zorg centraal met interventies als realiteitsoriëntatie, validation, snoezelen, reminiscentie en Passiviteiten Dagelijks Leven (PDL). Hierbij zijn indien nodig ook ergotherapeuten, fysiotherapeuten en logopedisten betrokken. Ook worden Video Interventie Ouderenzorg (VIO) en MDO ingezet.
  • In stap vier worden psychotherapeutische interventies en psychofarmaca ingezet. In deze stap wordt wekelijks geëvalueerd. Daarnaast zijn er een dagstart, wekelijks een casuïstiekbespreking en tweewekelijkse gedragsvisites door gedragsdeskundigen.

2. Plannen en een app voor valpreventie

De zorgverleners deden de meeste MIC-meldingen over vallen. Mede vanwege de veranderende cliëntengroep. Een maatregel is het delen van kennis over valpreventie. De aanwezige kennis wordt meer en beter gedeeld met collega’s én familieleden van bewoners. Dit is tijdrovend, maar blijkt effectief te zijn, zonder dat er direct een hulpmiddel wordt ingezet.

Zorgverleners observeren samen een cliënt en stellen een plan op. Via een app worden (bijna-)incidenten veilig en eenvoudig gemeld. Deze meldingen komen binnen bij collega’s in de organisatie, zoals artsen, fysiotherapeuten en afdelingsmanagers. Fysio- en ergotherapeuten kunnen (mede) hierdoor een betere analyse maken, waardoor vervolgstappen en behandeling sneller worden gezet.