Deskundigheidsbevordering en de inzet van andere deskundigen is nodig

De kennis en vaardigheden van zorgverleners over het omgaan met (zeer) ernstig probleemgedrag bij dementie moeten beter. Het gaat om deskundigheid en kennis over dementie, maar ook over systematisch observeren en rapporteren over gedrag. En om kennis van bewezen effectieve gedragsinterventies, zodat die ingezet kunnen worden.

Daarbij is coaching van zorgverleners op de werkvloer door GZ-psychologen en andere gedragskundig geschoolde hulpverleners nodig. Met ruimte voor reflectie op het eigen handelen bij onmacht en onder druk.

Dokter-specialist-verpleegkundige
©IGJ

Ook het tijdig opschalen van knelpunten in de zorg door zorgverleners en behandelaren naar management en bestuur moet beter. Omgaan met zeer ernstig probleemgedrag ligt hierdoor niet alleen bij de zorgverleners en behandelaren op de afdeling, maar wordt een opdracht voor de hele organisatie. Dit vraagt om een cultuur van opschalen, leren en verbeteren binnen de organisatie. Is de inzet van externe deskundigen, zoals het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE), nodig? Vraag dit tijdig aan.
 

Verbeteringen uit de praktijk

  • Faciliteer de noodzakelijke cultuurverandering binnen instellingen door samenwerken en opschalen te stimuleren en de grenzen van zorgverleners te kennen.
  • Organiseer continue deskundigheidsbevordering van zorgverleners, gericht op scholing van kennis over dementie.
  • Train vaardigheden in het observeren van gedrag en het uitvoeren van gedragsinterventies. Gebruik bewezen effectieve interventies, zoals genoemd op databankinterventies.nl.
  • Zet naast bestaande zorgverleners en GZ-psychologen andere hulpverleners met gedragsdeskundigheid in op de afdeling. Bijvoorbeeld hbo-VGG’ers, hbo agogisch medewerkers en SPV’ers. Zij krijgen rollen als het observeren en analyseren van het gedrag van cliënten. Ook coachen zij zorgverleners in het omgaan met probleemgedrag bij dementie, het uitvoeren van gedragsinterventies en het methodisch werken. En zij vervullen de rol van vertaler tussen behandelaren en zorgverleners. In enkele organisaties zijn zij eerste contactpersoon voor de familie.
  • Voer een nieuw ECD in of pas het aan zodat het zorgverleners faciliteert in het observeren en rapporteren op gezamenlijk met behandelaren vastgestelde behandeldoelen, als onderdeel van het zorgplan. Hierdoor is evaluatie en bijstellen van de behandeling mogelijk.
  • Geef eigen behandelaren ruimte om interne scholing te leveren, gekoppeld aan de dagelijkse zorg. Bijvoorbeeld tijdens gedragsspreekuren en omgangsoverleg. Geef als behandelaren in een teamoverleg scholing over bijvoorbeeld VBM.
  • Herijk de procedure van het opvolgen van MIC-meldingen met vroege signalering van knelpunten in de zorg bij het management. Tijdig ingrijpen en het voorkomen van escalatie worden mogelijk.

Voorbeelden uit de praktijk

1. Gedragsgeschoolde zorgverleners in het verpleeghuis

De zorgaanbieder investeert in ondersteuning, en versterking van de deskundigheid van zorgverleners door scholing. Naast zorgverleners werken agogisch hbo-geschoolde zorgverleners op de afdeling. Niet in de dagelijkse lichamelijke zorg, maar als coach bij bijvoorbeeld zorgweigering of agressie tijdens zorgmomenten. Ze adviseren over het vormgeven van het woon- en leefklimaat voor de cliënt.

Ook zijn de agogische zorgverleners verantwoordelijk voor het afnemen van de hetero-anamnese bij (crisis)opnames en aanspreekpunt voor familie of cliëntvertegenwoordigers. Daarnaast is ook het aantal psychodiagnostisch zorgverleners en psychologen uitgebreid. Tweewekelijks worden gedragsspreekuren georganiseerd met een deel van het zorgteam, de agogisch zorgverleners, psycholoog en arts.

2. Inzet hbo-verpleegkundigen Gerontologie en Geriatrie

De organisatie heeft ingezet op deskundigheidsbevordering van verpleegkundigen en verzorgenden. Er is nauwe samenwerking tussen de hbo-VGG en de psycholoog. De hbo-VGG ondersteunt verplegend en verzorgend personeel in het omgaan met probleemgedrag bij dementie. Ze vertalen het omgangsadvies van de psycholoog naar de dagelijkse praktijk; ‘coaching on the job’.

Er is meer aandacht voor de sociale anamnese en het karakter van de cliënt bij de analyse van het probleemgedrag. Ook ondersteunen ze bij het methodisch observeren en rapporteren over probleemgedrag van cliënten met dementie.

3. Extra dienst in loopcircuit

In de loop van de middag en begin van de avond is een extra kracht aanwezig in het loop-circuit. Deze zorgverlener speelt in op wensen en behoeften en begeleidt ze onder meer in het nemen van rustmomenten. Hierdoor neemt de loopdrang en agitatie af. En als gevolg daarvan, ook het aantal valincidenten en ongewenste confrontaties tussen cliënten.