De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op de kwaliteit van geleverde mondzorg, bijvoorbeeld door mondhygiënisten, tandartsen en orthodontisten. Het toezicht op de mondzorg richt zich vooral op de risico’s voor de patiëntveiligheid. Hiervoor gebruikt de inspectie informatie die zij krijgt uit onderzoek en analyse. Daarnaast maakt de inspectie gebruik van informatie uit incidententoezicht, vooral meldingen.

In het bijzonder kijkt de inspectie naar:

  • Behandelingen met grotere risico’s dan standaard behandelingen, zoals behandeling onder narcose en het plaatsen van implantaten.
  • Behandelingen door een onbevoegd of onbekwaam behandelaar, al dan niet via taakdelegatie.  
  • De zorgvuldige werkwijze bij het informeren van de patiënt en het verkrijgen van toestemming voor behandelingen en in het bijzonder bij cosmetische behandelingen.
  • De vier hoofdthema’s in het toezicht op de mondzorg door de inspectie: infectiepreventie, radiologie, zorg en organisatie. 

Ook beoordeelt de inspectie de werkwijze van de zorgverleners aan de hand van veldnormen en richtlijnen. Deze zijn door de beroepsgroepen zelf opgesteld.

Röntgenfoto, niet zonder risico

In 2018 besteedt de inspectie aandacht aan het onderwerp radiologie. We kijken in het bijzonder naar het gebruik van röntgenfoto’s bij kinderen. Röntgenstraling is niet zonder gevaar en kan tot gezondheidsschade leiden. Met ons toezicht willen we de zorgverleners en zorgaanbieders binnen de mondzorg meer bewust maken van deze risico’s. We stimuleren bijvoorbeeld dat tandartsen, orthodontisten en kaakchirurgen onderling informatie uitwisselen. Zodat er niet onnodig veel foto’s gemaakt hoeven worden. Voor kinderen is röntgenstraling extra schadelijk. Het voordeel van een goede diagnose moet opwegen tegen de schade van een röntgenfoto.

Samen met de Nederlandse Zorgautoriteit kijken we naar de manier waarop tandartspraktijken het maken van röntgenopnames bij kinderen verantwoorden. Voor dit onderzoek is een toetsingskader gepubliceerd.

Over dit onderwerp verschijnen in de loop van 2018 rapporten met daarin de onderzoeksresultaten van de zorgaanbieders en een overkoepelend rapport over het onderzoek.

Wat kunt u verder verwachten in 2018

In 2018 maakt de inspectie de rapporten in het kader van risicotoezicht aan mondzorgpraktijken openbaar. Deze rapporten vindt u hier. Daarnaast geven we in 2018 actieve invulling aan de samenwerking met andere toezichthouders, zoals de Nederlandse Zorgautoriteit en Inspectie SZW. Dit houdt in dat we onderzoeken gezamenlijk voorbereiden en uitvoeren.

Verder gaan we op periodieke basis gesprekken voeren over kwaliteitsmanagement met bestuurders van grote mondzorginstellingen(ketens). In die gesprekken komt bijvoorbeeld aan de orde hoe deze instellingen regie voeren op de kwaliteit van zorg in alle praktijken die binnen de keten vallen. Regie voeren kan bijvoorbeeld betekenen visitaties doen of een erkend keurmerk nastreven.

Afspraken over titelvoering van de titels ‘tandarts’ en ‘orthodontist’

De titel ‘orthodontist’ is wettelijk beschermd. Deze titel is voorbehouden aan diegenen die zijn ingeschreven in het register bij de Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS), het specialistenregister. Voor alle anderen is het in Nederland verboden deze titel te voeren. Ook als zij in sommige landen buiten Nederland gerechtigd zouden zijn deze titel wel te voeren. Bij titelmisbruik kan de inspectie direct een bestuurlijke boete opleggen.

Tandartsen die (vooral) orthodontie bedrijven, maar die niet als orthodontist staan ingeschreven in het specialistenregister, mogen zichzelf alleen ‘tandarts voor orthodontie’ noemen. Bij iedere vorm van publiciteit voor de praktijk en/of daarin werkende behandelaar(s) moet uitdrukkelijk vermeld worden of het om een tandarts(en)- dan wel orthodontist(en)praktijk gaat. Dit geldt zowel voor de website, als het briefpapier en overige correspondentie van de praktijk.

Dat is ook van toepassing op de benamingen ‘Tandarts in opleiding (i.o.) en Mondhygiënist i.o. Gebruik daarvoor de benamingen ‘student tandheelkunde’ en ‘student mondzorgkunde’.

Handhaving

Uit het toezicht kan blijken dat sprake is van tekortkomingen in het leveren van verantwoorde zorg. Of dat er sprake is van onverantwoorde zorg. De inspectie kan de zorgverlener dan opdragen verbetermaatregelen door te voeren of overgaan op bestuursrechtelijke maatregelen. Bijvoorbeeld een boete, verscherpt toezicht, een aanwijzing of een bevel. Het starten van een tuchtprocedure behoort ook tot de mogelijkheden.

Calamiteit melden als zorgaanbieder

Als zorgverlener bent u verplicht een calamiteit te melden bij de inspectie. Na het melden ontvangt u de Richtlijn calamiteitenrapportage, waarmee u de calamiteit verder kunt onderzoeken.