Mondzorg

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op de kwaliteit van de mondzorg. Het gaat om zorg door bijvoorbeeld mondhygiënisten, tandartsen en orthodontisten. Wij letten hierbij vooral op de risico’s voor de patiëntveiligheid. Verder gebruiken we informatie uit incidententoezicht, vooral van meldingen over deze zorg.

Wij kijken vooral naar:

  • Behandelingen met grotere risico’s dan standaard behandelingen. Bijvoorbeeld behandeling onder narcose en het plaatsen van implantaten.
  • Behandelingen door een behandelaar die deze behandeling volgens de wet niet mag uitvoeren. Of een behandelaar die deze behandeling niet kan doen.  Of hij dit nu doet via taakdelegatie of niet. 
  • Of de behandelaar de patiënt duidelijke informatie geeft over de behandeling en toestemming krijgt voor behandelingen. Hier gaat het vooral om cosmetische behandelingen.
  • De vier hoofdthema’s van de inspectie in het toezicht op de mondzorg zijn: infectiepreventie, radiologie, zorg en organisatie.

De inspectie  beoordeelt ook of de zorgverleners zich houden aan de veldnormen en richtlijnen. De beroepsgroepen hebben deze veldnormen en richtlijnen zelf gemaakt.

We maken de rapporten in het kader van risicotoezicht aan mondzorgpraktijken openbaar. Deze rapporten staan hier.

Verder voeren we regelmatig gesprekken met bestuurders van grote mondzorginstellingen (ketens)over kwaliteitsmanagement. De inspectie wil dan weten hoe deze instellingen regie voeren op de kwaliteit van zorg in de praktijken. ‘Regie voeren’ kan bijvoorbeeld betekenen visitaties doen of een officieel keurmerk proberen te halen.

Afspraken over het gebruik van de titels ‘tandarts’ en ‘orthodontist’

De titel ‘orthodontist’ is wettelijk beschermd. U mag deze titel alleen gebruiken als u bent ingeschreven in het register bij de Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS). Bent u niet in dit specialistenregister ingeschreven, dan mag u deze titel in Nederland niet gebruiken. Ook als u deze titel in sommige landen buiten Nederland wel mag gebruiken. Bij misbruik van de titel kan de inspectie u direct een boete geven.

Als u (vooral) orthodontie uitvoert, maar die niet als orthodontist staat ingeschreven in het specialistenregister, dan mag u zich alleen ‘tandarts voor orthodontie’ noemen. Bij alle publiciteit voor de praktijk en daarin werkende behandelaar(s) moet u duidelijk melden of het om een tandarts(en)- of een orthodontistenpraktijk gaat. Dit geldt voor de website, en ook voor het briefpapier en andere correspondentie van de praktijk.

Voor tandartsen en mondhygiënisten in opleiding gebruikt u de benamingen ‘student tandheelkunde’ en ‘student mondzorgkunde’.

Handhaving

Uit het toezicht kan blijken dat de zorg die u levert niet voldoende of onverantwoord is. De inspectie kan u als zorgverlener dan opdracht geven verbetermaatregelen door te voeren of een maatregel nemen. Dit kan een boete zijn, verscherpt toezicht, een aanwijzing of een bevel. Ook kunnen we een tuchtprocedure beginnen.

Calamiteit melden als zorgaanbieder

Als zorgverlener moet u een calamiteit melden bij de inspectie. Na het melden ontvangt u de Richtlijn calamiteitenrapportage. Hiermee kunt u de calamiteit verder onderzoeken.

Wet- en regelgeving

De belangrijkste wetten in het toezicht op mondzorg zijn: 

Eisen aan klachtenregeling

Zorgaanbieders zijn verantwoordelijk voor het organiseren van een klachten- en geschillenregeling. Dit staat in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Dit moet u regelen voor alle medewerkers . Of het nu gaat om een solo-praktijk of een grote instelling. En het geldt ook voor zzp’ers en uitzendkrachten die in de zorg werken.

Misschien werkt de zorgverlener nu niet meer bij de instelling. Maar gaat de klacht over de periode waarin de zorgverlener wel bij de instelling werkte? Dan moet de zorgaanbieder de klacht wel onderzoeken.

De inspectie verwacht dat de zorgaanbieder dit ook duidelijk aan patiënten laat weten. Bijvoorbeeld via de website, of met folders en/of posters in de wachtruimte. Een verwijzing naar alleen de beroepsvereniging waarbij de zorgaanbieder is aangesloten, is niet voldoende.

Soms werken tandartsen voor een zorgaanbieder die bij verschillende regelingen is aangesloten. De zorgaanbieder moet deze regelingen dan allemaal duidelijk communiceren aan patiënten.

Goed bestuur belangrijk voor goede zorg

Goed bestuur is belangrijk voor goede zorg. In Nederland zijn steeds meer mondzorgpraktijken die in capaciteit groeien. Er is een stijging van het aantal mondzorgpraktijken dat onderdeel is van een keten. Dit maakt dat IGJ een beeld wil vormen van de sturing op kwaliteit en veiligheid van zorg binnen mondzorgketens. Daarom spraken we in januari en februari 2020 met vijf aselect geselecteerde mondzorgketens. Een mondzorgketen is een zorginstelling met minimaal vijf locaties. 
Bestuurders binnen dit onderzoek zijn verantwoordelijk voor in totaal 779.712 patiënten en 1861 fte (voltijdsbanen).

Sturen op inspraak, samenspraak en tegenspraak als aandachtspunten

Wat zagen we? Bestuurders van mondzorgketens namen hun verantwoordelijkheid bij kwaliteit en veiligheid van zorg. De inspectie ziet het sturen op inspraak, samenspraak en tegenspraak binnen de mondzorg als aandachtspunten voor de toekomst. Daarnaast vinden wij dat er meer aandacht moet zijn voor de wijze van risicosignalering en een lerende werkomgeving. Dit komt ten goede aan de zorg voor patiënten.

Uitkomsten ook belangrijk voor solisten en middelgrote praktijken

We keken naar mondzorgketens. De uitkomsten zijn echter net zo belangrijk voor solisten en middelgrote praktijken. Hebben zij aandacht voor zaken als patiënttevredenheid en klachtenregelingen, kwaliteitsbeleid en incidentenmanagement? Dit helpt namelijk bij betere zorg voor hun patiënten.