Waar letten we extra op

In het toezicht op huisartsenzorg in dagpraktijken let de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) extra op de volgende onderwerpen.

Zorgnetwerk rond patiënt

Een van onze belangrijkste punten is het toezicht op zorgnetwerken rond de patiënt thuis. Vanuit patiëntperspectief kijken naar hoe de samenwerking tussen de verschillende zorgprofessionals en organisaties loop. Ook kijken we naar de samenhang in de zorg, behandeling en ondersteuning.

De huisarts speelt hierin een belangrijke rol. Hij houdt het overzicht over de zorg aan de patiënt en coördineert deze. Typerend voor de huisarts is dat hij meer weet van de patiënt, diens omgeving en gezin dan de andere artsen en zorgverleners waar de patiënt mee in contact komt. Meestal kent de huisarts zijn patiënten vele jaren.

De huisarts werkt bijna altijd samen in een team met praktijkassistenten en praktijkondersteuners. Op wijk- of dorpsniveau werkt de huisarts samen met andere eerstelijns-professionals zoals de apotheker, de fysiotherapeut, de verloskundige en de tandarts. Daarnaast is de huisarts het aanspreekpunt voor medische vragen van de wijkverpleegkundige en de thuiszorg.

Meer over hoe de inspectie hierop toezicht houdt is te vinden onder Netwerkzorg.

Substitutie

Substitutie is de verplaatsing van zorg vanuit de tweede naar de eerste lijn. In ons toezicht richten we ons vooral op die risico’s waar de verplaatsing van de zorg voor zorgt. Dit zijn bijvoorbeeld:

  • nieuwe overdrachtsmomenten;
  • de verantwoordelijkheidsverdeling;
  • het op peil houden kennis en kunde en de medicatieveiligheid.

Ook het aanwezig zijn van goede afspraken met de tweede lijn over wat te doen bij complicaties en terugverwijzing zijn aandachtspunten.

Substitutie is een relatief nieuw fenomeen en de zorg is in ontwikkeling. We willen met ons toezicht hier ook een aanmoedigende rol spelen. Bijvoorbeeld door het opsporen van knelpunten en deze bespreekbaar maken en agenderen bij de zorgverleners en bestuurders.

Medicatieveiligheid: verantwoord voorschrijven

Patiënten moeten kunnen rekenen op veilige geneesmiddelen. Wanneer er verkeerde geneesmiddelen worden voorgeschreven, of geneesmiddelen verkeerd worden gebruikt, ontstaat een risico op gezondheidsschade. Bijvoorbeeld door interacties tussen geneesmiddelen, een allergische reactie of bijwerkingen. Oudere patiënten die meerdere (risicovolle) geneesmiddelen gebruiken, zijn daarbij een extra kwetsbare groep. Lees meer over het toezicht op medicatieveiligheid en verantwoord voorschrijven.

Euthanasie

Wanneer een regionale toetsingscommissie oordeelt dat bij de uitvoering van de  euthanasie niet is voldaan aan alle zorgvuldigheidscriteria, wordt de inspectie hiervan op de hoogte gesteld. Het is in deze situatie onze taak om te beoordelen of de patiëntveiligheid in het geding is. Ook beoordelen we of de beroepsuitoefening van de arts aanpassing of correctie nodig heeft.

De inspectie stelt dan meestal eigen onderzoek in. Uitgangspunt hierbij is het oordeel van de toetsingscommissie. Vanwege dit onderzoek kunnen wij de zorgverlener vragen om een reflectie op zijn handelen. We willen vooral weten wat de zorgverlener heeft geleerd en wat hij in de toekomst anders zal doen om herhaling te voorkomen.

Infectieziekten

De huisarts ziet in veel gevallen een patiënt met een infectieziekte het eerst en speelt dus een belangrijke rol in de infectieziektebestrijding. De huisarts moet een aantal infectieziekten aan de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) melden, zoals Q-koorts, tuberculose, tetanus, en humane infectie met een dierlijk influenzavirus. In totaal zijn 43 infectieziekten meldingsplichtig. Een overzicht van deze ziekten staat op de website van het RIVM.

De arts moet een infectieziekte die niet in deze lijst staat toch melden als hij ongewone aantallen patiënten met die infectieziekte ziet. Het laboratorium dat deze ziekten vaststelt meldt ook bij de GGD, zodat er geen gevallen worden gemist. De GGD meldt vervolgens aan het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb).

Signaleren van disfunctioneren

Als een zorgverlener zijn werk voor langere tijd niet meer goed en veilig doet, dan spreken we van disfunctioneren. Disfunctioneren kan bijvoorbeeld te maken hebben met alcohol- of drugsgebruik of komen door overbelasting, zowel privé als op het werk. Het is belangrijk dat zorgverleners samen met collega’s dit soort problemen proberen te erkennen en te bespreken.

Wanneer er sprake is van mogelijk disfunctioneren of ontslag wegens disfunctioneren zal de inspectie hiernaar onderzoek doen. Zie ook het KNMG-dossier ‘Optimaal functioneren’ van de Koninklijke Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) en het Meldprotocol vermeend disfunctioneren huisarts van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV).

Signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling

Volgens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) moeten alle zorgaanbieders een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vast te stellen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft hiervoor een basismodel gemaakt. Zie ook meer over het toezicht op de meldcode.