Arts arbeid en gezondheid

Als bedrijfsarts of verzekeringsarts valt u onder het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Het gaat dan uitsluitend om handelingen die te maken hebben met (voorwaarden voor) kwaliteit van zorg. De Inspectie SZW ziet toe op veilig werkgedrag in de arbozorg.

Waar moet zorg door bedrijfsartsen en verzekeringsartsen aan voldoen?

De belangrijkste wet in het toezicht op bedrijf- en verzekeringsartsen is de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Naast de geldende wet- en regelgeving gebruikt de inspectie in haar toezicht ook de normen en richtlijnen van de beroepsgroep. Deze zijn te vinden bij de NVAB (Nederlandse vereniging voor Arbeids -en bedrijfsgeneeskunde) en de NVVG (Nederlandse vereniging voor verzekeringsgeneeskunde).

Bedrijfsartsen en arbo-artsen

Naast bedrijfsartsen wordt er in de arbeidsgezondheidszorg ook in toenemende mate zorg geleverd door basisartsen , vaak aangeduid met de term 'arbo-arts'. Zolang zij niet geregistreerd zijn als bedrijfsarts kunnen zij uitsluitend  bedrijfsgeneeskundige taken verrichten onder supervisie van een bedrijfsarts. Zij mogen zich dan ook geen bedrijfsarts noemen.

Hoe houdt IGJ toezicht op bedrijfsartsen en verzekeringsartsen?

De inspectie ziet erop toe dat zorgverleners zich houden aan geldende wetgeving en (veld)normen. Het uitgangspunt van ons toezicht  is gezond vertrouwen: we gaan ervan uit dat de zorgaanbieder intrinsiek gemotiveerd is om veilige en goede zorg te leveren.

We houden bij bedrijfsartsen en verzekeringsartsen vooral toezicht op basis van meldingen. Bijvoorbeeld:

  • meldingen van calamiteiten;
  • andere (verplichte) meldingen door zorgaanbieders;
  • meldingen die gedaan worden door burgers (bijvoorbeeld patiënten).

In de meeste gevallen vragen we aan de zorgaanbieder om zelf onderzoek te doen naar aanleiding van de melding. In dit onderzoek moet onder andere aandacht worden besteed aan spiegeling van de gebeurtenissen aan geldende beroepsnormen en aan leerpunten en verbetermaatregelen. Belangrijk in de beoordeling van het onderzoeksrapport door de inspectie is dat de zorgverlener zich toetsbaar op stelt en dat van eventuele fouten wordt geleerd.

Wanneer zet IGJ maatregelen in?

Daar waar de zorgaanbieder tekort schiet, treden we proportioneel handhavend op. Dat betekent dat we kiezen voor een maatregel die past bij de omvang van het risico en de ernst van de (mogelijke) schade. De ene keer betekent dit dat de zorgaanbieder gevraagd zal worden om een verbeterplan op te stellen, de andere keer kan dat betekenen dat we genoodzaakt zijn een tuchtprocedure te starten. Lees meer over de maatregelen die de IGJ kan nemen.

Bij een tuchtuitspraak

De IGJ ontvangt op grond van de Wet BIG een afschrift van alle uitspraken van de Regionale Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg en van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, waarbij een maatregel is opgelegd.

Naar aanleiding van zo’n uitspraak kunnen wij een zorgverlener verzoeken om te reflecteren op zijn handelswijze. De inspectie wil vooral weten wat de zorgverlener heeft geleerd en wat hij in de toekomst anders zal doen om herhaling te voorkomen.

Aandachtsgebieden in toezicht bedrijfsartsen en verzekeringsartsen

Signaleren van disfunctioneren

Als een zorgverlener zijn werk voor langere tijd niet meer goed en veilig doet, dan spreken we van disfunctioneren. Disfunctioneren kan bijvoorbeeld te maken hebben met alcohol- of drugsgebruik of komen door overbelasting, zowel privé als op het werk. Het is belangrijk dat zorgverleners samen met collega’s dit soort problemen proberen te erkennen en te bespreken. Wanneer er sprake is van mogelijk disfunctioneren of ontslag wegens disfunctioneren zal de inspectie hiernaar onderzoek doen. Zie ook het KNMG-dossier ‘Optimaal functioneren’.