Hoe ziet ons toezicht eruit?

De wet stelt aan alternatieve zorg andere eisen dan aan reguliere zorg. Dat verschil heeft ook gevolgen voor het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Op basis van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkggz) moet een reguliere zorgaanbieder ‘goede zorg’ bieden, terwijl een alternatieve zorgaanbieder geen schade of een aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid mag veroorzaken.

Als wij vaststellen dat een alternatieve zorgaanbieder schade of een aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid veroorzaakt, kunnen wij ingrijpen. Hoewel voor alternatieve zorgaanbieders een andere norm geldt dan voor reguliere zorgaanbieders, zijn de overige verplichtingen van de Wkkgz wel gewoon op hen van toepassing. Wij zien hierop toe.

Basis voor toezicht: Wkggz

In de Wkkgz staat beschreven aan welke norm alternatieve zorg moet voldoen. Deze norm is de basis van het toezicht van IGJ op alternatieve zorgaanbieders: 

Artikel 2 lid 3: De alternatieve zorgaanbieder (zonder BIG-registratie) verleent alleen zorg die buiten noodzaak niet leidt tot schade of een aanmerkelijke kans op schade voor de gezondheid van de cliënt. Daarbij moeten de rechten van de cliënt zorgvuldig in acht worden genomen en moet de cliënt ook met respect worden behandeld.

Alle overige bepalingen van de Wkkgz gelden ook voor alternatieve zorgaanbieders. Een overzicht vindt u op Rijksoverheid.nl.

Aanvullende eisen BIG-geregistreerden

Bent u als zorgverlener ook geregistreerd in het BIG-register? En biedt u alternatieve zorg aan? Dan moet u altijd voldoen aan de wettelijke norm van ‘goede zorg’. Voor artsen die alternatieve behandelwijzen aanbieden, heeft de artsenfederatie KNMG een speciale gedragsregel: ‘de arts en niet-reguliere behandelwijzen’. Artsen zijn bijvoorbeeld verplicht om cliënten extra goed te informeren over de voorgestelde alternatieve behandelmethode. Daarbij dient de arts aan de patiënt een duidelijk onderscheid te maken tussen reguliere en niet-reguliere behandelwijzen. Wij toetsten het handelen onder andere aan deze gedragsregel.

Hoe gaan we om met meldingen?

De inspectie bekijkt of het nodig is om de melding nader te onderzoeken. We verzamelen daarvoor informatie bij de melder, eventueel de betrokken cliënt en bij de alternatieve zorgaanbieder. Zo nodig kunnen we de alternatieve zorgaanbieder uitnodigen voor een gesprek. Of we gaan bij de alternatieve zorgaanbieder op bezoek. Op grond van de uitkomsten van het onderzoek beoordelen we of en welke maatregelen nodig zijn.

Wanneer treden we op?

Wij kunnen onder andere optreden als: 

  • sprake is van schade of een aanmerkelijke kans op schade voor de gezondheid van de cliënt of patiënt, bijvoorbeeld:
  • patiënten/cliënten worden afgehouden van reguliere zorg;
  • alternatieve zorgaanbieders gevaarlijke apparatuur en middelen gebruiken; 
  • alternatieve zorgaanbieders zelfstandig en onbevoegd voorbehouden handelingen verrichten.
  • alternatieve zorgaanbieders onbevoegd een titel voeren die is voorbehouden aan BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaars of een daarop gelijkende titel.

Welke maatregelen kunnen we nemen?

Er zijn verschillende maatregelen die we in kunnen zetten. Zo kunnen we een zorgaanbieder een bevel geven, waarin we hem verbieden om zorg te verlenen, of we kunnen een boete opleggen als een calamiteit niet of te laat bij ons is gemeld. Zie hiervoor de uitleg over maatregelen van IGJ