Programma

Alle wetenschappelijke onderzoeken die bij de IGJ worden uitgevoerd zijn gericht op één of meer van de vier overkoepelende fases van toezicht:

  1. De setting verkennen: Waar zijn we?
  2. Data vergaren: Hoe blijft de inspectie op de hoogte van wat er gebeurt?
  3. Data duiden: Wat betekent de informatie die de inspectie krijgt?
  4. Actie: Hoe kan de IGJ de setting positief beïnvloeden?

Met behulp van onderzoek op het gebied van deze vier fases wil de IGJ leren hoe zij haar toezicht op de beste manier kan inzetten, zodat de IGJ optimaal bijdraagt aan de kwaliteit van zorg en jeugdhulp in Nederland.

Hieronder lees je meer over de vier fases en wat voor soort onderzoek daarbij hoort.

1. De setting verkennen

Waar zijn we?

Dit is de eerste fase van ons toezicht. IGJ weet nog te weinig om te kunnen handelen, soms niet eens of toezicht nodig is. We willen een indruk krijgen van dingen als:

  • welke zorgaanbieders er zijn?
  • hoe zijn ze georganiseerd?
  •  welke factoren zijn op hen van invloed? op hen uitoefenen?
  • en  vooral waar kunnen risico’s voor patiënten optreden?

Voorbeelden van onderzoek dat gericht is op de fase van het verkennen van onze toezichtsomgeving zijn:

  • Onderzoek naar toezicht op zorgnetwerken rondom thuiswonende kwetsbare ouderen

Om meer kennis te krijgen van de setting: het gebied waar het toezicht van IGJ zich op richt, is in de periode 2012 – 2016 onderzoek gedaan naar het toezicht op zorgnetwerken rondom thuiswonende kwetsbare ouderen.Hiermee wordt bedoeld de verschillende zorgverleners die bij ouderen thuiskomen. Het onderzoek heeft ertoe geleid dat IGJ tijdens toezicht meer let op de samenwerking tussen die verschillende zorgverleners in een bepaalde gemeente of regio.

  • Onderzoek naar medische hulpmiddelen

Of bijvoorbeeld ons onderzoek naar medische hulpmiddelen. IGJ ontvangt regelmatig meldingen dat de kwaliteit van medische hulpmiddelen die bij patiënten thuis gebruikt worden niet goed is of dat de medische hulpmiddelen niet veilig gebruikt worden. Dank zij dit onderzoek weten we meer over hoe het hele proces rond medische hulpmiddelen eruit ziet en wie er allemaal verantwoordelijk zijn voor een goede kwaliteit en een veilig gebruik. Met de kennis uit het onderzoek kan IGJ fabrikanten, leveranciers, gemeenten en zorgverzekeraars helpen om zich ervan bewust te worden dat zij goed moeten samenwerken om de risico’s voor de patiënten zo klein mogelijk te maken.

  • Onderzoek naar toezicht op de illegale handel van geneesmiddelen op internet

Nog een voorbeeld is het onderzoek naar toezicht op de illegale handel van geneesmiddelen op internet. De omvang van de illegale handel en het mogelijke risico op schade voor de consument is met behulp van dit onderzoek in kaart gebracht en heeft ertoe geleid dat IGJ en het OM, de FIOD, de Douane en andere partners tijdens dit toezicht beter samenwerken.

Meer informatie over deze onderzoeken vind je op de pagina Onderzoeken.

2. Data vergaren

Hoe blijft de inspectie op de hoogte van wat er gebeurt?

IGJ kan als toezichthouder niet overal bij zijn. Dat willen we ook niet, want dan zou de inspectie zorgverleners in de weg lopen en daar zijn patiënten niet bij gebaat. Daarom zoeken we naar manieren waarmee we ook op afstand vinger aan de pols kunnen houden. De vraag is: 'Welke informatie heeft IGJ nodig om erop te kunnen toezien dat patiënten en cliënten goede zorg krijgen?'

Een belangrijke bron van informatie voor de inspectie zijn betrokken mensen. Juist betrokken mensen kunnen de inspectie veel vertellen over de kwaliteit van de zorg en signalen geven over waar het misgaat in de zorg. IGJ heeft in de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar welke informatie van betrokken mensen voor de inspectie belangrijk is en hoe we deze informatie kunnen verzamelen.

Voorbeelden van onderzoek dat gericht is op de fase van verzamelen van informatie:

  • Onderzoek gedaan naar hoe de IGJ kan leren van klachten van burgers over zorgaanbieders

IGJ kijkt ook hoe de reviews die betrokken mensen achterlaten op de website ZorgkaartNederland het best kunnen worden gebruikt. Daarnaast doen we onderzoek naar het gebruik van informatie uit meldingen en/ of klachten die betrokken mensen indienen bij het Landelijk Meldpunt Zorg.

  • Onderzoek naar de inzet van ervaringsdeskundigen bij toezichtbezoeken

Ook op andere terreinen doen we onderrzoek naar hoe informatie van betrokken mensen kan worden verzameld en gebruikt in het toezicht van IGJ. Zo is onderzocht of het voor de IGJ nuttig is om bij een inspectiebezoek aan een verpleeghuis voor ouderenzorg een ‘gewone burger' als ervaringsdeskundige mee te nemen. Dit bleek ons extra informatie op te leveren over de kwaliteit van leven die door de ouderen wordt ervaren.

  • Onderzoek naar indicatoren

Naast informatie van burgers onderzoekt IGJ ook andere databronnen. Bijvoorbeeld door onderzoek naar indicatoren: informatie die door zorgaanbieders of fabrikanten van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen wordt geregistreerd en gerapporteerd. Als inspectie is het  van belang om te weten hoeveel mensen met een bepaalde aandoening onverwacht lang in een ziekenhuis verblijven of een heropname nodig hebben. Indicatoren leveren heel veel gegevens op.

Onderzoek is nodig om te kijken welke van deze gegevens we kunnen gebruiken in het toezicht en hoe deze gegevens op een betrouwbare manier verzameld én vergeleken kunnen worden. Zo onderzoekt de inspectie bijvoorbeeld of gegevens van zorgverzekeraars over zorgdeclaraties voor de inspectie interessant zijn. Technologische vernieuwingen bieden voor de IGJ nieuwe mogelijkheden om in het toezicht gebruik te maken van zogenoemde ‘big data’.

Meer informatie over deze onderzoeken vind je op de pagina Onderzoeken.

3. Data duiden

Wat betekent de informatie die de inspectie krijgt?
 

Informatie is op zichzelf waardeloos, je moet er betekenis aan geven om er iets aan te hebben. Om goed toezicht te houden is voor ons belangrijk om de informatie die we krijgen te begrijpen. Soms is dat eenvoudig, maar vaak is het ingewikkeld. Omdat je er op meerdere manieren naar kan kijken en meerdere betekenissen aan kan geven.

Bijvoorbeeld: is een hoog aantal incidentmeldingen een signaal voor onveilige zorg of een signaal voor een open meldcultuur? De vraag is: 'Hoe kan IGJ ‘ruis van signaal’ onderscheiden?' én 'Hoe kan IGJ met de beschikbare informatie tot een juiste afweging komen over mogelijke risico’s voor de kwaliteit van zorg?'.

Voorbeelden van onderzoek dat gericht is op de fase van betekenisgeven aan informatie:

  • Onderzoek naar omgaan met vertrouwen

De afgelopen jaren hebben we onderzoek gedaan naar hoe onze inspecteurs moeten omgaan met het begrip ‘vertrouwen’. Vertrouwen is voor IGJ een belangrijk basisingrediënt. Als inspectie kunnen we  een zorgaanbieder die gemotiveerd is en zelf in staat is om goede zorg te leveren en risico’s zo klein mogelijk te houden meer loslaten, als dat vertrouwen er is. En ons richten op zorgaanbieders die hun zaken minder goed op orde hebben.

We onderzochten hoe je als inspecteur diverse gegevens en signalen, die mogelijk iets zeggen over vertrouwen,  kunt interpreteren. Om zo objectief mogelijk een oordeel te kunnen vormen of je wel of geen vertrouwen in de zorgaanbieder hebt.

  • Onderzoek naar veldnormen

We deden ook onderzoek naar normen waar de kwaliteit van zorg aan zou moeten voldoen. Uitgangspunt hierbijis dat de zorgaanbieders (de zorgsector) zelf deze zogenoemde ‘veldnormen’ formuleert. IGJ ziet erop toe dat zorgverleners zich aan deze normen houden. Dit is in de praktijk nog niet zo eenvoudig. Soms zijn er nog geen veldnormen of zijn normen onoverzichtelijk. Onderzoek leerde ons hoe we door middel van dialoog en samenwerking met veldpartijen de ontwikkeling van duidelijke normen kunnen stimuleren. IGJ kan er dan op toezien of er goede zorg wordt geleverd, die voldoet aan deze normen.

Meer informatie over deze onderzoeken vind je op de pagina Onderzoeken.                                                  

4. Actie

Hoe kan de IGJ de setting positief beïnvloeden?

Als toezichthouder heeft IGJ invloed op de omgeving waar haar toezicht zich op richt. We hebben verschillende mogelijkheden om het gedrag van zorgaanbieders te veranderen. Van informeel tot wettelijk, met als doel het verbeteren van de kwaliteit van zorg. IGJ moet slim zijn door met beperkte middelen (geld en personeel) een zo groot mogelijk effect te behalen, met daarbij zo min mogelijk belasting van de zorgaanbieders. Energie die we in toezicht steken, steken we niet in patiëntenzorg.

We weten dat een hoge druk van buiten negatief kan werken op de intrinsieke motivatie. Als iets moet van een ander, heb je er minder zin in. Het is voor de inspectie een uitdaging om in elke situatie de juiste balans te vinden tussen deze factoren. En om zodanig te handelen dat de kwaliteit van zorg daadwerkelijk en duurzaam verbetert. 

Voorbeelden van onderzoek dat gericht is op de fase van posotief beïnvloeden:

  • Onderzoek naar calamiteitentoezicht

De inspectie ontvangt jaarlijks veel meldingen van incidenten en calamiteiten. Bij calamiteiten beoordeelt de inspectie of een zorgaanbieder zelf goed onderzoek heeft verricht nadat een calamiteit heeft plaatsgevonden. Het is voor de inspectie belangrijk om slim en efficiënt met meldingen van calamiteiten om te gaan,  zodat we onze  tijd en energie in die zorgaanbieders kunnen steken waar het meeste winst valt te behalen. We hebben de afgelopen twee jaar onderzoek gedaan naar dit zogeheten calamiteitentoezicht.

Het onderzoek wees uit dat het calamiteitentoezicht door IGJ inderdaad bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit en veiligheid van zorg. Dit komt mede doordat we er goed op letten dat patiënten of diens nabestaanden door de zorgaanbieder worden betrokken bij het onderzoek naar een calamiteit.

Om dit toezicht effectief te houden moet de inspectie echter haar werkwijze vernieuwen. IGJ moet zich meer richten op wat die zorgaanbieder daadwerkelijk leert van een calamiteit en minder op wat een zorgaanbieder rapporteert over een calamiteit.

  • Onderzoek naar het toezicht op omgang van zorgverleners in verpleeghuizen met bewoners met onbegrepen gedrag bij dementie 

IGJ onderzocht wat het effect is geweest van het gebruik van het toezichtinstrument Onbegrepen Gedrag. Hierbij observeert een inspecteur observeert hoe zorgverleners omgaan met de bewoners. Bij dit toezichtinstrument wordt door de IGJ geen oordeel gegeven. De inspecteurs geven slechts aan wat hen is opgevallen. De observatiemethoden van IGJ leiden  tot constructieve gesprekken met zorgverleners en bestuurders.

Meer informatie over de onderzoeke vind je op de pagina Onderzoeken.