Toezicht op de ambulante ggz

Mensen met chronische psychische aandoeningen zijn kwetsbaar. Bij deze doelgroep is aandacht nodig voor herstel en eigen regie. Tegelijkertijd is de geestelijke gezondheidszorg sterk veranderd de afgelopen jaren. Uitgangspunt is dat cliënten zorg op de juiste plek krijgen. De bedoeling is dat cliënten zoveel mogelijk thuis herstellen. De zorg in de ggz-instellingen is daarom sterk afgebouwd. Zorg buiten de instelling noemen we ambulante zorg. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) geeft in haar toezicht extra aandacht aan deze ambulante ggz.

Ambulante zorg brengt eigen risico’s met zich mee. Deze risico’s liggen onder andere op het gebied van toegankelijkheid van zorg. En ook op het gebied van samenwerking en regie in het netwerk van zorg. Daarnaast is het voor kwetsbare mensen soms lastig om hun zorgvraag voldoende duidelijk te maken.

Het ambulant aanbieden van zorg betekent dat afspraken tussen de verschillende zorgaanbieders goed moeten werken. Denk bijvoorbeeld aan de samenwerking tussen een ggz-instelling (bijvoorbeeld een FACT-team) en de huisarts. In 2017 startte de inspectie met de ontwikkeling van het toezicht op de ambulante ggz. In dit toezicht richt ze de aandacht vooral op de samenwerking in het netwerk rondom de cliënt. De inspectie kijkt daarbij naar de samenwerking tussen de specialistische geestelijke gezondheidszorg (S-GGZ), de gegeneraliseerde basis geestelijke gezondheidszorg (GB-GGZ) en de huisarts/ POH-GGZ.

Ook onderzoekt de inspectie welke invloed de samenwerking in zorgnetwerken heeft op de wachtlijsten in de ggz. De inspectie kijkt dan onder andere naar de in- en uitstroom binnen de ggz. Het gaat dan bijvoorbeeld over de overdracht tussen de huisarts en de ggz. Als er duidelijke afspraken zijn over doorverwijzingen en consultatiemogelijkheden, komt de cliënt in één keer op de juiste plek. Hiermee worden onnodige wachttijden binnen de ggz voorkomen.