Overgangssituatie Wet Bopz

Er is een overgangsperiode voor zowel de Wvggz als de Wzd. Daardoor kunnen betrokkenen of cliënten in 2020 nog gedwongen zorg krijgen onder de werking van de Wet Bopz.

Voor de Wvggz en de Wzd gelden verschillende overgangsbepalingen. Zo kunnen alle lopende Bopz-procedures worden afgerond en gestarte dwangbehandelingen worden voortgezet, totdat de zorg onder de Wvggz of de Wzd is georganiseerd.

Wet verplichte ggz

De Wet Bopz blijft van toepassing op betrokkenen met een psychische stoornis, waarvoor een rechterlijke machtiging (RM) of inbewaringstelling (IBS) is afgegeven onder de Wet Bopz. Dit geldt voor de duur van de afgegeven machtiging, maar uiterlijk tot en met 31 december 2020.

Wet zorg en dwang

Procedures gestart voor 1 januari 2020
De Wet Bopz blijft, ook na 1 juli 2020, gelden bij (de afhandeling van) verzoeken om een beslissing door de rechter, de officier, de inspecteur, de geneesheer-directeur of de klachtencommissie Bopz, die onder de Wet Bopz zijn ingediend. Dit duurt net zolang tot de procedures zijn afgerond.

Bestaande besluiten zijn omgezet naar de Wzd
Besluiten van het CIZ, RM’en tot opname en verblijf en onder de Wet Bopz verleende IBS’en, worden per 1 januari 2020 gezien als ‘onder de Wzd afgegeven’. Zij zijn daarmee per 1 januari 2020 van rechtswege omgezet naar een IBS onder de Wzd (artikel 29 Wzd), een besluit tot opname en verblijf (artikel 21 Wzd) respectievelijk een rechterlijke machtiging (artikel 24 Wzd).

Omzetting behandelplannen voor 1 juli 2020
Sommige artikelen uit de Wet Bopz blijven van toepassing op cliënten die voor 1 januari 2020 waren opgenomen op grond van de Bopz en die als gevolg daarvan een Bopz-behandelplan hadden. Bopz-behandelplannen moeten voor 1 juli 2020 conform het stappenplan van de Wzd zijn omgezet naar een Wzd-zorgplan. Na 1 juli 2020 moeten alle behandelplannen zijn omgezet en zijn artikelen uit de Bopz niet meer op deze cliënten van toepassing.

Niet alle zorgaanbieders is het gelukt om een Bopz-behandelplan van een cliënt voor 1 juli 2020 om te zetten. Met het veld is afgesproken dat elke zorgaanbieder verantwoorde afwegingen maakt voor zijn eigen specifieke situatie om de omzetting van de zorgplannen vorm te geven, waarbij ook goed wordt gekeken naar de zorgbehoefte per cliënt. De zorgaanbieder stelt hiervoor een plan van aanpak op voor zijn organisatie. Op het moment dat de inspectie hiernaar informeert, kan de aanbieder een dergelijk plan van aanpak overleggen. Gemaakte afwegingen bij de omzetting voor individuele cliënten moeten ook worden vastgelegd in het dossier van de cliënt. Ga naar Vraag en antwoord voor meer informatie.

Klachtencommissies

Klachtencommissies van zorginstellingen (artikel 41 Wet Bopz) en rechtbanken (artikel 2 t/m 35; 14d; 34, 42, 43 Wet Bopz) hebben en houden een meldplicht bij de inspectie zolang het overgangsrecht van toepassing is. Dit is voor de Wvggz dus mogelijk tot en met 31 december 2020 en voor de Wzd totdat alle lopende procedures, zoals hierboven benoemd, zijn afgerond (Wzd artikel 76 lid 1). Ga naar Bopz-melding doen voor meer informatie over het melden.

Cliënten waarop de Wet Bopz nog van toepassing is, moeten zich nog kunnen wenden tot de interne klachtencommissie. Zolang het overgangsrecht geldt, moeten interne klachtencommissies blijven bestaan naast de (nieuwe) regionale klachtencommissies onder de Wvggz en Wzd. Zorgaanbieders kunnen er wel voor kiezen om een bestaande klachtencommissie tijdens de overgangstermijn zodanig in te richten, dat aan de eisen van de Wvggz en de Wzd wordt voldaan.

Dan worden de klachtencommissies als het ware samengevoegd. Maar zorgaanbieders kunnen er ook voor kiezen om voorlopig twee commissies aan te houden. Voor zowel cliënten als zorgaanbieders is het dus belangrijk om te weten welke wet op welke cliënt van toepassing is in 2020.