Waarschuwingsysteem disfunctioneren EU

De landen van de EU hebben onderling afspraken gemaakt om elkaar te waarschuwen over disfunctionerende zorgsverleners. Dit EU-waarschuwingsmechanisme werkt sinds 18 januari 2016.

Voorkomt dit systeem dat disfunctionerende zorgverleners in een ander land aan de slag gaan?

Als een zorgverlener in een EU-lidstaat een beroepsbeperking of -verbod is opgelegd, dan waarschuwen EU-lidstaten elkaar. Deze waarschuwing komt uit het informatiesysteem voor de interne markt (IMI) en heet daarom ‘IMI-melding’. Het beroepsverbod in de IMI-melding is opgelegd door een instantie die daartoe bevoegd is. In Nederland is dit de tuchtrechter, de strafrechter en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd als bestuursorgaan. Een beroepsverbod kan tijdelijk of permanent zijn.

Voor welke beroepen geldt dit?

Het EU-waarschuwingsmechanisme geldt voor zorgverlenende beroepen. In het belang van de patiëntveiligheid gelden voor deze beroepen wettelijke eisen de opleiding en de mate van bekwaamheid. Dit zijn de zogenaamde artikel 3, artikel 34 en artikel 36a beroepen uit de Wet BIG en zorgverleners die onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) vallen. Hieronder een overzicht.

Artikel 3

Apotheker; arts; fysiotherapeut; gezondheidszorgpsycholoog; psychotherapeut; tandarts; verloskundige; verpleegkundige.

Artikel 34

Apothekers-assistent; diëtist; ergotherapeut; huidtherapeut; klinisch fysicus; logopedist; mondhygiënist; oefentherapeut; optometrist; orthoptist; podotherapeut; radiotherapeutisch laborant; radiodiagnostisch laborant; tandprotheticus; verzorgende (individuele gezondheidszorg).

Artikel 36a

Physician assistant; klinisch technoloog; verpleegkundig specialist.

Overige beroepen (Wkkgz)

Acupuncturist; chiropractor; doktersassistente; osteopaat; tandartsassistent.

Meldt de inspectie zelf zorgverleners aan bij het waarschuwingsmechanisme?

De inspectie meldt in hun zorgverlening tekort geschoten zorgverleners aan. Maar pas als de inspectie beroepsbeperkende maatregelen (aanwijzing, bevel) oplegt. Dus niet op het moment dat de inspectie een onderzoek start naar mogelijk disfunctioneren.

Welke meldingen ontvangt de inspectie?

De inspectie ontvangt via het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) meldingen uit het IMI. Voor de inspectie is van belang of een zorgverlener met een vermelding in IMI plannen heeft om in Nederland aan de slag te gaan.

  1. Het kan gaan om meldingen over art. 3 Big geregistreerde beroepsbeoefenaren. Het CIBG verwerkt deze in het BIG-register. Het kan ook gaan om (buitenlandse) zorgverleners die een BIG-registratie gevraagd hebben. Maar dat deze is geweigerd omdat ze in het IMI staan.
  2. Verder kan het gaan om beroepsbeoefenaren die worden bedoeld in artikel 34 en 36a van de Wet BIG. Het CIBG stuurt deze twee categorieën alleen door naar de IGZ als de zorgverlener bij het CIBG een verklaring van vakbekwaamheid heeft aangevraagd of is opgenomen in het Kwaliteitsregister Paramedici. Omdat het CIBG daarmee een aanwijzing heeft dat de zorgverlener in Nederland aan de slag wil gaan.
  3. Meldingen over andere zorgverleners stuurt het CIBG rechtstreeks door naar de inspectie. De inspectie zoekt dan zelf naar indicaties dat de zorgverlener in Nederland werkzaam is.

Wat doet de inspectie met meldingen uit het IMI?

De inspectie ontvangt van het CIBG een melding dat een zorgverlener zich in het waarschuwingssysteem bevindt. Eerst gaat de inspectie na of er aanwijzingen zijn dat de zorgverlener in Nederland werkt. Zo ja, dan neemt zij de melding in behandeling. Dan volgt nader onderzoek naar de zorgverlener.

Wanneer raadpleegt de inspectie zelf het IMI?

De inspectie kan bovendien zelf het IMI raadplegen voor het risicotoezicht of incidententoezicht.

Ook raadpleegt de inspectie voor de vergewisplicht het IMI. Zorgaanbieders kunnen daarmee navraag doen over een sollicitant. Als blijkt dat de solliciterende zorgverlener in het IMI staat, dan informeert de inspectie de zorgaanbieder daarover.