Toezicht op disfunctionerende zorgverleners

IGJ gaat bij haar toezicht uit van vertrouwen. Vertrouwen in de beroepsbeoefenaar en zijn kwaliteiten om zijn werk goed uit te voeren. Een disfunctionerende zorgverlener kan het vertrouwen van patiënten in de zorg schaden. Wanneer een zorgverlener zijn problemen niet meer kan of wil oplossen, grijpt de inspectie in. In het toezicht dat dan volgt, beoordeelt de inspectie of en in welke mate sprake is van disfunctioneren.

De inspectie gebruikt de volgende omschrijving voor disfunctioneren. De artsenfederatie KNMG heeft deze omschrijving overgenomen.

Disfunctioneren is een (veelal) structurele situatie van tekortschietende beroepscompetenties of onverantwoorde zorgverlening waarin patiënten worden geschaad of het risico lopen te worden geschaad en waarbij de betreffende beroepsbeoefenaar niet (meer) in staat of bereid is zelf de problemen op te lossen.

Toelichting op de definitie:

Er is sprake van disfunctioneren als iemand langere tijd tekortschiet in het geven van verantwoorde zorg. Of de juiste kennis, vaardigheden en houding mist om zijn beroep goed uit te kunnen oefenen. En daarbij het risico ontstaat dat hij patiënten schade toebrengt.

In de definitie spreken we van beroepsbeoefenaar. Zo staat het ook omschreven in de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Voor de leesbaarheid spreken we hier over zorgverleners. Lees meer over de definitie van disfunctioneren in het document ‘Aanscherping definitie disfunctioneren’.

Waar let de inspectie op?

In ons toezicht besteden we altijd extra aandacht aan tekenen van mogelijk disfunctioneren. Vooral aan vormen waarbij de patiëntveiligheid direct in gevaar is. Bijvoorbeeld als we een zorgverlener verdenken van ernstig middelenmisbruik.

In ons (risico) toezicht letten we onder andere op:

  • Hoe stuurt de zorginstelling op het functioneren van medewerkers?
  • Wat biedt de zorginstelling aan opleiding en bijscholing?
  • Is er een cultuur om incidenten veilig te melden?
  • Wat doet een zorginstelling om een medewerker die niet goed functioneert te helpen zich te verbeteren?
  • Spreken collega's elkaar aan op het functioneren?

Als deze zaken niet goed geregeld zijn, is het risico op disfunctioneren groter.

Daarnaast kijken we naar signalen uit meldingen:

Beoordeling disfunctioneren

Is een zorgverlener niet meer in staat zijn problemen op te lossen? Dan ligt het voor de hand dat de inspectie ingrijpt. Om te beoordelen of er sprake is van disfunctioneren kijkt de inspectie onder meer naar:

  • Heeft een zorgverlener inzicht in zijn eigen functioneren?
  • Stelt hij zich toetsbaar op, en leert hij van fouten?
  • Hoe ziet de werkomgeving er uit? Heeft hij collega’s die hem kunnen aanspreken? Zijn er binnen de instelling waar hij werkt afspraken gemaakt om te voorkomen dat een zorgverlener gaat disfunctioneren? 
    Zorgverleners zijn in goed georganiseerde samenwerkingsverbanden beter in staat en bereid om verminderd functioneren te signaleren. En daar op tijd op bij te sturen.
  • Hoe gedraagt de zorgverlener zich in zijn vrije tijd? De inspectie verwacht van een zorgverlener dat hij zich ook in zijn vrije tijd gedraagt zoals van een goed zorgverlener mag worden verwacht.

Als de inspectie oordeelt dat een zorgverlener disfunctioneert, maakt ze hiervan een aantekening in haar systeem. Als een zorgaanbieder een medewerker in dienst wil nemen, kan hij deze informatie opvragen bij de inspectie. Lees verder bij ‘Controleren arbeidsverleden’.

Solistisch werkende zorgverleners

Bij solistisch werkende zorgverleners of binnen kleine praktijken is verminderd functioneren lastiger te signaleren. Daardoor wordt het soms (te) laat onderkend. Bijvoorbeeld als zorgverleners alleen in een praktijk werken. De inspectie vindt het daarom extra belangrijk dat ze onderdeel uitmaken van een samenwerkingsverband. Denk aan samenwerking in de vorm van scholing, intervisie en waarneming. Binnen een dergelijk verband kunnen collega's samen verminderd functioneren aanpakken en zo de veiligheid van patiënten borgen. Voorwaarde is dat het samenwerkingsverband goed door de zorgverleners is georganiseerd.

Meer informatie

In de Staat van de Gezondheidszorg 2013 beschrijft de inspectie uitgebreid het toezicht op disfunctioneren. In dat jaar heeft de inspectie de basis gelegd voor haar toezicht. Een basis die we vandaag de dag nog steeds gebruiken.