Soorten stents

Er zijn drie soorten stents: metalen stents met en zonder medicijnen, en oplosbare stents. De oplosbare stents worden sinds september 2017 niet meer gebruikt.

Metalen stents zonder medicijnen

De stents zonder een laagje medicijnen worden ook wel Bare Metal Stents (BMS) genoemd. In het begin is het metaal nog niet bedekt door een nieuw laagje weefsel. Dan is het risico op het ontstaan van een stolsel in het bloed (trombose) verhoogd. Om dit te voorkomen krijg je na het plaatsen van deze stent bloedplaatjesremmers.

Metalen stents met medicijnen

Er zijn metalen stents met daarin een laagje medicijnen. Deze stents worden ook Drug-Eluting Stents (DES) genoemd. Na het plaatsen van deze stent komen de medicijnen binnen enkele weken vrij. Dit gaat de ontstekingen tegen. Hierdoor wordt het risico op een nieuwe vernauwing of afsluiting in het bloedvat kleiner. Soms is het technisch niet mogelijk deze stent te plaatsen. Dan kiest de arts voor een metalen stent zonder medicijnen.

Oplosbare stents

Er is ook een oplosbare stent, die binnen enkele jaren oplost. Oplosbare stents worden ook Bioresorbable Vascular Stents of BVS genoemd. Het idee is dat het bloedvat, nadat de stent is opgelost, weer buigzaam is. Dan kan het weer uitzetten en samenknijpen. (bron beschrijvingen: Hartstichting.nl).

Sinds september 2017 is deze stent niet meer in gebruik en wordt hij ook niet meer afgeleverd.

Risico’s oplosbare stents

Uit de meldingen die wij kregen, zagen wij dat er relatief meer trombose gemeld werd bij het gebruik van de oplosbare stent dan bij het gebruik van metalen stents. Trombose is het ontstaan van kleine bloedpropjes of stolseltjes. Die bloedpropjes of stolseltjes kunnen bloedvaten verstoppen. Wij hebben dit aangekaart bij de cardiologen en bij de fabrikant, en ook bij onze collega-toezichthouders in Europa.

Na aanvullend onderzoek bleek inderdaad dat er meer trombose was bij oplosbare stents. Bij een metalen stent is dat zo bij 1 op de 100 patiënten, bij oplosbare stents bij 2 of 3 op de 100 patiënten. Dat betekent nog steeds dat er bij 97 patiënten geen trombose is, maar 3 keer zoveel is wel veel. Trombose is niet altijd dodelijk, maar het risico daarop, of op andere ernstige gevolgen bestaat wel. Het aantal meldingen bleef relatief hoog ondanks maatregelen van de fabrikant.

Na diverse wetenschappelijke studies heeft de cardiologenvereniging een richtlijn gepubliceerd. Daarin staat dat deze stents alleen nog maar gebruikt mogen worden in wetenschappelijk onderzoek.

De stents worden al sinds september 2017 niet meer door de fabrikant geleverd. In de toekomst zou het kunnen dat deze stents (of verbeterde versies ervan) weer geleverd worden. Dat moet dan wel beperkt en onder strenge voorwaarden.

Gesprek met de arts over stents

Krijgt u een behandeling met een stent? De arts (behandelaar, specialist, cardioloog) vertelt wat er gaat gebeuren. Het is belangrijk dat behandelaars goed met u doorlopen wat er te gebeuren staat. Ook is het belangrijk dat de behandelaar vertelt wat de mogelijke risico’s zijn van een ingreep.

De voorlichting aan patiënten gaat meestal niet over het materiaal dat wordt gebruikt. Heeft u een voorkeur voor een materiaal? Of brengt de arts dit ter sprake? Dan moet de behandelaar in zijn dossier vastleggen dat dit zo is.

Er is niet altijd keuzevrijheid in het materiaal. Per dottercentrum en per patiëntenprofiel zijn er vaak duidelijke protocollen. Daarin staat welke materialen er gebruikt moeten worden. Het dottercentrum dient zich wel aan de meest recente wetenschappelijke aanbevelingen te houden die op dit terrein zijn gepubliceerd.

Meer weten?

Naast een goed gesprek met de behandelaar is er ook op internet informatie te vinden over stents. Kijk bijvoorbeeld op de website van de Nederlandse Vereniging van Cardiologen en de website van de Nederlandse Hartstichting.